← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2014:6355

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/676341-12 (Promis) Datum uitspraak: 11 juli 2014 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres, te plaats 1], thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “[locatie]” te [plaats]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 september en 5 december 2013, 19 februari, 13 mei en 2, 3, 6, 10, 11, 13 en 30 juni 2014. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. A.J.M. Vreekamp en A.M. Lobregt en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. E.I.B. Hoffman naar voren hebben gebracht. De zaak tegen verdachte is gelijktijdig – maar niet gevoegd – ter terechtzitting behandeld met de zaak van medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 13/676348-12), [medeverdachte 2] (parketnummer 13/665309-13), [medeverdachte 3] (parketnummer 13/676899-12) en [medeverdachte 4] (parketnummer 13/665274-13). 2Tenlastelegging Aan verdachte is – na wijziging op de terechtzitting van 2 juni 2014 – ten laste gelegd dat 1. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of te Kalmthout en/of te Kapellen en/of elders in België, heeft deelgenomen aan een organisatie – gevormd door (onder meer) verdachte en [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [deelnemer 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [deelnemer 2] en/of [deelnemer 3] en/of [deelnemer 4] en/of [deelnemer 5] en/of [deelnemer 6] en/of [deelnemer 7] en/of [deelnemer 8] en/of [deelnemer 9], welke tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk: - het (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van hoeveelheden cocaïne en/of MDMA (XTC) en/of amfetamine, in elk geval (telkens) (een) middel(

  1. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of het (telkens) telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of leveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten, in elk geval van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II en/of het plegen van voorbereidingshandelingen, als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet, tot het plegen van feiten bedoeld in artikel 2 juncto artikel 10 vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet, welke deelneming onder meer bestond in/uit het (samen met een of meer andere deelnemer(
  2. s)aan die organisatie) (telkens): ontwikkelen van plannen om een of meer van vorenbedoelde misdrijven te begaan en/of inkopen en/of verkopen en/of vervoeren en/of opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en/of MDMA (XTC) en/of amfetamine en/of hennep, althans van (een) middel(
  3. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of II en/of afgeven en/of verstrekken van cocaïne en/of MDMA (XTC) en/of amfetamine en/of hennep, althans van (een) middel(
  4. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of II aan de voor voornoemde organisatie werkende verkoper(
  5. s)en/of koerier(
  6. s)en/of ter beschikking stellen van een of meer mobiele telefoon(
  7. s)en/of een of meer simkaart(
  8. en)en/of auto’
  9. s)en/of scooter(
  10. s)aan voornoemde verkoper(
  11. s)en/of koerier(
  12. s)en/of - ( (doen) regelen en/of beschikbaar (doen) stellen van locaties en/of ruimte(
  13. s)voor het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of vervaardigen van hennep en/of hasj, althans van een of meer middel(
  14. en)op de bij de Opiumwet behorende lijst II en/of - inkopen en/of aanwezig hebben van materia(a)l(
  15. en)bestemd voor het kweken van hennepplant(en), in elk geval een of meer middel(
  16. en)op de bij de Opiumwet behorende lijst II en/of - inkopen en/of aanwezig hebben van materia(a)l(
  17. en)bestemd voor het bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of vervaardigen van MDMA (XTC), althans van (een) middel(
  18. en)op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of hebben/onderhouden van (al dan niet) versluierde telefonische en directe contact(
  19. en)met een of meer andere deelnemer(
  20. s)aan voornoemde organisatie en/of koper(
  21. s)en/of (mede)plegen van voornoemde misdrijven en/of (laten) incasseren van schulden aan/bij voornoemde organisatie en/of (doen) betalen van een of meer geldbedrag(
  22. en)en/of in het vooruitzicht stellen van een of meer gunst(
  23. en)aan een of meer deelnemer(
  24. s)van die organisatie, terwijl hij, verdachte, binnen die organisatie een leidinggevende rol heeft vervuld; 2. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of te Kalmthout en/of Kapellen, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of opzettelijk aanwezig gehad (een) hoeveelhe(i)d(
  25. en)van een materiaal bevattende cocaïne en/of (een) hoeveelhe(i)d(
  26. en)van een materiaal bevattende MDMA (XTC) en/of amfetamine, in elk geval (telkens) (een) middel(
  27. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; 3. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 april 2012 tot en met 03 juni 2013 te Amsterdam en/of Zwolle en/of Enschede, in elk geval in Nederland en/of te Kalmthout, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDMA (XTC) en/of amfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, een of meer voorwerp(
  28. en)en/of stof(fen), te weten * op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 april 2012 tot en met 03 juni 2013: (in Amsterdam en/of Enschede) - 900, althans een of meer kilo zwavelzuur (96%) en/of * op of omstreeks 03 juni 2013: (in Kalmthout, althans in België) 5.000 euro en/of een vacuum machine (merk Henkelman) en/of chemicaliën (29, althans een of meer 1 liter fles(sen) methylalcohol en/of acht, althans een of meer 1 liter fles(sen) ontstopper en/of een 1 liter fles brandspiritus en/of twee, althans een of meer 1 liter fles(sen) (aceton) en/of een tabletteermachine en/of een klopper en/of een trechter en/of een maatbeker en/of een 10 liter bidon en/of een 10 liter bidon (restant gele olie) en/of een 5 liter bidon (gele olie-solvent) en/of een metselkuip (met daarin grondzeil en/of twee, althans een of meer plastic zeilen en/of een 20 liter bidon) en/of een zak met 18, althans een of meer fles(sen) Methylalcohol en/of drie, althans een of meer fles(sen) vloeibare ontstopper en/of een plastic zak met vier, althans een of meer 1 liter fles(sen) ontstopper en/of een zal met 24, althans een of meer 1 liter fles(sen) Methylalcohol en/of een zak met vijf, althans een of meer (gebruikte) kloppers en/of een schraappallet en/of een zak met 18, althans een of meer 1 liter fles(sen) Methylalcohol en/of een plasticzak met 20 kg (mogelijk) apaan (2-fenylacetoacetonitril) en/of drie, althans een of meer 1 liter maatbeker(
  29. s)en/of drie, althans een of meer 1 liter trechter(
  30. s)en/of een visspaan en/of drie, althans een of meer pollepel(
  31. s)en/of een klopper en/of twee, althans een of meer (grote) spatel(
  32. s)en/of vier, althans een of meer (ongebruikte) chemische pak(ken) en/of een doos met (lege) doorzichtige plasticzakjes en/of twee, althans een of meer 25 liter vaatje(
  33. s)gele vloeistof en/of twee, althans een of meer metselkuip(
  34. en)en/of een 20 liter rondbodem glaskolf (met aangepaste nekken, dienstig voor de aanmaak van synthetische drugs) en/of een (bijbehorende) koeler (voor op de glazen kolf) en/of (in Amsterdam, [adres 1, huisnummer X hs], althans in Nederland) een geldbedrag (3.845,50 euro) en/of een of meer sealbag(
  35. s)en/of een keukenweegschaal en/of (een flesje) zoutzuur en/of drie, althans een of meer jerrycan(
  36. s)en/of een overall en/of een of meer handschoen(
  37. en)en/of een mondkapje en/of zes, althans een of meer zakje(
  38. s)druivensuiker en/of (in Amsterdam, [adres 1, huisnummer X II], althans in Nederland) - een weegschaaltje (met mogelijke cocaïne resten) en/of (in Amsterdam, [adres 2], althans in Nederland) 1.032 gram fenacetine en/of een geldbedrag (2.405 euro) en/of drie, althans een of meer telefoon(
  39. s)en/of gezichtsbedekking en/of een of meer gripzakje(
  40. s)en/of een spuitbus met heimelijke bergruimte en/of een blender en/of drie, althans een of meer zakje(
  41. s)snowseals en/of twee, althans een of meer weegscha(a)l(
  42. en)en/of een of meer simkaart(
  43. en)en/of (in Zwolle, [adres 4], althans in Nederland) zes, althans een of meer telefoon(
  44. s)en/of drie, althans een of meer simkaart( en), voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
  45. s)wist(
  46. en)of ernstige redenen had (den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit( en); 4. hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 03 juni 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/ofte Kalmthout, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 157,27 gram cocaïne en/of 30, althans een of meer wikkels bevattende (totaal ongeveer) 18,39 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of 176 tabletten XTC (MDMA), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (in Amsterdam, althans in Nederland) en/of 725,1 gram MDMA (XTC) (waaronder 2696 tabletten), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of 588,5 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of 5.587,9 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (in Kalmthout, althans in België), in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; 5. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/ofte Kalmthout en/of Kapellen en/of elders in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij die wet behorende lijst I; 6. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 te Amsterdam en/of Diemen een/of Uithoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of heeft/hebben gehad op of omstreeks 13 maart 2012 (in een pand aan de [adres 5] te Diemen) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 529, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, en/of op of omstreeks 14 november 2012 (in een pand aan de [adres 7] te Uithoorn) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 106, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, en/of op of omstreeks 12 december 2012 (in een pand aan de [adres 9] te Amsterdam) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 284, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel3a van die wet; 7. hij op of omstreeks 03 juni 2013 te Kalmthout, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, twee, althans een of meer (hand)(vuur)wapens van categorie III, te weten een pistool (merk: Walther, model: PI, kaliber: 9xl9
  47. mm)en/of een pistool (merk: Ekol, model: Tuna, kaliber: 6,35
  48. mm)en/of munitie van categorie III, te weten 49, althans een of meer patro(o)n(
  49. en)(kaliber: 9xl9 mm (9mm luger), model: volmantel rondneus, bodemstempel: GFL 9mm luger) en/of 43, althans een of meer patro(o)n(
  50. en)(kaliber: 6,35, model: volmantel rondneus, bodemstempel: GFL635) voorhanden heeft gehad. De in deze telastelegging gebruikte term en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd. 3Voorvragen De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie Zoals door de rechtbank op de zitting van 2 juni 2014 bij de verwerping van het beroep van medeverdachte [medeverdachte 3] op de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie reeds is overwogen, is het in artikel 27 lid 2 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel (hierna: het Kaderbesluit) bepaalde verbod om een overgeleverde persoon te vervolgen wegens andere feiten begaan vóór de overlevering, dan waarvoor hij is overgeleverd (het specialiteitsbeginsel, waaraan het Openbaar Ministerie op grond van artikel 48 van de Overleveringswet (OLW) gebonden is), niet van toepassing in de in lid 3 van dat artikel opgesomde uitzonderingsgevallen. Verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn op 3 juli 2013 op grond van een Europees Aanhoudingsbevel (EAB) feitelijk overgeleverd vanuit België aan de Nederlandse autoriteiten. Dit is in het geval van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] geschied op grond van EAB’s gedateerd 31 mei 2013, waarin – onder meer – het volgende is opgenomen: “Dit bevel heeft betrekking op twee strafbare feiten (…) 1. Deelneming criminele organisatie: In de periode van 14 oktober 2011 tot en met 29 mei 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of te Kalmthout en/of elders in België, heeft [verdachte] ([medeverdachte 1], in het EAB van [medeverdachte 1]) deelgenomen aan een organisatie, welke tot oogmerk had het plegen van misdrijven. Binnen de organisatie heeft [verdachte] leiding gegeven aan verschillende personen die zich bezig hebben gehouden met het binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen van verdovende middelen (hennep, cocaïne en xtc). Het telen en bereiden en bewerken en verwerken en verkopen en afleveren en verstrekken en vervoeren van bovengenoemde verdovende middelen. (…) 2. Witwassen (…)” In de EAB’s van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] van 31 mei 2013 zijn de lijstfeiten deelneming aan een criminele organisatie en witwassen van opbrengsten van misdrijven aangekruist. Medeverdachte [medeverdachte 3] is feitelijk overgeleverd op grond van een EAB gedateerd 3 juni 2013, waarin – onder meer – het volgende is opgenomen: “Dit bevel heeft betrekking op twee strafbare feiten. (…) 1. Deelneming criminele organisatie: In de periode van 14 oktober 2011 tot en met 29 mei 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of te Kalmthout en/of elders in België heeft [medeverdachte 3] deelgenomen aan een organisatie, welke tot oogmerk had het plegen van misdrijven waaronder het binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen van verdovende middelen (hennep, cocaïne en xtc). Het telen en bereiden en bewerken en verwerken en verkopen en afleveren en verstrekken en vervoeren van bovengenoemde verdovende middelen. (…) 2.Witwassen (…)” In het EAB van medeverdachte [medeverdachte 3] van 3 juni 2013 zijn de lijstfeiten deelneming aan een criminele organisatie, illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen en witwassen van opbrengsten van misdrijven aangekruist. Op 12 juli 2013 zijn door de officier van justitie jegens verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] aanvullende EAB’s uitgevaardigd, waarin – onder meer – het volgende is opgenomen: (…) Dit bevel heeft betrekking op drie strafbare feiten. (…) 1. Bezit verdovende middelen Op 3 juni 2013 heeft verdachte (samen met een ander) in zijn woning in Kalmthout (België) een hoeveelheid (vermoedelijk) MDMA/XTC in zijn bezit gehad. Het gaat om ongeveer 2.696 pillen en in totaal ongeveer 2.347 gram. 2. Aanwezig hebben van voorwerpen en stoffen en gelden die bestemd zijn voor het vervaardigen, verkopen en voor het in- en uitvoeren van verdovende middelen Op 3 juni 2013 had verdachte (samen met een ander) in zijn woning in Kalmthout (België) voorwerpen, stoffen en gelden in zijn bezit, waarvan hij wist of in ieder geval zou moeten weten dat die bestemd zijn voor het vervaardigen, verkopen en het in- en uitvoeren van verdovende middelen. In de woning zijn onder meer aangetroffen: (…)” In het EAB is vervolgens een opsomming gegeven van de in de woning aangetroffen voorwerpen, gelden en stoffen. 