vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/573444 / HA ZA 14-944 Vonnis van 17 juni 2015 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HESTIA BEETHOVEN B.V., gevestigd te Landsmeer, eiseres, advocaat mr. E.E. de Vos te Amsterdam, tegen 1. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE AMSTERDAM, STADSDEEL ZUID, zetelend te Amsterdam, 2. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE AMSTERDAM, zetelend te Amsterdam, gedaagden, advocaat mr. R.D. Lubach te Amsterdam. Partijen zullen hierna Hestia, de gemeente Amsterdam en Stadsdeel Zuid (en gezamenlijk de gemeente) genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 19 september 2014; de akte overlegging producties van Hestia; de conclusie van antwoord, met producties; het tussenvonnis van 28 januari 2015, waarbij een comparitie van partijen is bepaald; het proces-verbaal van comparitie van 9 april 2015, met de daarin vermelde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 28 maart 2006 heeft Hestia bij de gemeente een aanvraag ingediend voor een bouwvergunning eerste fase. De aanvraag had betrekking op de bouw van een kinderdagverblijf op het (binnen)terrein grenzend aan de [school] aan de [straat] te [plaats]. 2.2. In 2006 zijn bij de [school] plannen ontstaan om haar bestaande gymzaal uit te breiden. In het kader hiervan heeft de gemeente een aanvraag bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) ingediend voor een uitkering op grond van de ‘Regeling stimulering aanpassing huisvesting brede scholen en aanpassing sportaccommodaties in verband met multifunctioneel gebruik 2006’ (hierna: de Regeling). Ingevolge artikel 12 lid 1 van de Regeling dient het project te worden gerealiseerd binnen 18 maanden na verlening van de subsidie. Het tweede lid bepaalt dat de gemeente ten minste drie maanden voor afloop van deze termijn een verzoek om verlenging kan indienen. 2.3. Naar aanleiding van deze aanvraag is aan de gemeente een bedrag toegekend van € 364.863,81 bestemd voor de [school]. Volgens de subsidiebeschikking van 26 oktober 2006 diende het project voor 26 april 2008 te zijn gerealiseerd. De gemeente heeft een verzoek tot verlenging van de realisatietermijn ingediend bij de uitvoeringsorganisatie van OCW, SenterNovem, waarna deze is verlengd tot 1 mei 2009. 2.4. De [school] heeft afgezien van haar bouwplannen. 2.5. Op 3 juli 2008 heeft [naam 1], destijds beleidsadviseur Lokaal Onderwijs van de gemeente (hierna: [naam 1]), met Hestia de mogelijkheid besproken om haar plan tot de bouw van een kinderdagverblijf uit te breiden met het realiseren van een naschoolse opvang ten behoeve van de [school] (hierna: het bouwproject). Hierdoor zou Hestia in aanmerking kunnen komen voor de aanvankelijk voor de [school] bestemde subsidie. 2.6. Op 15 juli 2008 is een bouwvergunning eerste fase aan Hestia verleend. 2.7. Bij brief van 20 oktober 2008 heeft [naam 1] het volgende aan Hestia geschreven: “(…) Hierbij bevestig ik dat ZuiderAmstel instemt met gebruik van het budget Stimuleringsregeling (…) voor het realiseren van een lokaal binnen het nieuwe gebouw naschoolse opvang/kinderopvang van Hestia op het terrein. Dit budget van € 364.864,- is beschikbaar gesteld tot en met 1 mei 2009. Over de wijze van verantwoording zal ik nog met u contact opnemen. (…)” 2.8. Bij e-mail van 23 februari 2009 heeft [naam 2], [functie] van Hestia (hierna: [naam 2]), het volgende aan [naam 1] geschreven: “(…) Ik mailde je over het vervolg van de [school]. Weet jij al wat meer over de subsidie en de datum van 1 mei 2009? (…)” 2.9. In maart 2009 heeft OCW de aanvragers van subsidie op grond van de Regeling de mogelijkheid geboden om de realisatietermijn voor het bouwproject te verlengen tot 31 december 2009. De gemeente heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. 2.10. Op 1 mei 2009 was het bouwproject nog niet gerealiseerd. Er was op die datum ook nog geen aanvang gemaakt met de bouwwerkzaamheden. 2.11. Op 8 mei 2009 heeft Hestia een bouwvergunning tweede fase aangevraagd. Vanwege de aanpassing van de bouwtekeningen door Hestia, is er op 30 juni 2009 een herziene bouwvergunning eerste fase aan Hestia verleend. Op 23 juli 2009 heeft de gemeente de bouwvergunning tweede fase verleend. 