vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 30 december 2015 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/13/571673 / HA ZA 14-863 van de stichting STICHTING TER INCASSO VAN COMMERCIAL KABELGELDEN, gevestigd te Amsterdam, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. R. van Dongen te Amsterdam, tegen de vereniging VEVAM, gevestigd te Amsterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat voorheen mr. E.E. de Vos, thans mr. M.J.R. Brons te Amsterdam, en de vereniging naar buitenlandsrecht ASSOCIATION DE GESTION INTERNATIONALE COLLECTIEVE DES OEUVRES AUDIO-VISUELLES, gevestigd te Genève (Zwitserland), interveniënte aan de zijde van Vevam, advocaat voorheen mr. J.P. van den Brink, thans mr. S.C. van Loon, en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/581223 / HA ZA 15-148 van de vereniging VEVAM, gevestigd te Amsterdam, eiseres, advocaat mr. M.J.R. Brons te Amsterdam, tegen de vereniging naar buitenlands recht ASSOCIATION DE GESTION INTERNATIONALE COLLECTIEVE DES OEUVRES AUDIO-VISUELLES, gevestigd te Genève (Zwitserland), gedaagde, advocaat mr. S.C. van Loon te Amsterdam. Partijen zullen hierna Tick, Vevam en Agicoa worden genoemd. 1De procedure in de hoofdzaak 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 28 augustus 2014, met producties, - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, van Vevam, - de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring, van Tick, - het vonnis in incident van 3 december 2014, - de conclusie van antwoord tevens vordering in reconventie van Vevam, - de akte tot voeging van Agicoa, - de akte houdende overlegging producties, van Vevam, met producties, - de conclusie van antwoord in voeging van Agicoa, met producties, het tussenvonnis van 4 februari 2015, waarin een comparitie van partijen is gelast, de akte wijziging van eis in conventie, tevens akte overlegging producties, met één productie, de conclusie van antwoord in reconventie, de akte van Vevam, de antwoordakte eiswijziging van Agicoa het proces-verbaal van comparitie van 30 september 2015, met de daarin genoemde stukken, het faxbericht van mr. Van Dongen, naar aanleiding van het proces-verbaal, het faxbericht van mr. Van Loon, naar aanleiding van het proces-verbaal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De procedure in de vrijwaringszaak 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in vrijwaring, - de akte overlegging producties van Vevam, met producties, - de conclusie van antwoord in vrijwaring, met producties, het tussenvonnis van 10 juni 2015, waarin een comparitie van partijen is gelast, het proces-verbaal van comparitie van het proces-verbaal van comparitie van 30 september 2015, met de daarin genoemde stukken. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3De feiten 3.1. Tick behartigt de belangen van – kort gezegd – producenten van reclamefilms (commercials) en van reclame adviesbureaus. Tick maakt aanspraak op een auteursrechtelijke vergoeding voor de openbaarmaking van reclamefilms. De geïnde vergoeding wordt niet uitgekeerd aan de reclamemakers, maar aangewend voor activiteiten om de kwaliteit van commercials te verbeteren. 3.2. Vevam was tot 2009 een vereniging ten behoeve van filmmakers (schrijvers, regisseurs en producenten). Vanaf 2009 treedt Vevam uitsluitend op ten behoeve van regisseurs. 3.3. Agicoa is een internationale collectieve beheersorganisatie (“cbo”) in de zin van artikel 26a Auteurswet. Namens de bij haar aangesloten rechthebbenden, makers van filmwerken, verleent zij licenties aan kabelexploitanten voor de kabeldoorgifte van die werken. Tot 2012 verleende zij de licenties ook namens Nederlandse rechthebbenden, maar na de totstandkoming van een afbakeningsovereenkomst met Sekam (een cbo voor producenten) en Stichting onafhankelijke producenten Nederland (StOPnl) verleent zij alleen nog maar licenties ten behoeve van buitenlandse rechthebbenden. 3.4. Agicoa was partij bij het zogeheten Kabelcontract. Dit is een overeenkomst die aan de kant van de auteursrechthebbenden werd gesloten door de publieke omroepen en het zogenoemde Rechtencollectief bestaande uit onder meer Agicoa, Sekam en andere cbo’s. Vevam was tot 2010 (aan de zijde van Sekam) eveneens partij bij het Kabelcontract. Op basis van dit Kabelcontract betaalden Nederlandse kabelexploitanten een vergoeding per kabelabonnee per maand voor het uitzenden van filmwerken aan de rechthebbenden. Deze zogenaamde Kabelgelden werden via een verdeelsleutel onder het Rechtencollectief verdeeld. Agicoa nam hierbij ten aanzien voor zowel de Nederlandse als buitenlandse audiovisuele producenten de gelden in ontvangst. Agicoa verdeelde vervolgens de door haar ontvangen vergoeding met andere cbo’s, waaronder (via Sekam) Vevam. 