← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2015:6932

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Vonnis in gevoegde zaken van 30 september 2015 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/13/534453 / HA ZA 13-97 van naamloze vennootschap FAIRSTAR HEAVY TRANSPORT N.V., gevestigd te Rotterdam, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. P.D. Olden te Amsterdam, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [plaats] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht CADENZA MANAGEMENT LIMITED, gevestigd te St. Helier, Jersey, Channel Islands, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, 3. [gedaagde 3], wonende te [plaats] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. F.M. Peters te Amsterdam, 4. [gedaagde 4], wonende te [plaats] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, 5. [gedaagde 5], wonende te [plaats] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. G. te Winkel te Amsterdam, 6. [gedaagde 6], wonende te [plaats] gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/538536 / HA ZA 13-319 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOCKWISE WHITE MARLIN B.V., gevestigd te Breda, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. P.D. Olden te Amsterdam, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [plaats] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, 2. [gedaagde 3], wonende te [plaats] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. F.M. Peters te Amsterdam, 3. [gedaagde 4], wonende te [plaats] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, 4. [gedaagde 5], wonende te [plaats] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. G. te Winkel te Amsterdam, 5. [gedaagde 6], wonende te [plaats] gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, Eiseressen in conventie zullen hierna Fairstar respectievelijk Dockwise worden genoemd en gezamenlijk Dockwise c.s. Gedaagden in conventie zullen hierna als volgt worden aangeduid: [gedaagde 1] respectievelijk Cadenza en [gedaagde 3] (en gezamenlijk ook [gedaagden 1 en 3 gezamenlijk] ); [gedaagde 4] respectievelijk [gedaagde 5] (en gezamenlijk ook [gedaagden 4 en 5 gezamenlijk] ); en [gedaagde 6] . 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: in de zaak 13-97 het vonnis in incident van 10 juli 2013 waarbij de beide zaken zijn gevoegd; het vonnis in incident van 30 oktober 2013; in de zaak 13-319 - de dagvaarding van Dockwise van 10 januari 2013 met producties; in beide zaken de conclusie van antwoord, tevens houdende (incidentele) vorderingen in reconventie, met producties van [gedaagden 1 en 3 gezamenlijk] en Cadenza; de conclusie van antwoord, tevens incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, tevens eis in reconventie, met producties van [gedaagden 4 en 5 gezamenlijk] ; de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties van [gedaagde 6] ; de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, met producties van Fairstar en Dockwise, de conclusie van dupliek in conventie, conclusie van repliek in reconventie, met producties van [gedaagden 1 en 3 gezamenlijk] en Cadenza; de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, met producties van [gedaagden 4 en 5 gezamenlijk] ; de conclusie van dupliek in conventie en conclusie van repliek in reconventie en akte wijziging van eis met producties van [gedaagde 6] ; de conclusie van dupliek in reconventie van Fairstar en Dockwise; het verzoek om pleidooi van Fairstar en Dockwise; de antwoordakte uitlating pleidooi van [gedaagden 4 en 5 gezamenlijk] ; de akte uitlating verzoek pleidooi, wijziging/vermeerdering van eis van [gedaagde 6] ; de akte bezwaar tegen eiswijziging van Fairstar en Dockwise; de rolbeslissing van 20 augustus 2014 waarbij pleidooi wordt toegestaan; de akte n.a.v. bezwaren eisers tegen eiswijziging/vermeerdering van [gedaagde 6] ; de rolbeslissing van 3 september 2014 waarbij de eiswijziging van [gedaagde 6] wordt toegelaten; de op 9 februari 2015 gehouden pleidooien en het daarvan opgemaakte proces-verbaal met de daarin genoemde stukken. 1.2. Op verzoek van [gedaagden 1 en 3 gezamenlijk] is in een voorlopig getuigenverhoor een aantal getuigen gehoord. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Fairstar bestaat sinds 2005 en is een Nederlands zeetransportbedrijf dat zich richt op vervoer van grote vrachten ten behoeve van de offshore en onshore energie- en infrastructuurindustrie. In 2011 exploiteerde Fairstar daartoe twee grote “semi-submersible” schepen, de FJORD en de FJELL. 2.2. Fairstar had in de periode waarop deze procedure ziet een beursnotering in Noorwegen aan de Oslo Børs (Oslo Stock Exchange, hierna: de OSE). Op grond van deze notering stond Fairstar onder toezicht van de OSE. Omdat Fairstar haar statutaire zetel in Nederland heeft, stond Fairstar in de periode waarop deze procedure ziet tevens onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). 2.3. Tot 16 juli 2012 vormden [gedaagde 1] (sinds 2006 als Chief Executive Officer of CEO) en [gedaagde 3] (als Chief Operating Officer of COO) het bestuur van Fairstar. Zij waren gezamenlijk bevoegd om Fairstar te vertegenwoordigen (artikel 16 lid 1 van de statuten). 2.4. In de periode waarop deze procedure ziet bestond de raad van commissarissen (van Fairstar uit [gedaagde 4] (voorzitter, sinds 2007 commissaris), [gedaagde 5] (sinds 2005), [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] (hierna: [naam 2] ). Op grond van artikel 17 lid 1 van de statuten van Fairstar zijn besluiten tot het verkrijgen van een registergoed (zoals de schepen waaruit de vloot van Fairstar bestaat) onderworpen aan de goedkeuring van de raad van commissarissen. 2.5. [gedaagde 1] verrichtte zijn werkzaamheden als CEO voor Fairstar via Cadenza. Cadenza ontving van Fairstar op grond van een “Services Agreement” een vergoeding (management fee, discretionaire bonussen en een onkostenvergoeding) in ruil waarvoor Cadenza [gedaagde 1] aan Fairstar ter beschikking stelde voor het verlenen van diensten als CEO van Fairstar. In persoon ontving [gedaagde 1] als statutair bestuurder van Fairstar op grond van een “Directors Agreement” een jaarlijkse vergoeding van Fairstar. 2.6. In de periode waarop deze procedure ziet was [gedaagde 6] in dienst van Fairstar als “treasurer” en maakte hij deel uit van het “management team” (MT) van Fairstar, waarin naast [gedaagde 1] en [gedaagde 3] alle hoogste managers van de verschillende afdelingen van Fairstar zitting hadden. 2.7. Dockwise is een beursgenoteerde onderneming op het gebied van zeevervoer (zware zeetransporten). Het bedrijf exploiteert een vloot van 19 schepen. In de zware zeetransportsector is (was) Dockwise een concurrent van Fairstar. [naam 3] (hierna: [naam 3] ) is sinds september 2009 lid van het bestuur (Chief Financial Officer of CFO) van Dockwise. [naam 4] (hierna: [naam 4] ) was van december 2009 tot april 2013 “non-executive member” van het bestuur van Dockwise. 2.8. Op 2 februari 2010 hebben Fairstar en GSI een intentieovereenkomst ondertekend (“Head of Agreement” genaamd) waarin de intentie van Fairstar om vier schepen bij GSI in China te (laten bouwen

  1. en)kopen is neergelegd. 2.9. Op 18 februari 2010 heeft ( [gedaagde 1] namens) Fairstar een “Advisory Agreement” ondertekend met [naam 5] (hierna: [naam 5] ) op grond waarvan [naam 5] als “ [naam 5] ” zou optreden voor Fairstar in verband met de koop van in China te bouwen schepen (hierna: [naam 5] ). Contactpersonen voor Fairstar bij [naam 5] waren [naam 6] (hierna: [naam 6] ) en [naam 7] (hierna: [naam 7] ). In deze overeenkomst is, voor zover van belang, het volgende bepaald: “(…) Fairstar hereby retains [naam 5] to handle all Fairstar’s new building projects in China (…). Upon Fairstar entering into a shipbuilding contract with the selected Shipyard, Fairstar agrees to pay a commission to [naam 5] of 1% of the total purchase price (…). It is hereby agreed that for the vessel order under the Head of Agreement between Fairstar and GSI dated the 2nd of February, 2010 Fairstar will renumerate [naam 5] 1% of the total contract price for the first and second vessels. In the event Fairstar chooses to exercise its option for vessels three and four, Fairstar shall pay [naam 5] an Advisory fee of 5.0% of the total contract price for the third and forth vessels.(…)”. 2.10. Op 18 mei 2010 heeft [gedaagde 1] namens Fairstar de Shipbuilding Contracts voor de bouw van twee nieuwe schepen getekend, de FORTE en de FINESSE. Van de zijde van CSTC/GSI zijn deze contracten ondertekend door [naam 8] (van CSTC, het moederbedrijf van GSI) en [naam 9] (van de werf GSI). 2.11. Op 2 juli 2010 hebben Fairstar (vertegenwoordigd door [gedaagde 4] ) en Cadenza een nieuwe managementovereenkomst (hierna: de Cadenza Services Agreement) gesloten. De Cadenza Services Agreement bevat de volgende vrijwaring van Cadenza ten gunste van Fairstar terzake van een eventuele belastingclaim (hierna: de belastingclaim): “5.5 Cadenza is solely responsible for the deduction and / or payment of any applicable tax or social security contributions relating to the Services rendered under this Agreement, including but not limited to, withholding taxes and value added tax. 5.6 Cadenza agrees, without any right to set-off or counterclaim, to indemnify, and hold harmless, [Fairstar] from any liablility in relation to any tax or social security claims arising from the Services rendered under this Agreement.” Op grond van de Cadenza Services Agreement had Cadenza ( [gedaagde 1] ) recht op een jaarlijkse managementvergoeding van van USD 620.000 per jaar (artikel 3.1) en een jaarlijkse discretionaire bonus van maximaal USD 350.000 (artikel 4.1). Daarnaast kreeg Cadenza van Fairstar 100.000 aandelen Fairstar (artikel 4.3). In artikel 6.8 is bepaald dat in het geval zich een “Termination Event” voordoet, partijen in onderhandeling zullen treden over de mogelijke voortzetting van de overeenkomst en dat in het geval geen overeenstemming kan worden bereikt binnen vier weken na de Termination Event, aan Cadenza ( [gedaagde 1] ) een vertrekvergoeding zal worden uitgekeerd ten bedrage van: (
  2. a)vier keer de jaarlijkse managementvergoeding; (
  3. b)vier keer de maximale jaarlijkse bonus; (
  4. c)onkosten. In artikel 6.7 van de Cadenza Services Agreement is bepaald dat een Termination Event als hier bedoeld zich voordoet als – samengevat – een derde ten minste 50,01% van de aandelen in Fairstar verwerft of als een aandeelhouder meer dan 30% van de aandelen verwerft en dit leidt tot een (verplicht) openbaar bod op de resterende aandelen. Fairstar heeft ook met [gedaagde 3] een Services Agreement gesloten (hierna: de [Agreement] ) waarin vergelijkbare bepalingen ter zake van een Termination Event zijn opgenomen en waarbij in artikel 11 een vertrekvergoeding is opgenomen ten bedrage van: (
  5. a)vier keer de jaarlijkse managementvergoeding; (
  6. b)pensioenpremie; (
  7. c)aandelen; (
  8. d)opties; (
  9. e)de voor de jaren 2012-2014 overeengekomen maximale jaarlijkse bonus; (
  10. c)onkosten. 2.12. Op 27 december 2010 heeft [gedaagde 1] van [naam 5] ( [naam 6] ) een e-mail ontvangen met een voorstel van GSI ten aanzien van de bouw van nog een derde schip. In deze e-mail staat, voor zover van belang, het volgende: “Please be noted that sellers agreed to proposal that Contract will be signed by down payment of USD2mio.,via which the said slot will be reserved for Fairstar. While the rest of first installment shall be paid within June 2011 to effect the contract. (…) Terms of payment: 100% of the Contract Price will be paid by the Buyer to the Seller in following installments: 1st: 20% upon the effectiveness of the Shipbuilding Contract of the Vessel; 2nd: 10% to be paid within forty-five days after the steel-cutting of the first steel plate of the respective Vessels as witnessed by DNV; (…).” 2.13. In december 2010 heeft Fairstar een obligatielening ten bedrage van NOK 300 miljoen (circa USD 50 miljoen) geplaatst (hierna: de Bond Agreement). 2.14. In een gezamenlijke vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen van Fairstar op 24 februari 2011 heeft [gedaagde 1] gemeld dat Fairstar een optie had om voor USD 110 miljoen een nieuw schip te laten bouwen. In de notulen van de vergadering is dit als volgt genotuleerd: “(…) [gedaagde 1] [ [gedaagde 1] , rb] states we have an opportunity till the end of July to order a third vessel (USD 110 million). We might be able to extend this option. (…)”. Op 19 mei 2011 heeft [gedaagde 3] in een vergadering van het MT het volgende gemeld: “LOI for 3rd ship is signed”. 2.15. Op 19 april 2011 schreef [gedaagde 1] aan [naam 6] ( [naam 5] ), voor zover van belang, het volgende: “(…) I think we should ask Sinosure to give us a proposal for FINESSE and vessel 3. Let DnB finish the first facility for FJORD/FJELL and FORTE. If Sinosure can give us Libor plus 300 for 70% debt to the purchase price, we will give them the mandate. Please ask them how realistic they are about this, I cannot afford to be embarrassed if they are not really serious.” 2.16. [naam 6] ( [naam 5] ) reageerde hierop per e-mail 20 april 2011 als volgt: “(…) I talked with sinosure on your comments. They understand your concern and they are willing to start with Finesse and the 3rd vessel. The proposal is then as we discussed before, i.e. make it an ECA loan and keep the all-in cost no more than 300bps. However, sinosure is keen to cooperate with DNB because DNB knows the business and Chinese banks today are indeed short of USD liquidity. Hence Sinosure ask for your kind introduction to DNB asap.” 2.17. Op 3 mei 2011 hebben Fairstar ( vertegenwoordigd door [gedaagde 1] ) en GSI een intentieovereenkomst ondertekend voor de bouw en aankoop van de FATHOM (“Recap” genaamd). 2.18. Op 5 mei 2011 schreef [naam 6] ( [naam 5] ) per e-mail onder meer het volgende aan [gedaagde 1] : “I am back to hotel after seeing off [naam 9] in airport. They are very happy about the arrangement you made for them in the San Francisco and Houston. (…) As per telecon, I would like to suggest you to send an email to [naam 10] shortly in order to keep the Boss in picture and updated, more importantly to have him tied with the project closely. Points I would propose are (…) B. [naam 9] successfully signed LOI of the 3rd vessel with understanding of Fairstar’s new request in payment term. (…).” 2.19. Op 12 mei 2011 stuurde [gedaagde 1] een e-mail aan [naam 10] , waarin hij de ondertekening van de Recap bevestigde: “(…) We have signed the Letter of Intent for the third semi-submersible vessel. (…)”. 2.20. [gedaagde 1] informeerde een aantal belangrijke klanten van Faistar over de ondertekening van de Recap. Op 5 mei 2011 schreef hij aan [naam 26] /KBR: “We signed a Letter of Intention Monday with GSI for a third “FORTE” Class vessel. This would be delivered in April 2013. We have not announced it to the market, so it is confidential.” Op 1 juni 2011 schreef [gedaagde 1] aan [naam 11] : “Last week (…) we have signed a contract with GSI to build a third 50,000 DWT semi-submersible exactly like the FORTE and FINESSE. It will be delivered in April 2013. We will name it the FATHOM.” 