RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751791-14 RK nummer: 14/7097 Datum uitspraak: 5 december 2014 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 28 oktober 2014 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 28 juli 2014 door de Staatsanwaltschaft te Bochum, Duitsland, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats], Litouwen, op [geboortedatum], zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentie adres] , hierna te noemen ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 21 november 2014. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R.A. Bosman. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. J.Y. Taekema, advocaat te Den Haag en door een tolk in de Litouwse taal. De raadsman heeft geen verweer tegen de verzochte overlevering gevoerd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel, uitgevaardigd door het Amtsgericht Bochum en gedateerd 24 juli 2014. Dossiernummer: 26 Gs -47 Js 130/14-83/14. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan drie naar het recht van Duitsland strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel
- e)van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4. Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten: georganiseerde of gewapende diefstal. Volgens de in rubriek
- c)van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld. 5Artikel 28, vierde lid, OLW De rechtbank stelt vast dat de autoriteiten van Litouwen de overlevering van dezelfde opgeëiste persoon hebben gevraagd. De officier van justitie is van oordeel dat – voor zover de overlevering op basis daarvan kan worden toegestaan – aan de tenuitvoerlegging van het EAB van de Duitse autoriteiten voorrang dient te worden gegeven nu het Duitse EAB een vervolging betreft en deze vervolging betrekking heeft op ernstige strafbare feiten, terwijl het Litouwse EAB betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf en de opgeëiste persoon de Litouwse nationaliteit heeft hetgeen een belemmering kan zijn voor zijn eventuele overlevering aan Duitsland vanuit Litouwen. De Litouwse autoriteiten hebben ingestemd met deze voorrang. De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie in redelijkheid tot deze keuze heeft kunnen komen, zodat het oordeel van de officier van justitie kan worden bevestigd. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 7 en 28 Overleveringswet. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Staatsanwaltschaft te Bochum, Duitsland ten behoeve van het in Duitsland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Aldus gedaan door mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter, mrs. H.P. Kijlstra en I.V. Ottens, rechters, in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 december 2014. De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.