vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/526369 / HA ZA 12-1153 Vonnis van 22 april 2015 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats], eiser, advocaat mr. B.R. van Buul te Boxmeer, tegen 1. de rechtspersoon naar buitenlands recht LLOYD'S OF LONDON, gevestigd te London, 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht SCHWARZMEER UND OSTSEE VERSICHERUNGS AG (SOVAG), gevestigd te London, 3. de rechtspersoon naar buitenlands recht CHINA INSURANCE COMPANY LIMITED (UK) NEDERLAND, gevestigd te Rotterdam, 4. de naamloze vennootschap DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagden, advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem. Partijen zullen hierna [eiser] en Delta Lloyd c.s. genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 6 februari 2013 waarin (onder meer) een comparitie van partijen is gelast, het proces-verbaal van comparitie van 31 mei 2013 en de daarin genoemde processtukken, de akte overlegging deskundigenbericht tevens houdende akte wijziging van eis van [eiser] met producties, de antwoordakte met producties van Delta Lloyd c.s., de akte uitlating producties met producties van [eiser], de akte uitlating producties van Delta Lloyd c.s. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] heeft in [woonplaats] een horecaonderneming geëxploiteerd onder de naam ‘[café]’. [café] bestond uit een café, een (feest)zaal en een cafetaria. 2.2. Op of kort voor 29 januari 2008 heeft [eiser], handelend onder de naam ‘[café]’, via Driessen Assurantiën B.V. (hierna: Driessen) een aantal verzekeringsovereenkomsten met Delta Lloyd c.s. gesloten. Het betreft een zogenaamd ‘ondernemerspakket’, met (onder andere) een verzekering voor brandschade en een verzekering voor bedrijfsschade. 2.2.1. In de toepasselijke polisvoorwaarden ‘Uitgebreide verzekering bedrijven, instellingen en praktijken’ is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen: “ARTIKEL 3 OMSCHRIJVING VAN DE DEKKING De verzekering dekt de in de polis vermelde zaken tegen materiële schade, indien deze onmiddellijk en uitsluitend het gevolg is van een hierna vermelde gebeurtenis (…) (…) Gedekte gebeurtenissen ARTIKEL 3.1 Brand en brandblussing (…) ARTIKEL 4 UITGESLOTEN GEBEURTENISSEN EN BEPERKINGEN (…) ARTIKEL 4.9 Opzet, roekeloosheid, merkelijke schuld Schade veroorzaakt door verzekeringnemer of verzekerde met opzet, (…)” 2.2.2. In de op de verzekeringsovereenkomst voor bedrijfsschade van toepassing zijnde polisvoorwaarden ‘Uitgebreide Brand Bedrijfsschadeverzekering voor winkels en handelsbedrijven’ is het volgende opgenomen: “ARTIKEL 3 OMSCHRIJVING VAN DE DEKKING (…) Verzekerd wordt tegen schade, welke rechtstreeks voort vloeit uit bedrijfsstilstand of – stoornis direct en uitsluitend veroorzaakt door materiële schade aan de bij verzekerde in gebruik zijnde zaken, indien deze onmiddellijk en uitsluitend het gevolg is van een hierna vermelde gebeurtenis (…) ARTIKEL 3.1 BRAND EN BRANDBLUSSING (…) ARTIKEL 4 UITGESLOTEN GEBEURTENISSEN EN BEPERKINGEN (…) ARTIKEL 4.12 OPZET, ROEKELOOSHEID, MERKELIJKE SCHULD Schade veroorzaakt door verzekeringnemer of verzekerde met opzet, (…)” 2.3. Op 21 mei 2012 heeft er brand gewoed in [café]. [eiser] heeft van deze brand melding gedaan bij Delta Lloyd c.s. 2.4. Delta Lloyd c.s. heeft naar aanleiding van de melding van [eiser] nader onderzoek laten verrichten. Daartoe heeft[naam 1] (hierna: [naam 1]), senior tactisch onderzoeker speciale zaken bij Delta Lloyd, [eiser] en zijn partner [partner] (hierna: [partner]) geïnterviewd. In de betreffende – door [naam 1] opgestelde en door [eiser] bewerkte, maar door [eiser] niet ondertekende – gespreksverslagen is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen (waarbij ‘V’ staat voor de door [naam 1] gestelde vragen en ‘A’ voor de daarop gegeven antwoorden): [eiser] (6 juni 2012): “(…) V: Is er sprake van huurachterstanden? A: Niet meer. V: Wanneer heeft u die ingelost? A: Heineken heeft voor mij de huurachterstand van twee maanden ingelost. (…) A: Heineken staat garant. Ik heb vervolgens een schuld bij Heineken. V: Beschrijft u eens hoe uw dag van voor de brand tot aan ontdekking van de brand er op 21 mei 2012 uit zag? A: (…) Ik ben naar beneden gegaan en de tuin in gegaan. Het gras stond hoog. Ik had een feest in de planning en wilde dat de tuin er goed uitzag. Ik had de hond mee de tuin in genomen. Na enige tijd hoorde ik de hond aanhoudend blaffen en keek ik om. Ik zag rook. Ik ben naar de deur gelopen. Ik voelde druk op de deur en zag rook naar buiten komen. (…) Toen heb ik de brandweer gebeld. Het schiet mij te binnen dat rondom het moment dat de hond blafte de elektrische kantenmaaier waarmee ik aan het maaien was, was gestopt. Ik dacht toen nog dat ik de stekker er per ongeluk uitgetrokken zou hebben. Dat was niet het geval maar de stroom bleek uitgevallen. (…) V: Toen u in de tuin aan het werk was. Wat was er aan deuren en ramen van [café] toen afgesloten? A: Alle ramen waren gesloten. Magazijndeur onder de carport aan de zijkant van het pand was open. Voor de rest waren alle deuren afgesloten. (…) V: Is het mogelijk om door de magazijndeur in de bar te komen? A: Je komt dan rechtstreeks in de bar. (…) V: Waarom heeft u twee weken voor de brand een buitendienstmedewerker van uw assurantietussenpersoon aan de zaak gehad? A: Dat was om de polissen door te nemen. Driessen snapte er helemaal niets meer van. (…) V: Wat kunt u vertellen over het kunststof krat met daarin tafelrokken? A: Die gebruik ik met feesten en partijen. (…) V: Waarom stond die ochtend het krat bij de bar? A: Ik had de zaal een paar dagen ervoor aangekleed om foto’s te maken. Die foto’s werden gebruikt voor een brochure of reclamefolder. Ik had de krat op de bar of op de tafel achtergelaten. Er stonden wel meer spullen op de bar. A: (…) Ik wil zelf nog wat opmerken. Mijn vriendin is ernstig ziek geweest. Ze had keelkanker. Ik had de zaak te koop gezet omdat er andere zaken belangrijker waren dan geld verdienen. Het gaat nu beter met mijn vriendin. Maar ik heb de opdracht tot verkoop van de zaak nog steeds niet ingetrokken, omdat ik daar niet bij stil heb gestaan. (…) Ik wil nog toevoegen dat de onderzoek locatie totaal overhoop is gehaald en dat allerlei mensen al in de zaal e.d. zijn geweest voordat uw collega [naam 2] zijn technisch onderzoek heeft kunnen doen. (…)” [partner] (23 augustus 2012): “(…) V: Tijdens het technisch onderzoek zijn sporen van brandbaar vloeistof, te weten bio-ethanol aangetroffen. (…) Waarvoor wordt bio-ethanol binnen “[café]” gebruikt? A: Dat kan. Dat wordt gebruikt om de lampen te vullen. [eiser] heeft het weekend voor de brand de zaal aangekleed, de flesjes gevuld, tafels gedekt. Foto’s gemaakt en toen weer alles opgeruimd. (…) V: Kunt u zich het flesje bio-ethanol voor de geest halen? A: Ja, dat stond op de bar. V: Wanneer stond het op de bar? A: Het weekend want we hebben het gebruikt om de flesjes te vullen. Wat we niet gebruikt hebben hebben we op de bar gezet. Ik denk dat de foto’s door [eiser] op de zondagavond op de computer zijn gezet. Ik kwam toen in de keuken en toen was hij met die computer bezig. (…) V: U heeft verteld dat [eiser] de foto’s