2.21. Ook in een tenderdocument dat Fairstar op 10 juni 2011 aan [naam 11] heeft gestuurd wordt melding gemaakt van de bouw van de FATHOM. In dit document staat: “the 50,000 DWT vessels FORTE, FINESSE and FATHOM are under construction at the (…) GSI facility (…)”. Ook staat hierin het volgende vermeld: “A third vessel, the FATHOM, has been ordered from GSI and is identical to the FORTE and the FINESSE. The FATHOM is scheduled to be delivered in May 2013.” 2.22. Op 21 juni 2011 stuurde [naam 6] (van [naam 5] ) een eerste concept van het Shipbuilding Contract voor de FATHOM per e-mail aan [gedaagde 1] en [gedaagde 3] . Dit concept is een bewerking (met “track changes”) van het Shipbuilding Contract voor de FORTE. Waar het Shipbuilding Contract voor de FORTE een aantal voorwaarden bevatte (onder meer met betrekking tot het ondertekenen van “a loan facility with Chinese financial institutions for up to 65% of the Contract Price”) bevatte het eerste concept van het contract voor de FATHOM geen opschortende of ontbindende voorwaarden. [gedaagde 3] heeft vervolgens per e-mail input op het concept Shipbuilding Contract geleverd (met name ten aanzien van de technische specificaties). 2.23. Diezelfde dag heeft [gedaagde 3] dit in een vergadering van het MT gemeld: “Contract for vessel 3 has been received for review. 2.24. In een e-mail van 8 juli 2011 schreef [gedaagde 1] over een voorgenomen bezoek aan China het volgende aan [naam 6] ( [naam 5] ): “(…) Things we need to do together: 1. Meet GSI for FATHOM contract finalization. (…)”. 2.25. In een e-mail later die dag schreef [gedaagde 1] het volgende aan [naam 6] ( [naam 5] ): “I have to give our Board of Directors the opportunity to review the final contract. They may have some suggestions or request clarification. As much as I would like to think I can make decisions on behalf of Fairstar, I need to build consensus and get strong support prior to receiving formal approval. I think we are in very good shape. The situation in Greece has made people in Europe nervous about investment decisions. I have put together a very strong package of information for the Board to consider. Let’s talk over de weekend and I will share with you my strategy.” 2.26. Op 12 juli 2011 schreeft [naam 6] ( [naam 5] ) per e-mail het volgende aan [gedaagde 1] : “I briefed the situation and your proposal on contracting timeline with [naam 9] . Apparently he is a bit worried, which is more because of the pressure from suppliers and provider of raw materials, say ABB and steel plate supplier. They are pushing GSI for deposit so as to guarantee early delivery, to cater to our requirement on early delivery of the vessel. Per telecon with you I understood it is all depending on how the board meeting goes on Jul 13. Please keep me posted on the progress.” 2.27. [gedaagde 1] antwoordde dezelfde dag nog per e-mail als volgt: “I am very confident that we will receive Board approval for the FATHOM. I believe we will be able to sign the final version of the contract as soon as the final comments from [gedaagde 3] are discussed and incorporated in the Contract. The current situation in the equity markets in Europe is nervous. Fairstar intends to do an equity issue for the first USD20million payment to GSI. The timing of the equity issue is difficult to predict. We may need some flexibility on the timing of the USD20million payment. That is the issue I am sure will be the most important to the BOD. I will let you know more tomorrow after the meeting.” 2.28. Op 13 juli 2011 vond een vergadering van de raad van commissarissen van Fairstar plaats. Alle commissarissen waren aanwezig ( [gedaagde 4] , [gedaagde 5] , [naam 2] en [naam 1] ) en [gedaagde 1] en [gedaagde 3] . In de vergadering is uitvoerig gesproken over de FATHOM (agendapunt 4). In deze vergadering is een “Study for the Fairstar FATHOM” besproken en heeft [gedaagde 1] goedkeuring van de commissarissen gevraagd om een overeenkomst aan te gaan voor de bouw van de FATHOM onder voorbehoud van financiering. In de notulen staat ter zake het volgende vermeld: “On behalf of the Management Board [gedaagde 1] [ [gedaagde 1] , rb] asks the Supervisory Board for approval to finalize the contract with GSI subject to satisfying the Supervisory Board we can finance. It will be on the basis of USD 110 million with delivery date Q2 2013.”. Alle partijen zijn het erover eens dat de raad van commissarissen in deze vergadering de bouw en aankoop van de FATHOM voorwaardelijk heeft goedgekeurd, te weten onder de voorwaarde dat Fairstar eerst de financiering rond zou krijgen en er opdrachten werden binnengehaald voor het nieuwe schip. 2.29. Op 14 juli 2011 schreef [gedaagde 1] per e-mail het volgende aan [naam 6] : “We received Board of Directory’s approval yesterday to sign the Contract for Ship number 3. We received unanimous approval of all 6 Directors. It was a very positive meeting. The Board is very concerned about the fragile condition of international capital markets. The situation with Greece and Italy and Spain has led to a general feeling of nervousness. We need to do a USD 20 million equity issue to make the first payment to GSI. Under the current contract wording, we will make that payment before September. I suggest we make a change in the wording of the contract to “no later than Nov, 30 2011” for the first payment. This will give Fairstar some additional flexibility within the current global economic climate. We have been invited to Japan next week to meet with [naam 11] . Fairstar is now officially on the Ichtys LNG Project short list. I can fly to China on July 24 and we can meet with GSI in either Guangzhou or Shanghai. We can sign the contract at that time. [gedaagde 3] will be with me in Japan for the Ichtys meetings and will then fly to Qidong. So, if necessary we can meet with GSI together. Please advise.” 2.30. In reactie op deze e-mail heeft [naam 6] ( [naam 5] ) nog dezelfde dag het volgende aan [gedaagde 1] geschreven: “Awesome! Unanimous approval! I got to talk with sellers on the suggestion for postponed payment. Wonder if we can give a bit comfort/carrot to lobby? Say more down payment and/or interest compensation? (…)”. 2.31. Hierop antwoordde [gedaagde 1] vrijwel meteen als volgt: “I am happy to offer to pay interest compensation to GSI to receive more time to do the equity issue. I think that would be fair. Please advise the next best steps. Should we see GSI/CSTC on July 25? I need to be in Singapore to make a speech on July 26/27 so I can be in China on the 25th or after the 27th. Please let me know.”. 2.32. Op 19 juli 2011 heeft [naam 6] ( [naam 5] ) per e-mail onder meer het volgende aan [gedaagde 1] geschreven: “(…) As to meeting with GSI/CSTC, the contract draft has been sent to you and [gedaagde 3] today. Commercially the topics will center on your requirement on postponement of 1st installment. Hope we have time to exchange views on it. Right now the sellers are looking at loss of money cost, impact on delivery time, and of course they request for earlier payment of 1st installment. I expect to have their comments tomorrow along with confirmation on meeting time/place. (…)”. 2.33. Nog dezelfde dag reageerde [gedaagde 1] hierop per e-mail als volgt: “My biggest problem right now is our contract with Uwa [de contactpersoon van GPC, een klant van Fairstar, waarmee Fairstar het zogeheten “Agrium-contract” had gesloten, rb]. He will not have his funding until September. We may have to split the shipments into half this year and half the next year. The spot market is very weak right now and in general investors are nervous about the situation in Europe. If we announce a delay ito the Agrium/Uwa contract and then try to raise equity for FATHOM, the markets will reject us. We must be careful. Furthermore, I need to be very conservative with cash for the next 3-4 months. 2012 is the beginning of the ‘Golden Age’ for Fairstar, but we need to maintain as strong a position as possible financially in the coming months. We are totally committed to the third GSI ship. However, if we push too hard, I will not continue to have the support I have to proceed. If we need to extend the delivery date a little, that is fine. I am even willing to consider increasing the price for FINESSE a little to reward GSI for their support.”. 2.34. Per e-mail van 22 juli 2011 stuurde [naam 6] ( [naam 5] ) het volgende tegenvoorstel van GSI aan [gedaagde 1] : “Refer to change of the payment scheme for Fathom as per your previous email, GSI/CSTC verbally replied as below for your comments --- start --- 1. Deadline of payment for remainder of the first instalment to be postponed to Nov 10 2011; 2. Compensation on postponement of payment to be calculated basis on interest rate of 5pct per annum; 3. Delivery time of Fathom to be accordingly extended to end of June 2013. The rest of the LOI [de Recap, rb] remain unchanged. --- end --- Can we accept above? They would like to have the main terms confirmed before our meeting in Guangzhou.”. 2.35. Op 24 juli 2011 stuurde [gedaagde 1] nog een e-mail aan [naam 6] (van [naam 5] ). In die e-mail stond over de FATHOM het volgende: “(…) I am looking forward to seeing you and finalizing the third GSI ship. I discussed with [gedaagde 3] having the contract show an earlier date and including various “subject to” clauses in the contract. My biggest issue is the timing of the equity issue. If the market is dead, I cannot raise the money. I will try to meet the November deadline, but the events in Oslo this weekend [de gewelddadige aanslag op Utøya, rb] may take a while for people to recover from. I must be sensitive to the situation. If I push too hard, I will lose my support from key shareholders and that is when HNA [een aandeelhouder van Fairstar, rb] can make their move to get rid of me. I think they see me as an obstacle preventing them from getting control of Fairstar. I think this is true. I have unanimous support from my Board of Directors, but they insist we raise equity at a reasonable price. I hope this clears everything up?”. 2.36. Op 25 juli 2011 vond een ontmoeting plaats tussen [gedaagde 1] , [naam 6] (van [naam 5] ) en GSI. Bij die gelegenheid tekende [gedaagde 1] namens Fairstar een contract getiteld “Shipbuilding Contract for Construction of One 50,000 DWT Semi-Submersible Heavy Lift Vessel (Hull No. H 11130007) as Buyer and China Shipbuilding Trading Company Limited And Guangzhou Shipyard International Company Limited Collectively as Seller” (hierna: het Shipbuilding Contract). Het schip waarop het Shipbuilding Contract ziet draagt de naam “FATHOM”. Het Shipbuilding Contract is gedateerd 3 mei 2011, naar de rechtbank begrijpt, om de FATHOM te kunnen bouwen onder de goedkeuring van de classificatiemaatschappij Det Norske Veritas (DNV) op de bouwtekeningen van de FORTE en de FINESSE, wat – kennelijk – alleen mogelijk was als het Shipbuilding Contract werd getekend binnen een jaar nadat de contracten voor de FINESSE en de FORTE waren getekend (op 18 mei 2010). In het ondertekende Shipbuilding Contract is (in afwijking van eerdere concepten van het contract) net als in de Recap (die eveneens 3 mei 2011 is gedateerd) de voorwaarde opgenomen dat de overeenkomst wordt aangegaan met de voorwaarde dat de raad van commissarissen hieraan uiterlijk 28 juli 2011 zijn goedkeuring zou verlenen. In het Shipbuilding Contract zijn de gewijzigde voorwaarden, opgenomen in de e-mail van [naam 6] ( [naam 5] ) van 22 juli 2011 (verlenging betalingstermijn tot 10 november 2011 in ruil voor rentebetalingen gecombineerd met een verlenging van de opleveringsdatum) (zie hiervoor 2.34) opgenomen. 2.37. Op 27 juli 2011 stuurde [naam 6] (van [naam 5] ) een e-mail van GSI van 26 juli 2011 door aan [gedaagde 1] met daaraan gehecht een scan van het ondertekende Shipbuilding Contract en een kopie van de volmacht van CSTC. In deze e-mail van GSI staat het volgende: “Dear [naam 6] , Thank you very much for your great efforts on the third vessel (H11130007). Please kindly have the Approval of Fairstar’s BOD [Board of Directors, rb] to be lifted in due course. Attached please kindly find a copy of CSTC’s POA for H11130007 with the original copy to be delivered by courier. We need to have Fairstar’s POA for filing.”. 2.38. Na 27 juli 2011 wordt in de correspondentie tussen partijen “Fairstar’s POA” nooit meer genoemd. Wel wordt per e-mail nog uitvoerig gecorrespondeerd over de goedkeuring van de raad van commissarissen (“Board of Directors” of “BOD”). Op 27 juli 2011 heeft [naam 6] (van Mearsk) het volgende aan [gedaagde 1] geschreven: “(…) POA is not in a hurry. But the BOD approval is expected tomorrow. (…)”. 2.39. Hierop reageerde [gedaagde 1] nog dezelfde dag als volgt: “I will chase up our Chairman for the BOD lifting. They will need to review the Contract to confirm I signed what they gave me permission to sign. I expect to have the formal lifting of the BOD no later than Monday. (…)”. 2.40. Op 27 juli 2011 heeft [gedaagde 1] het ondertekende Shipbuilding Contract per e-mail doorgestuurd aan onder anderen [gedaagde 3] en [gedaagde 6] . 2.41. Op 28 Juli 2011 schreef [naam 6] aan [gedaagde 1] het volgende: “GSI/CSTC agreed, verbally, to extend the deadline of bod approval from 28 Jul to 2 Aug. Nonetheless we are required to send an email on that first. Can do? (…)”. 2.42. Eveneens op 28 juli 2011 schreef [naam 6] aan GSI (met een kopie aan [gedaagde 1] ) het volgende: “Refer to various telecon on the BOD approval from Fairstar, kindly note extension to the deadlines is verbally agreed by both parties to Aug 2 2011 Rotterdam time.”. 2.43. Daarop schreef [gedaagde 1] aan [naam 6] (met een kopie aan GSI) het volgende: “Thank you for discussing the extension of the BOD approval for our third vessel contract with GSI. We appreciate the understanding of GSI and I undertake to provide confirmation of this condition being lifted no later than 2 august 2011. On behalf of Fairstar [gedaagde 1] Adkins CEO”. 2.44. De afspraak dat de goedkeuring van de raad van commissarissen op 2 augustus 2011 komt in plaats van 28 juli 2011 zoals vastgelegd in het ondertekende Shipbuilding Contract, wordt vastgelegd in een aanvulling op het Shipbuilding Contract (“Addendum No.1 To The Shipbuilding Contract for Construction of One 50,000 DWT Semi-Submersible Heavy Lift Vessel (Hull No. H 11130007) dated May 3, 2011”). 2.45. Op 28 juli 2011 heeft [gedaagde 1] een scan van het door hem ondertekende Addendum No. 1 aan [naam 6] ( [naam 5] ) toegestuurd met een kopie aan GSI. 2.46. Op 1 augustus 2011 heeft [gedaagde 1] het volgende geschreven aan [naam 6] met een kopie aan [naam 7] (beiden van [naam 5] ): “I have discussed the lifting of the Board approval with our Chairman today. I have received permission to proceed with the FATHOM with one ‘subject to’. Our Board of Directors is concerned about having the Bank of China facility in place for the FORTE pre-delivery financing. They are nervous about the current banking climate and want to be certain that Bank of China will make the floatation payment to GSI in September. They have stipulated Fairstar cannot make the 2 million payment prior to Bank of China making the 30 million payment to GSI. They are being very conservative and want to make sure we have made our payment for the FORTE before making the payment for the FATHOM. I have sent an email to [naam 12] about the Bank of China documentation and will wait to hear a response. We do not have a problem with making the 20 million payment in November assuming the FORTE payment has been made in September. I would suggest we make the FORTE floatation payment and the FATHOM 2 million payment at the same time. Please let me know what you think.”