2.12. Bij e-mail van 5 juni 2009 heeft [naam 1] het volgende aan [naam 3] (hierna: [naam 3]) van Next Architecten, de architect van Hestia, geschreven: “(…) we gaan een verzoek indienen voor uitstel van de realisatie van het gebouw om op die manier de subsidie veilig te stellen. Daarvoor zijn de juiste termijnen van bouw nog van belang. (…) Als dat duidelijk is, wordt het verzoek ingediend. (…)” 2.13. Op 19 juni 2009 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen [naam 3] en een aantal medewerkers van de gemeente, waaronder [naam 1] en [naam 4], [functie] van de gemeente (hierna: [naam 4]). In het verslag van dit gesprek is het volgende opgenomen: “Na ca. 30 min wordt TN [[naam 1]] uit de vergadering gehaald ivm een calamiteit. Hierbij geeft hij wel nog aan dat de subsidie van 360.000,- euro er zal komen. JL [[naam 3]] vraagt of Hestia hierop kan rekenen, TN geeft aan dat Hestia hier inderdaad op kan rekenen. (…) [naam 4] (…), die bij het vertrek van TN 5 min. niet aanwezig was, geeft bij zijn terugkomst aan dat hij het vreemd vindt dat TN aan heeft gegeven dat de subsidie er komt. (…)” 2.14. Bij e-mail van 19 oktober 2009 is namens SenterNovem het volgende aan [naam 5], werkzaam bij de gemeente, geschreven: “U heeft in het kader van de regeling (…) subsidie toegekend gekregen. De uiterlijke realisatiedatum van dit project ligt in het verleden, te weten op 1 mei 2009. Omdat er nog niet begonnen is met de bouw wilde u graag uitstel van de einddatum. Dit is niet mogelijk, omdat eventuele verlenging voor de oorspronkelijke einddatum, in dit geval 1 mei 2009, schriftelijk ingediend had moeten worden. Als verlenging nog wel mogelijk was geweest, was dit slechts tot uiterlijk 31 december 2009, omdat dit de uiterlijke einddatum is van alle projecten. (…)” 2.15. In een gesprek op 11 november 2009 is namens de gemeente aan Hestia meegedeeld dat het budget niet meer beschikbaar was. 2.16. Op 18 december 2009 heeft Hestia bij de gemeente een aanvraag ingediend in het kader van MIPSA en het Project Maatschappelijke Investeringen regeling onrendabele top (hierna: PMI). De aanvraag strekte tot verlening van een investeringssubsidie voor de ‘medefinanciering van de nieuwbouw naschoolse opvang en kinderopvang aan de Uiterwaardenstraat 542’. 2.17. Op 29 december 2009 heeft Hestia facturen ingediend bij de gemeente voor de tot dan toe gemaakte kosten voor het bouwproject ten bedrage van € 102.517,46. De gemeente heeft deze facturen niet voldaan. 2.18. Bij e-mail van 12 februari 2010 is namens SenterNovem het volgende aan [naam 1] geschreven: “(…) Van [naam 6] kreeg ik de vraag of ik op schrift kon stellen dat alleen kosten subsidiabel zijn binnen de einddatum van een project. (…) Jullie hebben verlenging van de einddatum aangevraagd en toegekend gekregen (…). Dit betekent dat daarmee kosten subsidiabel zijn tot en met die einddatum. (…)” 2.19. Op 27 april 2010 heeft Hestia de gemeente aansprakelijk gesteld voor schade geleden als gevolg van onrechtmatig handelen en/of nalaten van de gemeente. 2.20. Bij besluit van 16 juli 2010 is aan Hestia een investeringssubsidie verleend van € 83.677,- na oplevering. 2.21. Op 7 oktober 2010 heeft Hestia aan [bedrijf 1] de opdracht verleend voor de bouw van het bouwproject voor een bedrag van € 692.500,-. 2.22. Op 23 november 2011 heeft OCW besloten het op grond van de Regeling aan de gemeente uitbetaalde bedrag terug te vorderen, omdat het bouwproject niet binnen de bepaalde termijn was gerealiseerd. 2.23. Bij brief van 22 mei 2012 is namens de gemeente aansprakelijkheid van de hand gewezen. 