3. Voorhanden hebben (vuur)wapens (…)” In deze aanvullende EAB’s van 12 juli 2013 zijn geen lijstfeiten aangekruist. Op 22 augustus 2013 heeft het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, de tenuitvoerlegging van de aanvullende EAB’s jegens verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] voor wat betreft “het aanwezig hebben van voorwerpen of gelden” geweigerd, nu dit naar Belgisch recht niet strafbaar is en voor het overige toegestaan. Op 21 augustus 2013 zijn door de officier van justitie nogmaals aanvullingen op de EAB’s van verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] uitgevaardigd. In deze aanvullende EAB’s van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] is – onder meer – het volgende is opgenomen: “(…) Dit bevel heeft betrekking op drie strafbare feiten. (…) 1. In- en uitvoer van cocaïne en/of XTC (MDMA) Over een periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 heeft verdachte met één of meer anderen op verschillende tijdstippen cocaïne en/of XTC (MDMA) van België naar Nederland gebracht en/of van Nederland naar België. 2. Het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van cocaïne en/of XTC (MDMA) Over de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 heeft verdachte met één of meer anderen meermalen opzettelijk cocaïne en/of XTC (MDMA) verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd, bereid, bewerkt, verwerkt en aanwezig gehad. 3. Het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en/of vervaardigen van hennep(planten) (…)” Het lijstfeit illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen is aangekruist. Bij beslissing van 27 september 2013 is dit aanvullend EAB door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen uitvoerbaar verklaard. In het jegens medeverdachte [medeverdachte 3] uitgevaardigde aanvullende EAB van 21 augustus 2013 is – onder meer – het volgende opgenomen: “ (…) Dit bevel heeft betrekking op twee strafbare feiten. (…) 1. Het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van cocaïne en/of XTC (MDMA) (…) 2. Aanwezig hebben van voorwerpen en stoffen en gelden die bestemd zijn voor het vervaardigen, verkopen en voor het in- en uitvoeren van verdovende middelen Over de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 had verdachte (samen met een ander) in (onder andere woningen
  51. in)Kalmthout (België) en Amsterdam en Zwolle en Enschede voorwerpen, stoffen en gelden in zijn bezit, waarvan hij wist of in ieder geval zou moeten weten dat die bestemd zijn voor het vervaardigen, verkopen en het in- en uitvoeren van verdovende middelen. In de woningen zijn onder meer aangetroffen: (…)” In het EAB is vervolgens een opsomming gegeven van de in de woningen aangetroffen voorwerpen, gelden en stoffen. Het lijstfeit illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen is aangekruist. Bij beslissing van 24 oktober 2013 heeft het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, de tenuitvoerlegging van het aanvullend EAB jegens medeverdachte [medeverdachte 3] voor wat betreft “het aanwezig hebben van voorwerpen of gelden” geweigerd, nu dit naar Belgisch recht niet strafbaar is en voor het overige toegestaan. Op 10 september 2013 is door deze rechtbank de gevangenneming van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] bevolen ten aanzien van - onder meer - feit 2 voor zover dit feit ziet op het aanwezig hebben van cocaïne en MDMA, ten aanzien van feit 3 (voorbereidingshandelingen) voor het gedeelte dat betrekking heeft op “stoffen” en op feit 4 voor zover dit feit ziet op het aanwezig hebben van cocaïne en MDMA . Op 5 december 2013 heeft de rechtbank de gevangenneming van medeverdachte [medeverdachte 3] bevolen ten aanzien van feit 2 en ten aanzien van feit 3 voor het gedeelte dat betrekking heeft op “stoffen” en van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] – onder meer – voor het onder 2 ten laste gelegde, voor zover dit feit ziet op het verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken van cocaïne en MDMA. Ten aanzien van de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen voor het gedeelte dat betrekking heeft op voorwerpen en gelden is derhalve op verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] geen vrijheidsbeperkende maatregel toegepast. Dit betekent dat sprake is van de in artikel 27 lid 3 onder c van het Kaderbesluit genoemde uitzondering op het specialiteitsbeginsel, nu in het onderhavige geval de strafvervolging niet leidt tot toepassing van een maatregel die de persoonlijke vrijheid beperkt. Het standpunt van de verdediging van medeverdachte [medeverdachte 3] dat de uitzondering van artikel 27 lid 3 onder c alleen geldt in gevallen waarin nog geen toestemming voor overlevering is gevraagd en niet in gevallen waarin – zoals in casu – de overlevering uitdrukkelijk is geweigerd, vindt geen steun in de tekst van artikel 27 van het Kaderbesluit. Het Openbaar Ministerie is dan ook ontvankelijk in de vervolging van verdachten voor de in feit 3 tenlastegelegde voorwerpen en gelden. De rechtbank merkt in dit verband nog op dat zij, indien zij tot een bewezenverklaring van deze (onderdelen van) feiten komt, daarvoor geen vrijheidsbenemende straf of maatregel zal opleggen. Amfetamine, Fenacetine, Zwavelzuur Op de zitting van 2 juni 2014 heeft de rechtbank de vorderingen tot wijziging van de tenlasteleggingen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] toegewezen, waarbij - onder meer - is toegevoegd aan feit 1, 2, 3, 4 en 5 “en/of amfetamine” en aan feit 3 “1.032 gram fenacetine”, alsmede van medeverdachte [medeverdachte 3], waarbij aan feit 1, 2 en 3 “en/of amfetamine” is toegevoegd en aan feit 3 “1.032 gram fenacetine”. Bij de beoordeling van de vraag of het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachten voor de bij wijziging van de tenlastelegging toegevoegde amfetamine en fenacetine, dient te worden vastgesteld of door deze toevoegingen sprake is van ‘enig ander vóór de overlevering begaan feit’. Om vast te stellen of sprake is van een ander vóór de overlevering begaan feit dan waarvoor de overlevering is toegestaan, moet allereerst worden vastgesteld voor welk(
  52. e)feit(
  53. en)de uitvoerende justitiële autoriteiten de overlevering hebben toegestaan. Vervolgens dient de beschrijving van de strafbare feiten in het EAB (en de aanvullingen daarop) te worden vergeleken met de beschrijving in de (gewijzigde) tenlastelegging, waarbij moet worden nagegaan of de bestanddelen van het strafbare feit naar Nederlands recht dezelfde zijn als die waarvoor de opgeëiste persoon is overgeleverd en of er voldoende overeenstemming is tussen de gegevens in het EAB (en de aanvullingen daarop) en de (gewijzigde) tenlasteleggingen (HvJ EG 1 december 2008, NJ 2009, 394, [naam 1]). De rechtbank oordeelt dat de toevoeging van amfetamine aan de hiervoor opgesomde feiten in de tenlasteleggingen in het onderhavige geval niet meebrengt dat sprake is van ‘een ander feit’ als bedoeld in artikel 27 lid 2 van het Kaderbesluit. Daarbij is van belang dat de EAB’s (en de aanvullingen daarop) telkens gebaseerd waren op de op dat moment beschikbare onderzoeksresultaten en dat later in de loop van het onderzoek gebleken is dat een deel van de in de woning te Kalmthout aangetroffen stoffen amfetamine bevatte (naast MDMA en cocaïne, zoals opgenomen in het EAB), hetgeen heeft geleid tot een nadere precisering van het ten laste gelegde, waarbij er nog steeds voldoende overeenstemming bestaat tussen de gegevens in het EAB (en de aanvullingen daarop) en de gewijzigde tenlasteleggingen. Voorts is van belang dat de strafbare feiten na deze toevoeging nog steeds vallen onder de lijstfeiten deelneming aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen en deze toevoeging bovendien geen weigeringsgrond oplevert. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de toevoeging amfetamine geen ander feit oplevert in de zin van artikel 27 lid 2 van het Kaderbesluit. De omstandigheid dat sprake is van een toevoeging van een stof in plaats van een vervanging, maakt dit niet anders. Het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is ten aanzien van het tenlastegelegde bestanddeel amfetamine wordt derhalve verworpen. Ook ten aanzien van de in feit 3 tenlastegelegde fenacetine en het, zo overweegt de rechtbank ambtshalve, jegens verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] in feit 3 ten laste gelegde zwavelzuur is het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging. De stof fenacetine is niet genoemd in de (aanvullende) EAB’s waarin de overlevering is verzocht ter zake van de verdenking van voorbereidingshandelingen, en de stof zwavelzuur is niet genoemd in de (aanvullende) EAB’s van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] (wel in het aanvullende EAB van medeverdachte [medeverdachte 3]). Ook ten aanzien van deze toevoegingen geldt dat het hier gaat om een voortdurend onderzoek waarin gegevens zijn verzameld die hebben geleid tot een nadere precisering van de bestanddelen van het strafbare feit ‘voorbereidingshandelingen’. Ook ten aanzien van de stoffen fenacetine en zwavelzuur geldt dat er voldoende overeenstemming bestaat met de oorspronkelijke gegevens in het EAB, waarvoor de overlevering is toegestaan en de toevoeging geen weigeringsgrond oplevert. Derhalve leveren de stoffen fenacetine en zwavelzuur in feit 3 evenmin een ander feit op in de zin van artikel 27 lid 2 van het Kaderbesluit. De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en het Openbaar Ministerie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officieren van justitie hebben zich – overeenkomstig het op schrift gestelde requisitoir – op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen. 4.2. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich – overeenkomstig haar op schrift gestelde pleitnotities – op het standpunt gesteld dat verdachte, behoudens van het onder feit 7 ten laste gelegde, dient te worden vrijgesproken. 4.3. Het oordeel van de rechtbank 4.3.1. Vrijspraken Feit 5 De rechtbank acht, anders dan het Openbaar Ministerie, het onder 5 ten laste gelegde binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen van verdovende middelen, niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De door het Openbaar Ministerie bij requisitoir aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen. Van betrokkenheid van verdachte bij de verdovende middelen die in Duitsland zijn aangetroffen in de Ajax-supportersbus op 17 september 2012, is niet gebleken. Uit de omstandigheid dat uit het telefonie-onderzoek is gebleken dat diverse in de woning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen telefoons ook in het buitenland zijn gebruikt, kan niet worden afgeleid dat verdachten zich bezighielden met grensoverschrijdende drugshandel. De in enkele telefoons van verdachten aangetroffen sms-berichten die in het Duits gesteld zijn, of waarin verwijzingen naar Polen en Hongaren voorkomen, en de tap waarin medeverdachte [medeverdachte 4] zich uitlaat over ‘het xtc-laboratorium van [bijnaam verdachte] in Spanje’ geven weliswaar aanwijzingen voor betrokkenheid van verdachte bij internationale drugshandel, maar zijn onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Zoals volgt uit het jegens medeverdachte [medeverdachte 2] gewezen vonnis, acht de rechtbank bij de beoordeling van het aan [medeverdachte 2] onder feit 2 ten laste gelegde (onder meer: medeplegen van vervoer van verdovende middelen) wel bewezen dat [deelnemer 3] op 8 januari 2013 in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 2] een hoeveelheid cocaïne heeft vervoerd teneinde die vanuit Nederland naar België te brengen. Aan medeverdachte [medeverdachte 2] is overigens de in- en/of uitvoer van verdovende middelen niet ten laste gelegd. Zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis, trad [medeverdachte 2] als vervanger voor verdachte op. Voorts blijkt uit de verder inhoud van dit vonnis dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte en [medeverdachte 2] deel uitmaken van eenzelfde criminele organisatie. Dit neemt echter niet weg dat ten aanzien van dit specifieke transport niet van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 2] is gebleken. Feit 6 Anders dan het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 6, nu het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om verdachte te kunnen koppelen aan de in dit feit ten laste gelegde hennepkwekerijen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. De door het Openbaar Ministerie aangehaalde OVC-gesprekken en sms-berichten, die zien op de oogsten, de verkoop en de verdiensten van hennep kunnen niet bijdragen aan een bewezenverklaring van betrokkenheid van verdachte als pleger of medepleger bij deze drie specifiek ten laste gelegde hennepkwekerijen. Dat de Fiat Punto en de Peugeot bromfiets, die beiden eerder op naam van medeverdachte [medeverdachte 1] stonden, thans op naam staan van twee personen waarbij een in werking zijnde hennepplantage is aangetroffen, is een omstandigheid die eveneens onvoldoende aanknopingspunten biedt om te kunnen concluderen tot directe betrokkenheid van verdachte bij het onder feit 6 ten laste gelegde. 