. 2.47. In reactie hierop heeft [naam 6] (met een kopie aan [naam 7] ) het volgende aan [gedaagde 1] geschreven: “We can understand, but we don’t agree with, the concern from BOD of Fairstar on if Bank of China will make the floatation payment to GSI in September. (…) Fortunately [naam 9] and [naam 10] are in Bejing today. After meeting with them it is agreed to adopt your suggestion on postponed payment of the two Million of Fathom to Floatation/launching of Forte. They hope it helps you to deal with the BOD and that is the best they can do. We are working on the addendum draft, reverting shortly.”. 2.48. Ook deze wijziging wordt vastgelegd in een aanvulling op het Shipbuilding (“Addendum No.2 To The Shipbuilding Contract for Construction of One 50,000 DWT Semi-Submersible Heavy Lift Vessel (Hull No. H 11130007) dated May 3, 2011”). In dit Addendum No. 2 is de wijziging opgenomen dat de down payment niet, zoals eerst overeengekomen, binnen tien dagen na ondertekening van het contract moet worden betaald, maar uiterlijk op 15 september 2011. 2.49. Op 2 augustus 2011 heeft [gedaagde 1] een scan van het door hem namens Fairstar ondertekende Addendum No. 2 aan [naam 6] toegestuurd (met kopie aan [naam 7] ). 2.50. Vervolgens heeft [naam 6] nog diezelfde dag [gedaagde 1] wederom naar de goedkeuring van de Raad van Commissarissen gevraagd: “Thanks a lot. So we are clean on the board approval from Fairstar on the Fathom contract now? Would you please confirm it with an official email or fax on approval from Board of Directors?”. 2.51. Op dit verzoek heeft [gedaagde 1] als volgt gereageerd: “I will be in the office in Rotterdam this Thursday. I will send [gedaagde 3] an official letter from the Board of Directors on Thursday.”. 2.52. Daarop reageerde [naam 6] op 3 augustus 2011 weer als volgt: “Thanks for your confirmation! As per contract/addendum the BOD must be lifted within Aug 2, 2011. For avoidance of defaulting the contract, I will use email from you on Aug 1 says “you have received permission to proceed with the FATHOM with one ‘subject to’.” As a timely notice on the BOD approval while the subject has been cleared via the addendum signed by you. Cheers!”. 2.53. Op 4 augustus 2011 heeft de personal assistant van [gedaagde 1] het volgende aan [naam 6] geschreven: “ [gedaagde 1] is currently travelling but he has asked me to enquire if you need any more documentation to be sent to satisfy the paperwork for the Contract of the third vessel. Please let me know.” 2.54. Hierop antwoordde [naam 6] als volgt: “Thanks a lot. What we need is an official BOD approval from Fairstar for the contract of the 3rd vessel within today. Kindly assist.”. 2.55. Daarop heeft [gedaagde 1] per e-mail het volgende aan [naam 6] medegedeeld: “We have Board of Directors approval.”. 2.56. Hierop reageerde [naam 6] als volgt: “Great! Thanks. CSTC may require one more addendum as the due day for BOD approval has passed.”. 2.57. Nog steeds op 4 augustus 2011 heeft CSTC ( [naam 13] ) – in reactie op het bericht van [gedaagde 1] van die dag waarin hij bevestigt dat hij Board of Directors approval heeft – het volgende aan [naam 6] ( [naam 5] ) geschreven (en deze e-mail is op 5 augustus 2011 doorgestuurd aan [gedaagde 1] ): “We are pleased to confirm the due receipt of Mr. [gedaagde 1] ’s confirmation of BoD approval for captioned vessel. Although according to the Shipbuilding Contract dated May 3, 2011 and the Addendum No. 1 dated 28th of July 2011, the BoD approval should be lifted on or before August 2nd, 2011. After friendly negotiation by the Seller and the Buyer, it is mutual agreed by both parties to extend the deadline of BoD approval to August 4th, 2011. Now therefore the parties have fulfilled the conditions stipulated in the Shipbuilding Contract dated May 3, 2011 as amended and supplemented thereafter, we are pleased to advise you that the Shipbuilding Contract for H11130007 has been become effective today. Thank you for your great effort and congratulations! Meanwhile please kindly find the Addendum No. 2 to the Shipbuilding Contract for H11130007 to extend the deadline of down payment to on or before September 15, 2011, which has been countersigned by both parties and has become effective.”. 2.58. Nog steeds op 5 augustus 2011 heeft CSTC ( [naam 13] ) de “Effective Confirmation Agreement” aan [naam 6] ( [naam 5] ) toegestuurd met het volgende begeleidende bericht: “Refer to our communication ths morning, kindly be advised that effective confirmation agreement for captioned vessel as attached to forward to Fairstar for their signature.”. 2.59. Op 8 augustus 2011 heeft CSTC ( [naam 13] ) het volgende aan [naam 6] geschreven: “For the captioned project, we urgently need the approved signature of shipowner for the effective confirmation agreement, which is an indispensable one for the Contract effective. Please help to get the shipowner’s approved signature and revert it to us as soon as possible.”. Dit bericht heeft [naam 6] op 8 augustus 2011 meteen doorgestuurd aan [gedaagde 1] : “Pls see below from CSTC who is pushing for signing of addendum. This is needed to make sure the contract effectiveness is a valid process.”. In reactie hierop schreef [gedaagde 1] aan [naam 6] : “We will sign and send to you today.”. 2.60. Nog dezelfde dag heeft [gedaagde 1] de “Effective Confirmation Agreement to the Shipbuilding Contract for Construction of One 50,000 DWT Semi-Submersible Heavy Lift Vessel (Hull No. H 11130007) dated May 3, 2011” namens Fairstar ondertekend aan [naam 6] toegestuurd (hierna: de Effective Confirmation Agreement). In de Effective Confirmation Agreement wordt bevestigd dat de voorwaarde “Board of Directors approval” (goedkeuring raad van commissarissen) was vervuld. 2.61. In deze Effective Confirmation Agreement is het volgende vastgelegd: “NOW THEREFORE , considering that the receipt by the SELLER of the approval of the BUYER ’s Board of Director has been lifted on August 4, 2011, the conditions of the Contract becoming effective stipulated in the Contract have been fulfilled by the Parties , the Parties herewith declare that the Shipbuilding Contract for H11130007 entered into effective on August 4, 2011.” 2.62. Eveneens op 8 augustus 2011 ontving Fairstar ( [gedaagde 1] ) van [naam 5] de factuur voor de “Contract Signing-Commission”. 2.63. Op 10 augustus 2011 stuurde [naam 7] ( [naam 5] ) een e-mail aan [gedaagde 1] met de volgende tekst: “Aware you have spoken to [naam 6] already on the delay issue. We are awaiting [gedaagde 4] mail to follow up with GSI. Meantime for the 3rd vessel will that eventually be owned by Fairstar FATHOM BV? Assume our invoices should be addressed accordingly?”. 2.64. [gedaagde 1] antwoordde hierop nog dezelfde dag als volgt: “I have spoken with [naam 6] . I do not know yet who the owner of the FATHOM will be. To avoid any doubt, we will not be paying the FATHOM fee until we have financing in place. In the current market environment, in the event we cannot raise equity by the end of November, we may have to cancel the order. I recommend you defer sending any invoices until we know the cake is really baked.”. 2.65. Op 13 augustus 2011 schreef [gedaagde 1] andermaal aan [naam 7] ( [naam 5] ): “I think you should wait until we have financing in place. In the current market we will have to postpone the first payment and in the worst case cancel the order.”. 2.66. Op 18 augustus 2011 schreef [gedaagde 1] nogmaals dat hij (voorlopig) geen rekening van [naam 5] wilde betalen: “(…) As I mentioned previously, until we have financing in place for the FATHOM we are not accepting the invoice.”. 2.67. Op 18 september 2011 vond de tewaterlating (“flotation”) van de FORTE plaats. Ter gelegenheid van de tewaterlating vond in Guangzhou (China) een officiële “flotation ceremony” plaats. Hierbij waren zijdens Fairstar [gedaagde 1] , [gedaagde 4] en enkele medewerkers aanwezig. Met deze “flotation” werd een betalingstermijn van USD 32 miljoen onder het Shipbuilding Contract voor de FORTE opeisbaar. 2.68. Op 22 september 2011 stuurde CSTC ( [naam 8] ) een e-mail aan [gedaagde 1] (met een kopie aan [naam 6] ) met de volgende tekst: “ [gedaagde 1] , Reference is made to the third vessel H11130007. According to the shipbuilding contract of H11130007, please kindly be advised that the Down Payment was due and payable to the Seller on September 15, 2011, but until now we have not received it. Please kindly be informed, in order to achieve the delivery date stipulated in the Shipbuilding Contract, GSI has already purchased steel plate and major equipment. Please take prompt action to remedy this default. Your good cooperation will be highly appreciated.”. 2.69. Diezelfde dag stuurde [naam 7] ( [naam 5] ) de volgende e-mail aan [gedaagde 1] : “SUBJECT : Payments to GSI Hej [gedaagde 1] , Understand everything went well at the launching last week. Congrats. CSTC/GSI is asking us to check with you on the status of the payments for both Forte and Fathom – asper their emails. Can you guide us on likely payment dates then we can try to manage expectations in China. For the Fathom payment understand your chairman [ [gedaagde 4] , rb] confirmed that he found it prudent and correct that Fairstar paid the initial instalment on Fathom asper the initial agreement. (…)”. 2.70. Op 23 september 2011 heeft [naam 7] ( [naam 5] ), kennelijk naar aanleiding van een telefoongesprek tussen hen beiden, het volgende aan [gedaagde 1] geschreven: “Following our conversation I updated [naam 6] on the payment progress. We expect there will be understanding on the Forte. However based on our discussion, especially with [naam 9] , a postponed first payment on the Fathom is likely to be received with some serious concerns. Based on their trust in and with you GSI is well underway with the procurement process for Fathom and has purchased steel. We understand that it is likely to be quite humilating to [naam 9] , and may well cause him problems in CSTC. They would be concerned of a delay in a relatively small payment, and questions on the seriousness of the project could be raised. Wish to highlight this, as [naam 9] is your strongest ally in GSI/CSTC, and central to the trust built. In any case we suggest you send your response email to us first and we shall revert with observations prior to you responding to G`SI.”. 2.71. Op 28 september 2011 heeft [gedaagde 1] per e-mail aan [naam 8] (CSTC), in antwoord op zijn e-mail van 22 september 2011, het volgende geschreven (met een kopie aan [naam 9] en [naam 6] ): “ [naam 8] , Thank you for your email. It was a pleasure seeing you in Shanghai. Thank you for participating in this important milestone. I apologise for the delay of the payment for the third vessel H11130007. The situation in Europe with banks is very delicate. We are currently finalising the documentation with DnB NOR in order to make the USD 32 million payment to you for the FORTE. Perhaps I appear too careful but I do not want to make our syndicate nervous about H11130007. My plan is to make the first USD 2 million payment immediately after we have made the USD 32 million payment for the FORTE. I recognise this is different from the documents, unfortunately the global banking system is very unstable right now. Naturally we are prepared to pay GSI additional interest in compensation. I plan to be back in China in the next two to three weeks to meet with Sinosure about their credit support facility. Perhaps I can meet with you in Shanghai at that time to discuss our plans in greater detail. Thank you for your support and patience.”. 2.72. [naam 8] (CSTC) reageerde hierop de volgende dag met het volgende bericht: “Thank you very much for your below e-mail. (…) Regarding the down payment for the third vessel (H11130007), we think it is unrelated to the third installment of Forte and is some issue within your ability, unlike the third installment of Forte which you need to finalize the financing documentation wth DnB Nor firstly. For your reference, in order to meet the contractual delivery date of H11130007, GSI has started the production preparation after the signing of contract, they have already purchased the steel plate and ordered main equipment. The delay in the down payment will cause extreme pressure to [naam 10] and [naam 9] . We hope to get your understanding in this regard by paying the down payment immediately. (…)”. 2.73. Op 11 oktober 2011 schreef [gedaagden 1 en 3 gezamenlijk] in een e-mail aan [naam 9] (met een kopie aan [naam 6] van Mearsk) onder meer het volgende: “(…) I understand we need to send you the first USD 2 million payment for the third ship. (…) In addition, we are waiting for a USD 5 million payment (…). We had been expecting this in July. I know this is not something that should ever affect our relationship. Unfortunately, in the current global financial environment, I am in a position that requires great care in managing cash flows. (…) I will take steps to pay the USD 2 million to you in the next 2-3 weeks. I know this is late. I know you have ordered the steel and I know I have already caused a delay that is embarrassing for you and [naam 10] . I am asking you to once again trust me. I value our relationship very much. I hope you feel confident that the trust you show in Fairstar today will be returned and rewarded for many years to come in the future.”. 