3.5. Per 1 oktober 2012 is er een einde gekomen aan het Kabelcontract. Sindsdien verwerven de kabelexploitanten licenties rechtstreeks van cbo’s, waaronder Agicoa voor niet-Nederlandse rechthebbenden. Per 1 oktober 2012 int StOPnl namens Nederlandse producenten vergoedingen van de kabelexploitanten in verband met de kabeldoorgifte van audiovisuele werken in Nederland. Tussen de kabelexploitanten en Vevam is geen nieuwe overeenkomst tot stand gekomen en heeft Vevam geen vergoedingen voor kabeldoorgifte meer ontvangen. 3.6. Sinds 1998 maakt Tick aanspraak op een vergoeding voor de openbaarmaking van reclamefilms. Zij heeft hiertoe partijen uit het Rechtencollectief, waaronder Agicoa en Vevam, aangesproken. Uiteindelijk hebben partijen een schikking getroffen waarbij vanuit de zijde van de cbo’s die de voor de audiovisuele producenten bestemde vergoeding kregen uit de Kabelgelden Vevam in 2002 de volgende overeenkomst heeft gesloten met Tick (hierna: de Overeenkomst): “VASTSTELLINGSOVEREENKOMST […] E. Tussen TICK en onder andere VEVAM heeft sedert eind 1998 een verschil van mening bestaan over de aanspraken van TICK op een redelijke vergoeding voor doorgifte van Televisiecommercials via de kabel. F. TICK en VEVAM hebben inmiddels een regeling in der minne getroffen, die zij als volgt nader wensen uit te werken en schriftelijk vast te leggen. Partijen zijn het volgende overeengekomen: 1. VEVAM zal met ingang van 1 januari 2001 jaarlijks een afkoopsom van EUR 160.000,00 (vanaf 1 januari 2004 jaarlijks te indexeren met het consumenten indexcijfer) exclusief BTW aan TICK voldoen. 2. De vergoeding van EUR 160.000,00 zal ter compensatie van de aanspraken van TICK in het verleden met betrekking tot de jaren 2001, 2002 en 2003 verhoogd worden met resp. EUR 140.000,00, EUR 100.000,00 en EUR 55.000,00. […] 4. De betalingen over 2002 en de daaropvolgende jaren zullen steeds jaarlijks op 1 maart opvolgend op het desbetreffende kalenderjaar door VEVAM aan TICK voldaan worden […]. 5. Partijen zullen jaarlijks, voor het eerst in het laatste kwartaal van 2003, met elkaar overleggen over de voortzetting van deze overeenkomst een en ander samenhangend met de status van het aan partijen genoegzaam bekende zogenaamde Kabelcontract op dat moment. […] 7. TICK zal VEVAM vrijwaren tegen eventuele auteursrechtelijke claims van derden vanwege doorgifte via de kabel van via de Nederlandse publieke omroepen uitgezonden Televisiecommercials. […] 9. Geen aanpassing, wijziging of toevoeging aan deze Overeenkomst zal bindend zijn tussen partijen, tenzij deze schriftelijk is vastgelegd en ondertekend door alle partijen bij deze Overeenkomst. […] 12. Partijen doen afstand van hun recht om deze Overeenkomst te (doen) ontbinden en/of te (doen) vernietigen.” 3.7. Agicoa heeft Vevam toegezegd de door Vevam uit hoofde van de Overeenkomst aan Tick betaalde bedragen te vergoeden. Hiertoe hebben Vevam en Agicoa in 2004 een zogenaamde Tick-agreement gesloten. 3.8. De minister van OCW, de heer Plasterk, schreef in een brief van 21 november 2009 aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2009/10, 32 123 VIII, nr. 62, p. 21/22): “De betaling aan Tick kan voor de toekomst worden stopgezet door het opnemen, in de algemene voorwaarden van de Ster en van de commerciële omroepen, van de plicht tot het rechtenvrij aanleveren van de commercial. Hierdoor vervalt de verplichting van de kabel om een vergoeding te betalen aan de collectieve beheersorganisaties. Het opnemen van een clausule tot rechtenvrij aanleveren kan naar verwachting per 1 januari 2010 ingaan. Hierdoor vervalt de rechtsgrond tot betaling aan Tick.” 3.9. De Ster (Stichting ether reclame) verzorgt de verkoop van reclamezendtijd op de publieke netten. Ster heeft per 1 januari 2010 haar algemene voorwaarden aangepast. Als gevolg van die aanpassing worden commercials geacht volledig “rechten- en aanspraakvrij” te zijn aangeleverd. 