van de aankleding van de zaal op de computer gezet heeft. Op welke computer is dat? A: Die heeft hij altijd onder staan. Om de hoek in het barretje in de zaal. (…)” [eiser] (23 augustus 2012): “(…) V: Volgens deze [de winst & verliesrekening 2011, rb] had u totaal aan opbrengsten uit de zaak: 151.182 euro en aan kosten: 153.394 euro. Dus een tekort van 2.212 euro. Waar leefde u verleden jaar van? A: Van de zaak. (…) Al het geld wat binnenkwam, is weer in de zaak gestopt. Als ik aan alle verplichtingen kan voldoen, is de zaak voor mij levensvatbaar. Voor mij alle redenen om met de zaak door te gaan. (…) V: (…) Hoeveel bio-ethanol had u in de zaak en waar lag die opgeslagen? A: Twee, drie flessen. Die stonden op de bar. (…) V: U heeft verklaard dat u de foto’s op de fotocamera had staan die in de laptoptas zat die bij de brand verloren is gegaan. Waarom bewaarde u de fotocamera in de laptoptas? A: Omdat ik alles bij de hand wilde hebben. Om de camera aan de computer te zetten en de foto’s op de computer te zetten. Die spullen heb ik altijd beneden. V: Heeft u deze foto’s dus niet op een computer of laptop opgeslagen? A: Daar ben ik toen nog niet aan toegekomen. (…) V: Wat was het merk van de fotocamera? A: Casio. V: Ik merk op dat op de inventarislijst privé een fotocamera van het merk Sony staat. A: Dat klopt, die lag boven. Dat was een oude camera. V: Hoe zit het met de laptop die op de inventarislijst privé staat? A: Ik had boven een laptop en achter de bar een laptop. Ik had meerdere computers. V: Op de inventarislijst staat 1 laptops vermeld. Hoe kan dat? A: Dat moeten er twee zijn. Ik heb er twee. De laptop, merk Intell boven is nog in tact. Die lag in de kast. De laptop beneden achter de bar was van Brother of HP. (…)” 2.5. Onderdeel van het door Delta Lloyd c.s. uitgevoerde onderzoek betrof eveneens een technisch onderzoek uitgevoerd door [naam 2] (hierna: [naam 2]). De bevindingen van [naam 2] zijn opgenomen in een rapport van 18 juni 2012. Conclusie van het rapport is dat de brand het gevolg is geweest van het tot ontbranding brengen van een brandbare vloeistof en dat dit in dit geval uitsluitend een opzettelijke handeling kan zijn geweest. 2.6. [eiser] heeft Gorissen & Van der Zande Schadeonderzoek B.V. (hierna: Gorissen & Van der Zande) ingeschakeld om eveneens onderzoek te verrichten en daarbij te reageren op het rapport van [naam 2]. In het rapport van Gorissen & Van der Zande van 11 oktober 2012 is opgenomen: “(…) Gelet op de constateringen van rapporteur moet echter rekening worden gehouden met het feit dat de brand werd veroorzaakt door een defect / mankement aan één van de gloeilampen boven de bar. (…) Ten tijde van de brand, die op een maandagmiddag woedde, was u zelf in/bij het pand aanwezig. Bovendien stonden de plaatselijke kermis en het EK-voetbal voor de deur en stonden meerdere feesten gepland. Bij dergelijke festiviteiten wordt over het algemeen extra omzet gegenereerd. (…) dat sprake is van brandstichting en een daarmee gepaard gaand motief kan naar de mening van rapporteur dan ook geen stand houden. (…)” 2.7. Delta Lloyd c.s. heeft tegen [eiser] aangifte gedaan van opzettelijke brandstichting alsmede poging tot oplichting. 