2.74. Op 12 oktober 2011 vond een vergadering van de raad van commissarissen van Fairstar plaats. In de notulen van deze vergadering is over de bouw van de FATHOM, voor zover van belang, het volgende opgenomen: “(…) [gedaagde 4] [ [gedaagde 4] , rb] highlights several board members have been enquiring re ‘final decision for FATHOM will be made in November/December 2011’. Some board members have heard the actual work to the unit has already commenced so they feel a bit uncomfortable that work has started without the official blessing by the Supervisory Board. [gedaagde 4] asks [gedaagde 1] [ [gedaagde 1] , rb] if he can give some explanation. RG [ [naam 2] , rb]: in the way we discussed it during dinner last night you explained we would set a meeting to discuss that situation. I have not heard the work has already started. BdB [ [naam 1] , rb] indicates she had the same concerns and did not know either and continues she had firm in her mind it was discussed during the last board meeting in July and agreed there would be a SB decision to go forward subject to financing and securing a contract for FATHOM. BdB asks if we have to make a final commitment by the end of November. [gedaagde 1] answers we have to pay USD 2 million. BdB indicates she would like to get more flavour with regard to what the status is and wishes to avoid a situation like this in the future adding we have to be aware about matters and progress of projects having such an impact on the company and its future. [gedaagde 1] refers to the comments about the contract on page 12 of the minutes. (…) [gedaagde 1] : it was my understanding during the last board meeting it was subject to finance. No minutes reflect to say the SB also would like a contract for FATHOM. [gedaagde 1] indicates he went forward and if he was wrong he will take responsibility on the understanding we could sign a contract for FATHOM and as long as we were not committed paying any money and putting ourselves in financial risk the board approved that action and that is how we proceeded: MB proceeded on this basis so we finalized the contract which was with making payment in December. GSI gave us a fixed price and unbeknownst to us they ordered the steel, started to cut steel and they said they wanted to move up the delivery date. None of that is in the contract. (…) [gedaagde 1] : we have to formalize approval but we have signed a contract subject to finance. FR ( [gedaagde 4] , rb): I think we can conclude this discussion with minuting: we need to schedule a meeting later this year to formalize approval. [gedaagde 4] asks [gedaagde 1] to repeat the motion. [gedaagde 1] : the SB has to formally approve the 20% payment requirement under the FATHOM contract we have signed and we will come back to seek approval from the SB in due course. (…)”. 2.75. Op 15 oktober 2011 vond de “Steel Cutting” voor de FATHOM plaats op de werf van GSI in China. [gedaagde 3] was hierbij aanwezig en heeft op die datum namens Fairstar het zogenaamde “Progress Certificate” ondertekend, waarin het volgende staat vermeld: “This is to certifiy that the steel cutting of the 50,000 DWT Semi-submersible heavy lift vessel bearing Hull No.11130007 was successfully carried out on 15th October, 2011 in accordance with the Shipbuilding Contract signed by and between Fairstar Heavy Transport N.V. as Buyer and China Shipbuilding Trading Company Limited ans Guangzhou Shipyard International Company Limited collectively as Seller on 3rd May, 2011 and other agreements and addendums to the contract signed by and between the Buyer and the Seller.” In Article II.3(
  11. c)van het Shipbuilding Contract is bepaald dat de betalingstermijn voor de “2nd Installment” gaat lopen vanaf “the cutting of the first steel plate of the Vessel as documented by the Classification Society”. Het Progress Certficiate is medeondertekend door Det Norske Veritas (DNV), de “Classification Society”. 2.76. Voorafgaand aan de Steel Cutting had [gedaagde 3] naar aanleiding van de uitnodiging van GSI om de Steel Cutting bij te wonen aan GSI geschreven: “I am honoured to set the contract for vessel #3 in motion.” 2.77. Gedurende de maand oktober en de eerste week van november 2011 is nog verder per e-mail gecorrespondeerd tussen [gedaagde 1] , GSI en [naam 5] over de betaling van de Down Payment. 2.78. Op 29 oktober 2011 schreef [gedaagde 1] het volgende per e-mail aan [naam 6] en [naam 7] ( [naam 5] ): “As I wrote in my email on Friday, we will make the USD 2 million this week. However, before we make this payment, I think we need to have a clear understanding about the next 20% payment. In the current financial market, I do not believe it is easy to raise equity. Things may not improve before Christmas. I would like to ask that we extend the payment deadline for the 20% progress payment until Jan. 31 2012. We received a message from Ichthys LNG this week that [naam 11] will award a two ship contract to Fairstar in early January 2012. We will use this as the trigger to raise the equity for the FATHOM. Please discuss with [naam 9] .”. 2.79. Op 31 oktober 2011 ontving Fairstar ( [gedaagde 1] ) van CTSC/GSI per fax de factuur (“Payment instruction for the Down Payment of H11130007”): “With respect to the Shipbuilding Contract for H11130007, please kindly remit the Down Payment amounting [USD 2 million] by telegraphic transfer to Bank of China (…). For our safe receipt of the payment, you are kindly requested to attach the following message to your payment instruction: “the Down Payment for the contract of Hull No.H11130007”. (…)”. 2.80. Nog diezelfde dag heeft [gedaagde 1] per e-mail aan [gedaagde 4] (met kopie aan de andere leden van de raad van commissarissen) namens het bestuur toestemming aan de raad van commissarissen gevraagd om de “USD 2 million option payment [onderstreping rb]” goed te keuren: “ [gedaagde 4] , I have discussed the outstanding USD 2 million option payment with [gedaagde 3] . On behalf of the Management Board we seek approval to pay this to GSI this week. (…) We are at risk in certain respects with the FORTE and the FINESSE if we do not honor this payment. In the worst case, we can walk away from the FATHOM before making any further payments, however failure to make this option payment will not be well received by GSI. (…)”. Commissaris [naam 2] heeft per e-mail als volgt op dit verzoek gereageerd: “I support that the described option cost is paid as proposed. I assume that such payment are not subject to any announcement. It is still my opinion that a final implementation of the agreement is subject to a new contract (Ichthys) and adequate funding (…)”. Commissaris [naam 1] reageerde, voor zover van belang, als volgt op het verzoek van [gedaagde 1] : “I’m like [naam 14] in agreement to pay the option cost. However, finalizing the agreement should be subject to Ichtys contract and adequate funding.” [gedaagde 1] reageerde als volgt op de e-mail van [naam 1] : “(…) I am not very comfortable with the way you have given your vote. The Management Board has asked for permission to make the USD 2 million payment. Nothing more. We can not manage Fairstar effectively with individual board members setting out pre-conditions on other matters. The execution of the FATHOM contract will require SB [raad van commissarissen, rb] approval. I suggest we discuss that approval at the appropriate time.” 2.81. [naam 6] ( [naam 5] ) heeft op 7 november 2011 het volgende aan [gedaagde 1] geschreven (met een kopie aan [naam 9] van CSTC): “(…) GSI hereby agree, provided the down payment of Hull H11130007 amount USD Two Million would be paid by Buyer and evidenced by bankslip on or before Nov 7 2011, that the contractual payment time for the 1st installment of H11130007 with sum of USD Twenty Million Two Hundred Thousand shall be postponed to Jan 31 2012. Contractual delivery time of the vessel would be extended accordingly but sellers would endeavor to make it within Sep 2013. Extra costs such as interest of the postponement will be calculated according to relevant provisions of the shipbuilding contract. A addendum will be produced and signed by Buyer and Seller after receipt of the down payment. Please advise status of the payment.”. 2.82. Op 7 november 2011 sloot Fairstar een kredietovereenkomst voor een bedrag van USD 167 miljoen met een consortium van banken onder leiding van de Noorse bank DnB Bank ASA (DnB). 2.83. Op 8 november 2011 heeft Fairstar de Down Payment aan GSI betaald. Op 8 november 2011 heeft Fairstar ( [gedaagde 1] en [gedaagde 6] ) een betalingsinstructie gestuurd aan DnB voor de betaling van een bedrag van USD 2 miljoen aan CSTC onder de vermelding “Option fee”. Op 8 november 2011 stuurde [gedaagde 6] een e-mail aan [naam 6] ( [naam 5] ) waarin hij bevestigde dat “the first downpayment for H11130007” was overgemaakt. 2.84. Op 11 november 2011 hebben partijen een derde addendum (“Addendum No.3 To The Shipbuilding Contract for Construction of One 50,000 DWT Semi-Submersible Heavy Lift Vessel (Hull No. H 11130007) dated May 3, 2011”) getekend waarin de uiterste betalingstermijn voor de “1st Installment” is verlengd van 10 november 2011 tot 31 januari 2012. Tevens is in dit derde addendum vastgelegd dat GSI rente over de “1st Installment” mocht blijven berekenen vanaf 15 september 2011 (de datum waarop de “1st Installment” op basis van het Shipbuilding Contract had moeten worden betaald) en dat de opleveringsdatum voor de FATHOM drie maanden werd opgeschoven. 2.85. Op 6 december 2011 schreeft [gedaagde 3] aan een lid van het “site team” van Fairstar op de werf van GSI: “Officieel weet ik van niks, officieus ben jij mijn bron van informatie. Zoals ik je al eerder zei is de financiering van Fathom nog niet rond. GSI weet dat we laat zijn met betalen voor die boot, dat is besproken en geaccepteerd. Het is aan GSI om wel of niet door te gaan met de bouw. (…)”. 2.86. Op 3 januari 2012 schreef [gedaagde 1] het volgende aan [naam 6] ( [naam 5] ): “(…) I received confirmation from Ichthys that we will be awarded two contracts. It is unofficial but looks very good. I will give you a call tomorrow to discuss next step forward for the FATHOM.” 2.87. Op 12 januari 2012 schreef [naam 6] ( [naam 5] ) dat GSI zich zorgen ging maken: “(…) [naam 9] particularly concerned about the progress of the construction since more than 50 blocks have been completed and the steel procurement has been done. (…)”. 2.88. Op 13 januari 2012 schreef [gedaagde 1] , voor zover van belang, het volgende aan [naam 5] ( [naam 6] ): “(…) The reason I tell you is because announcement of these four contracts is critical to raising new equity. We will call for an Extraordinary Meeting of Shareholders as soon as we announce Ichthys. I believe we will announce GOLDEN EAGLE in the next ten days. If we announce Ichthys by the middle of February we will complete the equity issue for FATHOM by early April. Therefore please let GSI and CSTC know that we are fully committed to making the FATHOM payment. Our ability to make the payment is affected by the timing of Ichthys and our new share issue. (…) I still plan to fly to China in early February to finalise the payment timetable for FATHOM. (…)”. 2.89. In reactie op deze e-mail schreef [naam 6] ( [naam 5] ) op 15 januari 2012 het volgende aan [gedaagde 1] : “I discussed with [naam 9] on the updates from you. He is very appreciated for your support and commitment. While waiting for further updates (…) [naam 9] would like to know if it is possible that Fairstar can make a fraction of payment for Fathom, say USD8-10mio, before March. he would accept a kind of postponed payment for launching of Finesse in case it would help you to maneuver for such an arrangement, which means a lot to him for his work on Fathom. I understand it would be not easy for you when talking about cash today so I didn’t promise [naam 9] anything. Nonetheless, please to hear your comments on what we can do for him.” 2.90. Op 19 januari 2012 ontving [gedaagde 1] via [naam 5] ( [naam 6] ) de volgende e-mail van GSI/CSTC: “I tried to call you but no luck. (…) Below was received from CSTC, which is an official request/proposal from sellers further to my email dated at Jan 15. Plsed to hear your comments. Quote Dear [naam 6] , It is real good news to hear Fairstar will conclude Golden Eagle and Ichthys projects soon. Please bring our warm congratulations to [gedaagde 1] and Fairstar. We expect the signing for the two projects will facilitate the financing of FINESSE and FATHOM. We highly appreciate [gedaagde 1] ’s reaffirmation on the building of FATHOM (…) and both GSI and CSTC will be there to provide our best cooperation. Since the progress on the equity collection is behind the original plan, from the view of commercial side it seems we need to execute another addendum to further postpone the payment of the first instalment and second installment of FATHOM as well as the delivery dates. But GSI has some problems to do so since further extension of the delivery date will cause additional difficultes for GSI to arrange the building of the FINESSE (…) Meanwhile the later delivery date is also not good for Fairstar to charter [gedaagde 3] the vessel. Therefore, GSI hopes to resume the building of the FATHOM. But by doing this, the Management of GSI will have to face the questions from their shareholders and CSTC how to control risks. Taking all these into consideration, we would like to have an open discussion with [gedaagde 1] whether Fairstar can paid US$ eight Million (as part of first installment) in February and postpone the other part of first installment to middle of April and the second installment to end of April. If we can do like this, both GSI and Fairstar get the best solution. Unquote.” 2.91. Op 26 januari 2012 vroeg KPMG in het kader van de accountantscontrole, naar aanleiding van de factuur voor de “Down Payment” (zie hiervoor onder 2.79) per e-mail aan [gedaagde 6] om een kopie van het Shipbuilding Contract. [gedaagde 6] reageerde op dit verzoek per e-mail als volgt: “Het gevraagde contract is nog niet afgerond. Zoals tijdens de interim reeds is uitgelegd, is de USD 2 million betaling voor het behouden van een optie op een 5e schip. Tijdens de meeting met [gedaagde 1] is mijns inziens voldoende duidelijk gemaakt, dat, wanneer wij het Ichthys contract winnen, er een noodzaak voor een vijfde schip ontstaat. We zullen dan dus weer een aandelenemissie moeten doen en het contract met de werf af moeten ronden.” 2.92. Eveneens op 26 januari 2012 heeft [gedaagde 6] het verzoek van KPMG per e-mail doorgestuurd aan een van zijn medewerkers met de volgende tekst: “Waar komt dit vandaan?”. Waarop deze medewerker als volgt reageerde: “Geen idee, [naam 14] (medewerker KPMG, rb] heeft mij gevraagd als ik kopie fathom contract kon sturen, ik zei “nee”…zoals jij mij gisteren verteld hebt”. En voorts: “Via 2 million betaling zijn ze erachter gekomen, ze willen document hebben als backup voor betaling” Waarop [gedaagde 6] weer als volgt reageerde: “Dat is een optiebetaling, geen contractbetaling. De combinatie contract en fathom bestaat niet. Dat heb ik ze tijdens de interim ook verteld.” 2.93. Op 31 januari 2012 schreef [gedaagde 1] , voor zover van belang, het volgende in een e-mail aan [naam 9] (GSI/CSTC) (met een kopie aan [naam 6] van [naam 5] ): “(…) The next major contract award is for the Ichthys LNG project. We have been informed by [naam 11] (JGC) that they are finalizing the contract documentation for two contracts to be awarded to Fairstar. We expect to sign these contracts in the last week of February. As soon as we announce these contracts, we intend to issue new equity for the outstanding FATHOM payment. We will need to have a meeting of shareholders to facilitate this equity issue. (…) I am confident the equity placement will be a success. I apologize for the delay in the outstanding FATHOM payment. (…) We intend to raise about USD 30 million in the new equity issue. This will satisfy our bankers. I believe we can make our next payment to you in April as soon as we recieve the funds. I propose we pay between USD 20 and 25 million. Please let me know your thoughts. I can come to China next week to discuss so we can move forward. I know the market is difficult now and you are under much pressure. Once again I can assure you that we will honour our commitment to you to build the FATHOM. Thank you for your trust. It means a lot to me. (…)”. 