4.3.2. Partiële vrijspraken Feit 3 Voorwerpen en stoffen in de woning aan de [adres 12] in België Geldbedrag De rechtbank spreekt verdachte vrij van het voorhanden hebben van het onder feit 3 in de tenlastelegging opgenomen geldbedrag van 5.000 euro, nu op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat het aangetroffen geldbedrag bestemd was om een feit als ten laste gelegd voor te bereiden en/of te bevorderen. Spiritus Verdachte wordt verder vrijgesproken van het voorhanden hebben van de 1-liter fles brandspiritus, nu uit de bewijsmiddelen niet is gebleken dat dit een stof is, die nodig is voor de bereiding van synthetische drugs. Ook de aangetroffen hoeveelheid is niet dusdanig dat de rechtbank van oordeel is dat de stof slechts kan worden gebruikt om de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen mee te plegen. [adres 2] en [adres 4] Verdachte wordt tevens vrijgesproken van het voorhanden hebben van de onder feit 3 ten laste gelegde goederen, gelden en stoffen die in de woningen van medeverdachte [medeverdachte 2], te weten de [adres 2] te Amsterdam en [adres 4] te Zwolle, zijn aangetroffen en bestemd zouden zijn om voorbereidingshandelingen mee te verrichten. Om tot een bewezenverklaring van de onder artikel 10a van de Opiumwet (OW) bedoelde voorbereidingshandelingen te kunnen komen, zal onder meer moeten worden vastgesteld dat de in de tenlastelegging opgenomen voorwerpen, gelden en stoffen zich in de machtssfeer van verdachte bevonden. Het is daarbij niet noodzakelijk dat de goederen daadwerkelijk aan verdachte toebehoorden of dat hij deze feitelijk in zijn bezit had. De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om te kunnen vaststellen dat de goederen die in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] werden aangetroffen, zich in de machtssfeer van verdachte bevonden. Dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] volgens het Openbaar Ministerie leidinggevende personen zijn van dezelfde criminele organisatie maakt dit niet anders en is onvoldoende om te kunnen komen tot een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van de op 3 juni 2013 aangetroffen voorwerpen, gelden en stoffen. Verdachte dient daarom van de gedachtestreepjes, die zijn uitgeschreven onder de [adres 2] te Amsterdam en [adres 4] te Zwolle, te worden vrijgesproken. [adres 1, huisnummer X hs] De rechtbank volgt eenzelfde redenering ten aanzien van de woning van medeverdachte [deelnemer 1], de moeder van medeverdachte [medeverdachte 1], aan de [adres 1, huisnummer X hs] te Amsterdam. Het dossier biedt onvoldoende aanwijzingen om verdachte als medepleger van het voorhanden hebben van de aldaar in de woning aangetroffen goederen, stoffen en gelden te kunnen aanmerken. Verdachte wordt derhalve ook van de in deze woning aangetroffen en ten laste gelegde goederen, gelden en stoffen vrijgesproken. Feit 4 [adres 2] Verdachte wordt vrijgesproken van dat deel van de tenlastelegging dat zich toespitst op het aanwezig hebben van de verdovende middelen die zijn aangetroffen in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] (eerste gedachtestreepje). Aan dit oordeel ligt eenzelfde redenering ten grondslag als die reeds is uiteengezet onder feit 3 ten aanzien van het voorhanden hebben van bepaalde goederen in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2]. Anders dan het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat het dossier geen bewijsmiddelen bevat waaruit blijkt dat de op 3 juni 2013 aangetroffen verdovende middelen zich in de machtssfeer van verdachte bevonden. Het standpunt dat door het Openbaar Ministerie wordt ingenomen, inhoudende dat sprake zou zijn van een grote en een kleine voorraad, die werden bewaard in respectievelijk de woning in Kalmthout en de woning aan de [adres 2] te Amsterdam, is niet aannemelijk geworden. Op basis van het dossier kan wel worden vastgesteld dat zowel in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] als in de woning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] in België, XTC-pillen met daarop een ‘€’ stamp zijn aangetroffen. Een dergelijke stamp is echter niet dermate onderscheidend dat daaraan de conclusie moet worden verbonden dat het hier om dezelfde partij XTC-pillen gaat. Er is geen nader onderzoek gedaan op dat punt en op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de aangetroffen verdovende middelen in voornoemde woningen aan elkaar kunnen worden gekoppeld. 4.3.3. Feiten en omstandigheden Opgenomen vertrouwelijke communicatie (OVC) In het onderzoek [onderzoek A] (het onderzoek naar de doodslag/moord op [persoon 1]) is op bevel van de officier van justitie en met machtiging van de rechter-commissaris vertrouwelijke communicatie opgenomen in twee personenauto’s: - een Fiat Punto met kenteken [kenteken 1] van 14 oktober 2011 tot en met 2 februari 2012; - een SsangYong met kenteken [kenteken 2] van 16 februari 2012 tot en met 5 april 2012 en van 20 april 2012 tot en met 28 mei 2012. Van de opgenomen communicatie in beide auto’s zijn processen-verbaal opgemaakt die later in het dossier [onderzoek B] zijn gevoegd. De raadsman van medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij brief van 10 juli 2013 verzocht om verstrekking van gegevensdragers waarop de opgenomen vertrouwelijke communicatie staat. De raadsvrouw van medeverdachte [medeverdachte 4] heeft ter terechtzitting van 10 september 2013 verzocht om verstrekking van gesprek 540 uit de SsangYong. Door het Openbaar Ministerie is toegezegd de gegevensdragers bevattende de in de Fiat Punto en in de SsangYong opgenomen vertrouwelijke communicatie te verstrekken aan de raadslieden van alle verdachten. Het Openbaar Ministerie heeft aan de raadslieden een gegevensdrager verstrekt met de OVC-gesprekken uit de Fiat Punto. De OVC-gesprekken uit de SsangYong zijn echter niet aan de verdediging gegeven. De officier van justitie heeft bij brief van 23 mei 2014 de raadslieden medegedeeld dat de DVD waarop die gesprekken waren gebrand, onvindbaar is gebleken, terwijl de opnamen ook niet (meer) op andere wijze konden worden teruggevonden. Het standpunt van de verdediging De raadslieden van alle verdachten hebben betoogd dat de processen-verbaal van de OVC-gesprekken uit de SsangYong dienen te worden uitgesloten van het bewijs, kort gezegd omdat de juistheid van de inhoud van die processen-verbaal niet gecontroleerd kan worden. Er is aldus sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Het nadeel is gelegen in de omstandigheid dat aan de verdediging de mogelijkheid om de inhoud van de processen-verbaal van de OVC-gesprekken onderbouwd te betwisten, is ontnomen. Bovendien kan er geen controle plaatsvinden. Het standpunt van de officieren van justitie Volgens de officier van justitie levert het kwijtraken van de opnamen geen vormverzuim op in de zin van artikel 359a van het Wetboek van strafvordering (Sv), althans kan worden volstaan met de enkele constatering dat vormen zijn verzuimd, zonder dat daaraan verdere consequenties hoeven te worden verbonden. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank oordeelt dat de verdediging het recht toekomt om de betrouwbaarheid te toetsen van processen-verbaal waarin (belastende) OVC-gesprekken zijn uitgewerkt. Dat recht vloeit voort uit het beginsel van ‘equality of arms’, dat weer onderdeel uitmaakt van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Aan de verdediging is in dat kader desgevraagd de mogelijkheid geboden om de OVC-gesprekken uit te luisteren. Ten aanzien van de gesprekken uit de SsangYong kon dat recht echter niet geëffectueerd worden middels het uitluisteren van de gesprekken, doordat de opnamen onvindbaar bleken. De vraag of de onmogelijkheid van het uitluisteren van de opgenomen vertrouwelijke communicatie aan een eerlijke procesvoering in de weg staat en aldus kan worden beschouwd als een vormverzuim in de zin van art 359a Sv, is afhankelijk van de omstandigheden van de desbetreffende zaak (Hoge Raad 17 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1451). Daarbij kan worden gedacht aan onder meer de gronden waarop de wens van de verdediging tot het uitluisteren van de gesprekken steunt en het belang van het uitluisteren in het licht van - bijvoorbeeld - de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal. De rechtbank stelt vast dat verdachte, evenals de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2], geen uitdrukkelijk verzoek heeft ingediend om verstrekking van OVC-gesprekken, maar dat deze verstrekking, zoals hiervoor reeds vastgesteld, was toegezegd door het Openbaar Ministerie. De verdediging van medeverdachte [medeverdachte 1] heeft aangegeven dat het uitluisteren van de gesprekken van belang is om de betwisting van de processen-verbaal van de OVC-gesprekken te kunnen onderbouwen en de inhoud van die processen-verbaal te kunnen controleren. De rechtbank stelt vast dat verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] niet concreet en gemotiveerd de juistheid hebben betwist van de processen-verbaal waarin de OVC-gesprekken zijn weergegeven. Verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] hebben zich ter zitting vrijwel steeds op hun zwijgrecht beroepen op vragen over de OVC-gesprekken. Medeverdachten [medeverdachte 2] is niet als gespreksdeelnemer aan enig OVC-gesprek uit de SsangYong aangemerkt. Namens medeverdachte [medeverdachte 4] is erop gewezen dat gesprek 540 uit de SsangYong (gesprek van 3 april 2012) tweemaal is uitgewerkt en dat pas de tweede maal is geverbaliseerd dat daarin de woorden “is goed, [medeverdachte 4]” zijn te horen. [medeverdachte 4] heeft echter niet willen verklaren of hij wel of niet de NN is die deelnam aan gesprek 540 en evenmin of de weergave van dat gesprek op enig punt onjuist is. Dat lag wel op zijn weg, gelet op de volgende omstandigheden: - in het proces-verbaal van gesprek 540 vraagt NN om afgezet te worden in Monnickendam. Op diens aanwijzingen rijdt de bestuurder naar de plaats waar NN uitstapt. Blijkens het proces-verbaal bevindt de SsangYong zich dan in de omgeving van paal ‘[straat 1]’ te Monnickendam (de rechtbank begrijpt: [straat 1] te Monnickendam, de straat waarin de huidige woning van verdachte is gelegen); - blijkens het proces-verbaal van gesprek 540 spreekt NN over [persoon 2] die samenwerkt met die Chinees van 70 en die begon over Chinese olie. Vervolgens zegt NN dat hij die olie kan regelen; - ter terechtzitting van 5 december 2013 heeft medeverdachte [medeverdachte 4], gevraagd naar de Chinese man, geantwoord dat die man niet bestaat en dat hij van een vriend had gehoord dat die wat kon regelen. Bij de beoordeling van het belang van het uitluisteren van de gesprekken neemt de rechtbank voorts de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking: - ten aanzien van de OVC-gesprekken uit de Fiat Punto, die wel konden worden uitgeluisterd, zijn geen onjuistheden geconstateerd; - verdachte heeft in zijn nadere verklaring bij de rechter-commissaris op 12 december 2013 verklaard: “De in de SsangYong gevoerde en afgeluisterde gesprekken gaan ook niet over verdovende middelen. Ik zal u een voorbeeld geven. Het [adres 10] is een adres in Volendam (…) [medeverdachte 4] wist dat ik een loods zocht voor mijn bedrijf (…) Ik ben gaan kijken”; - medeverdachte [medeverdachte 1] heeft in haar nadere verklaring bij de rechter-commissaris op 12 december 2013 over de OVC-gesprekken uit de Fiat Punto en de SsangYong verklaard: “wat ik daarvan kan zeggen is dat ik wel eens in die auto’s reed en dat ik daar ook wel eens met anderen in zat. Zo herinner ik mij een gesprek met ene [persoon 3]. Die gesprekken gingen toen over een andere zaak. Het kan zijn dat in die gesprekken over hennepplantages is gesproken. (…) Verder is het merendeels prietpraat, maar dat staat dan weer niet in de uitwerking van die OVC gesprekken. Dan staat er dat er ineens ruis op de lijn is of zo”; De rechtbank is van oordeel dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] hiermee aangeven deelnemer aan gesprekken te zijn, de juistheid van de daarover opgemaakte processen-verbaal niet te betwisten maar alleen aangeven dat aan gesprekken een andere uitleg dient te worden gegeven. Nu verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] niet concreet en gemotiveerd de juistheid van de processen-verbaal van de OVC-gesprekken hebben betwist, de raadsvrouw van medeverdachte [medeverdachte 4] weliswaar de juistheid van het proces-verbaal van gesprek 540 in twijfel trekt maar [medeverdachte 4] zich ten aanzien van dit gesprek op zijn zwijgrecht beroept en gelet op de overige omstandigheden zoals hierboven weergegeven, is de rechtbank van oordeel dat de onmogelijkheid tot het uitluisteren van de OVC-gesprekken uit de SsangYong niet aan een eerlijke procesvoering in de weg staat. Van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv is dan ook geen sprake. De rechtbank ziet gelet op het bovenstaande ook geen reden te twijfelen aan de juistheid van de weergave van de OVC-gesprekken uit de SsangYong in de processen-verbaal. Ten aanzien gesprek 540 is de rechtbank van oordeel dat hetgeen daaromtrent in het bovenstaande is weergegeven een dusdanig sterke aanwijzing vormt dat medeverdachte [medeverdachte 4] de NN-persoon is in gesprek 540 dat de rechtbank daar bij gebrek aan betwisting door [medeverdachte 4] vanuit gaat. De rechtbank zal de OVC-gesprekken dan ook gebruiken voor het bewijs. De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. Feiten 1, 2, 3 en 4 Meer in het bijzonder ten aanzien van feit 1 1.1. Het ontwikkelen van plannen en het (voor)bereiden van synthetische drugs Op 11 maart 2012 zitten [verdachte] en een NN-man (NN) in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: Weet je wat het is, ik vind het wel lekker aan de ene kant, als je in België zit, want als je bent dan zijn ze je wel een beetje kwijt, weet je… ze zijn… <nvt>…snap je… en dan moeten ze weer buitenlandse dingen allemaal weer opvragen die moeten natuurlijk ook weer akkoord gaan met al die dingen (…) stel je voor ze willen je een ‘vatie’ <fon> op iets weet je. NN: Dat is een stuk moeilijker voor in het buitenland. [verdachte]: Dan moeten hun van de Belgische autoriteiten ook elke toestemming krijgen. Die moeten natuurlijk ook denken of jij strafbare feiten in dat land pleegt (…) Ah, kijk weet je wat het natuurlijk wel is. Die stomme heb het allemaal wel een stuk moeilijker gemaakt. [medeverdachte 1] huurt van 23 september 2011 tot 22 november 2012 de woning aan de [adres 11] te Kapellen in België. Op 22 november 2012 tekent [medeverdachte 1] een contract van 9 jaar voor de woning aan de [adres 12] te Kalmthout in België. [verdachte] en [medeverdachte 1] verblijven samen in de woning aan de [adres 12]. Op 23 oktober 2011 zitten [verdachte] en een NN-man (NN) in de Fiat Punto. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: Hoe kan het dan dat ie niet echt super hard was? NN: Nee, ik vond ‘m eh… Maar hij is wel iets beter dan gister <?>. [verdachte]: Nee. (…) Maar dat was vorige keer wel toch? (…..) NN: Misschien <heeft hij> niet doorgepompt genoeg weet je. Dat… [verdachte]: Nee, maar wat ook kan zijn, dat ie dan… Nee, dan heb het denk ik nog niet lang genoeg ingezeten. Op 26 oktober 2011 zitten [verdachte] en [persoon 4] in de Fiat Punto. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: je hebt dat briefje gegeven, he? (…) heeft ze allebei getest, dus één keer, één van 30 en één van 40. [persoon 4]: Eén van 40. En die kilo speed mee. [verdachte]: Ja, kilo gemixte. (…) Daar 1 zak van. [persoon 4]: Nou, op zich was dit beter dan die snoepjes drukken, vond ik persoonlijk (…) Ja, omdat die snoepjes, het gaat op een gegeven moment op je strot slaan, weet je (…) Op een gegeven moment ke- word, ga, word je nog half wappie ook daaro weet je (…) Ja, ik denk ook als je echt niet, de hele tijd d’r boven hangt, dan eh voel je ‘m ook wel op een gegeven moment. [verdachte]: Het is in elk geval mooi wit geworden (…) Daar was ik allang blij om. Om te mixen weet je, en eh hij is gewoon lekker nat. (…..) [verdachte]: thuis nog echte sealzakken. <?> doen we, doen we het daar nog in zo direct. <?> ding ook daarin doen, dan kunnen we het daar nog effe dichtbranden dan nog weet je. Op 31 oktober 2011 zitten [verdachte] en [persoon 4] in de Fiat Punto. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: Geef ik een vergoeding omdat <?> die snoepies natuurlijk niet goed waren. (…..) [persoon 4]: Wat was er niet goed dan <lijkt mij> we hebben toch goed gedrukt… [verdachte]: Die eh… Ja, Ja, Ja, maar die M, die M was niet <70>. Op 12 maart 2012 zit [verdachte] met een NN-man (NN) in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: …d’r kan ook wel ’s wat gebeuren dat een machine effe <?>… NN: Luister [verdachte], je weet het is geen fabriek (…) waar alles vlekkeloos verloopt (…) Kijk, het is mijn ding niet. Ik heb d’r geen verstand van dat hele… Jij wel. Jij hebt zelf in zo’n ding (…) D’r loopt altijd weer wat vast of weet ik veel wat d’r… Of d’r blijf weer wat <klappen? (…..) NN: <?> 120.000 dingen>. [verdachte]: En hun denken dat… Weet je wat het is, kijk, je hoort, je hoort natuurlijk altijd zoveel mooie verhalen die geloven dat, dat sommige machines hebben die een miljoen per uur kunnen doen en dat soort dingen. Nou, als je dat, dat, dat ken helemaal niet. Op 21 maart 2012 zitten [verdachte] en [medeverdachte 1] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: Alleen maar hoofdpijn en geld. Ja, dat is, dat is, zo werkt het niet weet je. <Hij zegt net> ja <dan heb je wel in verhouding> nog 5 kilo M. En of ik effe 5 kilo M wil gaan betalen (…) En nu? Nou ja <?> ik zeg, ja hoor, ik zeg, neem ik het morgen mee. (…) Ja, ja, ja, ja. Moet ik effe goed kijken, want er zit ook nog weer die andere snoepjes bij <?>. Maar da’s mooi, want die zijn roze. Daar ken je ook <?> van zeggen, ja, je hebt voor ons laten drukken, dan kan je ook gelijk zien wat roze… Want blauw en roze dat kan niet dat wordt groen. [medeverdachte 1]: Paars <?>. Op 28 maart 2012 zit [verdachte] met NN-man (NN) in de auto. Zij voeren het volgende gesprek: NN: ik woon hier, man (…) Hiero. Hoekhuis jongen (…) Weet je, ik weet het. Want ik had een keer, ook een keert 6, 7 % (…) Maar ik ken, die andere ken ik regelen voor je (…) Die Chinese olie van een man van 70. Van die Chinees. [verdachte]: Wie, die, die BMK? NN: B, ja. (…) Jij zegt altijd toch, je z- je wil toch zelf draaien? [verdachte]: Ja, ja, ja, ja, die B die moet je <?> want dan krijg je A. (…) En van die A, daar maak je dus speed van. (…..) NN: ik, ik ken, die olie ken ik regelen. (…) Als jij zelf wil draaien. Het kost me… Hij zegt, het kost me <130> euro (…) Per kilo (…) Per eh of eh per liter (…) Eh is ene ouwe Chinese man. Hij zegt eh om, om het te malen, het proces, is eh heb je het voor 4 meier heb je het (…) Hij zegt eh olie kan ik regelen. Hij zegt, die gozer koop, verkoopt het voor 1200. [verdachte]: Oké. NN: Maar dan heb je wel die Chinese olie (…) Dus [persoon 23] was eh die gozer was d’r bij. [verdachte]: Ja. (….) NN: Dus… Nee, nee, dat maakt geen flikker uit. Hij zegt eh morgen 10 eh kilo. <Krijgt ie> 5 meiers en dan is het goed. Als je zeg maar vrijdag <?> [verdachte]: Ja, is goed. Op 3 april 2012 zitten [verdachte] en een NN-man (NN) samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: NN: Gooi je d’r gewoon een beetje olie bovenop. Ja. [verdachte]: Ja, als ze tevreden zijn… NN: ik heb een keertje, maar dat was 6 procent. [verdachte]: Ja, wat je zei, daar was je drie dagen wakker van (…..) [verdachte]: …ik doe helemaal niks. Ik had wel ’s als ik dan zelf maakte, weet je, dan kon ik ook slecht slapen hoor ’s avonds. Sta je de hele dag sta je in die dampen, jongen. NN: Ja, ja, ja. [verdachte]: Heb je wel <?> ding, kap, mondkap voor, maar echt, een soort gasmasker weet je (…) Nee. Als je hele dag d’r in staat. (….) NN: maar ik sprak <[persoon 2]>. Maar [persoon 2] heb natuurlijk z’n eigen klanten. Die, die gast heb zoveel lijnen in Turkije, Ierland en weet ik wat allemaal. Die werkt samen met die Chinees van 70. (…) Maar die begon over die Chinese olie. [verdachte]: Kijk, als, als, als ze olie hebben, is helemaal mooi weet je. (…..) NN: (…) Ja, hij regelt zeg maar jij, als jij een cokelijntje wil beginnen. Is goed. Hij heeft pure zuiveringsgraad 94 procent. Wil hij zoveel procent of wat dan ook weet je. Verbalisant hoort op 20 september 2012, nadat hij het gesprek voor de tweede keer beluistert, dat [verdachte] aan het einde van het gesprek zegt ‘is goed [medeverdachte 4]’. Op 29 april 2012 zitten [verdachte] en een NN-man (NN) in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: Nou ja dit kun je ook niet je leven lang doen. NN: Nee, je moet op een gegeven moment een streep trekken. Jij bent 29. Op je veertigste. [verdachte]: Ja, dan moet het gelukt zijn. Daar ga ik wel vanuit (…) Je moet zorgen dat je echt wat leert. Zoals die olie en dat soort dingen. Daar heb je je leven lang wat aan (…) Wat het ook is, M levert ook heel wat op. Per kilo .. 15 rooitjes winst maken. (…..) [verdachte]: Betaal per gram. Maar als mensen echt vragen. NN: Wat zit het rond nu? Rond de -8, 37 nu. Daar heb je ook twee verschillende soorten in toch? [verdachte]: Ja, je hebt die cola (…) Eigenlijk is het allebei even goed maar die cola is nog 1 keer gezuiverd. Op 9 mei 2012 zitten [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] samen met een NN-man in de SsangYong. Zij voeren onder meer het volgende gesprek: [verdachte]: En oh ja, en wist die neef van jou wist ie ook hoe je <?> kan draaien of niet? NN: Eh moet ik ‘m effe vragen. [verdachte]: Ja. <?> zelf wel gaan doen, weet je, want <?> eh <ik lever een beetje> grondstoffen en die gasten <?> die die, die die olie <?> zwavel en dat soort dingen allemaal weet je. Dus eigenlijk kun je het net zo goed zelf doen. NN: Ja, zeker. (…..) [verdachte]: Maar nou is het eigenlijk, dan geef ik al die gasten die grondstoffen allemaal <?>. Op 16 mei 2012 zitten [verdachte] en [medeverdachte 3] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: <?> kilo in plaats van liter. Ik had ook rondgekeken, weet je, of het ergens eh… Nou ja, eh… [medeverdachte 3]: En, m-m-maar wat wel zo is, met hoe meer van die troep we aan komen natuurlijk, hoe beter het is. [verdachte]: Ja, ja, ja, ja. [medeverdachte 3]: Want dan… Als je bijvoorbeeld eh, eh 400 liter neemt volgende week, dan heb je wel 2,5 de man toch? (…) het is wel veel, he? (…) Ja, jammer. Maar dat proces waar ze mee bezig zijn met, met die, met die, gaat nog steeds door? [verdachte]: Ja. [medeverdachte 3]: Waar uiteindelijk die dingen uit moeten komen toch? [verdachte]: Ja, ja, ja, ja. [medeverdachte 3]: En hoe gaat dat? Hoeveel is dat? [verdachte]: Nou, eh ze zijn nou bezig. Ik ga nou eerst eh 2, 2 litertjes olie d’r voor kopen, weet je. Kijken of het wat is. (…..) [medeverdachte 3]: Ja, maar jij zei op een gegeven moment als die draait, kan je flinke klappen maken. [verdachte]: Ja, want wat hun hadden gezegd, dan kunnen ze ook die andere, komen ze die andere grondstoffen eh… (…) Nee, nee. Nee, maar dan zou ze die andere grondstoffen komen, maar <daar hoor, heb ik> ook nog steeds niks van gehoord. Ze zouden, als het goed is, zouden ze al die CAS-nummers doorgeven (…) dan ken ik gaan zoeken, weet je. [medeverdachte 3]: Ja. [verdachte]: Als het dan draait, dan kunnen we, hoe heet het. [medeverdachte 3]: Die dingen <zijn allemaal voorbode voor iets groters dan>? [verdachte]: Ja, als kijk, het beter is als we al, als we al, al die eh al die grondstoffen kunnen leveren, weet je. Als hun CAS-nummers gaan geven, dan ga ik zoeken. (…..) [verdachte]: (…) die ken je gewoon op de, hoe heet het, zetten, gewoon op het gas zetten. Gaan ze ‘m op een vertrager in het pannetje zetten. Nou, dan duurt het <voor, weet je wat het is> dan ben je zo een uur verder. Normaal duurt dat 10 minuten weet je (…) vorige keer zei ik ook al, ik zeg van, rot op man met die vertrager in het pannetje. Da’s helemaal nergens voor nodig man. Maar dat staat in het boekie. [medeverdachte 3]: En wat voor boekjes zijn dat? Handleidingen? (…) Alles, tegenwoordig kan je alles printen. [medeverdachte 1] en [verdachte] staan in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven op het adres [adres 1, huisnummer X II] te Amsterdam. Dit GBA-adres wordt ter terechtzitting door zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] bevestigd. In de periode van 20 april 2012 tot en met 25 mei 2012 wordt vanaf de internetverbinding aan de [adres 1, huisnummer X II] op internet gezocht naar grondstoffen, die nodig zijn voor het maken van synthetische verdovende middelen. Op 11 mei 2012 wordt gezocht op de termen BMK, BMK olie, BMK olie kopen, benzyl methyl ketone, grondstoffen speed, amfetamine, waar zit bmk olie in, alpha bmk, cas 4468 48 8, cas 4468 48 8 te koop, bmk te koop polen. Tevens worden meerdere webpagina’s bezocht waarop lijsten worden getoond van bedrijven die apaan leveren. De webpagina’s worden vervolgens bezocht en bij bedrijven die apaan leveren, worden offertes aangevraagd. Nadat is gezocht op cas 4468 48 8, zijnde 2-Phenylacetoacetonitrile, verschijnen meerdere gegevens van bedrijven die deze stof leveren, waarvan zich er zestien in China, drie in de Verenigde Staten, een in Hongkong, een in Nederland en een in Zwitserland bevinden. Er worden diverse filmpjes bekeken, die onder meer gaan over amfetaminelaboratoria, een documentaire waarin een koker van verdovende middelen wordt gefilmd, een filmpje over speed wassen, chemische handelingen, een filmpje waarin is te zien hoe de politie een doorzoeking uitvoert in een laboratorium voor verdovende middelen, een xtc lab voor thuisgebruik en een Poolse vondst amfetamine. Deze filmpjes worden door de verbalisant bekeken vanaf het Google account van een persoon, die zich uitgeeft als zijnde ‘[naam 3]’. Op 11 mei 2012 vindt er vanaf de internetverbinding aan de [adres 1, huisnummer X II] om 22.11.53 uur WhatsApp-communicatie plaats met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] van [medeverdachte 1]. Op 23 juni 2012 voert [medeverdachte 3] twee ‘money transfers’ uit van respectievelijk € 4.102,00 en € 4.101,73 aan [persoon 5] te China. Op 6 juli 2012 wordt een zending van 100 kilogram apaan stopgezet door de douane te Schiphol. De geadresseerde is [medeverdachte 3] en de zending is afkomstig uit China. De zending is afkomstig van het bedrijf [bedrijf 1]. Op 3 juni 2013 wordt in de woning aan de [adres 12] te Kalmthout in het dressoir in de woonkamer een briefje aangetroffen met daarop de persoonsgegevens van [persoon 5] in China. Ook [deelnemer 5] heeft twee ‘money transfers’ verricht naar voornoemde [persoon 5]. Op 12 juli ontvangt het onderzoeksteam een ‘Melding Verdachte Transactie Chemicaliën’. [medeverdachte 3] uit Amsterdam wil voor zijn schilderbedrijf een bestelling plaatsen van 1000 liter zwavelzuur bij [bedrijf 2] [medeverdachte 3] bevestigt dat hij het zwavelzuur bij [bedrijf 2] heeft besteld. De omzetting van apaan in BMK gebeurt met geconcentreerd zuur. Op 11 maart 2013 stuurt ‘[AA]’ naar de gebruiker van telefoon 39: ‘He gap [A] hier volgens mij volgens mij komt er wat k te kort moest 100 wezen en 200zw hoeveel had je mee gegeven?’. De gebruiker van telefoon 39 reageert op 12 maart 2013 met: ‘Zaterdag is b klaar. Hoeveel heb je nog als het 150 is zou mooi zijn. Zo ja kan dat voor maandag weer komen samen met 300zw dan gaat hij daar maandag mee beginnen’. Op 15 april 2013 stuurt ‘[A]’ naar telefoon 39: ‘Wij moeten 35 per l bet zit in kannen van 210 l heb 2 kannen besteld min mijn gedeelten dan’ en op 16 april 2013: ‘Het totaal bedrag is 14700 maar daar moet mijn deel af’. Op 10 mei 2013 stuurt ‘[AA]’ naar de gebruiker van telefoon 39: ‘Ik heb goed nieuws gap. Als jij 200 k korrel per maand kan leveren dan hoef jij niet meer op 60/40 basis te smelten maar word dat zo voor je gedaan’. [persoon 6] is de gebruiker van de telefoonnummers die onder telefoon 39 zijn opgeslagen onder ‘[AA]’ en ‘[A]’. Op 13 maart 2013 stuurt ‘[AB]’ het volgende bericht aan de gebruiker van telefoon 39: ‘als ik voor maandag die 120 heb samen met 180 zw dat zou top zijn want je had 60 zw teveel gegeven’. Op 21 maart 2013 stuurt ‘[AB]’ naar telefoon 39: ‘Oké heb al wel wat gevonden maar die jongen kan niet veel leveren. Ik had om vraag met die zwavel wordt dat nu vaker? Dan haal ik zelf 2000 liter heb ik het vast staan snap je’. Op 28 maart 2013 stuurt ‘[AB] Ok’ naar de gebruiker van toestel 39: ‘Oké geef het door. Kan je wat met b olie?’ en ‘heb nog 1 kgtje m liggen kan je er wat mee 81% 47’. Op 29 maart 2013 stuurt ‘[AB] Ok’ aan de gebruiker van telefoon 39: ‘Hoe veel m heb je nodig voor 10d op 160 netto. Als die 81% is’. Op 12 april 2013 stuurt ‘[AB] Ok’ naar de gebruiker van telefoon 39: ‘Kan je maandag voor mij sample mee nemen van wit.’ De gebruiker van telefoon 39 stuurt als reactie: ‘Neem wel wat mee’. Op 26 maart 2013 stuurt ‘[AB] ok’ naar telefoon 39: ‘Kan je zelf al weer slaan trouwens?’, ‘Heb er even 10d van 140 netto nodig’ en ‘Kan je er dan die euro op zetten? En groen er door’. Op 8 april 2013 stuurt ‘[AB] Ok’: ‘Welke gaan het nu worden trouwens?’, waarop de gebruiker van telefoon 39 terugstuurt: ‘Euro stemp en ga kijken hoe dat groen is anders anderen donkeren kleur’. Op 26 april 2013 wordt er tussen de gebruiker van telefoon 39 en een nummer dat in die telefoon staat geregistreerd als ‘[naam 2]’ een sms-bericht gestuurd met de tekst: ‘Dit was formide dementien is geel moet de goedkoopste soort zijn is doorzichtig’. [persoon 7] is de gebruiker van het telefoonnummer dat is opgeslagen onder de naam [naam 2] in de telefoon 39. Formamide wordt gebruikt voor de productie van synthetische drugs. Bij de rechter-commissaris bevestigt [persoon 7] dat het zijn telefoonnummer is, hij [verdachte] kent en hij wel eens telefonisch en/of via WhatsApp contact met hem heeft gehad. In de slaapkamer van de woning aan de [adres 12] te België worden oude processtukken uit het onderzoek [onderzoek C] gevonden, waaronder een verklaring van een politie-specialist die stelt dat de in [onderzoek C] aangetroffen documenten een eenvoudige, maar volledige procedure betreffen hoe amfetamine kan worden gemaakt uit BMK, met als bijlage een document dat de Leuckartmethode beschrijft. Er wordt verder een briefje aangetroffen met daarop handgeschreven kretologieën als mierenzuur, zout, zwavel en diverse percentages en een briefje met termen als zwavel, mieren, zout, aceton, ether, methanol, caustic, percentages, liters, levertijd en prijs. Daarnaast wordt een document aangetroffen dat in de Engelse taal het chemische vervaardigingsproces van MDA en MDMA beschrijft. Onder de zinnen in de Engelse taal staat handgeschreven de Nederlandse vertaling. 1.2. Het buiten het grondgebied brengen van verdovende middelen Tussen 4 januari 2013 en 8 januari 2013 wordt telefonisch contact onderhouden tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en twee Belgische telefoonnummers. Op 4 januari 2013 om 14.00.55 uur heeft het nummer [telefoonnummer 2] (NN1) contact met het nummer [telefoonnummer 3], dat op naam staat van [deelnemer 3] (NN2): NN2: Ja, ik dacht al man. Ik denk, he he. Ik kijk, ik kijk naar die naam, ik kijk naar die s- ik hoor die stem. Ik denk, klopt niet man. NN1: Eh nee, maar eh heb jij vandaag tijd? (…) Paar uurtjes duurt het wel hoor. Even met de auto heen en weer. (…) Ja, twee. Maar het is alleen maar naar beneden. NN2: Oké, oke’. Ja, ja, ja, ja. Nee, het is goed man. (…..) NN1: Nee, maar dan ga ik d’r vanuit dat jij 5 uur weggaat, want dan kan je daar 7 uur zijn. Vervolgens stuurt een Belgisch telefoonnummer een sms-bericht naar het nummer [telefoonnummer 2] met de inhoud: ‘Goed kom maar langs dan geef ik al 1000 mee van die weed en breng 10g van 30 goed. Om 14.35 uur wordt door de gebruiker van een Belgisch nummer in een sms-bericht aan de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] gevraagd of het ook volgende week kan. De gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] stuurt hierop volgend een sms-bericht naar [deelnemer 3] met de inhoud: ‘Gecancelt. Sorry’. Om 14.44 uur stuurt de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] een sms-bericht naar een Belgisch nummer: ‘word volgende week. Contact je dan’. Op 7 januari 2013 om 20.02 uur belt de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] (NN1) met de gebruiker van het Belgische nummer [telefoonnummer 4] (NN2): NN1: Hé. Kom jij nog hier naartoe of eh…? NN2: Ja, we zijn onderweg. NN1: Oké eh… Weet je waar je moet komen? NN2: Eh bij [verdachte] he. (…..) NN1: nee, maar daar is, die is dicht even daarom. Je… Wel in Nederland toch? Of in België bedoel je? NN2: Nederland, he. NN1: Oh, is goed. Gewoon Amsterdam toch? NN2: Ja, we kom- we gaan bij [verdachte] thuis, he? Om 20.27 uur bellen voornoemde nummers wederom met elkaar: NN2: Ja, we zijn d’r, he? NN1: Ja, waar ben je dan ongeveer? NN2: Ja, we zijn bij [verdachte] (…) <ntv> maar de poort is dicht. NN1: …niet bij die café daar. NN2: Oh we zijn bij [verdachte] thuis, he? (…) Antwerpen. Antwerpen. (…) Ja, Kalmthout. Bij [verdachte]. NN1: Je bent in België? NN2: Ja? NN1: Oké. Ehm, ehm nou d’r is een misverstand want die jongen had jou gesproken via bericht vanmiddag. (…) hij is, hij is, hij is weg weet je. Voor een paar weken. (…) Op vakantie dus eh dus… NN2: nee, nee, nee, wij komen zo bij [verdachte] thuis. NN1: Ja, maar wij dachten Amsterdam thuis. NN2: Ja, nou is goed, dan komen we volgende week wel. (…) Ja, in België. NN1: Hij is pas 20 januari terug misschien (…) Maar je kan wel met ons regelen, weet je. Is geen probleem. NN2: Ja, kun jij, kun jij misschien dan langskomen in België dan? (…) Eh morgen? NN1: Eh zelfde als eh normaal? NN2: Ja. Vervolgens stuurt de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] op voornoemde datum om 20.54 uur een sms-bericht naar het nummer [telefoonnummer 4] met de inhoud: ‘Morgen rond 9 ben ik daar. Zie je dan’. Op 8 januari 2013 om 18.55 uur gaat [medeverdachte 2] het [adres 1, huisnummer X hs] te Amsterdam binnen. Omstreeks 19.00 uur rijdt een voertuig dat op naam van [deelnemer 3] is gesteld de [adres 1]. Om 19.08 uur loopt [deelnemer 3] de rechter toegangsdeur van het [adres 1, huisnummer X hs] binnen. Er brandt verlichting in de woning van [adres 1, huisnummer X hs] en [adres 1, huisnummer X II]aan voornoemde straat. Om 19.28 uur neemt [deelnemer 3] plaats in het op zijn naam gestelde voertuig. [deelnemer 3] rijdt over de A2 richting het zuiden van Nederland. Vervolgens neemt hij de afslag bij Vianen waar de A2 overgaat in de A27 en nadert verder de Belgische grens. Om 20.33 uur wordt [deelnemer 3] aangehouden op de afrit 19 van de A27 ter hoogte van Oosterhout. Bij de insluitingsfouillering worden vijf wikkels met 3,14 gram van een materiaal bevattende cocaïne aangetroffen. Tevens wordt een briefje aangetroffen met daarop het nummer [telefoonnummer 4]. Dit is hetzelfde nummer als waarmee eerder contact was vanuit Nederland. Tijdens de doorzoeking van het voertuig wordt in de afgesloten zekeringenruimte een boterhammenzakje aangetroffen met hierin 50,5 gram van een materiaal bevattende cocaïne aangetroffen. Tijdens het transport naar Amsterdam wordt op de telefoon van [deelnemer 3] meerdere malen ingebeld door: ‘B1’, ‘[medeverdachte 2]’ en ‘D’. De gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] probeert na de aanhouding van [deelnemer 3] meerdere malen contact te maken met het nummer van [deelnemer 3] en dit nummer belt de volgende dag met het telefoonnummer [telefoonnummer 5], dat wordt toegeschreven aan [deelnemer 5], en waarin wordt gezegd dat hij de kleine jongen niet meer kan vinden. De gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] laat op 9 januari 2013 om 17.37 uur weten dat de jongen van de weg is gehaald en dat er een afspraak voor de volgende week zal moeten worden gemaakt. De papieren van de aanhouding van [deelnemer 3] worden op 3 juni 2013 in de woning van verdachte en [medeverdachte 1] aan de [adres 1, huisnummer X II] te Amsterdam gevonden. 1.3. De handel in verdovende middelen van lijst 1 OW Op 1 april 2012 zitten [verdachte] en [medeverdachte 1] samen met twee NN-mannen (NN) in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: He, he, ja ik had ze weggebracht, maar ze wouden ze niet opsturen, omdat ze zeiden dat er te weinig M in zat. [medeverdachte 1]: Ja. NN: 120 dat ie zegt, he, d’r zit, d’r moet toch 96 inzitten, het was 87 puur. Dan zouden ze op 110 komen. [verdachte]: (…) Die gozer van <[persoon 33]? zei d’r zit te weinig in <?> er zit wel M in, sowieso. NN: Nee, die andere was <?> duurder <hij is> ook naar [persoon 33], die zei dat er 87 in zat (…) D’r hoort 96 in te zitten. NN: 200.000 voor de katse kut. En iedereen… <?> ik had die roze <?> 120. Ze vinden de- iedereen die die roze mee heb gehad. Op 23 april 2012 zitten [verdachte] en een NN-man (NN) in de auto en voeren zij het volgende gesprek: [verdachte]: Oh ja, want [persoon 8] was er vandaag <?> NN: Wie [persoon 8]? [verdachte]: (…) Ja, die kwam effe 10 <?> 10 snoepies halen. Op 9 mei 2012 zitten [verdachte] en [medeverdachte 1] samen in de SsangYong. Vervolgens komt er een man aanlopen (NN) en voeren zij het volgende gesprek: NN: Ehm iemand vraagt me hier voor tussen de <50> en de 100.000 snoepjes. Maar het moeten er 140 zijn. Wat is de prijs dan? [medeverdachte 1]: Eh ik denk dat je dan op eh <70, 80> cent zit. NN: <70, 80> c… Op 140 <dus>? [medeverdachte 1]: Ja, op 80 cent dan. NN: 80 cent? [medeverdachte 1]: Ja, of toch eh… Nou <?> de 80 cent. <?> nou 34 of zo 35? [verdachte]: Ja, ja, zoiets. [medeverdachte 1]: Nou, dan moet je <door rekenen dus>. Ehm anders sms ik het je morgen eventueel (…) Of eh kan ik effe het lijstje kan ik het effe nakijken, weet je. NN: Van 140 tot 180. [medeverdachte 1]: is goed. [verdachte]: Moet je alleen wel effe wel iets aanbetaling doen, weet je. NN: Nee, nee, sowieso. Die komen gelijk met geld eh. 1.4. De handel in en exploitatie van verdovende middelen van lijst II OW Op 16 oktober 2011 zitten [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de Fiat Punto. Zij voeren het volgende gesprek: [medeverdachte 1]: Nou dan heb je een rooitje per maand. Om de drie maanden oogsten, 3 rooitjes. (…..) [medeverdachte 3]: Jawel man <1284> planten man. [medeverdachte 1]: Ja. Nou, daar komt geen ton uit hoor (…) 15 tot 20 kilo is wat d’r uitkomt. Maar je moet er ook, ook bij stil staan, als je 1300 plantjes hebt <?> In ieder geval 1300 maal 3 euro (…) Weet je wat het is, het is nu gewoon effe, effe rust houden. [verdachte]: Zwanger ook ben je. [medeverdachte 1]: Maar bui-buiten dat ik zwanger ben. Weet je wat het is, ik ken het moeilijk nu (…) Met jou gaan doen <?> (…) Weet je wat het is het beste voor ons is nu gewoon totaal iemand die niets met voetbal te maken heb (…) Een zware onbekende. Op 9 maart 2013 stuurt [AB] Ok een sms-bericht naar [verdachte]: ‘Kan je wat met hasj? Pakistaan 46 kg voor 850 p kg’. Op 17 maart 2012 zit [medeverdachte 1] met NN-man die zij ‘[persoon 9] noemt in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [persoon 9]: 2.40 bij 1.20 zou je d’r eventueel ook wel, als het uitkomt, nog eentje naast kunnen zetten die je iets later opstart. [medeverdachte 1]: Precies. (….) [persoon 9]: Ik had wel beneden bij die wc eh weet je wel. Had ik ook 2.40 bij eh 1.20 (…) Maar d’r was maar één, één lat die je open kon maken aan de voorkant. En aan de zijkant, dan elke kant, twee van die latten. Maar had ik wel vier keer 600 Watt in. [medeverdachte 1]: nou, ik moet wel zeggen waar ik wel weer naar uitkijk, zeg maar, weet je (…) is zo’n dagje knippen met z’n allen. [persoon 9]: Ja, ja, is altijd bloedgezellig, ja. (…..) [medeverdachte 1]: Toen bij die [persoon 10], man <?>. Had ie gewoon effe een 500 liter vat effe laten knappen <?> (…) Kwam ik daar aan stond ik tot m’n enkels in het water. Effe bij de buren, wasmachine weet je. Nou, die deden gelukkig niet moeilijk (..) Ja, voor hetzelfde geld bellen ze de brandweer. (…..) [medeverdachte 1]: (…) net drie hokken van me gepakt. Dat is ook heel raar, die werden ook zo raar opgepakt (…) en die waren ook gewoon dichtgetimmerd. (…) Toen heb ik twee kamertjes daaro zeg maar ingebouwd. Er woonde ook voor de rest niemand. Toen dacht ik van, nou, weet je wat, ik ros hem gewoon één keer vol (…) toen werd ik op een gegeven moment getipt dat ze een inval gingen doen. Wij hem leeg gehaald (…) Ja, helemaal ziek van weet je. Het begon d’r net een beetje op te lijken. Woning ontruimen. Wij alles netjes in verhuisdozen gedaan, de hele teringzooi meer (…) Wat doet die ouwe maf van die [persoon 11] (…). Alles zit netjes ingepakt op die galerij, weet je, dat het allemaal niet opvalt (…). Die komt zo aanrijden, rost ie ‘m zo de stoep op. (…) Ja, goedemiddag, bij die [persoon 10] zo, bij die auto, goedemiddag recherche (…) en ik echt, het zweet brak me uit. Alles stond nog in die <galerij>. Op 31 maart 2012 zit [verdachte] met een NN-man in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: NN: Ik heb iemand dan ken je, ken je één of twee tentjes neerzetten. [verdachte]: <?> ik heb, ik heb nog een tentje, ik heb nee, ik heb <?> weer een tentje terug gekregen. Ik heb hem zo staan. NN: Ja, maar je hebt grote, kleine, weet ik veel. [verdachte]: Moet, moet je zo, moet je zo effe met [medeverdachte 1] praten, kunnen we zo neerzetten hoor. NN: Als je die jongen 2,5 meier in de maand geeft of zo. [verdachte]: Ja, dat, dat ligt, ligt <moet je zo even aan [medeverdachte 1] vragen> ligt eraan of die grote of die eh hoe heet het. NN: ja, hij heb ruimte genoeg zegt ie [verdachte]: … Alleen ik ken t niet bijhouden (…) Kijk en voor jullie is ook kut, jullie kunnen d’r ook niet elke dag heen. Op 26 april 2012 zitten [verdachte] en [medeverdachte 1] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: Dus hij had een <stukkie> meegenomen zit er gewoon een klein beetje schimmel in. (…) [medeverdachte 1]: Kijk, vaak zit er in, alleen in die grote toppen, dus in die grote stukken. [verdachte]: Ik kan er wel om janken, [medeverdachte 1] (…) Ik zie het nog gebeuren dat het helemaal naar de kloten is en ik m’n geld nog geen eens terug krijg. Ik heb me helemaal kapot gewerkt <?> gekost. [medeverdachte 1]: Ik ga het niet opentrekken, omdat het een grote top was. [verdachte]: Oké. Maar kan het ook zijn dat het nat blijft, dat het beschimmeld is? [medeverdachte 1]: Eh in principe niet (…) Nou, als eh als er een schimmeltje is, schimmel droogt ook in. [verdachte]: Ja? [medeverdachte 1]: Waarschijnlijk hebben die gasten het gewoon niet eh, eh helemaal in het donker en met, met, met een afzuiger. (…..) [medeverdachte 1]: Wat voor gasten zijn het eigenlijk? [verdachte]: Nou, zo’n Volendammer is het, zo’n eh stukadoor of zo. [medeverdachte 1]: Nou, het zal wel een maffe junk zijn. Dus effe weer een beetje geld kan ie weer nieuw dingetje neerzetten. (…..) [verdachte]: Wat een ellende (…) Want ja, eh die schimmel <wil natuurlijk niemand kopen>. Op 3 mei 2012 zitten [verdachte], [medeverdachte 3] en NN-man (NN) in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: Nee, ik kon niet jongen, ik zat met 9 kilo wiet in m’n maag. Ja, ja, ja. Is niet te slijten man, alles zit vol. (…) Nee, nee. Nee, het is nou, het is nou wel weg en ik zat, hoe heet het, weet je wat er is, ik zal er zelf voor 1/3 in. Dus ik kon niet… Want die andere gasten wouden het heel graag verkopen. Op 12 mei 2012 zitten [medeverdachte 1] en [persoon 3] in de auto. Zij voeren het volgende gesprek: [medeverdachte 1]: Het schijnt dat die eh dat die lampen (…) nog wel een stukkie eh van eh van de planten af zijn, he? Of niet? [persoon 3]: Maar die heb ik vorige week hoger gehangen. [medeverdachte 1]: Oké, maar ze konden dus nog hoger? Want daar gaat het om, want anders moet ik die tafel effe verlagen (…) Ja, want het gaat waarschijnlijk nog wel groeien die dingen. (…..) [persoon 3]: Hm. Maar hij krijgt er volgens mij zelf nou ook wel een beetje aardigheid in, die [persoon 13]. [medeverdachte 1]: Ja, ja, ja. Nou… Hij krijg er geen aardigheid in, hij ziet dat het groeit en het goed gaat (…) Ik heb hem gewoon wat dingen uitgelegd hoe die dat moet doen. (…..) [medeverdachte 1]: Maar die blauwe meter? Deed die het eh deed die het goed nou? [persoon 3]: En die <?