← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2014:5690

RECHTBANK AMSTERDAM wrakingskamer Beschikking op het op 26 maart 2014 schriftelijk gedane en onder rekestnummer C/14/562284 HA RK 95.2014 ingeschreven verzoek van: [naam], wonende te [plaats], verzoeker, welk verzoek strekt tot wraking van mr. C. von Meyenfeldt, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter. 1Verloop van de procedure 1.1 Verzoeker is gedaagde partij in een bij de rechtbank aanhangige en onder zaaknummer 2733028 CV EXPL 14-2885 geregistreerde zaak. 1.2 Op 20 februari 2014 heeft de rechter in deze zaak een instructievonnis gewezen waarbij de zaak voor het nemen van een conclusie van repliek aan de zijde van de eisende partij naar de rol is verwezen. 2De beoordeling van het verzoek 2.1 Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is. 2.2 Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. 2.3 Uit de wet (36 en 37 Rv) en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen. 2.4 Het verzoek houdt voor zover van belang in: ” Kantonrechter Von Meyenfeldt is in een eerdere procedure tussen Eigen Haard en mij ook gewraakt en hij heeft in de wraking berust. Thans zit deze rechter weer op een zaak in een nieuw geschil tussen Eigen Haard en mij.Ik heb de rechtbank laten weten dat de dagvaarding is uitgebracht door de onbevoegde persoon [naam2]; hij is noch deurwaarder noch kandidaat-deurwaarder. De dagvaarding is dus niet rechtsgeldig uitgebracht en er Is dus geen zaak waar de rechter zich over kan buigen. Ik heb op 4-02-2014 de rechtbank laten weten dat de dagvaarding niet rechtsgeldig is uitgebracht en dat ik daarom op 3-02-2014 niet op de rolzitting ben verschenen. Tot mijn grote verbazing beslist de rechter in zijn instructievonnis dat alles op tijd is binnengekomen. Dat zal dan wel zijn om zijn beschermelingetjes de helpende hand te bieden. Er is niet rechtsgeldig een dagvaarding uitgebracht. Kantonrechter Von Meyenfeldt probeert dit op onrechtmatige wijze te kanaliseren ten gunste van zijn troetelkindjes. Het bovenstaande in aanmerking nemende is de rechter partijdig, zoals hij dat ook was in de eerdere zaak en ik verzoek op bovenstaande argumenten het wrakingsverzoek te honoreren.” 2.5 Het verzoek bevat geen gronden waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, is/zijn af te leiden. Dat de rechter eerder zou zijn gewraakt en daarin zou hebben berust vormt, wat daar verder ook van zij, op zichzelf nog geen aanleiding te twijfelen aan de onpartijdigheid van de rechter in de onderhavige zaak. Of de dagvaarding al dan niet rechtsgeldig is uitgebracht is geen grond voor wraking en niet ter beoordeling aan de wrakingskamer. Kennelijk moet de rechter nog op dit verweer van verzoeker beslissen. Bij gebreke van andere gronden is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven. 2.6 Omdat door verzoeker het middel van wraking lichtvaardig, want zonder kenbare grondslag is ingezet, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van misbruik van recht. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter belast met de behandeling van de zaak van klager niet in behandeling wordt genomen. 3. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. BESLISSING De rechtbank:  verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking,  bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen de rechter belast met de behandeling van de zaak van klager niet meer in behandeling zal worden genomen; Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort voorzitter, A.W.J. Ros en A.W.H. Vink, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2014 in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.