2.94. Op 2 februari 2012 stuurde [naam 6] ( [naam 5] ) per e-mail aan [gedaagde 1] een schema voor zijn geplande ontmoeting met GSI en vertegenwoordigers van de Chinese banken Bank of China en Sinosure op 7 februari 2012. In deze e-mail vraagt hij ook: “By the way, any news in payment for the Fathom?”. 2.95. [gedaagde 1] reageerde op deze e-mail nog dezelfde dag, voor zover van belang, als volgt: “(…) Our payment for the FATHOM is going to be determined by Ichthys. I do not want to make any promises for smaller payments today until our cash flow situation is clear. We can discuss more next week.” 2.96. Op 9 februari 2012 heeft GSI een faxbericht aan Faistar gestuurd waarin zij Fairstar verzoekt de “2nd Installment” te betalen: “This is to kindly inform that the Steel-cutting of H11130007 was carried out on October 15, 2011. Please refer to the progress certificate as attached and kindly arrange the payment of the 2nd instalment according to the contract. (…)”. 2.97. Op 29 februari 2012 vond weer een vergadering van de raad van commissarissen van Fairstar plaats. In de notulen van deze vergadering is over de financiering en de bouw van de FATHOM, voor zover van belang, het volgende opgenomen: “(…) [gedaagde 4] asks about the position of FATHOM. [gedaagde 1] : we met with the Chinese and discussed delivery dates ( [gedaagde 3] ) and commercial issues ( [gedaagde 1] ): we made it clear we do not yet have the financial resources in place. (…) We do not have any financial obligations to them.” [gedaagde 1] continues meetings were held in Oslo where we looked at the bond markets. (…) By the end of next week we will have a reasonable clear picture to what we can do, but just for the clear understanding of the SB [raad van commissarissen, rb] we are not on the hook to make any payments to GSI and if we do not come to an agreement by the end of April they can say the FATHOM is off. RG asks if this means [gedaagde 1] plans to make an announcement in April or May this year. (…) RG : so you wait with the announcement for FATHOM until all financials are decided. [gedaagde 1] agrees. HV asks what the delivery date will be if we announce FATHOM. [gedaagde 3] : if we conclude the FATHOM will be build starting in April 2012, the delivery date will be in August 2013. (…)”. 2.98. Op 14 maart 2012 heeft [gedaagde 3] in een e-mail het volgende geschreven aan een lid van het “site team” van Fairstar op de werf van GSI: “(…) Wat betreft de Fathom, ga er maar van uit dat de bouw doorgaat. Ik verwacht eind april de officiële beslissing, maar hou eea nog even onder de pet. (…)”. 2.99. Op 16 maart 2012 heeft Fairstar de oproeping voor de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) gepubliceerd, te houden op 27 april 2012. Op de agenda stond onder meer een voorstel tot machtiging van het bestuur en de raad van commissarissen tot het uitgeven van 20 miljoen nieuwe aandelen. In de toelichting op de agenda staat ten aanzien van dit voorstel het volgende vermeld” “(…) This authorization is intended to give the joint meeting of the board of managing directors and the board of supervisory directors of Fairstar flexibility in financing Fairstar in the most efficient manner. (…)”. 2.100. Op 2 april 2012 heeft [naam 7] ( [naam 5] ) een e-mail aan [gedaagde 1] gestuurd met, voor zover van belang voor de FATHOM, de volgende tekst: “Have tried to call you. Want to ensure we have a common understanding of progress on the three projects: (…) Fathom – request for approval to raise further equity on the agenda for AGM April 27th. Realistically earliest payment to GSI late May. Appreciate any comments you have to this.” 2.101. Op 12 april 2012 vond de vergadering van de raad van commissarissen van Fairstar plaats waarin de jaarrekening over 2011 werd goedgekeurd. Bij deze vergadering waren [gedaagde 1] en [gedaagde 3] niet aanwezig. In de accountantsverklaring van KPMG Accountants N.V. (KPMG) bij het Annual Report 2011 is de volgende passage (“going concern paragraaf”) opgenomen: “ Emphasis of unertainty with respect to the going concern assumption We draw attention to the notes to the consolidated financial statements (general information) and the company financial statements (general), which indicate that the Company needs to obtain additional financing to fulfill the standard market conditions precedent to the bank facility. This situation (…) indicates the existence of a material uncertainty which may cast significant doubt about the company’s ability to continue as a going concern. (…)”. Tijdens de vergadering vond discussie plaats over deze “going concern” paragraaf. In de notulen van de vergadering is hierover onder meer het volgende opgenomen:. “(…) [gedaagde 4] : and that is why they wanted to incorporate the ‘Going concern clause’ and I am unsure of the contingency plans. [gedaagde 1] will surely manage. That is beyond doubt, but our auditors want to see hard facts. (…). [gedaagde 4] : I think when [gedaagde 1] is back maybe we convene a conference call, when he can explain his plans, because nobody knows what is in his head. I don’t know, [gedaagde 6] does not know. (…)”. 2.102. Op 12 april 2012 zijn de jaarcijfers (geconsolideerde jaarrekening en jaarverslag) van Fairstar over het boekjaar 2012 (met daarin opgenomen de “going concern” paragraaf) gepubliceerd (hierna: het Annual Report 2011). 2.103. Op 17 april 2012 stuurde [naam 6] ( [naam 5] ) een e-mail door aan [gedaagde 1] die hij op 16 april 2012 had ontvangen van [naam 8] (CSTC) en waarin, voor zover van belang, het volgende staat: “(…)

(2)H11130007: the attached addendum No. 4 is still outstanding. Please kindly keep us informed of the progress of Fairstar’s equity raising and the next step to move ahead. This issue has better to be settled within this April, or before mid of May
  1. (…)”. 2.
  2. Op 18 april 2012 ontving Fairstar een “payment reminder” van CSTC/GSI voor de eerste termijn en de tweede termijn van het Shipbuilding Contract (the “first installment and the second installment of the Shipbuilding Contract”, een bedrag van in totaal USD 31,3 miljoen): “We referred to the shipbuilding contract dated May 3, 2011 for the construction of H11130007 as amended and supplemented thereafter. Please kindly be noted the first installment and the second installment of the Shipbuilding Contract were due and payable to the Seller for a long time. We urge the Buyer to pay the two installments and deliver the payment guarantee immediately. Failure to do this constitute the Buyer’s default under the Shipbuilding Contract and entitle the Seller to rescind the Shipbuilding Contract with all loss and cost to be borne by the Buyer”. 2.
  3. Op 20 april 2012 riep Fairstar via een persbericht een bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders (BAVA) bijeen voor 1 juni
  4. Op de agenda voor deze BAVA stond slechts één agendapunt: de voorgenomen uitgifte van 30 miljoen aandelen. In de toelichting op de agenda stond over de aanwending van de opbrengst het volgende vermeld: “The proceeds of the share issue shall be solely used for the building and purchase of a fifth vessel to be added to the Fairstar fleet.” 2.
  5. In de periode van 19 tot 22 april 2012 heeft Dockwise (deels voorwaardelijk) 54% van de aandelen Fairstar gekocht tegen een prijs van NOK 9,30 per aandeel. Op zondag 22 april 2012 nam [naam 3] (Dockwise) telefonisch contact op met [gedaagde 1] om hem mee te delen dat Dockwise de intentie had een bod uit te brengen op alle aandelen van Fairstar. Nog diezelfde dag heeft Dockwise een openbaar bod op de aandelen Fairstar uitgebracht (voor een bedrag van NOK 9,30 per aandeel). Door het bestuur van Dockwise waren [naam 3] en [naam 4] aangewezen om het openbare bod op Fairstar te leiden. 2.
  6. In een persbericht van eveneens 22 april 2012 hebben het bestuur en de raad van commissarissen van Fairstar de aandeelhouders afgeraden in te gaan op het bod van Dockwise, omdat het bod in hun ogen, kort gezegd, te laag was. 2.
  7. Op 22 april 2012 schreef [naam 6] ( [naam 5] ), voor zover van belang, het volgende in een e-mail aan [gedaagde 1] : “Thanks for your call the day before yesterday and glad to hear the progress/prospect on equity raising for Fathom. I will inform [naam 9] &co duly who are closely watching it. (…)”. 2.
  8. Op 27 april 2012 vond de aangekondigde AVA van Fairstar plaats. Deze vergadering werd, na voorlezing van een korte verklaring door [gedaagde 4] , geschorst voor onbepaalde tijd. 2.
  9. Op 27 april 2012 is [naam 2] afgetreden als commissaris. Als getuige heeft hij over de reden voor zijn aftreden het volgende verklaard: “Ik was boos omdat de vennootschap een uitnodiging had uitgestuurd voor een bijzondere aandeelhoudersvergadering (BAVA). Hierover was in de Raad van Commissarissen niet gesproken en bovendien stond in de uitnodiging dat de vennootschap van plan was een vijfde schip te bouwen en daarvoor had de Raad van Commissarissen alleen nog maar een voorwaardelijke goedkeuring gegeven.” 2.
  10. Na de schorsing van de AVA heeft [gedaagde 1] op 27 april 2012 een e-mail gestuurd aan Dockwise. In deze e-mail schrijft hij, voor zover van belang, het volgende: “(…) we have announced our intention to build a further vessel with [GSI]. The cost of this vessel, which is identical to the FORTE and FINESSE is approximately USD 110 million. Are your shareholders aware of these liabilities? (…)”. 2.
  11. Eveneens op 27 april 2012 stuurde [gedaagde 1] een e-mail aan [naam 6] met de volgende tekst: “(…) Speaking of surpises, Dockwise did not realize we have ordered a third vessel from GSI!! We have informed them today that Fairstar has a binding agreement with GSI for the FATHOM at the contracted purchase price of around USD 110 Million. Whoops! They have not factored this into their economics. This is not going to make them look very good with their shareholders. I am sure they will want to know about a termination fee, but at this stage, we have no reason to share any information with them. Please tell [naam 9] I will be the partner he expects me to be. (…)”. 2.
  12. Op 4 mei 2012 stuurde [gedaagde 1] aan [naam 6] ( [naam 5] ) en [naam 9] (GSI) de term sheet voor de ING faciliteit “for the payments required under de FORTE and FINESSE contracts”. Naar aanleiding van deze term sheet heeft [naam 6] enkele vragen gesteld aan [gedaagde 1] , waaronder, de volgende: “(…) [naam 9] discussed with me on the line with regard to the term sheet. (…) the below are deemed important by [naam 9] for further clarification from you (…) B. Covenant of “no further investments/acquisitions by the group other than directly related to the operation and/or maintenance of the vessels”. Will this be impacted if we start Fathom by raising equity in the market? I personally is not worried about above as the termsheet is fresh new while ING shall be aware of Dockwise approach and the project of ‘Fathom’. (…) I was told by [naam 9] that [naam 10] flew to DDHI [onderaannemer GSI, aldus [gedaagden 1 en 3 gezamenlijk] ] overnight yesterday on the progress of “Fathom”. The latest tally from DDHI site team on possible compensation exceeds $30mio… (…)”. 2.
  13. [gedaagde 1] reageerde op dit bericht per e-mail van 5 mei 2012 als volgt: “(…) The “no change of business” covenant you refer to is not a problem, it has no effect. The relationship with the FATHOM is slightly different. At this stage, I do not want to get into an argument with the banks about the FATHOM. I want to make sure we have all of the required cash to pay GSI for the FORTE and the FINESSE. As you can see from the term sheet, they are covered. Completely. This must be our first priority. We need to discuss the best way to document the interest due for the late payment of the FINESSE payment. We also need to discuss the best way to compensate GSI for any exposure they have on the FATHOM. (…) I am very tired of having to say “please trust me”. However, I will say it one more time: “please trust me”.” 2.
  14. Op 4 mei 2012 heeft GSI de op grond van het Shipbuilding Contract voor de betaling van de “1st Installment” vereiste “Refund Guarantee” gesteld. Op 7 mei 2012 heeft GSI een “Payment Demand Notice” aan Fairstar gestuurd voor de 1st en 2nd Installments . 2.
  15. Bij brief van 4 mei 2012 heeft Cadenza aan Fairstar bericht dat zich een Termination Event had voorgedaan als bedoeld in de Cadenza Services Agreement. 2.
  16. Op 7 mei 2012 stuurde GSI aan Fairstar een “Payment Demand Notice” voor een bedrag van USD 31,3 miljoen onder verwijzing naar het Shipbuilding Contract. 2.
  17. Op 9 mei 2012 had Dockwise (onvoorwaardelijk) 54% van de aandelen van Fairstar verworven. In een persbericht van diezelfde datum heeft Dockwise aangekondigd dat zij een verplicht bod zal uitbrengen op de overige aandelen Fairstar. 2.
  18. Eveneens op 9 mei 2012 maakte Fairstar bekend dat de “geschorste” AVA van 27 april 2012 op 14 mei 2012 zou worden hervat. Op deze dag stuurde Dockwise een brief aan Fairstar met een aantal vragen ten aanzien van de financiële situatie van Fairstar en de status van het vijfde schip. Dockwise schreef in deze brief, voor zover van belang, het volgende: “(…) To Dockwise’s knowledge, Fairstar at present does not have adequate financial means at its disposal for the new build of a fifth vessel. It would be highly irresponsible if the Fairstar boards have committed or were to commit Fairstar to funding the build of that vessel without having the necessary financing in place. If Fairstar has made commitments for the new build of a fifth vessel, these should be disclosed. Dockwise would want to access such information, if any, and the funding component thereof.” Ook heeft Dockwise in deze brief een voorstel gedaan voor financiering van Fairstar: “(…) Once the acquisition of Fairstar would be successfully completed, Dockwise would be ready to strengthen the Fairstar balance sheet by injecting USD 50 – 100 million in cash, subject to Dockwise being satisfied with the information then disclosed by Fairstar as set out hereinafter (…).” 2.
  19. Op 11 mei 2012 reageerde [gedaagde 1] namens Fairstar middels een “openbare” brief aan Dockwise waarin hij, voor zover van belang, het volgende schrijft: “(…) In your letter, you raise a wide range of questions about financial details. As you can see, we have properly prepared accounts and release our figures to the market appropriately. I think you are entitled to rely on these figures as you attempt to estimate the company’s financial position after you have completed your conditional offer. (…) Fairstar has ordered an additional vessel from GSI. This has been announced to the market before you made your move. (…)”. Fairstar heeft deze brief zonder begeleidende mededeling openbaar gemaakt via een melding in het Newsweb-systeem van de OSE door plaatsing op haar website. 2.