> die was eruit gehaald, maar dat pompje <hebben we weer> terug gezet door de modem, dat eh dat circulatiepompje. [medeverdachte 1]: en jij had ook nog die emmers water bijgevuld waarschijnlijk? (….) [medeverdachte 1]: Kijk <het is niet zo heel veel, misschien twee lampen vervangen> (…) is 50 euro per lamp [persoon 3]: Zeg maar eh, eh, eh, eh een meier, een meiertje per oogst. [medeverdachte 1]: <?> ander-anderhalve meier per oogst. Als het voertuig stopt bevindt het zich in de buurt van de [adres 3] en de [adres 6] in Zaandam. Met ‘[persoon 13]’ in het gesprek wordt [persoon 13], volgens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegeven ingeschreven op de [adres 14] te Zaandam, bedoeld. [persoon 13] is de eigenaar van voornoemde woning. Op 12 mei 2012 omstreeks 15.49 uur voeren [medeverdachte 1] en een NN-man (N) het volgende gesprek: N: <?> he [persoon 13]. Ja. (….) [medeverdachte 1]: Heel veel, heel veel contact met hem. N: Ja, dat ie wat relaxter is nou weet je wel. Want ik vind, vind, vond hem in het begin een beetje gespannen. [medeverdachte 1]: Ja, ja, was ie ook. Maar toen ik het ei-ei-eigenlijk helemaal had ingebouwd daar (…) weet je dat het gewoon echt goed stond. N: Kijk, want… Ja, ja, ja als ie natuurlijk met eh groeien. [medeverdachte 1]: Ja, hij ziet het geld er al aan hangen (…) Ik zei al tegen hem, ik zeg ja, je moet er ook wel rekening mee houden, ik zeg, dat eerste de kosten d’r nog af moeten (…) ik zeg, dus de eerste keer verdien je geen moer (…) Dan gaat het lopen (…) Wat hij normaal gesproken per maand aan gas en licht betaalt (…) wat je verbruikt. Kijk <het is niet zo heel veel, misschien twee lampen vervangen>. Dat is 50 euro per lamp. (…..) N: Zeg maar eh eh eh een meier, een meiertje per oogst (…) Ja. Nou laten we zeggen 150. [medeverdachte 1]: <?> ander-anderhalve meier. N: anderhalve meier per oogst. [medeverdachte 1]: Zit je, ziet je goed. Op 3 maart 2012, 17 maart 2012, 24 maart 2012, 14 april 2012, 28 april 2012 en 1 mei 2012 zit [medeverdachte 1] in de SsangYong en peilt de auto uit in de buurt van de [adres 3] en de [adres 6] te Zaandam. Op 18 november 2012 wordt in de woning aan de [adres 14] te Zaandam diverse goederen aangetroffen die worden gebruikt bij het vervaardigen van softdrugs. In de op 3 juni 2013 onder [medeverdachte 1] in beslag genomen Iphone4 is in de ‘notes’ een bestand opgeslagen met als onderwerp ‘kweken op steenwol’. In deze tekst wordt per dag omschreven hoe planten/stekken gekweekt moeten worden. 1.5. Onderhouden van (telefonische) contacten binnen de criminele organisatie [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn al tien jaar samen en hebben een zoontje. Bij de rechter-commissaris verklaren [verdachte] en [medeverdachte 1] dat zij [medeverdachte 4], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] kennen. [medeverdachte 4] heeft geen op naam gestelde telefoon, telefoneert met een prepaid telefoon en wisselt diverse malen van telefoonnummer. In de periode van 26 december 2012 tot en met 25 mei 2013 heeft hij minimaal 210 keer telefonisch contact met [verdachte]. [medeverdachte 4] blijft met vier wisselende nummers contact zoeken met wisselende nummers van [verdachte]. Verder heeft [medeverdachte 4] ook telefonisch contact met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. [deelnemer 8] maakt gebruik van vier verschillende telefoonnummers en heeft met deze telefoonnummers in totaal 207 keer contact met telefoonnummers van [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres 12] te Kalmthout worden 39 mobiele telefoons in beslag genomen en in de auto van [medeverdachte 1] worden tijdens de aanhouding vijf mobiele telefoons aangetroffen. Ook bij van [medeverdachte 2] worden tijdens de doorzoeking in zijn ouderlijke woning aan de [adres 4] te Zwolle zes mobiele telefoons in beslag genomen en in zijn woning aan de [adres 2] worden drie mobiele telefoons in beslag genomen. Op 9 april 2013 wordt [medeverdachte 4] gebeld door [verdachte]: [medeverdachte 4]: Ja, je wa- je was wat vergeten. Die eh… [verdachte]: Ja. Ja [medeverdachte 4]: …Die kauwgoms [verdachte]: Ja, ja, ja. [medeverdachte 4]: Die snoepjes. Op 16 april 2013 om 17.10 uur stuurt het telefoonnummer dat bij de vriendin van [medeverdachte 4], [vriendin van medeverdachte 4], in gebruik is een sms-bericht naar [verdachte]: ‘Hey kan je morgen die kaartjes meenemen tegen herenveen. Thuis 50 kaartjes ze gaan toch mee die jongens voor Vak 120 ze betalen gelijk’. Vervolgens wordt met de telefoon, die in gebruik is bij [verdachte], een sms-bericht teruggestuurd met de tekst: ‘Ok’. Op 28 mei 2013 belt [medeverdachte 2] met [medeverdachte 4]: [medeverdachte 4]: He, hé, eh, eh 5000 euro. Kan ik dat van je, van je lenen of niet? [medeverdachte 2]: Van me lenen? [medeverdachte 4]: Ja, je begrijpt wat ik bedoel toch? Niet lenen, maar eh… [medeverdachte 2]: Oh dat eh… Ja, nee… [medeverdachte 4]: Niet lenen, maar… [medeverdachte 2]: Ja, ja. Nee, op dat moment eh ik heb dat op dat moment niet. Ik krijg pas volgende week. Op 28 mei 2013 stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar [verdachte]: ‘He wie is big op de telefoon smst in het duits’. [verdachte] reageert met: ‘die hongaaren voor snoepjes mocht je tekort hebben kan [persoon 14] bij springen’. [medeverdachte 1] stuurt hierop een sms-bericht: ‘OK, maar is kort dag wil het vanavond 5000 en ik ben al bijna in Amsterdam’. 1.6. Voertuigen in gebruik bij de criminele organisatie Van 31 augustus 2010 tot 8 maart 2011 staat een bromfiets met het [kenteken 3] op naam van [medeverdachte 1]. Van 8 maart 2011 tot 23 november 2011 staat de bromfiets op naam van haar zwager [persoon 15]. Op 23 november 2011 wordt de bromfiets op naam van [deelnemer 2] geschreven. Op 23 december 2011 is [deelnemer 2] naar de politie gegaan en heeft hij verklaard dat hij een dealer is en wil worden aangehouden. Vervolgens haalde hij een zakje met 50 roze pillen uit zijn zak. Op 6 november 2012 wordt een e-mail aan [emailadres 1] gestuurd vanaf het e-mailadres [emailadres 2] over de verzekering van de Peugeot met [kenteken 3]. De e-mail wordt ondertekend met ‘Groetjes [medeverdachte 1]’.Op 18 april 2012 is [persoon 16] de bestuurder van de bromfiets met [kenteken 3]. Op 30 januari 2013 is [deelnemer 5] op heterdaad aangehouden op voornoemde bromfiets toen hij 46 wikkels cocaïne bij zich droeg. Ook op 9 januari 2013 en 15 februari 2013 rijdt [deelnemer 5] op voornoemde bromfiets. Op 3 juni 2013 wordt tijdens de doorzoeking aan de [adres 1, huisnummer X II] te Amsterdam het kentekenbewijs deel 1a en deel b van deze bromfiets aangetroffen. Op 17 december 2013 wordt het kentekenbewijs van deze bromfiets en een acceptgirokaart voor de betaling van de verzekering op naam van [medeverdachte 1] aangetroffen bij [deelnemer 8]. De Fiat Punto met het kenteken [kenteken 1] stond van 6 juli 2011 tot 3 februari 2012 op naam van [medeverdachte 1] en is op 3 februari 2012 op naam van [deelnemer 7] geschreven. Op 27 november 2012 belt [medeverdachte 1] met de [autogarage] (B): [medeverdachte 1]: Hoi, goedemiddag. Hoi, je spreekt met [medeverdachte 1]. Hé, een klein vraagje, he. Mijn Fiat eh staat bij jullie. [autogarage]: Ja, dat klopt. [medeverdachte 1]: Eh is het goed als ik die morgen in, in de loop van de ochtend effe ophaal bij jullie? [verdachte] gaat op 28 november 2012 om 15.40 uur de [autogarage] binnen en zit om 15.44 uur als bijrijder naast NN-man als bestuurder in de Fiat Punto met kenteken [kenteken 1]. [deelnemer 4] rijdt op 11, 12 en 31 oktober 2012 en 28 november 2012 in de Fiat Punto en wordt samen met [persoon 17] op 29 januari 2013 op heterdaad aangehouden in de Fiat Punto in het bezit van cocaïne. Ook [persoon 18] rijdt op 28 november 2012 en 6 december 2012 in de Fiat Punto. [deelnemer 7] wordt niet in de auto waargenomen. [deelnemer 7] verklaart dat iemand anders de auto gebruikt en hij een geldbedrag krijgt. Van [deelnemer 2] krijgt hij geld om de bekeuringen te betalen. In de woning aan de [adres 12] wordt een aankoopovereenkomst van de Fiat Punto aangetroffen, de documentatie van de [assurantiekantoor 1] dat de Fiat Punto op naam van [medeverdachte 1] is verzekerd en een factuur van de [autogarage]. In de woning aan de [adres 1, huisnummer X II] worden drie CJIB boetes op naam van [deelnemer 7] van de Fiat Punto aangetroffen. 1.7. De werknemers binnen de criminele organisatie Op 27 oktober 2011 zit [verdachte] samen met [persoon 4] in de Fiat Punto. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: Jij hebt ook je werktelefoon bij je, he? [persoon 4]: Ja. [verdachte]: Zeker weten? Niet dat ie daar… [persoon 4]: Ja. Nee, honderd procent, honderd procent. [verdachte]: Oké <?> in je zak. [persoon 4]: Ik heb alles gecheckt. Op 20 oktober 2011 zitten [medeverdachte 1] en een NN-man (N) samen in de Fiat Punto, waarbij [medeverdachte 1] onder meer zegt:: Ik werk alleen maar met vijf of zes mensen die al 10, 20 jaar ken. Op 18 januari 2012 zitten [medeverdachte 1] en [verdachte] in de SsangYong en voeren het volgende gesprek: [verdachte]: Oh ja, we moeten ook effe het geld natuurlijk effe op die rekening zetten. [medeverdachte 1]: Ja, moet je morgen effe doen, he. [verdachte]: ik ben morgen ergens anders. Moeten we [persoon 11] effe laten doen dan. [medeverdachte 1]: Kijk, want ik doet liever morgen op het laatste moment. (…..) [verdachte]: Maar ik vraag me altijd af, ken je dat wel pinnen zo’n groot bedrag? [medeverdachte 1]: Bij eh winkels (…) gewoon bij een eh bij een geldautomaat. Kun je bij een andere bank zeg maar maar 250 euro per dag pinnen en bij je eigen bank 500. [medeverdachte 1]: en als je nou <vroeg> in de winkel bent, weet je (…) Je wil iets kopen of zo, dan kan je geloof ik iets van eh 7- 8000 euro pinnen. Op 17 maart 2012 zitten [medeverdachte 1] en [persoon 3] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [medeverdachte 1]: Weet je wat het nou gewoon is. We werken nou gewoon m-m-m-met B-categorie mensen (…) [persoon 11] die krijg je niet te pakken of die neemt niet op of die is er gewoon weer niet. En die <[persoon 19]> die is nou met stage ook bezig (…) Maar die [persoon 10] man, die loopt ook <?> [persoon 3]: Maar wie is die [persoon 10] dan? [medeverdachte 1]: [persoon 10] (…) Moet ie een auto hebben, moet ik dan ja op zeggen (…) waarom die niet met de scooter gaat (…) Echt. Het zijn vermoeiende gasten jongen. [persoon 3]: Ja. [medeverdachte 1]: maar ook eh bijna allemaal totaal geen, geen, geen zelf initiatief (…) Zoals gisteravond ook, de telefoon is één keer gegaan. <?> ik zeg, oké. Ik zeg, wat is dat nou? (…) ik zei tegen [verdachte] <?> stad wel effe in, ga gewoon even naar plekjes weet je <?> (…) Nou, toen is die [persoon 19] uiteindelijk maar effe meegegaan. Effe een rondje <stad> gedaan. (…) Kom je toch weer een paar mensen tegen. (…..) [persoon 3]: [persoon 31] is wel serieus of toch…? [medeverdachte 1]: Nee (…)Betrouwbaar nul komma nul. Hij zet gewoon ’s nachts z’n telefoon uit of hij geeft ‘m aan z’n buurjongen (…) die gozer die kent al die klanten niet. Op 18 maart 2012 zitten [verdachte] en [medeverdachte 1] samen in de SsangYong en voeren het volgende gesprek: [verdachte]: <Leuk> Is dat [persoon 11] niet meer in die schuldsanering zit, kan die ook makkelijk een auto op z’n naam eh… (…..) [medeverdachte 1]: Nee, tenzij ze beslag <?> leggen (…) Snap je? Daar gaat het meer om. Dat ding dat nemen ze gewoon in beslag. Op 21 april 2012 zit [verdachte] met een NN-man (NN) in de SsangYong en voeren zij het volgende gesprek: [verdachte]: Rot op man. Ah jongen, daarom zeg ik, goed personeel jongen als je dat hebt (…) Het is gewoon wegbrengen jongen. Dat is toch niet zo. (…) Ik kan wel janken met die gasten. (…..) [verdachte]: Ja, dat is het, het is geen domme jongen of zo hoor. NN: Nee? [verdachte]: Nee, helemaal niet eigenlijk, maar <?> weer. NN: Ja, dat eh d’r valt toch ook niet te werken met hem weet je. [verdachte]: Nee. <?> bij gebrek aan beter (..) Ja, dat <vind ik> ik zit, ik zit…Ja, ik zit, ik zit echt met derdegraads mensen jongen. De ene is <een goeie gast> die is elke dag pas om 5 uur wakker. Daarvoor kan ik hem niet bereiken. Op 22 april 2012 zitten [medeverdachte 1] en [verdachte] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 1] of het druk was in het honk. [medeverdachte 1] zegt van niet. Allemaal van die kneuzen waar je niets aan hebt. [medeverdachte 1] zegt dat ze er wel een paar naar toegestuurd heeft en dat op een gegeven moment [persoon 20] (fon.) uit Mijdrecht zich er ook mee ging bemoeien. [medeverdachte 1] zegt dat hij zo opvallend bij de wc staat. Als je opgepakt wil worden. Ik tegen hem gezegd dat hij wel een beetje op moet letten. [verdachte] vindt het niet zo erg, maar [medeverdachte 1] legt aan [verdachte] uit dat diegene niet alleen bij het toilet blijft staan, maar dat hij erin en eruit gaat en dat dat niet goed is. Op 25 april 2012 zit [verdachte] met [medeverdachte 3] in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: Maar eh ik eh ik kan eigenlijk niet rekenen op zo’n jongen weet je. [medeverdachte 3]: Nee, nee. [verdachte]: Het is ellende man. Zoals vandaag ook weer. Heb je die [persoon 16] <?> werkt. [medeverdachte 3]: Doet ie ook wat dan? [verdachte]: Ja <?