2.8. [eiser] is meerdere malen als verdachte gehoord. In de van deze verhoren opgemaakte processen-verbaal is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen: 25 september 2012 om 9:40 uur: “(…) A: Ik heb twee laptops. Eentje een oude had ik in het cafe staan en eentje boven in mijn woning. Deze was redelijk nieuw (…) V: Je zegt dat je de ruimte hebt aangekleed en dat je foto’s hebt gemaakt van de zaal. Waar zijn deze foto’s? A: Die moest ik nog op de laptop zetten. Daar was ik nog niet aan toe gekomen. V: Met welke camera zijn die foto’s gemaakt? A: Met een zilvergrijze Sony. (…) Ik heb twee camera’s. Dat is die Sony en een zwarte Casio. Normaal maak ik de foto’s met de zwarte Casio, maar die was kapot. De lens gaat niet meer open. (…) V: Waar is die camera [de Sony, rb]? A: Die lag bij de bar in de zaal. (…) V: Op de grond in de zaal is nabij de bar een flesje bio-ethanol aangetroffen. Wat kun je daarover verklaren? A: Die zijn aanwezig geweest. Die stonden op de bar. Het waren twee a drie flesjes. (…) V: Waar heb je de computer en de camera gelaten? A: De camera lag op de bar van de zaal en de laptop lag in een laptoptas. (…) V: Door collega’s is een computer van het merk HP (…) inbeslaggenomen en onderzocht. (…) Verder is door collega’s een camera van het merk Casio (…) inbeslaggenomen. (…)” 25 september 2012 om 13:05 uur: “(…) V: Bij de onderzoeker van de verzekeringsmaatschappij geef je aan dat je foto’s van de zaal hebt gemaakt met de camera die bij de brand verloren is gegaan. Hoe kan dat? A: Dan heb ik me vergist. In de merken. De Sony is met de brand verloren gegaan. V: Je zegt dat tegen mij dat er een laptop verloren is gegaan bij de brand een Intell of Vobis. Je had de HP boven staan. Klopt dat? A: Ja. V: Hoe kan het dan dat je tegen de onderzoeker van de verzekeringsmaatschappij zegt dat je boven een Intell had staan die nog intact is en dat beneden in de bar een HP of Brother laptop stond? A: (…) Ik kan me vergissen in de merken van de computers. (…) V: Waarom heb je op internet gezocht naar informatie met betrekking tot het aanvragen van een faillissement? A: Ik wilde weten wat de consequenties daarvan zijn. (…) Informatie inwinnen mag altijd. (…) V: Waarom ben je op 21 april 2012 foto’s gemaakt met je telefoon van je inboedel? A: Ik weet het niet. Ik maak wel vaker foto’s met mijn telefoon. V: Jij zet deze foto’s weg onder een mapje verzekering. Dit doe je een maand voor de brand. Wat kun je hierover verklaren? A: Dit zal een update zijn. Ik weet het niet. Ik kan het me niet herinneren dat ik die foto’s heb gemaakt. Ik weet er niks van. (…) V: je hebt gezegd dat de brandweer de laptoptas nadat deze aan jou was gegeven terug heeft gelegd in de zaak. Jij hebt gezegd dat de tas in de keuken was neergelegd dat klopt? A: Daar heb ik toen die tas voor het laatst zien liggen. (…)” 2.9. Bij brief van 10 december 2012 heeft het Openbaar Ministerie aan de advocaat van [eiser] bericht dat [eiser] niet vervolgd zal worden omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. 2.10. Partijen hebben gezamenlijk de besloten vennootschap I-TEK B.V. (hierna: I-TEK) verzocht om als onafhankelijke deskundige op treden met betrekking tot (kort gezegd) de oorzaak van de brand. In het door I-TEK opgestelde rapport van 27 maart 2014 is het volgende opgenomen: “(…) Op grond van het hierboven omschreven dossieronderzoek kan het volgende worden gesteld: Er is een duidelijk verschil in aantasting aantastingen van het ‘dichte’ en ‘open’ gedeelte van de binnenzijde van de bar. (…) is het onaannemelijk dat de brand op het werkblad voor de bierglashouders de brand op het bovenblad heeft veroorzaakt en lijkt er sprake te zijn van twee afzonderlijke brandhaarden. (…) Op het werk- en bovenblad zijn geen sporen aangetroffen die de ernstige aantasting daarvan zouden kunnen verklaren, met uitzondering van het feit dat op deze plaats een ontbrandbare (vloei-)stof aanwezig is geweest. (…) De aantasting van de voorzijde