  20. Eveneens op 11 mei 2012 schreef [gedaagde 1] per e-mail het volgende aan [naam 6] ( [naam 5] ): “Dockwise is completely unprepared for the fifth vessel. They do not expect it. It will be a big problem fort hem. That is why we need to discuss the situation in Shanghai with GSI. What else do you expect me to say?”. 2.
  21. Op 13 mei 2012 reageerde [naam 6] hierop als volgt: “Thanks for update. GSI and CSTC are asking me if there is any news after Board meeting of Dockwise. As you can understand they are indeed worried about Fathom therefore they wonder what stance Dockwise will take towards Fathom after the board meeting… Nonetheless we scheduled a meeting in Shanghai on 21 May, which will hopefully come with a favorable result. (…)”. 2.
  22. Bij brief van 12 mei 2012 aan [gedaagde 4] heeft [naam 1] bekend gemaakt dat zij aftrad als commissaris. In haar brief licht zij haar aftreden als volgt toe: “(…) To my knowledge today there is not sufficient financing available to order the fifth vessel, but to my surprise [gedaagde 1] communicates to the press as if this vessel is a ‘fait accompli’. We discussed this over the phone this week, where I stressed there isn’t a board resolution supporting the order of this vessel and that in my opinion we as a supervisory board should not support such a resolution as it further endangers the financial position of Fairstar. I was very troubled to learn, by way of yesterday’s press release, that [gedaagde 1] is again mentioning a fifth vessel as a formal commitment. This may be an untrue statement to the public. I am not aware of a commitment to build this vessel nor of the conditions precedent being in place to allow the board to order the vessel.”. 2.
  23. In een e-mail van 13 mei 2012 gaf [gedaagde 4] – onder verwijzing naar de Cadenza Services Agreement – aan [gedaagde 6] opdracht om een bedrag van USD 4.025.835 zo snel als mogelijk (maar in ieder geval binnen 30 dagen) over te maken naar Cadenza. 2.
  24. Op 14 mei 2012 bracht Dockwise haar verplicht bod uit op de resterende aandelen Fairstar. Als eerder aangekondigd bood Dockwise NOK 9,30 per aandeel. 2.
  25. Eveneens op 14 mei 2012 werd de AVA van 27 april 2012 “hervat”. Tijdens deze AVA stelde [naam 3] (Dockwise) vragen over de reden voor de aandelenuitgifte. [gedaagde 1] antwoordde hierop (volgens het script van de vergadering) als volgt: “Sorry [naam 14] , I think it’s really important that we rely in facts. The statements that are in our annual accounts are accurate. All of our releases to the stock exchange as required by law are accurate. What I just told you today about our need to draw down on the DvB facility and the challenges we face are accurate. (…) You have had full and complete disclosure. You are advancing an agenda which is your own agenda. (…) The consequences of what you have chosen to do, now exposes you to economic risks that you should have been aware of before you decided to pursue this energy. Don’t suggest for a minute that we haven’t fully disclosed everything.”. Op deze AVA heeft Dockwise tegen het voorstel gestemd om het bestuur te machtigen aandelen uit te geven, waardoor het voorstel is verworpen. 2.
  26. Nog diezelfde dag heeft Dockwise Fairstar een overbruggingskrediet aangeboden in de vorm van een achtergestelde lening ten bedrage van USD 30 miljoen. Dit aanbod is door Fairstar ( [gedaagde 1] ) verworpen als “Totally unacceptable. Not worth any further discussion.”. 2.
  27. Op 14 mei 2012 tekende [gedaagde 4] namens Fairstar de reeds in zijn e-mail van de dag daarvoor aangekondigde overeenkomst (“Settlement Agreement”) met Cadenza. Op grond van de Settlement Agreement verplichtte [gedaagde 1] zich om als bestuurder van Fairstar aan te blijven tot 19 juni 2012 tegen betaling van een (verhoogde) managementvergoeding. Blijkens artikel 2 van de Settlement Agreement werd de vertrekvergoeding (neergelegd in artikel 6.8 van de Cadenza Services Agreement) door Fairstar aan Cadenza ( [gedaagde 1] ) toegekend. Dit betekende dat Cadenza ( [gedaagde 1] ) recht had op een vergoeding van vier keer de jaarlijkse management fee, vermeerderd met vier keer de hem toegekende maximale bonus, vanwege een “change of control” als gevolg van het bod van Dockwise werd gehonoreerd. In de overeenkomst werd aan [gedaagde 1] bovendien kwijting verleend voor mogelijke vorderingen van Fairstar en is een vrijwaring opgenomen voor eventuele claims van derden. In artikel 4 van de Settlement Agreement zijn de volgende afspraken over vrijwaring en kwijting van Cadenza en [gedaagde 1] opgenomen: “4.1 Without prejudice to and subject to the provisions of this Agreement, [Fairstar] hereby covenants and agrees to indemnify and hold harmless Cadenza and/or Mr. [gedaagde 1] from and against any and all liability, personal or otherwise, suffered by Cadenza and/or Mr. [gedaagde 1] , as a result of claims of third parties against Cadenza and/or Mr. [gedaagde 1] , directly in relation to the Services and Parties shall grant each other full and final discharge. 4.2 [ Fairstar] hereby releases Cadenza and/or Mr. [gedaagde 1] per the Termination Date from any and all obligations, duties, responsibilities, undertakings and/or representations under any previous or existing agreements and/or arrangements, including the [Cadenza] Services Agreement.” In artikel 6.1 van de Settlement Agreement is bepaald dat dit een vaststellingsovereenkomst is in de zin van artikel 7:900 BW. 2.
  28. In een eveneens op 14 mei 2012 door [gedaagde 4] namens Fairstar ondertekende soortgelijke overeenkomst (“Settlement Agreement”) werd ook aan [gedaagde 3] kwijting verleend en werd vastgelegd dat ook [gedaagde 3] werd gevrijwaard voor eventuele claims van derden. Tevens is in deze overeenkomst vastgelegd dat [gedaagde 3] per 20 mei 2012 recht zal hebben op uitbetaling van de vertrekvergoeding (als vastgelegd in de [Agreement] ). 2.
  29. Op 16 mei 2012 stuurde [naam 6] ( [naam 5] ) een e-mail aan [gedaagde 1] met de volgende tekst: “Below received from CSTC which is kind of result of their lawyers consultancy. They are monitoring the hostile take-over progress between fairstar and dockwise … (…) Dear [naam 6] , I have a long conversation this morning with [naam 9] on the situation of the onbuilding three 50,000dwt Submersible Heavy Lift Vessels. First of all, we express our sincere thanks to Fairstar (…) and especially to Mr. [gedaagde 1] Adkins (…) for their trust to and promoting of GSI/CSTC. We quite cherished the mutual trust and friendship established between the companies and the individuals under this challenging market in the past three years. With these good understanding, both of us have overcome a lot of difficulties and now we have three contacts effective and are very close to the first delivery. However, the situation is sliding into full uncertainty with the recent rejection of the new share issuing (please see attachment), which has cast a great shadow for the performance of the three contracts and push us to go back to the contracts. Attached please kindly the default notice of H10130004 and H
  30. We look forward to meet you in Shanghai on May 21, 2012 and have a frank and constructive dialogue.”. Bij deze e-mail was gevoegd een formele “Notice of Default” van GSI voor een bedrag van USD 31,1 miljoen onder verwijzing naar het Shipbuilding Contract. 2.
  31. Op 17 mei 2012 stuurde GSI ( [naam 9] ) via [naam 5] ( [naam 6] ) een overzicht aan [gedaagde 1] van de werkzaamheden die GSI reeds ten aanzien van de FATHOM had verricht en de kosten die zij daarvoor tot op dat moment had gemaakt. Blijkens dat overzicht kwamen de totale kosten uit op een bedrag van circa USD 53 miljoen. 2.
  32. Op 18 mei 2012 vond de volgende e-mailwisseling plaats tussen [gedaagde 1] , [naam 8] (CSTC) en [naam 6] ( [naam 5] ): ( [naam 6] aan GSI/CSTC; 3:36 PM) “(…) Aparting from preparation of Naming of “Forte”, they are fully aware that is CRUCIAL to reach agreement on Fathom’s destiny after take-over of Dockwise (…). [gedaagde 1] made it clear that he would endeavor to protect interests of his friends in GSI/CSTC. As the incumbent CEO he will together with the Chairman figure out a termination fee of “Fathom” which shall be mutually agreed and reasonable. As long as the agreement is made, it is effective and legal binding as per English law. As a suggestion the delivery of Finesse shall be subject to fulfillment of Fairstar on the termination fee/compensation on Fathom project.”. ( [naam 8] aan [naam 6] ; 11:09 AM) “(…) We appreciate Fairstar will take a responsible attitude in the contract for Fathom and gurantee their contract partner to be paid. (…) You should let Fairstar and [gedaagde 1] know the exetremely poor situation we are now. With the uncertainty on the contract of Fathom and the potential heavy loss emerging, we are being requested and have to postpone the delivery of Forte until we have found feasible solution on the Fathom. We are facing with tons of doubt from the top management level. If we move in the way of termination, we need to evaluate how much to be paid, when we can get payment (…). If we could not get the right agreement, as an alternative, we will ask to get more payments on Fathom before the delivery of Forte.” ( [naam 6] aan [gedaagde 1] ; 12:39) “Please see below from CSTC on our initial suggestion for termination fee. I have advised CSTC/GSI on timeline of payment of the termination fee, i.e. July accordiing to our discussion. (…)”. ( [gedaagde 1] aan [naam 6] ; 14:08) “Please make it very clear to [naam 8] that there is no relation whatsoever between the FORTE and the FATHOM we will not link any negotiation with respect to the FATHOM and the delivery of the FORTE. Please make this perfectly clear even the suggestion of such a relationship between the two vessels makes me incredibly angry. (…)”. 2.
  33. Op 18 mei 2012 maakte Fairstar bij persbericht haar cijfers over het eerste kwartaal van 2012 bekend. Noch in de kwartaalcijfers of het kwartaalbericht zelf, noch in het begeleidende persbericht was enige verwijzing naar de FATHOM opgenomen. 2.
  34. Voorafgaand aan de publicatie van de kwartaalcijfers heeft een telefonische vergadering van de raad van commissarissen plaatsgevonden waaraan [gedaagde 4] , [gedaagde 1] , [gedaagde 3] en [gedaagde 6] deelnamen. In de notulen van deze vergadering staat vermeld dat tijdens deze vergadering de kwartaalcijfers en het kwartaalbericht zijn besproken en dat deze beide zijn goedgekeurd voor publicatie. Blijkens de geluidsopname die van dit gesprek is gemaakt, is in deze vergadering, voor zover van belang, het volgende besproken: “ [gedaagde 1] [ [gedaagde 1] , rb]: Contingent Liabilities – shouldn’t we put something in there about the FATHOM?” IDB [ [gedaagde 6] , rb]: No. IDB: If you really want to piss off the banks, we could. [gedaagde 1] : Don’t. [gedaagde 1] : Would a termination fee be considered a capital commitment? IDB: I think it’s a contingent liability as soon as the actual termination has occuured. [gedaagde 1] : Ok so that would be in the second quarter though wouldn’t it? IDB: Yes and then I think it wouldn’t be a contingent liability, it would be an actual liability. [gedaagde 1] : OK. Then let’s put that in the second quarter and then we can discuss this next week in China …”. 2.
  35. Eveneens op 18 mei 2012 hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 3] namens Fairstar een financieringsovereenkomst ondertekend met een consortium van banken onder leiding van ING Bank N.V. (ING) voor een bedrag van USD 247 miljoen voor de duur van één jaar. 2.
  36. Op 19 mei 2012 schreef [gedaagde 1] per e-mail, voor zover van belang, het volgende aan [naam 6] ( [naam 5] ): “(…) [naam 14] speaking, Fairstar is only obligated in two ways to GSI/CSTC for the FATHOM, the amount we have paid last year, (USD 2,000,000) and a Termination Fee if the ship is not completed. There is some possibility that Dockwise may wish to actually build the FATHOM. (…) My strong recommendation is to conclude the discussions with GSI that we started in Houston about clarifying the Termination Fee for the FATHOM Contract. This is the most safe option for GSI because it gives them safety against their costs. I think the best way to clarify the discussion is to agree on three things, first of all the timing of the next Contract Payment as well as the amount. Next is the Termination Fee amount. (…) if Dockwise decides not to build the FATHOM, they can pay the Termination Fee and walk away. (…)”. 2.
  37. Rond 20 mei 2012 reisde het Fairstar management (waaronder [gedaagde 1] en [gedaagde 3] ) en de (overgebleven) leden van de raad van commissarissen ( [gedaagde 4] en [gedaagde 5] ) naar China voor de oplevering en de “naming ceremony” van de FORTE. 2.
  38. Op 22 mei 2012 stuurde [gedaagde 1] per e-mail een concept voor een overeenkomst (“Memorandum of Understanding”) waarin GSI en Fairstar de Shipbuilding Contract betreffende de FATHOM beëindigen en een “Termination Fee” afspreken. In dit concept heeft [gedaagde 1] onder meer de volgende passages opgenomen: “[Fairstar] and [GSI] have entered into three contracts as well as various Addenda in relation to the construction of three 50,000 DWT semi-submersible vessels. (…) Fairstar has experienced difficulty in raising the funds required to make the required payments under the three Contracts. (…) Fairstar also acknowledges that GSI has continued with the contractual scope of H 10130004 and H 10130005 [moet zijn: H10130007, de FATHOM, rb] in spite of not receiving the payments due to be paid by Fairstar under the terms of the related Construction Contracts. (…) In spite of not receiving the agreed payments from Fairstar, GSI continued to build H 1013000[7] in good faith and advanced the funds required to purchase steel, critical equipment end manpower in order to complete the vessel within the agreed time table. (…) Fairstar has admonished Dockwise that Fairstar has a material obligation to GSI under the terms of the Contract for vessel H 1013000[7]. (…) Therefore, it is Agreed, that Fairstar and GSI will amend the Contract for H 1013000[7] in such a way as to establish a definitive date for the outstanding payment of USDXXXX due under the contract. (…)”. 2.
  39. Op 22 mei 2012 hebben de twee commissarissen met [gedaagde 1] en [gedaagde 3] in China een vergadering gehouden. In de notulen van de vergadering wordt melding gemaakt van een gesprek dat [gedaagde 4] en [gedaagde 1] de vorige dag hebben gehad met GSI en dat GSI bezorgd is over de “final payment” voor de FORTE en de “second installment” voor de FINESSE. In de notulen staat verder vermeld dat GSI met de steel cutting voor de FATHOM is begonnen “entirely at their own risk” en dat zij inmiddels een bedrag van circa USD 50 miljoen in de FATHOM heeft gestoken. 2.
