vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 3176428 CV EXPL 14-17594 vonnis van: 20 januari 2015 fno.: 590 vonnis van de kantonrechter I n z a k e 1 [eiser sub 1] 2. [eiser sub 2] beiden [woonplaats] eisers tesamen nader te noemen: [eisers gezamenlijk] gemachtigde: mr. H.M. Hielkema t e g e n [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde nader te noemen: [gedaagde] gemachtigde: mr. W.H.J. Luijer Verloop van de procedure tussenvonnis van 12 augustus 2014; akte vermeerdering van eis en overleggen producties aan zijde [eiser sub 1]; comparitie na antwoord op 6 november 2014 waarbij aanwezig [eiser sub 1] en [eiser sub 2] met hun gemachtigde en [gedaagde] met haar gemachtigde. Aan haar zijde is ook aanwezig [naam]. Rechtsoverwegingen 1Feiten In deze procedure staat het volgende vast: 1.1. Sinds 1999 zijn [eisers gezamenlijk] eigenaar van de drie bovenwoningen (bestaande uit vier gelijke woonlagen) aan de [adres]. 1.2. Het pand dateert uit omstreeks 1890. 1.3. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] bewonen met hun twee kinderen de bovenste twee étages. 1.4. De op de eerste twee étages gelegen woningen zijn verhuurd, waarvan de eerste étage aan [gedaagde]. 1.5. [gedaagde], in juli 2014 83 jaar oud, huurt de woning sinds ongeveer 1965 tegen laatstelijk € 152,05 per maand. De woning beslaat circa 59m2 en bestaat uit een kamer-ensuite, zijkamer, douche met toilet, hal, keuken en een balkon. 1.6. De WOZ waarde van de door [gedaagde] gehuurde woning bedraagt € 258.000,00 met als peildatum 1 januari 2013. 1.7. Partijen maken gebruik van hetzelfde trappenhuis. 1.8. Op verzoek van [eisers gezamenlijk] heeft De Beheer Compagnie na een inspectie op 1 november 2013 een renovatieplan voor de door [gedaagde] gehuurde woning gemaakt 1.9. Bij brief van 7 juni 2012 en bij brief van 14 maart 2014 hebben [eisers gezamenlijk] de huurovereenkomst met [gedaagde] opgezegd tegen 1 januari 2013 respectievelijk tegen 1 oktober 2014 omdat de door [gedaagde] betaalde huurprijs disproportioneel laag is, zodat het voor hen onmogelijk is om het pand te onderhouden; [gedaagde] gelet op haar woonduur gemakkelijk in aanmerking komt voor een andere woning op de begane grond; de verhoudingen slecht zijn. 1.10. [eisers gezamenlijk] hebben [gedaagde] laatstelijk aangeboden een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten te verstrekken ter grootte van € 5.799,00. 1.11. [gedaagde] heeft op de brief van 14 maart 2014 niet gereageerd. 2Vordering [eisers gezamenlijk] vorderen - na vermeerdering van eis - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - kort gezegd - de ontbinding, althans de beëindiging van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning door [gedaagde]; de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.000,00 met de wettelijke rente en de eventueel over de maand november 2014 ingehouden huur ad € 125,00 de (na)kosten van de procedure. Aan hun vorderingen leggen zij de onder 1 vermelde feiten alsmede het navolgende ten grondslag. Tussen de extreme lage, zeer beperkt stijgende huur van € 152,05 per maand en de op het gehuurde rustende, jaarlijks toenemende exploitatielasten bestaat een structurele wanverhouding (Hoge Raad 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0683, NJ 2010/190 (Herenhuisarrest). Omdat de huurovereenkomst al zo lang bestaat is het effect van de achterblijvende huurprijs extreem. Van de opwaartse aanpassingen van de wettelijke huurprijzen in de loop der tijd hebben [eisers gezamenlijk] bij [gedaagde] geen gebruik kunnen maken. [gedaagde] betaalt nog geen 30% van de maximale huurprijsgrens volgens het Woningwaarderingsstelsel en 0,7 % van de WOZ-waarde. [eisers gezamenlijk] lijden per jaar een exploitatieverlies van € 8.905,17 en moeten jaarlijks steeds meer interen op hun vermogen om de huurovereenkomst met [gedaagde] te kunnen voortzetten. [eisers gezamenlijk] subsidiëren [gedaagde] met € 8.905,17 per jaar. Een huur van € 894,14 zou tot een break-even situatie leiden. Om aan dit structurele verlies een einde te maken willen zij de nimmer gerenoveerde en met gebreken behepte woning ingrijpend renoveren en hebben zij de huurovereenkomst opgezegd op grond van dringend eigen gebruik. De renovatie is niet mogelijk zonder beëindiging van de huurovereenkomst. De renovatie ten bedrage van € 58.998,00 maakt eeen huurprijs gebaseerd op 169 punten van ongeveer € 1.250,00 per maand mogelijk, waardoor een bescheiden rendement van € 81,83 op jaarbasis kan worden verkregen, [gedaagde] kan gelet op haar leeftijd, zeer lange woonduur en ongetwijfeld beschikbare vermogen andere passende woonruimte verkrijgen. Van [eisers gezamenlijk] kan niet verlangd worden de situatie te continueren. De belangen van [eisers gezamenlijk] bij beëindiging van de huurovereenkomst wegen aanmerkelijk zwaarder dan die van [gedaagde] bij voortzetting. De verhouding tussen partijen is bijzonder slecht en [gedaagde] gedraagt zich al jaren als een slecht huurder en derhalve in strijd met artikel 7: 213 Burgerlijk Wetboek (BW). Dit slecht huurderschap bestaat uit: overlast en treiterijen tegenover [eisers gezamenlijk] en andere buren, het in 1999 weigeren mee te werken aan