vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 3599592 CV EXPL 14-32055 vonnis van: 16 maart 2015 fno.: 560 vonnis van de kantonrechter I n z a k e [curator], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Tetra-E Solutions B.V. gevestigd te Amsterdam eiser nader te noemen: de curator gemachtigde: mr. J.M.J. van der Grinten t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EWIC B.V. gevestigd te Amsterdam gedaagde nader te noemen: Ewic gemachtigde: mr. A.J. de Hamer VERLOOP VAN DE PROCEDURE - de dagvaarding van 10 november 2014; - incidentele vordering van Ewic tot voeging, met producties; - antwoord in het incident; - dagbepaling vonnis in het incident. GRONDEN VAN DE BESLISSING In het incident Ewic vordert om deze procedure ex artikel 222 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te voegen met de procedure tussen de curator en Femtogrid Energy Solutions B.V. (kenmerk: CV 14-32053). Ewic heeft daartoe gesteld dat beide procedures aan elkaar zijn verknocht, omdat zij nagenoeg identiek zijn. Het gaat om hetzelfde feitencomplex en dezelfde juridische geschilpunten. Ewic verwijst naar de beider dagvaardingen. Daarnaast is om proceseconomische redenen voeging geïndiceerd, omdat alsdan slechts één conclusie van antwoord hoeft te worden opgesteld en er kan worden volstaan met één mondelinge behandeling, aldus Ewic. De curator heeft zich tegen voeging verzet. Volgens de curator zijn de zaken niet aanhangig bij dezelfde rechter omdat kantonrechters op grond van artikel 47 Wet op de Rechterlijke Organisatie separate enkelvoudige kamers zijn. Reeds hierom dient de voeging te worden afgewezen. Voorts zijn de zaken volgens de curator niet voldoende verknocht om deze op grond van artikel 222 Rv te voegen. De kantonrechter oordeelt als volgt. De andere procedure is in behandeling bij een andere kantonrechter. De curator heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat, nu beide procedures niet bij dezelfde kantonrechter aanhangig zijn, voeging niet mogelijk is. Op grond van artikel 47 Wet op de Rechterlijke Organisatie is iedere kantonrechter immers een aparte kamer. Als beide zaken bij andere kantonrechters in behandeling zijn, is er geen sprake van “dezelfde rechter” en de vordering dient reeds hierom te worden afgewezen. Nu geen verwijzing is gevorderd, kan daarop niet worden beslist. Ewic wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast. BESLISSING De kantonrechter: in het incident wijst de vordering af; veroordeelt Ewic in de proceskosten, aan de zijde van de curator tot op heden begroot op € 75,00, voor zover van toepassing, inclusief btw; in de hoofdzaak verwijst de zaak naar de rolzitting van maandag 13 april 2015 om 10.00 uur voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van Ewic en bepaalt dat daarvoor geen verder uitstel meer zal worden verleend; houdt iedere verdere beslissing aan. Aldus gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.