  40. Op 23 mei 2012 hebben Fairstar, CSTC en GSI een overeenkomst (“Memorandum of Agreement To The Shipbuilding Contract for Construction of One 50,000 DWT Semi-Submersible Heavy Lift Vessel (Hull No. H 11130007) dated May 3, 2011”); hierna: het Memorandum of Agreement) getekend op grond waarvan Fairstar tot eind juni 2012 de tijd kreeg om een betaling van USD 30 miljoen aan GSI te doen. Als Fairstar dit bedrag niet op tijd zou betalen, zou GSI de mogelijkheid hebben om het Shipbuilding Contract te beëindigen en aanspraak te maken op betaling van een bedrag van USD 37,5 miljoen in de vorm van een “Termination Fee”. Het recht om aanspraak te maken op de “Termination Fee” liet het recht van GSI om bij niet-tijdige betaling de volledige koopprijs op te eisen onverlet. In het Memorandum of Agreement zijn, voor zover van belang, de volgende passages opgenomen: “(…) (c) The BUYER admits that its default in failing to provide the Payment Guarantee and pay the First installment and Second installment of the Contract Price constitutes the default under Article XI BUYER’S DEFAULT of the Contract. (…) (A) The BUYER acknowledges that the SELLER has at all times acted in good faith under the terms of the Contract to construct the Vessel. (B) Since the signing of the Contract, the BUYER has represented, assured and undertaken to the SELLER that it will approach and secure from the global capital markets a minimum of United States Dollars Thirty Million (…). The proceeds of this fund raising would be advanced to GSI to fulfill BUYER’s payment obligations in respect of the Vessel. But the BUYER failed to achieved this objective. (C) The SELLER has relied upon the BUYER’s such represenation, assurance and undertaking, to commence and proceed with the construction of the Vessel in good faith and advanced the funds required to purchase steel, critical equipment, manpower, etc., in order to complete the Vessel according to the Contract. (…) (E) The BUYER’s above-mentioned default will, if not rectified, cause significant losses and damages to the SELLER. (…)
(8)The BUYER hereby represents and undertakes to the SELLER that: I) The Contract is valid, binding and enforceable legal document upon the BUYER and the SELLER. II) This MOA is valid, binding and enforceable legal document upon the BUYER and the SELLER. (…)”. 2.141. Op 28 mei 2012 heeft [gedaagde 3] zijn handtekening gezet onder het Shipbuilding Contract (en de drie Addenda), de Effective Confirmation Agreement en het Memorandum of Agreement. 2.142. Op 1 juni 2012 vond de reeds aangekondigde BAVA van Fairstar plaats. Tijdens de BAVA heeft [gedaagde 1] blijkens het transcript van de vergadering het volgende over (de aanschaf van) een vijfde schip gezegd: “The issue of shares is intended to finance an additional vessel which would be identical to the vessel that we just took delivery of this week in Guangzhou. (…) It looks clear to us that our fleet is pretty fully booked and as a result of what we consider to be our anticipation to book our fleet in the last 6 months, we had entered into discussions with GSI to build an additional vessel and last year we signed a contract with them and paid an option fee for a third vessel for a purchase price of $110m and at the end of the first quarter this year we then entered into discussions with our current shareholders, as wel as a group of new investors, and had decided to move forward with the investment and purchase of a third 50,000 net weight tonne. (…)” (…) will have an opportunity to invest in a third vessel on very favourable terms but in order to move forward with that contract we’re going to have to make a payment to the yard by the end of June and if we do not make that payment there may well be significant cost penalties that we will need to discuss with the yard if we in fact want to walk away from that contract. (…)”. 2.143. Na afloop van de BAVA heeft op 1 juni 2012 nog een bespreking plaatsgevonden tussen [gedaagde 1] , [gedaagde 3] , [gedaagde 6] , [gedaagde 4] en [gedaagde 5] van de zijde van Fairstar en [naam 3] en [naam 4] namens Dockwise. Tijdens deze bespreking is het vijfde schip ook aan de orde geweest. Hierover is volgens het transcript van de bespreking het volgende gezegd: “(…) [naam 3] [ [naam 3] , rb]: On the Fifth vessel, we’re not completely sure, what is the current situation?” [gedaagde 1] [ [gedaagde 1] , rb]: It’s in the transcript of the meeting, it’s clear. (…) [naam 3] : At the general meeting you mentioned an option contract plus a down payment? You also mentioned a payment in June? [gedaagde 1] : It’s a construction contract. The first payment was for the option for a fixed price for the vessel. We paid it last year. The next payment was due in May. Due to the changes, our original intentions were forestalled. We will now tell the yard that we have no means to proceed with the contract. It’s a great ship, there is plenty of demand.” [naam 3] : It’s a sister ship of the Forte and Finesse? [gedaagde 3] [ [gedaagde 3] , rb]: Yes. [gedaagde 1] : It is $ 110 mln. If this fits in your fleet expansion plan, then it would help to have that clarification. (…)”. 2.144. Na afloop van de BAVA op 1 juni 2012 bracht Fairstar een persbericht naar buiten waarin, voor zover van belang, het volgende staat vermeld: “(…) The purpose of the Meeting was to approve the issue of 30 millions shares in Fairstar for the purposes of constructing an additional 50,000 DWT semi-submersible ship identical in specification to FORTE and FINESSE. Purchase price of the vessel is USD 110 million. Under the terms of the agreement negotiated with [GSI], the ship was to be delivered in Q4 2013. Dockwise has voted against the share issue. As a result (…) the resolution has failed. (…)”. 2.145. Op 7 juni 2012 heeft Fairstar de (vertrek)vergoeding ten bedrage van USD 4.025.835 aan Cadenza uitbetaald (zie hiervoor onder 2.124). 2.146. Op 18 juni 2012 liep de termijn van het verplichte bod van Dockwise af. Op dat moment had Dockwise ruim 60% van de aandelen Fairstar verworven. 2.147. Op 19 juni 2012 tekenden [gedaagde 1] en [gedaagde 3] namens Fairstar een overeenkomst met Imperial Capital LLC (Imperial) voor de advisering over de plaatsing van een serie obligaties (“bonds”) voor een bedrag van USD 335 miljoen. 2.148. Op 19 juni 2012 tekende [gedaagde 4] namens Fairstar een overeenkomst met Cadenza (een “Addendum Agreement” bij de Settlement Agreement) waarin aan [gedaagde 1] (via Cadenza) een beloning van USD 100.000 per maand werd toegekend tot 30 november 2012 (of tot het moment van benoeming van een nieuwe CEO van Fairstar). Op 19 juni 2012 tekende [gedaagde 4] namens Fairstar tevens een aanvullende overeenkomst (“Addendum Agreement”) met [gedaagde 3] . 2.149. In de loop van de dag stuurde [gedaagde 4] twee e-mails met, voor zover van belang, de volgende tekst aan mr. Jansen van Baker McKenzie (de advocaat van Fairstar): “(…) 3) Following yesterday’s letter from Dockwise I foresee a long and ugly legal process where they will not hesitate to sue a.o. SB members. As earlier discussed I am looking for a discharge of liabilities letter from FHT [Fairstar, rb]. This applies to both present SB members/would we also take care of the two members who resigned recently?”. 2.150. Op 4 juli 2012 heeft Dockwise bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot machtiging tot bijeenroeping van een BAVA van Fairstar om drie onafhankelijke commissarissen bij Fairstar te laten benoemen. 2.151. Op 9 juli 2012 tekenden [gedaagde 1] en [gedaagde 3] namens Fairstar overeenkomsten (“Indemnification Agreements”) met [gedaagde 4] en [gedaagde 5] waarin [gedaagde 4] en [gedaagde 5] door Fairstar werden gevrijwaard voor claims van derden en van Fairstar zelf. 2.152. Voorafgaand aan de ondertekening van deze Indemnification Agreements had [gedaagde 4] op 9 juli 2012 per e-mail aan de advocaat van Fairstar (met kopie aan [gedaagde 5] en [gedaagde 3] ) het volgende geschreven: “Wat ik nog wil weten (en nu even een praktijk voorbeeld): In het geval van gerechtelijke procedures tegen SB [raad van commissarissen, rb] zijn wij dan indemnified by FHT [Fairstar, rb] voor de volgende zaken:- Services agreements [gedaagde 1] [ [gedaagde 1] , rb] / WO [ [gedaagde 3] , rb], incl. termination and settlement agreements, fifth vessel and any other matters from the past. (…) Deze vraag i.v.m. expected witch-hunting naar het verleden by DW [Dockwise, rb].” en later die dag (kort voor middernacht): “ [naam 14] , (…) 2) This is to confirm my concern asto expected liabilities re SB members i.c.w. forthcoming legal and possible clawback cases. 3) I expect the undersigned to be in the forefront of legal cases a.o. contracts of employment [gedaagde 1] /WO, fifth vessel and forthcoming bondissue and any other matters they can think of. I foresee a witch-hunting against Directors (read: Chairman) as soon as they get more access to info. 4) I believe the FHT directors insurance is inadequate for such instances. Understand it concers an insurance for MB-SB. 5) As discussed SB members are therefore looking for a watertight legal document, fully indemnifying SB members against such legal cases together with documentary proof an adequate SB insurance is in place. 6) SB members do not wish to be privately left financially penniless whilst others walk away. Note: MB members by means of their contracts of employment are fully protected but SB members are presently NOT AT ALL. 7) Please discuss with [gedaagde 1] since this matter is going on far too long. In fact it is unacceptable and is now becoming urgent. No satisfactory solution may force present SB members to exit prematurely.”. [gedaagde 1] kreeg een kopie van beide e-mails; [gedaagde 5] van de laatste. 2.153. Op 10 en 11 juli 2012 vond een e-mailwisseling plaats tussen de (toenmalige) advocaat van Fairstar en [gedaagde 1] (met kopie aan [gedaagde 3] en [gedaagde 4] ) in het kader van de onderhandelingen over de Combination Agreement (zie hierna onder 2.158). Op 10 juli 2012 schreef de advocaat van Fairstar aan [gedaagde 1] onder meer het volgende: “(…) Also D[ockwise] wants to be informed on the status of the fifth ship. In this respect we could consider to confirm that there is (…) no obligation to build the ship (still an option) (…).”. 2.154. In antwoord op deze suggestie heeft [gedaagde 1] het volgende aan zijn advocaat geschreven: “(…) The third vessel contract is not going to be given to them. It is now more than an option. It is a genuine liability and was properly approved. I do not want to get into any further discussions on giving them the contract or making any representations. Once again, “caveat emptor” will prevail. (…)”. 2.155. Op 11 juli 2012 schreef [gedaagde 1] het volgende in een e-mail aan [naam 9] van GSI (met kopie aan [naam 6] van [naam 5] ): “(…) Dockwise is a dirty company. Even though they have 95% they have no control of the company. Please do not meet with anyone from Dockwise until this matter is resolved. Please inform your staff to say nothing to Dockwise people about any contractual information between our two companies. It is VERY IMPORTANT that GSI supports Fairstar for the next few days. I will explain to [naam 6] . (…)”. 2.156. Op 12 juli 2012 maakte Fairstar in een persbericht bekend dat zij voornemens was een bond issue te doen tot een bedrag van USD 335 miljoen (hierna: de bond issue). Blijkens het persbericht zou de opbrengst worden aangewend om de ING faciliteit af te lossen en om een tweede betaling te doen aan GSI ten bedrage van USD 20 miljoen voor de bouw van de FATHOM. Inmiddels had Dockwise 95% van de aandelen van Fairstar verworven. 2.157. Op 13 juli 2012 heeft Dockwise een enquêteverzoek ingediend tegen Fairstar bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam waarbij tevens bij wijze van voorlopige voorziening de onmiddellijke schorsing van [gedaagde 1] en [gedaagde 4] werd verzocht. 2.158. Op 14 juli 2012 tekenden Dockwise en Fairstar een overeenkomst waarin de afspraken werden vastgelegd over de afwikkeling van het bod van Dockwise op Fairstar (de “Combination Agreement”). Deze afspraken hielden, voor zover van belang, het volgende in: - Dockwise biedt aan alle resterende aandelen Fairstar te kopen voor NOK 10 per aandeel; - indien en voor zover niet alle aandelen worden aangeboden, zal Dockwise een uitkoopprocedure starten op grond van artikel 2:92a BW; - er komt een gezamenlijk persbericht over de gemaakte afspraken; - Dockwise bevestigt dat zij alle contracten met bestaande klanten van Fairstar zal nakomen; - Dockwise bevestigt dat de rechten van de werknemers van Fairstar zullen worden gehonoreerd; - een non-concurrentiebeding voor [gedaagde 1] en [gedaagde 3] . 2.159. In de Combination Agreement zijn voorts, voor zover van belang, de volgende bepalingen opgenomen: “(…) 3.2. Integration (…) The management fees payable to Messrs. [gedaagde 1] en [gedaagde 3] for the period until 1 january 2013 and the severance payment to which [gedaagde 3] is entitled shall be paid bij the Company to [gedaagde 1] and [gedaagde 3] on 16 july 2012. (…) 4.2. Governance On 16 July 2012 the Company shall give notice of and convene an extraordinary general meeting of Shareholders to be held on 29 August 2012 (…) (the “EGM”) in order to propose to the Shareholders the following resolutions and recommend their adoption: a. the appointment of [naam 16] and [naam 17] as new members of the Management Boad and [naam 15] , [naam 18] and [naam 3] as new members of the Supervisory Board; b. (acknowledgement
