← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2015:797

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/689817-14 Datum uitspraak: 18 februari 2015 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres]. 1Het onderzoek ter terechtzitting 1.1. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 februari 2015. 1.2. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. P. van Laere, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. L. Palanciyan, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: Primair: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 november 2013 tot en met 7 mei 2014, te Amstelveen en/of Amsterdam, althans elders in Nederland, tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) van een voorwerp en/of geldbedrag, te weten een horloge (merk: Audemars Piguet) en/of 12000 euro, in elk geval een geldbedrag, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of wie bovenomschreven voorwerp en/of geldbedrag voorhanden had, terwijl hij en/of een of meer van zijn mededader(

  1. s)wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat voornoemd voorwerp en/of geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit het misdrijf, immers heeft hij, verdachte, in strijd met de waarheid eenmaal of meermalen verklaard dat hij, verdachte, (een deel van) voornoemd geldbedrag aan medeverdachte [naam 1] ([geboortedatum]) heeft afgegeven teneinde voornoemd horloge voor hem, verdachte te kopen; (Artikel 420 bis Wetboek van Strafrecht) Subsidiair: [naam 1] ([geboortedatum]) en/of een of meer andere perso(o)n(
  2. en)op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 november 2013 tot en met 7 mei 2014, te Amstelveen en/of Amsterdam, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) van een voorwerp en/of geldbedrag, te weten een horloge (merk: Audemars Piquet) en/of 12000 euro, in elk geval een geldbedrag, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen verhuld wie de rechthebbende was en/of wie bovenomschreven voorwerp en/of geldbedrag voorhanden had(den) en/of (voornoemd) horloge en/of geldbedrag voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl voornoemde [naam 1] en/of een of meer van zijn mededader(
  3. s)wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat voornoemd voorwerp en/of geldbedrag - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 28 november 2013 tot en met 7 mei 2014 te Amstelveen en/of Amsterdam en/of elders in Nederland (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest door in strijd met de waarheid eenmaal of meermalen te verklaren dat hij, verdachte, (een deel van) voornoemd geldbedrag aan voornoemde [naam 1] heeft afgegeven teneinde voornoemd horloge voor hem, verdachte, te kopen. (Artikel 420bis/48 Wetboek van Strafrecht) 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie die het primair ten laste gelegde bewezen acht – het onder primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen. Aan verdachte is feitelijk ten laste gelegd dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen dan wel aan medeplichtigheid van witwassen van geld en/of een horloge, door als getuige de leugenachtige verklaring af te leggen dat verdachte aan [naam 1] geld heeft gegeven om een horloge voor hem, verdachte, te kopen, waardoor een leugenachtig alibi van [naam 1] over de legale herkomst van het geld en het horloge in stand is gebleven . Medeplegen vereist een nauwe en bewuste samenwerking tussen de daders. Uit de processtukken blijkt niet van enige betrokkenheid van verdachte voorafgaand of tijdens de aankoop van het horloge door [naam 1]. Noch blijkt dat door hem vooraf met verdachte is afgesproken dat verdachte aan [naam 1] bij aanhouding een alibi over de herkomst van het geld en de bestemming van het horloge zou verschaffen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking in de zin van medeplegen, zoals onder primair ten laste gelegd. Verdachte is in beeld gekomen toen hij na de aanhouding van [naam 1] als getuige is gehoord en leugenachtig over de (legale) herkomst van het geld en de rechtmatige eigenaar van het horloge heeft verklaard. Op zich zou toen naar het oordeel van de rechtbank mogelijk sprake kunnen zijn van medeplichtigheid aan witwassen van het horloge Echter, nu de politie kennelijk deze verklaringen van verdachte en die van medeverdachte [naam 1] vanaf het begin niet heeft geloofd, kan niet worden gesproken van een daadwerkelijke medeplichtigheid, maar slechts van een -mislukte- poging daartoe , zodat ook de onder 2 ten laste gelegde medeplichtigheid aan witwassen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte dient dan ook van het onder primair en subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken. 5Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Leijten, voorzitter, mrs. F.M. Wieland en H.M. van Niftrik, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.N. van Rappard, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 februari 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.