> is helemaal niks man. [medeverdachte 3]: [persoon 16] kan het niet? [verdachte]: Nee, is gewoon een kneus man. [medeverdachte 3]: Kneus in welk opzicht? [verdachte]: Ja, gewoon met alles. De eerste dag dat ie al eh had gereden, zat er allemaal schade op die scooter. (…..) [medeverdachte 3]: Weet je wat het is als je [persoon 4] belt en je belt [persoon 11], [persoon 4] altijd 10x trager [verdachte]: dat zit er niet in bij [persoon 4] (…) eigen initiatief…al die tijd maar 1x zelf initiatief genomen. Of zelf eens schemaatje maken wat moet ik doen of zelf eens naar iemand toe gaat… of dat nummer een beetje verspreiden. Op 25 april 2012 zitten [verdachte] en [medeverdachte 3] in de auto: [verdachte]: Hebben jullie nog extra of is dit alleen de bestelling? [medeverdachte 3]: Ja. [verdachte]: Of anders desnoods 50 of 100 weet je. Ja, toch niet te gek. [medeverdachte 3]: En wat eh wat zit hier voor mij in dan? Of dat is eh… [verdachte]: <toch heb ik eh> gister uitgelegd. [medeverdachte 3]: Ja. <Inhalig he>. Op 12 mei 2012 zitten [medeverdachte 1] en [persoon 3] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [medeverdachte 1]: Nou ja, we hebben eigenlijk alleen [persoon 11] die hier werkt. Nou ja, die functioneert ook op half 11. Die snapt ook de rest niet. En <[persoon 10]? Werkte twee avondjes in de week, maar die is ook weg. (…..) [persoon 3]: Nee, maar dat, maar dat, dat, daar zat ik met [verdachte] al over, je, je vist eigenlijk… Ja, dat eh… Dan moet je dat allen, bij, van te voren af inkoop leren. Je hebt natuurlijk allemaal types die zitten d’r zelf aan. [medeverdachte 1]: Ja, nee, dat, dat, dat, dat, dat, snap ik voor de rest wel. Maar weet je wet ook is, nou ja, die [persoon 11] die doet het nou maar eh… Weet je wat ook is, ze snappen dus gewoon niet, kijk we betalen gewoon die mensen <?? (…) Het is nu gewoon hup ja, die heb, daar krijg je gewoon een percentage voor. [persoon 3]: Ja, je wordt gewoon nou per pakkie betaald? [medeverdachte 1]: Ja. Op 20 januari 2012 koopt [medeverdachte 1] de SsangYong met het kenteken [kenteken 2] bij [Autobedrijf] voor een geldbedrag van € 9.700,-. Dit bedrag is in twee delen betaald, namelijk in € 4.925,- aan contant geld en € 4.774,59 met een mastercard, die op naam staat van [deelnemer 4]. De bankrekening van [deelnemer 4] is gevoed met een overboeking van de ABN Amro bankrekening van [medeverdachte 3]. De rekening van [medeverdachte 3] is gevoed met een contante storting om deze overboeking mogelijk te maken. De saldi op alle gebruikte bankrekeningen zijn niet toereikend voor het uitvoeren van de transacties zonder opwaardering van de saldi door de voorgaande stap. Ook de vliegtickets van [medeverdachte 1], [verdachte] en zoon [zoon van verdachte] van 7 januari 2013 tot en met 19 januari 2013 naar Las Palmas zijn online betaald met een creditcard van [deelnemer 4]. [medeverdachte 3] betaalt middels poststorting op 29 november 2012 € 2.000,-, op 28 december 2012 € 2.000,- en op 28 maart 2013 € 2.000,- ten behoeve van de huur van de woning aan de [adres 12] te Kalmthout en op 26 april 2013 € 274,17 ten behoeve van [energiebedrijf], in opdracht van [medeverdachte 1]. Op 14 en 15 december 2012 wordt vanaf de internetaansluiting van de [adres 1, huisnummer X II] te Amsterdam gezocht naar bedrijfsruimten en loodsen. Bij de zoekslagen op Marktplaats wordt gebruik gemaakt van het e-mailadres [emailadres 2]. Op 16 april 2013 belt [medeverdachte 4] met zijn vriendin en spreekt [medeverdachte 4] over het feit dat hij op zoek is naar een loods waar een vrachtwagen in kan. Er wordt gesproken over een loods aan de [adres 10]. Op 22 april 2013 rijden [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] naar een loods-verzamelgebouw dat is gelegen aan een zijstraat van de [adres 10]. Op 22 mei 2012 belt [medeverdachte 4] met [persoon 21] en zegt dat hij op zoek is naar een loods voor een vriend waar een vrachtwagen in kan van 4 meter breed en 4 meter hoog. 1.8. Het incasseren van schulden door de criminele organisatie Op 23 april 2012 zit [verdachte] met NN-man (NN) in de SsangYong en voeren zij het volgende gesprek: [verdachte]: Nou kijk, weet je wat wel een voordeel is <?> met al die bedragen die openstaan. Ik heb heel veel mensen om te blijven werken, snap je. Of je geeft geld of je gaat werken, dus eigenlijk heb ik nou al <?> jarenlang gezien <?>. (…..) [verdachte]: ik heb zelf nog 2 dames Rolexen, 1 Cartier, 1 Pasha. NN: Gestolen? [verdachte]: Nee, als ik van mensen geld krijg en ze hebben geen geld dan pak ik zo’n klok af. In de woning aan de [adres 12] te Kalmthout zijn verschillende administratieve lijsten aangetroffen en in beslag genomen. In de woonkamer zijn diverse kopieën aangetroffen met hierop namen en getallen. Deze vijf pagina’s tellende lijst is rechtstreeks gekopieerd uit het onderzoek [onderzoek C]. Op de kopieën zijn met rode pen diverse correcties aangebracht. Achter deze administratie zijn twee pagina’s aangetroffen, die met de programma’s ‘Word’ en ‘Excel’ zijn gemaakt. In de woning aan de [adres 12] wordt nog een digitaal vervaardigde lijst aangetroffen, die overeenkomt met voornoemde lijsten, maar ook op veel namen en getallen afwijkt. In totaal staan er 105 namen op deze lijst met een bij elkaar opgeteld bedrag van € 251.480,90. Op de pagina’s met instructies staan 22 nummers vermeld. [deelnemer 8] heeft met 21 van de 22 nummers belbewegingen gehad. Op 25 maart 2013 worden door [deelnemer 8] diverse sms-berichten verstuurd naar het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] over zijn werkzaamheden. Op 29 maart 2013 stuurt [deelnemer 8] een sms-bericht naar [medeverdachte 1] met de tekst: ‘[persoon 16] heeft de eerste keer bij die lange betaald en de tweede en de derde keer bij die andere [medeverdachte 4] net die tatoo in hals. Komt dus op 375’. Op 1 april 2013 stuurt [deelnemer 8] een sms-bericht aan [medeverdachte 1] met de inhoud: ‘Ok. Volgens mij kan ik beter sommige dingen met jou regelen. Die ander is zo druk dat ik bang ben dat hij dingen vergeet te schrijven. Op 17 december 2013 wordt [deelnemer 8] aangehouden. Tijdens een doorzoeking in het kantoorpand waar hij werkt wordt het kentekenbewijs van de bromfiets [kenteken 3] gevonden en een acceptgirokaart op naam van [medeverdachte 1] en de [adres 1, huisnummer X II]. Ook wordt een notitieblokje aangetroffen met daarop diverse namen, die ook op de in België aangetroffen administratie voorkomen. 1.9. De bijnaam van [verdachte] is ‘[bijnaam verdachte]’ Op 19 november 2012 belt [medeverdachte 3] met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 6]: [medeverdachte 3]: Nee, ik had eh ik was met eh zaterdag met [bijnaam verdachte] en [persoon 20] naar een housefeest in Hasselt met een paar gasten van Anderlecht (…) veel eh, eh van die bonnen hadden we of zoiets dergelijks. Dus eh ik zeg als je op die Belgen moet gaan wachten met die ene slokjes weet je wel eh steeds. Laten we dan direct gewoon zes bier tegelijk halen. Of tenminste dan drie voor [verdachte], drie voor mij en dan eh [persoon 20] met z’n, met z’n Baco. Op 29 november 2012 belt [medeverdachte 3] met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7]: [medeverdachte 3]: [bijnaam verdachte] is wel gecharmeerd van [persoon 22]. [persoon 22] is een beetje studentikoos, maar nergens bang voor. (…..) [medeverdachte 3]: [bijnaam verdachte] heeft graag dat soort types om zich heen. In een telefoongesprek tussen [medeverdachte 3] en [persoon 20] op 7 december 2012 wordt meerdere malen ‘[bijnaam verdachte]’ genoemd. Tevens wordt door [medeverdachte 3] ook de naam ‘[tweede voornaam verdachte]’ benoemd en [persoon 20] noemt de naam ‘[verdachte]’ in hetzelfde gesprek. Op 17 april 2013 om 11.30.10 uur belt [medeverdachte 4] met [vriendin van medeverdachte 4]: [medeverdachte 4]: Hé ken jij effe [bijnaam verdachte] sms’en hoe laat ie, die d’r zo is? [vriendin van medeverdachte 4]: Dus wat moet ik sturen? [medeverdachte 4]: S- Hé ben je al in de buurt of eh weet je hoe laat je al eh hoe laat je hier bent? [vriendin van medeverdachte 4]: Oké. Ja. Doei, doei. Op 17 april 2013 om 11.30.55 uur wordt er een sms-bericht gestuurd tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 8] en het telefoonnummer [telefoonnummer 9]: ‘Weet je al hoe laat je hier bent? Gr’. Op 25 april 2012 zitten [verdachte] en [medeverdachte 3] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek: [verdachte]: anders [persoon 11] ff bellen, ze zijn aan knokken beneden…<nvt>…café. [medeverdachte 3] belt [persoon 11]: Hey [persoon 11] ben je in het café? Ik geef je [bijnaam verdachte] even. [verdachte] aan de lijn: Ben je in café.. ben je druk op pad. Op 4 mei 2013 belt [medeverdachte 4] met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] (NN): [medeverdachte 4]: Hé, volgens mij is [bijnaam verdachte] opgepakt, ouwe. NN: [bijnaam verdachte]? [tweede voornaam verdachte]? [medeverdachte 4]: Ja. In Spanje. NN: Ja, dat meen je niet. [medeverdachte 4]: Hé, ik krijg die [medeverdachte 2] ook niet meer te pakken. Alles… Iedereen zo’n telefoon staat uit. Staat op teletekst eh Nederlandse bende opgepakt. (…) Want hij had daar een, een eh had daar een laboratorium is opgepakt, XTC-laboratorium. En eh hij liet eh mensen kweken daarzo, voor de Nederlandse markt allemaal. NN: Ik kom zo effe naar je toe. We gaan dit niet zo over de telefoon bespreken. 1.10. [medeverdachte 2] is de vervanger Op 18 december 2012 belt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] (NN1) met [persoon 23]: NN1: Hé, hoe is het? [persoon 23]: Eh redelijk. Met wie spreek ik trouwens. NN1: Ja, met die vervanger. [persoon 23]: Oh klopt. (…) Oh is die er niet? NN1: Hij is even weg, maar eh dat eh hij, hij ja, of je het met mij even wou afhandelen. Op 19 december 2012 belt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] (NN1) met [medeverdachte 4]: NN1: Hé. [medeverdachte 4]: Met wie spreek ik? NN1: Ja, je spreekt met die vervanger. [medeverdachte 4]: Hé, jongen. Hé, wanneer is ie, is hij er zelf? NN1: Eh als het goed is vandaag, vanmiddag. [medeverdachte 4]: Oh. [medeverdachte 1] ook? Op 11 januari 2013 belt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 11] (NN1) met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 12] (NN2): NN2: Ik spreek toch met [verdachte], he? NN1: Nee, die is even op vakantie. Je spreekt met die vervanger. NN2: Oké. O-oke’. Oké. Ja, dat dacht ik wel ja. Goed. Op 28 mei 2013 belt [medeverdachte 2] als gebruiker van het nummer [telefoonnummer 13] ([medeverdachte 2]) met [medeverdachte 4]: [medeverdachte 4]: Hé [medeverdachte 2], met [medeverdachte 4]. (…) Hé, hé, eh, eh 5000 euro. Kan ik dat van je, van je lenen of niet? [medeverdachte 2]: Van je lenen? [medeverdachte 4]: Ja, je begrijpt wat ik bedoel toch? Niet lenen, maar eh… [medeverdachte 2]: Oh dat eh… Ja, nee… [medeverdachte 4]: Niet lenen, maar… [medeverdachte 2]: Ja, ja, nee, op dat moment eh ik heb dat op dat moment niet. Ik krijg pas volgende week. (…..) [medeverdachte 4]: En weet je, wie, voor wie doet [bijnaam verdachte], [bijnaam verdachte] dat eigenlijk? (…) Je hebt het toch wel overgenomen? Hij zit nu alleen maar in het eh buitenland. [medeverdachte 2]: Ja, volgens mij wel. Maar ehm eh heb je morgen tijd? 1.11. Telefoon 39 is in gebruik bij [verdachte] Tijdens de doorzoeking aan de [adres 12] te België zijn op 3 juni 2013 39 telefoons aangetroffen en in beslag genomen. Een van deze telefoons is een Samsung telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer 14], telefoon 39. In telefoon 39 staat [persoon 6] met vier verschillende nummers bij de contacten opgeslagen: ‘[A]’ ([telefoonnummer 15]), ‘[A] Goed’ ([telefoonnummer 16]), ‘[A A]’ ([telefoonnummer 17]) en ‘[A A]’ ([telefoonnummer 18]). Tevens staat [AB] met vier verschillende nummers bij de contacten opgeslagen: ‘[AB]’ ([telefoonnummer 19]), ‘[AB] Goed’ ([telefoonnummer 20]), ‘[AB] Ok’ ([telefoonnummer 21]) en ‘[AB] Ok’ [telefoonnummer 22]). Van 23 mei 2013 tot en met 31 mei 2013 vindt de volgende sms-conversatie plaats tussen telefoon 39 en ‘[AB] Ok’: 39: ‘He heb je caustic soda een pallet.’ [AB] Ok: ‘Is dat er ook vloeibaar wat je vroeg?’ 39: ‘Nee zijn zakken is soort kristal.’ [AB] Ok: ‘Hoeveel wil je precies? 5 6 of 700.’ 39: ‘Doe maar 700’. 39: ‘Ben met ze aan het smse hoeveel zat er ook alweer in een zak’ [AB] Ok: ‘Geen idee heb gewoon 700 kg klaar laten zetten. [AB] Ok: ‘J wilt wel toch? Heb het al staan’. Op 3 juni 2013 is tijdens de aanhouding van [medeverdachte 1] telefoon P1 met het telefoonnummer [telefoonnummer 14] in haar auto aangetroffen. Er staat slechts één persoon opgeslagen in de contacten van de telefoon, namelijk ‘[A A]’. Dit is dezelfde naam als een van de contacten in telefoon 39. Op 23 mei 2013 stuurt ‘[A A]’ naar telefoon 39: ‘Zullen we gelijk nieuwe tel en kaart doen’. Daarna vindt, op twee smsjes na, geen contact meer plaats via telefoon 39 tussen de gebruiker van telefoon 39 en ‘[A A]’. Via telefoon P1 vindt een sms-conversatie plaats over 700 kilo caustic soda die ‘[AB] ok’ voor de gebruiker van telefoon 39 heeft besteld. De gebruiker van telefoon P1 stuurt naar ‘[A A]’: ‘Ja is voor die soda en is kut staat morge klaar voor ze die gast smst maar steeds voor de tyd morge en is 700 kilo volgens mij zat het per 10 kilo verpakt in een zak vorige x’. Ook wordt gestuurd ‘moet ie dat doen zit nu met 700 kilo in me mik a 5250 maar zondag ff praten want wiste de prys al 2 dagen terug’. De gebruiker van telefoon P1 neemt de sms-conversaties van telefoon 39 over nadat ‘[A A]’ suggereert een nieuwe kaart en tel te doen. Tijdens de aanhouding van [medeverdachte 1] wordt in haar auto telefoon P4 met het telefoonnummer [telefoonnummer 23] aangetroffen. Op 31 mei 2013 stuurt telefoon P4 naar telefoon 4: ‘Ok bedden zijn opgemaakt boven en heb met nog kippetjes gebakken staan in de keuken doen jullie zachtjes [zoon van verdachte] is er onrustig beetje ziek weer’. Op 31 mei 2013 smst de gebruiker van telefoon P4 het volgende naar de gebruiker van telefoon 4: ‘(…) en die [persoon 34] reageert niet meer en die [AB] ok blijft sms en van je neemt ze wel he heb ze staan pff’. Op 31 mei 2013 smst de gebruiker van telefoon P4 naar telefoon 4: ‘Ze willen ons m hebben kan dat voor 5 want vraag voor die takken ook 5 of is dat teveel heb zelf 44 betaald’. Dit sms-bericht staat ook in telefoon 4 voornoemd. Bewijsoverwegingen Criminele organisatie Volgens bestendige jurisprudentie (vgl. onder meer Hoge Raad 22 januari 2008, NJ 2008, 72 en Hoge Raad 2 februari 2012, LJN:BK5182) wordt onder een criminele organisatie een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één andere persoon verstaan. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon, om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met, alle personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds hetzelfde is. Ook is niet vereist dat het samenwerkingsverband steeds uit dezelfde personen bestaat of dat alle deelnemers elkaar kennen. Evenmin is vereist dat ten aanzien van alle deelnemers blijkt van een gestructureerde vorm van samenwerking met een of meer andere deelnemers van de organisatie. Wel moet worden vastgesteld dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had, waartoe het voorwaardelijk opzet onvoldoende is. De verdachte moet een aandeel hebben in het samenwerkingsverband dan wel moet de verdachte de gedragingen, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie, ondersteunen (Hoge Raad 3 juli 2012, LJN: BW5161). Voorts moet worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het deelnemen aan die criminele organisatie. Voldoende daarvoor is dat de verdachte in zijn algemeenheid wist dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft gehad. Niet is vereist dat de verdachte enige opzet heeft gehad op de door de criminele organisatie beoogde concrete misdrijven. De rechtbank acht op basis van de ten aanzien van feit 1 onder 4.3.