  1. of)the resignation of the current members of the Supervisory Board; c. adoption of the annual accounts regarding 2011; d. discharge of the Supervisory Board members for their supervision in respect of the financial year 2011; and e. the application for delisting of the Shares from the Oslo Stock Exchange. (…) When the EGM has been convened, Dockwise will withdraw the request to the Rotterdam Court initiated on 4 july 2012 and the inquiry proceedings initiated on 12 July 2012.”. Vooruitlopend op de ‘EGM’ is overeengekomen dat [gedaagde 1] en [gedaagde 3] per direct aftreden als bestuurder van Fairstar. 2.160. Op 15 juli 2012 hebben Dockwise en Faistar in een gezamenlijk persbericht aangekondigd dat zij overeenstemming hebben bereikt over de overname van Fairstar door Dockwise. In dit persbericht is, voor zover van belang, verder het volgende opgenomen: “(…) Dockwise and Fairstar have both withdrawn all pending legal actions taken towards each other in the last week. They have reached an Agreement that is full and final. It is no longer a matter for the Courts. (…)”. 2.161. Op 16 juli 2012 heeft Fairstar overeenkomstig artikel 3.2 van de Combination Agreement, aan [gedaagde 3] de vergoeding op grond van de Settlement Agreement uitbetaald (zie hiervoor onder 2.129 en 2.159. 2.162. Op 16 juli 2012 kregen medewerkers van Dockwise (voor het eerst) toegang tot het kantoor van Fairstar. 2.163. In een persbericht van 19 juli 2012 heeft Fairstar (onder haar nieuwe management) bekend gemaakt dat Fairstar het Shipbuilding Contract op 3 mei 2011 was aangegaan en dat de vennootschap op 23 mei 2012 het Memorandum of Agreement had ondertekend. 2.164. Eveneens op 19 juli 2012 is Ernst & Young Fraud Investigation & Dispute Services (hierna: E&Y Forensic) in opdracht van Nauta Dutilh een forensisch onderzoek gestart naar de gang van zaken binnen Fairstar. 2.165. Bij brief van 27 juli 2012 kondigde KPMG aan dat zij een nader onderzoek (“further audit activities”) zou gaan verrichten ten aanzien van de controle van het Annual Report 2011. 2.166. Op 16 oktober 2012 heeft KPMG haar definitieve rapport afgegeven. In dit rapport kwam KPMG tot de conclusie dat het bestaan van het Shipbuilding Contract voor de FATHOM en Fairstar’s verplichtingen ten aanzien van de FATHOM ten onrechte niet in het Annual Report 2011 zijn opgenomen en dat zowel de jaarrekening als ook het jaarverslag hierover ten onrechte geen informatie bevatten. 2.167. Bij beschikking van 3 januari 2013 heeft de kantonrechter te Rotterdam de arbeidsovereenkomst tussen [gedaagde 6] en Fairstar ontbonden met ingang van 7 januari 2013. 3Het geschil in de zaak 13-97 in conventie de wijziging van eis 3.1. Bij het vonnis in incident van 10 juli 2013 (hierna: het incidentele vonnis) heeft de rechtbank [gedaagde 1] onder 5.6 veroordeeld om voor de duur van dit geding, terstond na de betekening van dat vonnis zijn verplichtingen onder artikel 8 van de Combination Agreement (kort gezegd het non-concurentiebeding) na te komen en [gedaagde 1] veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 1.000.000 (één miljoen euro) voor het geval hij aan enig onderdeel van die veroordeling geen, of niet volledig gehoor geeft. 3.2. Fairstar heeft ter gelegenheid van het pleidooi aangevoerd dat uit e-mails blijkt dat [gedaagde 1] het non-concurrentiebeding heeft geschonden. Fairstar heeft haar eis vermeerderd en een verklaring voor recht gevorderd dat [gedaagde 1] niet althans niet volledig gehoor heeft gegeven aan de onder 5.6 van het incidentele vonnis gegeven veroordeling en gevorderd [gedaagde 1] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.000.000 aan verbeurde dwangsom. 3.3. [gedaagde 1] heeft ter gelegenheid van het pleidooi verweer gevoerd en in dat kader met name betoogd dat het incidentele vonnis niet aan hem is betekend, Fairstar dat ook niet heeft gesteld en dat Fairstar ook geen betekeningstukken in het geding heeft gebracht. Fairstar heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat zij dat wel degelijk heeft gedaan. Bij nader onderzoek is vervolgens gebleken dat Fairstar de betekeningsstukken voorafgaand aan het pleidooi wel aan de rechtbank, maar niet aan [gedaagde 1] heeft toegezonden. [gedaagde 1] heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen de gewijzigde eis omdat hij door deze gang van zaken onredelijk wordt geschaad in zijn mogelijkheid zich tegen de pas bij pleidooi vermeerderde eis te verweren. 3.4. De rechtbank stelt voorop dat zolang nog geen eindvonnis is gewezen Fairstar ingevolge het artikel 130 Rv in beginsel steeds bevoegd is haar eis te wijzigen, tenzij die wijziging strijdig zou zijn met een goede procesorde, waarvan met name sprake zal zijn indien de eiswijziging leidt tot een onredelijke bemoeilijking van de verdediging dan wel een onredelijke vertraging van het geding. De rechtbank is van oordeel dat daarvan in dit geval sprake is. Daarbij is van belang dat de eis pas ter gelegenheid van het pleidooi is gewijzigd zodat [gedaagde 1] uitsluitend ter zitting in de gelegenheid is geweest om op de geheel nieuwe vordering te reageren. Daarbij komt dat [gedaagde 1] als gevolg van het feit dat Fairstar ten onrechte de betekeningsstukken niet ook aan hem ter beschikking heeft gesteld, niet geheel onbegrijpelijk in de veronderstelling verkeerde dat het incidentele vonnis niet aan hem was betekend en dat de vordering reeds daarom niet zou kunnen slagen, met als gevolg dat hij heeft gekozen om in de beperkte tijd die hem voor zijn pleidooi geboden werd, niet uitputtend op de inhoud van de gewijzigde vordering in te gaan. De slotsom is dan ook dat [gedaagde 1] als gevolg van deze aan Fairstar te wijten gang van zaken daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad, terwijl een eventuele aanhouding en nadere conclusiewisseling ter zake van de gewijzigde eis thans tot een onredelijke vertraging van de procedure zal leiden. Dit betekent dat het bezwaar van [gedaagde 1] slaagt en de eiswijziging niet zal worden toegelaten. 3.5. De rechtbank verstaat dat nu op de door Fairstar bij wege van incident ingestelde provisionele vorderingen reeds eerder bij tussenvonnis is beslist, deze kennelijk per ongeluk in het gewijzigd petitum zijn gehandhaafd en daarop bij eindvonnis niet opnieuw hoeft te worden beslist. 3.6. Fairstar vordert aldus – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: (
  2. a)verklaart voor recht dat [gedaagde 1] en [gedaagde 3] hun taken als bestuurder van Fairstar kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld, althans onrechtmatig hebben gehandeld jegens Fairstar; (
  3. b)verklaart voor recht dat [gedaagde 4] en [gedaagde 5] hun taken als commissaris van Fairstar onbehoorlijk hebben vervuld, althans onrechtmatig hebben gehandeld jegens Fairstar; (
  4. c)verklaart voor recht dat Cadenza jegens Fairstar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de Cadenza Services Agreement, althans onrechtmatig heeft gehandeld jegens Fairstar; (
  5. d)verklaart voor recht dat [gedaagde 6] jegens Fairstar onrechtmatig heeft gehandeld; (
  6. e)gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander(
  7. en)in zoverre zal (zullen) zijn bevrijd, veroordeelt tot vergoeding van de door Fairstar geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, een en ander met inbegrip van de wettelijke rente; (
  8. f)verklaart voor recht dat de (
  9. i)Settlement Agreement en de Addendum Agreement tussen Fairstar en Cadenza, (
  10. ii)de Settlement Agreement en de Addendum Agreement tussen Fairstar en [gedaagde 3] , (iii) de Indemnification Agreement tussen Fairstar en [gedaagde 4] en (
  11. iv)de Indemnification Agreement tussen Fairstar en [gedaagde 5] nietig zijn, althans deze vernietigt; (
  12. g)de Combination Agreement partieel vernietigt, zodanig dat Fairstar niet gehouden is om de vaststelling van het Annual Report 2011 alsmede het verlenen van decharge aan [gedaagde 4] en [gedaagde 5] voor het gehouden toezicht gedurende het boekjaar 2011 te agenderen, in stemming te brengen en de vaststelling ervan aan te bevelen; (
  13. h)de Combination Agreement partieel vernietigt, te weten van de bepaling zoals vervat in artikel 3.2 ervan voor zover dit betreft tot de verplichting tot onmiddellijke uitbetaling van de “severance payment” aan [gedaagde 3] ; (
  14. i)de Cadenza Services Agreement en de [Agreement] partieel ontbindt voor zover het betreft de bepalingen in deze overeenkomsten die betrekking hebben op de “Termination Event” en de daarmee samenhangende (vertrek)vergoedingen, te weten artikel 6 van de Cadenza Services Agreement en artikel 11 van de [Agreement] ; (
  15. j)Cadenza en [gedaagde 3] veroordeelt tot terugbetaling van de bedragen die aan hen zijn betaald op grond van artikel 6 van de Cadenza Servies Agreement respectievelijk artikel 11 van de [Agreement] ; (
  16. k)Cadenza, [gedaagde 1] , [gedaagde 4] en [gedaagde 5] veroordeelt om – kort gezegd – alle e-mails die zijn beslagen en in gerechtelijke bewaring genomen krachtens het vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank aan Fairstar af te geven op straffe van een dwangsom; (
  17. l)[gedaagde 1] gebiedt het in artikel 8 van de Combination Agreement opgenomen non-concurrentiebeding na te komen op straffe van een dwangsom; (
  18. m)gedaagden die bij één advocaat verschijnen en hetzelfde verweer voeren hoofdelijk en de andere gedaagde(
  19. n)afzonderlijk veroordeelt in de kosten van de procedure in de hoofdzaak, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het in dezen te wijzen vonnis; (
  20. n)gedaagden die bij één advocaat verschijnen en hetzelfde verweer voeren hoofdelijk en de andere gedaagde(
  21. n)afzonderlijk veroordeelt in de kosten van de incidenten voor zover zij daarin zijn betrokken, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het in dezen te wijzen vonnis; (
  22. o)[gedaagde 1] en Cadenza veroordeelt in de kosten gemaakt in verband met de Engelse vertaling van deze dagvaarding en de betekening/uitreiking van deze dagvaarding in Engeland en in Jersey, en [gedaagde 5] veroordeelt in de kosten gemaakt in verband met de betekening/uitreiking van deze dagvaarding in België, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na het in dezen te wijzen vonnis; (
  23. p)[gedaagde 4] op de voet van artikel 706 Rv veroordeelt tot voldoening aan Fairstar van de kosten van het ten laste van hem gelegde beslag en de daarop betrekking hebbende exploten; (
  24. q)gedaagden die bij één advocaat verschijnen en hetzelfde verweer voeren hoofdelijk en de andere gedaagde(
  25. n)afzonderlijk veroordeelt in de nakosten ten bedrage van € 131 zonder betekening en € 199 met betekening, laatstbedoeld bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente indien en voor zover gedaagden niet binnen (de wettelijk vereiste termijn van) twee dagen, althans binnen een door de rechtbank redelijk geachte termijn na betekening aan het in dezen te wijzen vonnis hebben voldaan. 3.7. Fairstar legt aan deze vorderingen – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. (
  26. a)[gedaagde 1] en [gedaagde 3] 3.7.1. [gedaagde 1] en [gedaagde 3] hebben Fairstar, een beursgenoteerde vennootschap, bestuurd op een manier die niet kan worden aanvaard. Zij hebben Fairstar op 4 augustus 2011 onvoorwaardelijk tot de aankoop van een vijfde schip, de FATHOM, verbonden en dat betrof een substantiële financiële verplichting voor Fairstar. Zij deden dat zonder de statutair vereiste goedkeuring van de raad van commissarissen. De aankoop was bovendien onverantwoord omdat het Fairstar aan financiering ontbrak om de FATHOM te betalen. Op het moment van de aankoop beschikte Fairstar al niet over voldoende financiering om aan haar verplichtingen ter zake van de FORTE en de FINESSE te voldoen. 3.7.2. De aankoop van de FATHOM leidde voorts tot een “default” onder de overeenkomsten tussen Fairstar en haar financiers. [gedaagde 1] en [gedaagde 3] hebben de aankoop van de FATHOM (daarom) voor die financiers verzwegen en stelden Fairstar daarmee bloot aan het risico dat de financiers hun kredieten zouden opeisen. 3.7.3. [gedaagde 1] en [gedaagde 3] verzwegen de aankoop van de FATHOM ook voor de markt; zij hebben geen openheid gegeven, maar de markt ovolledig en soms ronduit onjuist geïnformeerd, waardoor de markt werd misleid. Zij schonden bij herhaling hun wettelijke plicht tot het onverwijld openbaar maken van koersgevoelige informatie en hebben de markt gemanipuleerd. Fairstar wijst in het bijzonder op het niet publiceren op (althans kort
  27. na)4 augustus 2011 van een persbericht met betrekking tot het aangaan van het Shipbuilding Contract, de openbaarmaking van het Annual Report 2011 (waarin de verplichtingen ten aanzien van de FATHOM ten onrechte niet waren verantwoord) en de kwartaalcijfers over het eerste kwartaal van 2012 (waarvoor hetzelfde gold). 3.7.4. Voorts hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 3] er alles aan gedaan om de overname van Fairstar door Dockwise te frustreren, ook als dit ten koste ging van de belangen van Fairstar. Zij kozen ervoor om de acute liquiditeitsproblemen waarin zij Fairstar hadden gebracht te bestrijden met financieringen tegen ongunstige voorwaarden, terwijl zij het aanbod van Dockwise om te financieren niet eens wilden bespreken. Toen het voorzienbaar was dat Dockwise Fairstar zou overnemen, hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 3] Fairstar gebonden aan het Memorandum of Agreement dat Fairstar blootstelde aan ontbinding van het Shipbuilding Contract en een boete van USD 37,5 miljoen, onverminderd de andere remedies die GSI onder het Shipbuilding Contract ter beschikking stonden. Fairstar kwam vervolgens – onder leiding van [gedaagde 1] en [gedaagde 3] – het Memorandum of Agreement niet na (hetgeen voorzienbaar was toen zij het boetebeding overeenkwamen) en hebben daarmee het lot van Fairstar in de handen van GSI geplaatst. [gedaagde 1] en [gedaagde 3] hebben het Memorandum of Agreement en het boetebeding voor de markt en Dockwise verzwegen (aan Dockwise zelfs nog bij de onderhandelingen over de Combination Agreement in de nacht van 13 op 14 juli 2012). 3.7.5. Ten slotte hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 3] hun eigen belangen gediend ten koste van de belangen van Fairstar. [gedaagde 1] heeft ervoor gezorgd dat Fairstar hem op oneigenlijke gronden een bedrag van USD 4 miljoen heeft uitbetaald, terwijl Fairstar op dat moment geen geld had om aan al haar opeisbare verplichtingen te voldoen. [gedaagde 1] en [gedaagde 3] hebben geprobeerd hun eigen positie op ongeoorloofde wijze te verbeteren via de Settlement Agreements en de Addendum Agreements op grond waarvan zij zichzelf onder meer een maandelijkse vergoeding van USD 100.000 lieten uitbetalen. Deze overeenkomsten hadden voorts onder meer de strekking om een aanzienlijke loonbelastingclaim, waarvoor Cadenza aansprakelijkheid had aanvaard, alsnog af te wentelen op Fairstar. 3.7.6. Dit alles betekent dat [gedaagde 1] en [gedaagde 3] ernstig zijn tekort geschoten in de vervull

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.