← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2015:1047

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/993020-14 Datum uitspraak: 5 februari 2015 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvende op het adres [adres, te plaats]. 1Het onderzoek ter terechtzitting 1.1. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 januari 2015 en mede naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting voor de politierechter van 22 september 2014. 1 .2. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie bij het Functioneel Parket, mr. C. Goedegebuure, en van wat verdachte en haar raadsman, mr. J.B. de Jong, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat 1. zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 14 juni 2013 te Almere en/of Utrecht en/of elders in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met een ander(en), twee, in elk geval een of meer diploma('

  1. s)en/of certifica(a)t(
  2. en)(MBO Schuldhulpverlening en/of Administratief Medewerker) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen, immers heeft verdachte valselijk en/of in strijd met de waarheid op dat/die diploma('s)/certifica(a)t(en), vermeld en/of weergegeven en/of gebruikt gemaakt van (onder meer), - een oud format (door op dat/die diploma('s)/certifica(a)t(
  3. en)[opleidingsinstituut A] op te nemen in plaats van [opleidingsinstituut B]) en/of - een opleiding die niet wordt en/of werd aangeboden en/of - een naam niet op een juiste wijze geschreven ([naam 1] in plaats van [persoon 1]) en/of - een of meer handtekening(
  4. en)van (een) perso(o)n(
  5. en)([persoon 2] en/of [persoon 1]) die geen tekenbevoegdheid heeft/hebben en/of - een handtekening van een persoon (algemeen directeur [persoon 3]) die destijds niet (meer) in dienst was van [opleidingsinstituut B] en/of - een registratienummer welke niet voorkomt in het klantregistratiesysteem en/of - een niet bestaand(
  6. e)onderde(e)l(
  7. en)van de opleiding, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 2. zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 14 juni 2013 te Almere en/of Utrecht en/of elders in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met een ander(en), opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals(
  8. e)of vervalst(
  9. e)diploma('s)/certifica(a)t(en), - zijnde (een) geschrift(
  10. en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat/die geschrift(
  11. en)echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat zij, verdachte bovengenoemde diploma('s)/certifica(a)t(
  12. en)heeft aangeboden en/of ingediend en/of overlegd, althans heeft doen aanbieden en/of indienen en/of overleggen bij/aan de Rechtbank Midden-Nederland (om zo te kunnen voldoen aan de voorwaarden die zijn gesteld om professioneel bewindvoerder te kunnen worden) en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op dat/die diploma('s)/certifica(a)t(
  13. en)valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld en/of weergegeven en/of gebruik gemaakt van vermeld en/of gebruikt gemaakt van (onder meer), 3. een oud format (door op dat/die diploma('s)/certifica(a)t(
  14. en)[opleidingsinstituut A] op te nemen in plaats van [opleidingsinstituut B]) en/of 4. een opleiding die niet wordt en/of werd aangeboden en/of 5. een naam niet op een juiste wijze geschreven ([naam 1] in plaats van [persoon 1]) en/of 6. een of meer handtekening(
  15. en)van (een) perso(o)n(
  16. en)([persoon 2] en/of [persoon 1]) die geen tekenbevoegdheid heeft/hebben en/of 7. een handtekening van een persoon (algemeen directeur [persoon 3]) die niet (meer) 8. een registratienummer welke niet voorkomt in het klantregistratiesysteem en/of 9. een niet bestaand(
  17. e)onderde(e)l(
  18. en)van de opleiding; in dienst is van [opleidingsinstituut B] en/of. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Inleiding Verdachte wordt ervan beschuldigd dat zij twee valse diploma’s (MBO Schuldhulpverlening en Administratief Medewerker) heeft gemaakt en dat zij deze valse geschriften heeft gebruikt door deze in het kader van haar benoeming tot bewindvoerder aan de rechtbank Midden-Nederland te geven. 4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft overeenkomstig het overgelegde schriftelijk requisitoir gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. 4.