van de bar en de bovenzijde van de voetensteun kan uitsluitend zijn ontstaan doordat er op de voetensteun brandbaar materiaal aanwezig is geweest, zoals een vluchtige brandbare vloeistof. Deze stof moet daarbij over de voetensteun zijn uitgegoten, dan wel vanaf de gehele lengte van het bovenblad naar beneden zijn gestroomd. Op de plaats waar op de bar drie kunststof flessen met bio ethanol zouden hebben gestaan werden geen aftekeningen aangetroffen die er op zouden kunnen duiden dat deze flessen daar daadwerkelijk hebben gestaan. Buiten de door Delta Lloyd aangetroffen fles met bio ethanol werden de twee andere flessen, dan wel restanten daarvan door de beide onderzoekers niet aangetroffen. Op de vloer onder de aldaar aangetroffen restanten van een krat werd bio ethanol aangetroffen. (…) Het is aannemelijk dat gelet op de eigenschappen van de bio ethanol (uiterst brandbaar en erg vluchtig) de bio ethanol reeds voor het uitbreken van de brand onder dit krat aanwezig is geweest. Indien tijdens de brand er bio ethanol uit de flessen zou zijn gestroomd toen deze op de bar stonden, is het aannemelijk dat de bio ethanol bij het uitstromen grotendeels zou zijn verbrand. De mate en wijze van aantasting van de gehele bar wijst beslist niet op de aanwezigheid van drie flessen bio ethanol die op de bar hebben gestaan, vervolgens lek zijn geraakt en waarvan de inhoud daarvan zich daarna over het gehele bovenblad van de bar en de voetensteun heeft verspreid. (…) Uitgesloten kan worden dat glasscherven van een kapot gesprongen lamp de brand hebben ingeleid. De conclusie (…) wordt gedeeld dat de hypothese dat de gloeidraad de brand heeft veroorzaakt uiterst onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk is. (…) Met betrekking tot het kapot springen van de lamp als oorzaak van de brand dient nadrukkelijk nog het volgende te worden opgemerkt. Indien een kapot gesprongen lamp wel de brand zou hebben veroorzaakt, zoals door Van der Zande wordt gesteld en welke stelling door mij niet wordt gedeeld, is onder andere het verschil in aantasting van de binnenzijde van de onderkasten van de bar, de aantasting van de voorzijde van de bar en de ernstige aantasting van de doorgang van de zaal naar het café niet te verklaren. (…) CONCLUSIE Gezien het vorenstaande kan naar mijn mening geconcludeerd worden, dat de brand in het pand op het schadeadres het gevolg is gewest van het bijbrengen van vuur (brandstichting) waarbij men gebruik heeft gemaakt van een brandversnellend middel, zeer waarschijnlijk bio ethanol. (…) Ik vind het zeer opmerkelijk dat het dienblad met de glazen flessen met ethanol die zichtbaar zijn op de door de brandweer vervaardigde foto (…) ten tijde van het onderzoek door Delta Lloyd en Van der Zande niet meer aanwezig is. Op één foto van Delta Lloyd is een aftekening zichtbaar op de tafel waar het dienblad heeft gestaan. Gesteld kan worden dat op deze plaats het dienblad met de flessen moet hebben gestaan. Indien dit dienblad met flessen bewust voorafgaande aan het technisch onderzoek is weggehaald kan worden verondersteld dat de persoon die daarvoor verantwoordelijk is geweest er belang bij had dat (de inhoud van) deze flessen niet werden betrokken in het onderzoek. (…) Het is verder opmerkelijk te noemen dat er maar één fles met bio ethanol is aangetroffen, terwijl er volgens opgave drie aanwezig zouden zijn. Er zijn geen sporen aangetroffen van de overige twee flessen. (…) Uit het eerdergenoemde proces-verbaal van de rechtbank blijkt, dat de opdrachtgever, [naam 3], heeft verklaard dat niet zoals door verzekeraars is betoogd