RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/698277-13 (Promis) Datum uitspraak: 18 maart 2015 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1955, ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het adres [adres, te plaats]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 maart 2015. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.J.M. Vreekamp en van wat de raadsvrouw van verdachte mr. S.G.C. Bocxe naar voren heeft gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat primair zij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 3 maart 2010 tot en met 26 november 2010 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer geldbedrag(
- en)(totaal 14.000 euro), in elk geval enig goed/geldbedrag, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(
- n)aan [oudervereniging A] (vestiging [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en welk(
- e)goed(eren)/geldbedrag(
- en)verdachte en/of haar mededader(
- s)uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking van/als penningmeester van voornoemde Oudervereniging, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; subsidiair zij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 3 maart 2010 tot en met 26 november 2010 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedrag(
- en)(totaal 14.000 euro), in elk geval enig goed/geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [oudervereniging A] (vestiging [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed/geldbedrag(
- en)onder haar bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, (te weten bank-/persoons-/inloggegevens en/of één of meer (tan)code(s)), in elk geval een sleutel tot welk gebruik zij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)niet is/was/waren gerechtigd; 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Vrijspraak Het standpunt van het Openbaar Ministerie Medeverdachte [medeverdachte], echtgenoot van verdachte, heeft bekend dat hij het geld van [oudervereniging A] heeft weggenomen met gebruikmaking van onder meer bank- en inloggegevens en tancodes. Daarmee is volgens de officier van justitie sprake van diefstal door middel van een valse sleutel. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte, als penningmeester van de oudervereniging, wetenschap had van de wegnemingshandeling door haar echtgenoot. Er is immers ook een groot geldbedrag door de medeverdachte op de rekening van verdachte gestort terwijl zij wist van de bestaande grote schulden van het gezin. Door middel van pinbetalingen van haar rekening zijn er ‘vrouwendingen’ betaald, zodat de lezing van de medeverdachte, dat hij ook het beheer had over verdachtes rekening, niet geloofwaardig is. Het subsidiair ten laste gelegde medeplegen van diefstal acht de officier van justitie dan ook bewezen. Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit integrale vrijspraak van het tenlastegelegde. Verdachte had reeds psychische problemen en door de grote geldschulden werden de zorgen en de psychische druk alleen maar groter. Dit is de reden geweest dat verdachtes echtgenoot niet alleen de financiële administratie thuis van verdachte, die dat voorheen deed, heeft overgenomen, maar ook de boekhouding van de oudervereniging. Haar echtgenoot had alle pasjes en tan-codes in beheer en zorgde ervoor dat verdachte niet op de rekeningen van haarzelf en de oudervereniging kon kijken. Verdachte had dan ook geen wetenschap van een strafbaar feit en leverde dus geen significante bijdrage aan het plegen van de diefstal. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht – met de officier van justitie en de raadsvouw – het primair tenlastegelegde niet bewezen zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie en met de raadsvrouw – het subsidiair ten laste gelegde evenminbewezen zodat verdachte ook daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Medeverdachte [medeverdachte], echtgenoot van verdachte, heeft verklaard dat hij vanwege de psychische problemen van zijn echtgenote in 2009 zowel de financiële administratie van het gezin als de boekhouding van de oudervereniging van verdachte heeft overgenomen en uitgevoerd. Toen de schulden van het gezin zich opstapelden heeft hij besloten geld van de oudervereniging over te schrijven naar zijn privérekeningen. Dit heeft hij voor verdachte verborgen gehouden en verdachte had dus geen wetenschap van het wegnemen van het geld, aldus [medeverdachte]. De rechtbank overweegt dat op basis van het dossier niet valt uit te sluiten dat verdachte inderdaad, zoals door haar echtgenoot is verklaard, geen wetenschap had van de overschrijvingen. Het gegeven dat op 22 november 2010 een bedrag van € 5000,- is overgeschreven naar een rekening op naam van verdachte leidt niet tot een andere conclusie, nu [medeverdachte] heeft verklaard dat hij ook deze rekening beheerde en er zorg voor droeg dat verdachte geen inzage had in de bij- en afschrijvingen. Nu niet is komen vast te staan dat verdachte wetenschap had van het wegnemen van het geld door haar echtgenoot kan ook niet worden aangenomen dat verdachte hieraan een significante bijdrage heeft geleverd. Gelet op het voorgaande kan dan ook niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van diefstal. Ten aanzien van de benadeelde partij Nu aan verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd, is [oudervereniging A] niet-ontvankelijk in haar vordering. 5Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart [oudervereniging A] niet-ontvankelijk in haar vordering. Dit vonnis is gewezen door mr. G.P.C. Janssen, voorzitter, mrs. T.T. Hylkema en P. Vrugt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. van der Voort, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 maart 2015.