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit en daartoe overeenkomstig zijn pleitnota het volgende aangevoerd. Waarom zou verdachte een vals diploma gebruiken en inleveren bij de rechtbank om als bewindvoerder te kunnen worden aangesteld, als zij – in een achttal zaken – ook zonder diploma als bewindvoerder kan worden benoemd? Certificering was in 2012 en 2013 niet wettelijk verplicht. Wel is haar gevraagd alsnog een cursus bewind te gaan volgen. Verdachte had geen belang te vervalsen. Daar heeft zij geen tijd voor en het is ook nooit in haar opgekomen dat mensen dat zouden overwegen. Kantonrechter mr. Hofman was onder de indruk van hetgeen verdachte haar vertelde. Verdachte wist waarover zij het had. Mr. Hofman had het idee dat verdachte ervaring had in de schuldhulpverlening en vond het prima dat zij al aan de slag ging met cliënten voor wie aanvragen op dat moment al lang in behandeling waren. Met nieuwe cliënten moest verdachte wachten, tot het nieuwe diploma was behaald. Verdachte heeft zich conform afspraak voor de desbetreffende opleiding ingeschreven. Zij heeft het diploma indertijd behaald. Het is haar niet in een plechtige bijeenkomst uitgereikt, maar per post toegestuurd. Als geadresseerde ga je er dan gewoon vanuit dat het rechtsgeldig is. Verdachte verwerpt de beschuldiging dat zij het diploma van [persoon 4] heeft bewerkt. Die suggestie slaat nergens op. Verdachte kan daar helemaal niets mee. Dat [opleidingsinstituut A] respectievelijk [opleidingsinstituut B] niets meer over haar kan terugvinden, is vreemd, maar laat onverlet dat verdachte die opleiding heeft gevolgd. Overigens gaat het hier om één diploma, met bijbehorende cijferlijst, aldus de raadsman. 4.4 Het oordeel van de rechtbank 4.4.1. De rechtbank heeft op grond van de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden, die zijn opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht en die als hier ingevoegd geldt, de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals nader uitgewerkt in rubriek 5. De rechtbank overweegt voorts het volgende. 4.4.2. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de desbetreffende diploma’s aan de rechtbank Midden-Nederland heeft overgelegd. De verklaring van de [persoon 5], manager Operations en Klantenservice bij [opleidingsinstituut A], dat de diploma’s niet door [opleidingsinstituut A] zijn opgesteld en uitgegeven (en dus niet echt zijn) is duidelijk en wordt door verschillende argumenten, die staan opgesomd achter de gedachtestreepjes in de tenlastelegging, geschraagd. Daar komt bij dat verdachte niet bekend is in het klantregistratiesysteem van [opleidingsinstituut A]. 4.4.3. De verklaring van verdachte dat zij de desbetreffende opleidingen heeft gevolgd en dat zij de diploma’s per post heeft ontvangen maar niet heeft gecontroleerd of deze wel echt waren, is niet aannemelijk geworden. Verdachte heeft de beschuldiging slechts weersproken maar nagelaten deze te weerleggen, hoewel dat eenvoudig zou moeten kunnen als zij ten onrechte zou worden beschuldigd. Het ligt immers voor de hand dat zij beschikt over onderwijsmateriaal dat op cursussen betrekking heeft als ook van betalingsbewijzen van bijvoorbeeld cursusgelden. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte 1. in de periode van 1 juni 2012 tot en met 14 juni 2013 in Nederland, twee diploma’s (MBO Schuldhulpverlening en Administratief Medewerker) – zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt of valselijk heeft doen opmaken, immers is valselijk en in strijd met de waarheid - gebruikt gemaakt van een oud format (door op die diploma’s [opleidingsinstituut A] op te nemen in plaats van [opleidingsinstituut B]) en is op die diploma’s vermeld en/of weergegeven - een opleiding die niet werd aangeboden en/of - een naam niet op een juiste wijze geschreven ([naam 1] in plaats van [persoon 1]) en/of - een handtekening van personen ([persoon 2] en/of [persoon 1]) die geen tekenbevoegdheid hebben en/of - een handtekening van een persoon (algemeen directeur [persoon 3]) die destijds niet (meer) in dienst was van [opleidingsinstituut B] en/of - een registratienummer dat niet voorkomt in het klantregistratiesysteem en - niet bestaande onderdelen van de opleiding, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 2. op tijdstippen in de periode van 1 juni 2012 tot en met 14 juni 2013 in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse diploma’s – zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen – als ware die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat zij, verdachte, bovengenoemde diploma’s heeft overgelegd, aan de rechtbank Midden-Nederland (om zo te kunnen voldoen aan de voorwaarden die zijn