een renovatie, het in 1999 schetsen van een slecht beeld van [eisers gezamenlijk] bij Bouw- en Woningtoezicht, het in 2000 op kosten van [eisers gezamenlijk] werkzaamheden door bouwvakkers laten uitvoeren, het in 2000 onheus bejegenen van de elektricien en timmerlieden, het onnodig laten branden van het licht in het trappenhuis, het niet gebruiken van de afzuigkap bij koken, het in het verleden veroorzaken van geluidsoverlast door een hond van een kennis, het pas na lang aandringen en schade verwijderen van bloempotten op dak benedenburen, het in 2011 mishandelen van [eiser sub 1] door een gast van [gedaagde], het niet meewerken aan een door [eisers gezamenlijk] gewenste splitsing van het gebouw, intimerend gedrag, het in 2011 insmeren van de trap met een plakkerige substantie, het met teveel water laten schoonmaken van de houten trap, die daardoor verrot, het medio 2012 uitschelden van [eiser sub 1], het blijven hard zetten van de televisie ondanks schriftelijke sommatie om dat na te laten en het door [eisers gezamenlijk] meermalen moeten inschakelen van de politie. Aanschrijvingen om het wangedrag te staken hebben geen effect. Pogingen om relatie te verbeteren evenmin. Daar werkt [gedaagde] niet aan mee. Ook betaalt zij stelselmatig de huur te laat en sinds februari 2014 betaalt zij elke maand zonder recht € 125,00 minder omdat zij in 2013 waterschade (herstelkosten een gesteld bedrag van € 1.250,00) zou hebben gehad. [eisers gezamenlijk] zijn nimmer in gebreke gesteld; er is geen bewijs van schade (ook niet geconstateerd bij inspectie woning door de Beheercompagnie) of van reparatiekosten. Per 1 oktober 2014 bedraagt de achterstand € 1.000,00 en derhalve meer dan driemaal de maandhuur. Het (kennelijke) beroep van [gedaagde] op de huurwetgeving is onaanvaardbaar gelet op de eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 BW en 6: 248 lid BW). 3Verweer [gedaagde] voert gemotiveerd verweer. Haar komt wel degelijk een beroep op huurbescherming toe. Zij betwist dat [eisers gezamenlijk] structureel een verlies lijden van € 8.905,17: er wordt geen onderhoud gepleegd; een reservering van € 2.580,00 is onterecht; toerekening van een bedrag ad € 5.640,38 aan hypotheeklasten is onterecht. De lage huurprijs die [gedaagde] betaalt, is ongetwijfeld van invloed geweest op de koopprijs van het pand in 1999. Als [eisers gezamenlijk] al verliezen lijden, zijn dat verliezen die zij bij aankoop konden voorzien. Dat maakt dat zij niet kunnen stellen dat zij het gehuurde dringend nodig hebben voor eigen gebruik en dat van hen de belangen van beide partijen naar billijkheid in aanmerking nemend, niet kan worden gevergd de huurovereenkomst voort te zetten. [eisers gezamenlijk] kunnen een destijds bij aankoop willens en wetens genomen financieel risico niet op [gedaagde] afwentelen. [gedaagde] heeft er - gelet op haar leeftijd en mindere mobiliteit, hulp van buren en dergelijke - enorm belang bij dat zij in de reeds meer dan 60 jaar door haar bewoonde woning en in de haar bekende buurt kan blijven wonen. Gelet op haar leeftijd zal de woning binnen afzienbare tijd door natuurlijk verloop vrijkomen. De door [eisers gezamenlijk] genoemde passende woonruimtes zijn te duur en niet passend. Ook betwist [gedaagde] dat zij zich niet als goed huurder zou gedragen. De relatie tussen partijen is niet goed, maar het is veeleer [eiser sub 1] die telkens op zoek is naar conflicten. De door [eisers gezamenlijk] genoemde conflicten zouden zich in een periode van 13 jaar hebben voorgedaan en op een aantal zaken heeft [gedaagde] geen invloed gehad, zoals op een hond van een vriend die blaft, een handgemeen met een gast en het niet gebruiken van een afzuigkap (er is geen afzuigkap en geen rookkanaal daarvoor). Zij betwist aansprakelijk te zijn voor schade aan de trap, voor intimidatie te hebben gezorgd (zij is 83 en 1.57 meter lang !) en de trap met een olieachtige substantie te hebben ingesmeerd. Het zijn ongefundeerde beschuldigingen. [gedaagde] heeft niet veel goeds van [eisers gezamenlijk] te verwachten. Een oprechte wil bij [eisers gezamenlijk] om de relatie te verbeteren is er niet. Op 22 oktober 2013 heeft [naam] namens [gedaagde] [eisers gezamenlijk] aansprakelijk gesteld voor schade als gevolg van een waterlekkage vanuit de woning van [eisers gezamenlijk] Herstel kostte [gedaagde] € 950,00. Sinds februari 2014 houdt [gedaagde] per maand op de huur € 125,00 in ter verrekening, omdat [eisers gezamenlijk] haar schade niet vergoeden. Daarvan zijn [eisers gezamenlijk] op 2 januari 2014 op de hoogte gesteld. Indien [gedaagde] de bedragen niet mocht inhouden, verzoekt zij haar een terme de grâce te gunnen om alsnog aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisers gezamenlijk] met een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling in de kosten van het geding 4Beoordeling van de standpunten dringend eigen gebruik/structurele wanverhouding 4.1. Een aantal van de door [eisers gezamenlijk] aangevoerde argumenten zijn politiek van aard, zoals de gestelde maatschappelijk ongewenste gevolgen van de wettelijke huurregulering en het door die regels door huurders (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.