vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/541109 / HA ZA 13-509 Vonnis van 17 september 2014 in de zaak van [eiseres in conventie] , wonende te [plaats] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. M.H.R.N.Y. Cordewener te Amsterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOLLANDSEKIDS B.V., gevestigd te Hilversum, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. J.S. 't Hart te Rotterdam. Partijen zullen hierna [eiseres in conventie] en HollandseKids genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 11 september 2013, waarbij een comparitie van partijen is bepaald, het proces-verbaal van comparitie van 20 december 2013 met de daarin genoemde processtukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Hollandsekids is een franchiseorganisatie die de HollandseKids formule heeft ontwikkeld. De opzet van de HollandseKidsformule is het online publiceren van stedengidsen met daarop diverse kinderactiviteiten. 2.2. Op 31 januari 2012 hebben [eiseres in conventie] en HollandseKids een franchiseovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten, op grond waarvan HollandseKids aan [eiseres in conventie] voor de duur van vijf jaar het recht heeft verleend om de HollandseKids formule te gebruiken voor het gebied Zuid-Limburg. In artikel 10 van de overeenkomst is bepaald dat [eiseres in conventie] hiervoor eenmalig opstartkosten verschuldigd is ten bedrage van € 5.000,00 exclusief BTW en een jaarlijkse franchisevergoeding van € 0,02 exclusief BTW per inwoner van het gebied. De jaarlijkse franchisevergoeding dient per kwartaal bij vooruitbetaling te worden voldaan. 2.3. In artikel 4.7 van de overeenkomst is het volgende bepaald: "Franchisenemer erkent dat HollandseKids geen enkele omzetgarantie kan geven en hij zal HollandseKids dan ook nimmer aansprakelijk houden voor eventueel tegenvallende bedrijfsresultaten". 2.4. Ten aanzien van tussentijdse beëindiging is in artikel 11.1 aanhef en onder d het volgende bepaald: "HollandseKids en/of franchisenemer is gerechtigd deze overeenkomst met onmiddellijke ingang geheel of gedeeltelijk te ontbinden door middel van een aangetekend schrijven, indien: (…) d. Franchisenemer of HollandseKids zijn activiteiten feitelijk heeft beëindigd zonder dat de rechten uit deze overeenkomst rechtsgeldig aan een derde zijn overgedragen.". 2.5. HollandseKids heeft in haar powerpointpresentatie HollandseKids Franchise het volgende opgenomen: “(…) Uniek, beproefd concept (…) Lage investering, hoog rendement (…)”. 2.6. Op een tweetal overzichten die zijn afgedrukt op briefpapier van HollandseKids is te lezen “Gemiddelde omzet (…) € 58.350” en “Topomzet (…) € 102.600” (hierna: de omzetprognose). 2.7. Op 19 november 2012 heeft tussen [eiseres in conventie] , drie andere franchisenemers en HollandseKids een gesprek plaatsgevonden. In dit gesprek geven de franchisenemers aan dat zij de prognoses bij lange na niet halen. 2.8. Op 24 december 2012 heeft de advocaat van [eiseres in conventie] , mede namens vijf andere franchisenemers, het volgende aan HollandseKids geschreven, voor zover hier van belang: “(…) Cliënten zijn ieder een franchiseovereenkomst met HollandseKids BV aangegaan. (…) Zij waren enthousiast omdat u hen voor het sluiten van de overeenkomst had verteld dat de bestaande gebieden goed lopen. (…) Ook de in dat kader afgegeven prognoses en uw mondelinge toezeggingen hebben hen veel vertrouwen gewekt. Cliënten gingen ervan uit, en mochten daar ook vanuit gaan, dat aan deze prognoses een deugdelijk onderzoek en feiten ten grondslag lagen en dat dit omzetten waren die gehaald werden door u en bestaande franchisenemers. De afgegeven prognoses hebben als gemiddelde omzet (…) € 58.350,-. (…) Geconstateerd moet worden dat tot op heden geen enkele cliënte, op één na, een totale omzet heeft behaald van meer dan € 800,- tijdens de duur van de gehele franchiseovereenkomst. Deze ene cliënte heeft een omzet behaald van € 1.922,29. (…) Als cliënten zouden hebben geweten wat de werkelijke situatie zou zijn geweest, dan zouden zij niet zijn toegetreden tot de formule. Zij wisten niet van de werkelijke situatie omdat zij onjuist zijn geïnformeerd en informatie is achtergehouden. (…) Cliënten vernietigen hiermee de tussen hen en HollandseKids bestaande franchiseovereenkomsten op grond van dwaling. Zij maken aanspraak op terugbetaling van de betaalde opstartkosten en franchise(kwartaal)vergoedingen. Voorts maken zij aanspraak op aanvullende schadevergoeding. (…)” 2.9. Op 31 januari 2013 heeft de toenmalige raadsman van [eiseres in conventie] het volgende aan HollandseKids geschreven, voor zover hier van belang: “(…) Mede onder verwijzing naar uw artikel 11.1.d. van de franchiseovereenkomst verwerpen de voormalige franchisenemers ZuidLimburgseKids ( [naam 1] ) en UtrechtseKids ( [naam 2] ) hierbij tevens uw stelling dat zij zich vanwege een onrechtmatige vernietiging