het pand ‘potdicht’ zat. Uit productie 11 van [naam 3] blijkt dat de brandweer heeft gezegd dat de deur open stond. (Deze productie heb ik niet in de ter beschikking gestelde documenten aangetroffen). Niet genoemd wordt welke deur dit betrof. Indien zoals door Delta Lloyd wordt gesteld het pand ‘potdicht’ is geweest kan op grond daarvan worden geconcludeerd dat een sleutelhouder in negatieve zin bij het ontstaan van de brand betrokken moet zijn. Indien het pand echter niet hermetisch afgesloten is geweest, kan niet worden uitgesloten dat een (onbekende) derde de brand heeft gesticht. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat het dan wel zeer opmerkelijk is dat na de brand het dienblad met de flessen met bio ethanol (spoorloos) is verdwenen. Het belang dat een (onbekende) derde bij het wegmaken van de flessen heeft gehad, is niet bekend. (…)” 2.11. Delta Lloyd c.s. is niet tot uitkering van enig bedrag onder de verzekeringsovereenkomst overgegaan. 2.12. Op 22 mei 2012 hebben partijen een akte benoeming van experts ondertekend. Hierin is opgenomen dat door de ondertekende experts de schade zal worden getaxeerd en dat dit als uitsluitend bewijs van de grootte van de schade zal hebben te gelden. Op 30 januari 2013 hebben de experts een akte van taxatie opgesteld. Hierbij zijn schadeposten opgenomen voor (kort gezegd) de inventaris, het huurdersbelang, goederen en bijkomende kosten. Bij de posten voor de inventaris en het huurdersbelang is onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin er geherinvesteerd zou worden en de situatie waarin dat niet zou gebeuren. 2.13. [eiser] heeft zijn onderneming inmiddels gestaakt. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert na wijziging van eis – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: 3.1.1. een verklaring voor recht dat Delta Lloyd c.s., ieder voor hun aandeel, uit hoofde van de verzekeringsovereenkomsten gehouden is tot vergoeding van de schade die [eiser] heeft geleden als gevolg van de brand op 21 mei 2012, waarbij als uitgangspunt voortzetting van de onderneming zal gelden, 3.1.2. veroordeling van Lloyd’s of London tot betaling bij wijze van voorschot van € 53.999,38 dan wel € 51.652,76, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, 3.1.3. veroordeling van Scharzmeer tot betaling bij wijze van voorschot van € 13.495,46 dan wel € 12.909,00, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, 3.1.4. veroordeling van China Insurance Company tot betaling bij wijze van voorschot van € 20.251,96 dan wel € 19.371,85, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, 3.1.5. veroordeling van Delta Lloyd tot betaling bij wijze van voorschot van € 99.310,58, althans € 34.187,58, althans € 32.426,46, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, aldus dat indien en voor zover gedaagden 1 tot en 3 meer betalen dan waartoe zij op grond van hun draagplicht in de verhouding met gedaagde 4 gehouden zijn, gedaagde 4 voor dat deel is bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente, 3.1.6. hoofdelijke veroordeling van Delta Lloyd c.s., althans ieder voor hun aandeel, tot betaling van € 7.420,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, 3.1.7. hoofdelijke veroordeling van Delta Lloyd c.s., althans ieder voor hun aandeel, in de proceskosten waaronder begrepen de nakosten. 3.2. [eiser] stelt hiertoe – kort gezegd – dat schade als gevolg van brand onder de verzekeringsovereenkomsten gedekt is, zodat Delta Lloyd c.s. tot uitkering over dient te gaan. 3.3. Delta Lloyd c.s. voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.