3Het geschil 3.1. Hestia vordert – samengevat – na wijziging van eis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van de gemeente I. primair: tot nakoming van de overeenkomst d.d. 20 oktober 2008 tot betaling aan Hestia van een bedrag van € 364.864,-, vermeerderd met de wettelijke rente; II. subsidiair en meer subsidiair: tot vergoeding aan Hestia van de door haar in de periode vanaf 20 augustus 2008 tot en met de datum van een vonnis reeds geleden schade, te begroten op € 364.864,-, vermeerderd met de wettelijke rente, verhoogd met de daadwerkelijk door Hestia gemaakte kosten ter financiering van een bedrag van € 364.864,-; III. meest subsidiair: tot vergoeding aan Hestia van de door haar in de periode van 1 december 2007 tot en met 1 mei 2009 gemaakte kosten tot een bedrag van € 102.517,46, vermeerderd met de wettelijke rente; IV. meest subsidiair: betaling van € 364.384,-, vermeerderd met de wettelijke rente; V. in de proceskosten. 3.2. De gemeente voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Hestia heeft zowel de Gemeente Amsterdam als de Gemeente Amsterdam, Stadsdeel Zuid gedagvaard. Zoals de gemeente terecht heeft aangevoerd, is het Stadsdeel Zuid geen van de gemeente Amsterdam te onderscheiden (publiekrechtelijke) rechtspersoon en maakt Hestia geen onderscheid tussen het handelen van het Stadsdeel en de gemeente Amsterdam. De vordering zal in het navolgende daarom alleen ten aanzien van de gemeente Amsterdam worden beoordeeld. 4.2. Hestia heeft zich – naar de rechtbank begrijpt – primair op het standpunt gesteld dat er tussen haar en de gemeente (met de brief van 20 augustus 2008) een overeenkomst tot stand is gekomen, althans dat de gemeente een ongeclausuleerde toezegging heeft gedaan tot toekenning van een bedrag van € 364.864,-. Volgens Hestia heeft de gemeente daaraan geen voorwaarden verbonden, zodat de gemeente gehouden is dat bedrag aan haar uit te keren. De gemeente heeft dit betwist en aangevoerd dat het bedrag van € 364.864,- aan Hestia is toegekend in eerste instantie onder de voorwaarde dat Hestia het bouwproject vóór 1 mei 2009 volledig had afgerond en later onder de voorwaarde dat Hestia vóór 1 mei 2009 een aanvang had gemaakt met het bouwproject. 4.3. De rechtbank oordeelt als volgt. Op 3 juli 2008 heeft de gemeente met Hestia besproken dat als zij haar bouwplannen zou aanpassen – in die zin dat zij niet alleen een kinderdagopvang, maar ook een naschoolse opvang zou realiseren – aan haar het subsidiebudget van de [school] kon worden toegekend (zie 2.5). 4.4. De brief van [naam 1] van 20 augustus 2008 (zie 2.7) heeft een rechtsverhouding tussen Hestia en de gemeente tot stand gebracht, dan wel is daarin vastgelegd, op grond waarvan de gemeente Hestia een bedrag van € 364.864,- als tegemoetkoming in de bouwkosten in het vooruitzicht heeft gesteld (hierna: het budget). 4.5. Anders dan Hestia heeft aangevoerd, was daarbij van een onvoorwaardelijke toezegging geen sprake. Het moet voor Hestia duidelijk zijn geweest dat aan toekenning van het budget voorwaarden waren verbonden en dat die voorwaarden voortvloeiden uit de Regeling. In zijn algemeenheid geldt immers dat aan de terbeschikkingstelling van gemeenschapsgeld voorwaarden verbonden zijn. Het is dan ook niet in geschil dat Hestia wist dat het budget moest worden gebruikt voor de realisatie van een buitenschoolse opvang. In de brief van 20 augustus 2008 is verder opgenomen dat het budget beschikbaar is gesteld tot en met 1 mei 2009. Ook hierdoor was voor Hestia duidelijk dat het budget haar niet zonder enige voorwaarde was toegekend en dat de datum van 1 mei 2009 daarbij een rol speelde. Dat dit voor Hestia duidelijk was, blijkt ook uit de e-mail van [naam 2] van 23 februari 2009 (zie 2.8), waarin ze [naam 1] vraagt of hij al wat meer weet over de subsidie en de datum van 1 mei 2009. Van een ongeclausuleerde toezegging door de gemeente tot uitbetaling van het budget was dus geen sprake. De primaire vordering van Hestia dient dan ook te worden afgewezen. 4.6. Subsidiair stelt Hestia dat de gemeente een onrechtmatige daad jegens haar heeft gepleegd doordat zij heeft gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Volgens Hestia had de gemeente op grond van haar zorgplicht de verplichting om Hestia uit eigen beweging, maar in ieder geval in reactie op verzoeken hiertoe van Hestia, op een zorgvuldige en volledige wijze te informeren (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.