RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751965-14 RK nummer: 14/7388 Datum uitspraak: 23 december 2014 TUSSEN UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 november 2014 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 19 september 2013 door the Regional Court in Gdańsk (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedatum], zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans gedetineerd in het [detentie adres], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 9 december
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door mr. E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er vanwege haar volle agenda niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Belgische nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een valid court judgement van the Regional Court in Gdańsk van 24 november 2006 (referentie: IV K 290/05). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog één jaar, elf maanden en achtentwintig dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd rechterlijke beslissing. Deze rechterlijke beslissing betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4Heropening van het onderzoek De rechtbank heeft na de beraadslaging aanleiding gezien het onderzoek ter zitting te heropenen. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende. Uit de door de raadsman aan de rechtbank ter zitting overgelegde stukken blijkt dat naar aanleiding van het onderhavige EAB reeds een overleveringsprocedure in België is gevoerd. Deze procedure heeft geleid tot een arrest van het Hof van Beroep Antwerpen van 22 mei
- Voormeld Hof heeft bij dit arrest beslist dat “de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel van 19 september 2013 uitgaande van de Poolse justitie wordt bevolen in de zin dat de nog resterende uit te voeren straf zal geschieden in België overeenkomstig de Belgische wetgeving”. De rechtbank verzoekt de officier van justitie de volgende vragen voor te leggen aan de Poolse justitiële autoriteiten: is sprake geweest van overdracht van de tenuitvoerlegging van (het restant van) de vrijheidsstraf, opgelegd aan de opgeëiste persoon bij vonnis van the Regional Court in Gdańsk van 24 november 2006 van Polen naar België en, zo ja, wanneer en in welk juridisch kader heeft dit plaatsgevonden; voorzover sprake is van overdracht van tenuitvoerlegging van voornoemde straf; op welke grondslag is thans nog sprake van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis op het grondgebied van Polen; voorzover geen sprake is geweest van overdracht van de straf; wat is de reden geweest dat de opgeëiste persoon voortijdig de Poolse gevangenis heeft verlaten; bestaat gelet op de beslissing van het Hof van Beroep te Antwerpen van 22 mei 2014 aanleiding het EAB in te trekken. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de volgende beslissing. 5Beslissing HEROPENT en schorst het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij voormelde vragen ter beantwoording voor te leggen aan de Poolse justitiële autoriteiten. BEVEELT dat het onderzoek zal worden hervat op een nader te bepalen zitting. BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman. Aldus gedaan door mr. A.J. Dondorp, voorzitter, mrs. C.A.E. Wijnker en B. Poelert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 december
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.