RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummers: 13.751.306-15 en 13.751.307-15 BESCHIKKING op de vordering ex artikel 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering van 22 september 2015 van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam. Deze vordering strekt tot het aan haar ter beschikking stellen van de in beslag genomen stukken van overtuiging, ter uitvoering van een verzoek om rechtshulp d.d. 10 augustus 2015, afkomstig van de Britse justitiële autoriteiten, in de zaak tegen: [betrokken persoon 1] , geboren te [geboorteplaats] (Groot-Brittannië) op [geboortedag 1] 1956 en [betrokken persoon 2] , geboren te [geboorteplaats] (Groot-Brittannië) op [geboortedag 2] 1960, hierna te noemen: betrokkenen. 1Procesgang De rechtbank heeft op 2 oktober 2015 de betrokkenen, de raadsvrouw van de betrokkenen, mr. T.E. Korff, advocaat te Amsterdam en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. 2Beoordeling Het voormelde verzoek is gedaan in verband met een strafrechtelijk onderzoek tegen bovengenoemde personen in Groot-Brittannië ter zake van de verdenking dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan de feiten, zoals in het rechtshulpverzoek omschreven. Het verzoek is gegrond op de hierna te vermelden verdragen. Het verzoek betreft stukken van overtuiging die vatbaar voor inbeslagneming zouden zijn, indien de feiten in Nederland waren begaan. De feiten zijn zowel naar Brits recht als naar Nederlands recht strafbaar gesteld met een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste zes maanden. Het verzoek tot het ter beschikking stellen van de in beslag genomen stukken ziet op de volgende goederen: 5035242 SIMkaarthouder 5035239 Papier (visitekaartje, bon en stukje papier Lycamobile) 5029716 32G Lexar geheugenkaart inclusief een USB adapter 5029710 5 SIMkaarten en 1 SIMkaarthouder 5029708 Papier 4 stuks (kassabon, travel moneycard, 2 notitiebriefjes) Bij beslissing van 16 oktober 2015 die ziet op de klaagschriften ex artikel 552a Sv die betrokkenen hebben ingediend, heeft de rechtbank geoordeeld dat het visitekaartje en de twee notitiebriefjes niet vallen onder de in het rechtshulpverzoek van 10 augustus 2015 opgesomde goederen. Om die reden zijn de klaagschriften met betrekking tot die goederen gegrond verklaard en heeft de rechtbank de teruggave van deze goederen aan de betrokkenen gelast. Dit heeft tot gevolg dat de rechtbank het gevraagde verlof ten aanzien van het visitekaartje en de twee notitiebriefjes niet kan verlenen. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de (overige) in beslag genomen goederen niet als stukken van overtuiging kunnen worden aangemerkt. In het kader van de klaagschriften ex 552a Sr is dit verweer eveneens ten aanzien van die goederen naar voren gebracht en heeft de rechtbank dit verweer verworpen. Voor de bespreking hiervan verwijst de rechtbank naar voornoemde beslissing van 16 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.