van de franchiseovereenkomst tot en met 31 januari 2017 zouden dienen te conformeren aan deze franchiseovereenkomst. (…) Indien niet terecht zou zijn opgeschort, dan is de overeenkomst vernietigd dan wel opgezegd. (…)” 3Het geschil in conventie 3.1. [eiseres in conventie] vordert samengevat en na wijziging van de eis - dat de rechtbank, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair: verklaart voor recht dat [eiseres in conventie] de overeenkomst bij brief van 24 december 2012 rechtsgeldig (buitengerechtelijk) heeft vernietigd op grond van dwaling, dan wel de overeenkomst alsnog met een beroep op dwaling te vernietigen; HollandseKids veroordeelt tot (terug)betaling van het door [eiseres in conventie] onverschuldigd aan HollandseKids betaalde bedrag van € 11.237,28 bestaande uit entreefee en franchisefee, de kosten van € 4.150,33 en een vergoeding voor de gewerkte uren ten bedrage van € 19.375,00; subsidiair: verklaart voor recht dat [eiseres in conventie] de overeenkomst bij brief van 31 januari 2013 rechtsgeldig heeft ontbonden, dan wel de overeenkomst alsnog te ontbinden met een beroep op artikel 11.1 onder d van de overeenkomst dan wel op grond van artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW); HollandseKids veroordeelt tot ongedaan making van hetgeen door [eiseres in conventie] op grond van de overeenkomst aan HollandseKids is voldaan, althans tot (terug)betaling van het door [eiseres in conventie] onverschuldigd aan HollandseKids betaalde bedrag van € 11.237,28 bestaande uit entreefee en franchisefee, de kosten van € 4.150,33 en een schadevergoeding voor de gewerkte uren ten bedrage van € 19.375,00; meer subsidiair: verklaart voor recht dat door HollandseKids in strijd met de jegens [eiseres in conventie] in acht te nemen zorgvuldigheid zowel onrechtmatig heeft gehandeld als toerekenbaar tekort is geschoten door haar een prognose te overhandigen die niet op de waarheid berust èn dat HollandseKids toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst door na te laten de toegezegde ondersteuning te bieden; HollandseKids veroordeelt tot betaling van de schade bestaande uit het door [eiseres in conventie] aan HollandseKids betaalde bedrag van € 11.237,28 bestaande uit entreefee en franchisefee, de kosten van € 4.150,33 en een schadevergoeding voor de gewerkte uren ten bedrage van € 19.375,00; alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente, alsmede HollandseKids te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. [eiseres in conventie] legt aan haar vordering – samengevat – het volgende ten grondslag. Tijdens het kennismakingsgesprek op 25 oktober 2011 heeft HollandseKids een prognose ten aanzien van de te verwachten omzetcijfers aan [eiseres in conventie] overhandigd. Deze prognose toont een gemiddelde omzet van € 58.350,00 en een topomzet van € 102.600,00. Op basis van deze prognose in combinatie met het door HollandseKids geuite vertrouwen rond de haalbaarheid van deze cijfers heeft [eiseres in conventie] besloten de overeenkomst te tekenen. Deze omzetcijfers bleken echter onjuist en in strijd met de werkelijke situatie. Daarnaast is HollandseKids tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting tot het bieden van continue training op het gebied van sales en acquisitie. Tot slot heeft HollandseKids vanaf 21 januari 2013 de toegang tot het intranet en de website van HollandseKids geblokkeerd, waardoor [eiseres in conventie] de werkzaamheden vanaf dat moment niet meer heeft kunnen uitvoeren, aldus steeds [eiseres in conventie] . 3.3. HollandseKids betwist een omzetprognose aan [eiseres in conventie] te hebben verstrekt. Het overzicht waarop [eiseres in conventie] zich beroept betreft een rekenvoorbeeld dat niet aan haar maar aan de franchisenemer van de regio Utrecht is verstrekt. Dat geen omzetgarantie is gegeven blijkt ook uit bepaling 4.7. in de overeenkomst. HollandseKids heeft geen onjuiste voorstelling van zaken gegeven, zodat het beroep op dwaling en onrechtmatig handelen faalt. Bovendien betreft het al dan niet behalen van een verwachte omzet een toekomstige omstandigheid, hetgeen niet kan leiden tot vernietiging op grond van dwaling. Voorts kan het beroep op artikel 11.1 onder d niet slagen, omdat met dit artikel was beoogd dat de ene partij de overeenkomst tussentijds kan beëindigen als de andere partij tekort schiet in de nakoming van haar verplichtingen. Nu [eiseres in conventie] zelf haar activiteiten heeft beëindigd maakt zij misbruik van de bepaling. HollandseKids heeft tenslotte telkens begeleiding en training geboden op de momenten dat [eiseres in conventie] daarom vroeg, zodat er geen sprake van is dat HollandseKids op dat vlak is tekortgeschoten, aldus steeds HollandseKids. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.5. HollandseKids vordert samengevat - dat de rechtbank, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.