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en tevens [deelnemer 2], [deelnemer 3], [deelnemer 4], [deelnemer 5], [deelnemer 7] en [deelnemer 8] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die als oogmerk het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 10a van de Opiumwet heeft gehad. Op basis van het dossier kan niet ten aanzien van alle verdenkingen van afleveringen van drugs worden vastgesteld dat daadwerkelijk drugs zijn afgeleverd, nu door de politie in sommige gevallen geen verdovende middelen zijn onderschept. Dit staat echter niet in de weg aan het oordeel dat het oogmerk van de criminele organisatie bestond uit het plegen van drugsdelicten, aangezien het immers gaat om het beoogde doel van de organisatie en niet zozeer om het gerealiseerde doel. Dat het oogmerk van de organisatie mede gericht was op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van verdovende middelen, leidt de rechtbank af uit de omstandigheid dat in België (al dan niet reeds gebruikte) grondstoffen voor de fabricage van synthetische drugs alsmede aanzienlijke hoeveelheden XTC/MDMA, cocaïne en amfetamine zijn aangetroffen en de handel in verdovende middelen zich voornamelijk in Nederland afspeelde. Nu de handel in MDMA (XTC), cocaïne en/of amfetamine onder feit 2 ten laste is gelegd, zal een deel van de handelingen (die tevens vallen onder het oogmerk van de criminele organisatie) onder dat feit nader worden uiteengezet. Verdachte heeft samen met de medeverdachten en de andere deelnemers een gestructureerd samenwerkingsverband gevormd en zij hebben ieder een aandeel gehad in de verwezenlijking van het oogmerk van de criminele organisatie dan wel ondersteunende gedragingen verricht die strekten tot, of rechtstreeks verband hielden met, de verwezenlijking van het oogmerk van voornoemde organisatie. De concrete rol van verdachte zal onder het kopje bewijsoverwegingen worden besproken. In deze zaak wijzen diverse elementen op het bestaan van een dergelijke criminele organisatie. Deze specifieke kenmerken, zoals onder meer het versluierde taalgebruik dat wordt gebezigd, het gebruik van voertuigen ten behoeve van de organisatie, de telefonische contacten tussen de deelnemers en de rolverdeling, zullen per onderwerp aan bod komen in dit vonnis. Versluierd taalgebruik In het dossier bevinden zich diverse verslagen van OVC-gesprekken, afgetapte telefoongesprekken en sms-berichten. Op basis van voornoemde communicatie kan worden vastgesteld dat door verdachte, de medeverdachten en de andere gespreksdeelnemers versluierd wordt gesproken. Sommige uitgewerkte OVC-gesprekken verschillen in dit opzicht van voornoemde communicatiemiddelen. De rechtbank heeft op basis van de uitwerkingen van die gesprekken de indruk gekregen dat de verdachte en de medeverdachten zich in de Fiat Punto en de SsangYong veiliger waanden en er niet op bedacht waren dat deze gesprekken werden opgenomen. Uit de in de auto’s opgenomen vertrouwelijke communicatie blijkt immers dat door de gespreksdeelnemers openlijker wordt gesproken over diverse drugsdelicten, zoals dit ook in de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 is weergegeven. Ten aanzien van het versluierde taalgebruik dat door de leden van de criminele organisatie veelvuldig wordt gebezigd in de afgetapte telefoongesprekken en in de verstuurde sms-berichten, merkt de rechtbank het volgende op. De inhoud van de gesprekken is voor een buitenstaander niet inzichtelijk, terwijl de gesprekspartners telkens precies lijken te weten waar de gesprekken over gaan. Zo wordt er binnen de criminele organisatie onder meer gesproken over ‘autobandjes’, kiezelsteentjes’, ‘snoepjes’, ‘aspirines’, ‘kauwgoms’ en ‘kaarten’. Op basis van de context van de gesprekken, en in sommige gevallen ook op basis van een latere aanduiding van drugs voor de versluierde begrippen of een bevestiging van een levering van XTC-pillen, kan worden vastgesteld dat het in voornoemde gesprekken niet om de daadwerkelijke goederen gaat die worden genoemd. Dat het in de gesprekken waar over ‘autobandjes’ en ‘kaarten’ wordt gesproken feitelijk niet om voornoemde goederen ging, maar om de bestelling en levering van XTC-pillen, zal onder feit 2 nader worden besproken. Verder wordt door de gespreksdeelnemers herhaaldelijk over prijzen en hoeveelheden gesproken, maar worden de hoeveelheden niet naar eenheden, kilo’s, euro’s en liters geconcretiseerd. In april 2013 wordt bijvoorbeeld over 180 ‘kilometer’ en de ‘huisnummers’ 80 en 125 gesproken, terwijl op basis van de in het dossier opgenomen verklaring van [deelnemer 6] – die eveneens nader zal worden uitgewerkt onder feit 2 – is komen vast te staan dat de getallen terugslaan op de sterkte van XTC-pillen. Verdachte heeft geen verklaring willen gegeven voor de gebezigde uitdrukkingen en heeft zich ten aanzien van het grootste deel van de OVC-gesprekken, verstuurde sms-berichten en afgetapte telefoongesprekken op zijn zwijgrecht beroepen. De rechtbank stelt vast dat verdachte en de andere deelnemers van de criminele organisatie de context van de gesprekken en hun taalgebruik op elkaar afstemden. Deze stelling wordt ondersteund door de diverse onder feit 1 uitgewerkte bewijsmiddelen. Verdachte heeft in verhullende taal gesproken om op die manier uit de handen van politie en justitie te blijven en de criminele organisatie te kunnen voortzetten. Gebruik van voertuigen De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van de Fiat Punto en de Peugeot bromfiets, de feiten en omstandigheden in deze zaak niet anders kunnen worden geduid dan een katvangersconstructie. Een katvangersconstructie is bedoeld om andere deelnemers en met name de leidinggevenden van de criminele organisatie buiten beeld te houden. Het is aannemelijk dat de Fiat Punto en de Peugeot bromfiets fungeerden als ‘bedrijfsauto’ en ‘bedrijfsscooter’ en door de diverse personen van voornoemde organisatie werden gebruikt voor het exploiteren van bedrijfsactiviteiten. Bevestiging voor een dergelijke lezing wordt gevonden in de onder dit feit uitgewerkte observaties, waaruit blijkt dat diverse deelnemers van de criminele organisatie worden geobserveerd in de Fiat Punto en op de Peugeot bromfiets. De rechtbank wordt gesterkt in haar overtuiging dat deze voertuigen ten behoeve van de criminele organisatie werden gebruikt, nu bij [deelnemer 4] en [deelnemer 5] verdovende middelen werden aangetroffen op het moment dat zij gebruik maakten van de twee voertuigen en derhalve daadwerkelijk kan worden vastgesteld dat de auto en de bromfiets werden gebruikt ter verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie, namelijk de handel in verdovende middelen. Tevens heeft medeverdachte [medeverdachte 3] bestellingen zwavelzuur met de Fiat Punto opgehaald. Alles in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat zowel de Fiat Punto als de Peugeot bromfiets werden gebruikt ten behoeve van de criminele organisatie. De rechtbank zal er in haar vonnis dan ook vanuit gaan dat, wanneer een van deze voertuigen wordt aangehaald in de bewijsmiddelen of wordt benoemd in een bewijsoverweging, het gebruik daarvan uit hoofde van de criminele organisatie is geweest. Contacten tussen de deelnemers binnen de criminele organisatie Op basis van de uitgewerkte bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat verdachte en de medeverdachten elkaar kenden en onderling contact onderhielden. Gebleken is dat verdachte samen met onder meer medeverdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] in de SsangYong en de Fiat Punto heeft gezeten. Tijdens deze ritjes werd gesproken over het ontwikkelingen van diverse plannen, die onder meer zagen op de productie van synthetische drugs en de handel in verdovende middelen. Verder kan worden vastgesteld dat verdachte met medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] contact onderhield over de verkoop en levering van XTC-pillen. Deze transacties zullen onder feit 2 nader worden uitgewerkt. Op basis van diverse observaties, OVC-gesprekken en tapgesprekken kan tevens worden vastgesteld dat de verdachte en de medeverdachten ook contact hadden met de andere deelnemers binnen de organisatie. De rechtbank wijst daarbij op de contacten van verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met [deelnemer 8], het contact van medeverdachte [medeverdachte 2] met [deelnemer 3] ten aanzien van het vervoeren van cocaïne naar België en het contact dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] onderhielden met [deelnemer 5]. De rechtbank stelt derhalve vast dat verdachte en de medeverdachten onderling veelvuldig – al dan niet direct – contact onderhielden. Tijdens de contacten werd veel versluierd gesproken, zoals reeds is overwogen. Opvallend is dat de deelnemers aan dergelijke gesprekken elkaar er vaak op wezen dat bepaalde dingen beter niet over de telefoon konden worden besproken. Op basis van het dossier is bovendien komen vast te staan dat verdachte en andere deelnemers van de criminele organisatie beschikten over meerdere mobiele telefoons en/of frequent wisselden van telefoonnummer, maar elkaar telkens bleven vinden. Een dergelijke gang van zaken is kenmerkend voor het bestaan van een professionele criminele organisatie. ‘[bijnaam verdachte]’ als bijnaam van [verdachte] Gelet op de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen acht de rechtbank de verklaring van verdachte, dat zijn bijnaam niet ‘[bijnaam verdachte]’ is en de verklaringen van de medeverdachten dat zij hem nooit zo noemden, ongeloofwaardig. De rechtbank is daarom van oordeel dat wanneer in de bewijsmiddelen ‘[bijnaam verdachte]’ wordt uitgeschreven dit verdachte betreft. [verdachte] is de gebruiker van telefoon 39 Tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres 12] te België worden 39 telefoons aangetroffen. De rechtbank houdt verdachte verantwoordelijk voor deze 39 in beslag genomen telefoons. De verklaring van verdachte, dat een deel van deze telefoons afkomstig is uit het teruggegeven beslag in het onderzoek [onderzoek C] en hij een ander deel van de telefoons voor een vriend bewaarde, acht de rechtbank onaannemelijk. Verdachte heeft tevens ter terechtzitting verklaard dat een deel van deze 39 telefoons door hem gebruikt werd, maar heeft dit niet verder kunnen of willen specificeren. Ten aanzien van de telefoon met het nummer 39 merkt de rechtbank in het bijzonder op dat met deze telefoon nog in mei 2013 contact is geweest. Dit is een tijdstip dat ruim na het onderzoek [onderzoek C] is gelegen. Ook op basis van de onder feit 1 uitgewerkte tapgesprekken en sms-berichten kan volgens de rechtbank worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker is geweest van deze telefoon. Daar waar in het vonnis wordt gesproken over telefoon 39, of de gebruiker van telefoon 39, dient verdachte te worden ingelezen. [medeverdachte 2] als vervanger voor [verdachte] Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft in bepaalde perioden gebruik gemaakt van de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 11], die daarvoor door verdachte werden gebruikt en hij fungeerde op die momenten als de vervanger van verdachte. Op basis van de in de bewijsmiddelen uitgewerkte tapgesprekken op dit onderdeel, kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 2] de andere gesprekdeelnemers telkens snel duidelijk maakte dat zij met de vervanger spraken. Op de momenten dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] op vakantie waren, gaf [medeverdachte 2] aan dat de ander er niet was en dat ze het ook met hem konden regelen. Gelet op de tapgesprekken waarin [medeverdachte 2] zichzelf de vervanger noemt, acht de rechtbank bewezen dat hij gedurende bepaalde periodes waarnam voor verdachte. De rechtbank wordt daarbij gesterkt in haar overtuiging, nu medeverdachte [medeverdachte 4] tijdens een telefoongesprek met [medeverdachte 2] aan hem vraagt of hij ([medeverdachte 2]) het wel heeft overgenomen. Tevens zegt medeverdachte [medeverdachte 4] in een ander gesprek tegen een derde dat hij vermoedt dat ‘[bijnaam verdachte]’ in Spanje is opgepakt. Vervolgens wordt in één adem de voornaam van [medeverdachte 2] genoemd als een persoon die eveneens niet meer te bereiken is. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 2], bij afwezigheid van [verdachte], de continuïteit van de criminele organisatie waarborgde. Het maken van plannen Verblijfplaats in België Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn naar België verhuisd. Op basis van een OVC-gesprek van 11 maart 2012 stelt de rechtbank vast dat die verhuizing plaats vond (mede) met het doel om uit de handen van politie en justitie te blijven, althans ze in ieder geval te bemoeilijken in de opsporing. Deze verhuizing wordt door de rechtbank uitgelegd als het smeden van plannen ten behoeve van de uitvoering van de ten laste gelegde misdrijven door de criminele organisatie. Een dergelijke handeling is tekenend voor de professionele en geraffineerde wijze waarop verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1], als leidinggevenden van de criminele organisatie, te werk zijn gegaan. Vooronderzoek productie synthetische drugs Ten aanzien van het maken van plannen om de ten laste gelegde misdrijven te begaan, acht de rechtbank van belang dat via de internetverbinding aan de [adres 1, huisnummer X II] te Amsterdam diverse zoekslagen zijn gedaan naar onder meer grondstoffen van synthetische drugs, bedrijven die apaan leveren en de werking van een XTC-laboratorium. Voorts zijn in de woning aan de [adres 12] te Kalmthout diverse briefjes aangetroffen, die uitschrijven hoe verdovende middelen kunnen worden gemaakt en wat de benodigdheden hiervoor zijn. Opvallend is dat vervolgens door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] bestellingen van zwavelzuur en apaan worden gedaan, terwijl dit beide grondstoffen zijn die voorkomen in het vooronderzoek dat op internet wordt gedaan. Ook komen de betreffende stoffen voor op de briefjes die in de woning in België worden aangetroffen. Door medeverdachte [medeverdachte 3] worden niet nader toegelichte stortingen aan [persoon 5], de afzender van een onderschepte bestelling apaan, in China gedaan. In de woning aan de [adres 12] wordt vervolgens een briefje gevonden in de dressoirkast

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.