gesteld om professioneel bewindvoerder te kunnen worden) en bestaande die valsheid hierin dat valselijk en in strijd met de waarheid - een oud format (door op die diploma’s [opleidingsinstituut A] op te nemen in plaats van [opleidingsinstituut B]) en is op die diploma’s vermeld en/of weergegeven - een opleiding die niet werd aangeboden en - een naam niet op een juiste wijze geschreven ([naam 1] in plaats van [persoon 1]) en - een handtekening van personen ([persoon 2] en/of [persoon 1]) die geen tekenbevoegdheid hebben en - een handtekening van een persoon (algemeen directeur [persoon 3]) die destijds niet (meer) in dienst was van [opleidingsinstituut B] en - een registratienummer dat niet voorkomt in het klantregistratiesysteem en - niet bestaande onderdelen van de opleiding. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straf 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis en haar vordering als volgt toegelicht. Verdachte heeft twee keer een diploma vervalst en overgelegd aan een rechtbank. In het algemeen geldt dat men moet kunnen vertrouwen op diploma’s die worden overgelegd. Iets onjuist opmaken mag niet. En al helemaal niet een diploma waardoor men zich beter voordoet dan men is. Ook wordt daarmee vertrouwen gewekt dat men iets kan of heeft geleerd wat in werkelijkheid niet zo is. Daarnaast deze stukken ook nog overleggen aan de rechtbank en daar ontkennen dat ze vals zijn, dat gaat al het fatsoen te buiten en dat wordt verdachte zwaar aangerekend. Het is zo ongehoord, dat een gevangenisstraf op zijn plaats zou zijn. Nu verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest en gezien de omstandigheden, en de te eisen straf en ontneming in de andere tegen verdachte aanhangige strafzaak, die betrekking heeft op overtreding van de Wet op het consumentenkrediet, is vooralsnog een taakstraf aan de orde. 8.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit en erop gewezen in geval van een veroordeling dat verdachte als first offender moet worden beschouwd. 8.3. Het oordeel van de rechtbank 8.3.1. De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken. 8.3.2. Verdachte heeft twee valse diploma’s gemaakt en aan de rechtbank Midden- Nederland overgelegd om zo de indruk te wekken dat zij bepaalde opleidingen had gevolgd. De maatschappij heeft er evident belang bij om te kunnen vertrouwen op de juistheid van diploma’s en cijferlijsten, nu dit soort geschriften de aanwezigheid van bepaalde kennis en vaardigheden veronderstelt bij de bezitter ervan. Verdachte heeft aldus door haar handelen het vertrouwen dat de maatschappij moet kunnen hebben in de juistheid van dergelijke documenten in ernstige mate geschaad. De rechtbank neemt het verdachte in het bijzonder kwalijk dat zij door het gebruik maken van de valse diploma’s een functie wilde krijgen die onder meer wordt gesubsidieerd uit algemene middelen. 8.3.3. De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 december 2014 betreffende verdachte waaruit blijkt dat zij, op een veroordeling door de kantonrechter wegens overtreding van artikel 30 tweede lid van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen na, niet eerder is veroordeeld en laat dat in het voordeel van verdachte meewegen. 8.3.4. De rechtbank is alles afwegend van oordeel dat een taakstraf van 180 uren passend en geboden is. De rechtbank zal gelasten dat een derde van deze taakstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden. Enerzijds om de ernst van het bewezenverklaarde te benadrukken en anderzijds om verdachte, die nog immer werkzaam is binnen de (commerciële) schuldhulpverlening en het budgetbeheer, ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 56, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10. Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezenverklaarde levert op: De voortgezette handeling van: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 180 (honderdtachtig) uren. Beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 3 (drie) maanden. Beveelt dat een gedeelte van deze straf, groot 60 (zestig) uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij verdachte zich voor het einde van de op 2 (twee) jaren bepaalde proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. Beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 1 (één) maand. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter, mrs. M.B. de Boer en F.G. Bauduin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 februari 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.