3.10. Bij brief van 25 maart 2010 schreef Vevam aan Tick: “Zoals u weet, heeft het Ministerie van OCW vorig jaar nader onderzoek verricht naar de betalingen van VEVAM aan uw stichting in verband met de doorgifte van commercials op de Nederlandse kabel. In de begeleidende brief van Minister Plasterk bij de Mediabegroting voor 2010 is de volgende passage opgenomen: “De betaling aan Tick kan voor de toekomst worden stopgezet door het opnemen, in de algemene voorwaarden van de Ster en van de commerciële omroepen, van de plicht tot het rechtenvrij aanleveren van een commercial. (...) Hierdoor vervalt de rechtsgrond tot betaling aan Tick” Wij hebben inmiddels vernomen dat genoemde algemene voorwaarden met ingang van 1 januari 2010 daadwerkelijk zijn aangepast overeenkomstig het voorstel van de Minister. Nu de grondslag van de betaling aan TICK is komen te vervallen, is ook de met VEVAM gesloten vaststellingsovereenkomst d.d. december 2002 van rechtswege tot een einde gekomen. Voor zover nodig, zou ik TICK willen verzoeken de beëindiging van de overeenkomst per 1 januari 2010 te bekrachtigen door ondertekening van deze brief, zulks mede gelet op het bepaalde in artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst. Voor het geval TICK om haar moverende redenen niet instemt met deze beëindiging en/of de overeenkomst niet van rechtswege is beëindigd, ontbind ik hierbij namens VEVAM de overeenkomst wegens de gewijzigde en onvoorziene omstandigheden met terugwerkende kracht per 1 januari 2010. Graag ontvangen wij zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 7 april 2010 uw schriftelijke bevestiging dat stichting TICK akkoord gaat met deze beëindiging van de vaststellingsovereenkomst. Alle rechten worden voorbehouden.” 3.11. Bij brief van 1 december 2010 schreef de toenmalig raadsman van Vevam aan de raadsman van Tick dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde voortzetting onaanvaardbaar is en dat Vevam de gevolgen van de Overeenkomst wijzigt, de Overeenkomst partieel ontbindt en de Overeenkomst opzegt tegen 31 december 2010. 3.12. Op 22 maart 2011 voldeed Vevam – onder protest – een betaling van € 177.741,38 aan Tick. 3.13. Op 22 maart 2012 voldeed Vevam – onder protest – een betaling van € 180.758,79 aan Tick. 3.14. Op 26 februari 2013 schreef Tick in een e-mail aan Vevam: “Verder maak ik nog even van deze gelegenheid gebruik te laten weten dat wij er van uitgaan dat de eerder gezonden nota over 2012 uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst tijdig zal worden voldaan. Mocht het verschuldigde bedrag niet tijdig (vóór 1 maart 2013) door ons zijn ontvangen, dan zal […] wettelijke rente in rekening worden gebracht.” 3.15. Bij e-mail van 5 maart 2013 is namens Vevam teruggeschreven: “De afwikkeling van de lopende verplichtingen rond de overeenkomst zal zeker onderdeel van het gesprek zijn. Vevam streeft ernaar haar verplichtingen na te komen.” 4Het geschil in de hoofdzaak in conventie 4.1. Tick vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – veroordeling van Vevam tot betaling van € 185.227,75, € 189.909,70 en € 191.808,79 te vermeerderen met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, nakosten daarin begrepen. 4.2. Tick voert daartoe aan dat Vevam de Overeenkomst moet nakomen. Het geschil tussen Vevam en Agicoa regardeert Tick niet. De Overeenkomst kan niet opgezegd worden, omdat het een vaststellingsovereenkomst is en artikel 12 van de Overeenkomst ook opzegging uitsluit. De veranderingen met betrekking tot (onder meer) de STER-voorwaarden regarderen Tick evenmin. Tick voldoet nog steeds aan haar vrijwaringsverplichting, zodat zij niet (toerekenbaar) tekort schiet. Vevam is derhalve gehouden tot betaling. 4.3. Vevam voert verweer. Primair is de Overeenkomst rechtsgeldig opgezegd in de brief van 25 maart 2010, omdat de door Tick vertegenwoordigde reclamemakers zich vanaf dat moment niet meer op hun auteursrecht kunnen beroepen jegens de kabelexploitanten en Vevam. Subsidiair is hiervan sprake van per 31 december 2010. De Overeenkomst kan ontbonden worden omdat Tick Vevam niet langer kan vrijwaren. Ook zou – gelet op wijzigingen binnen Vevam – het in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zijn om de Overeenkomst ongewijzigd te laten voortduren. 4.4. Agicoa voert verweer. Er is een einde gekomen aan het kabelcontract en de posities van Vevam en Agicoa zijn veranderd. Er is geen collectieve licentie meer en het is onmogelijk en onwenselijk dat Tick onverkort vasthoudt aan de Overeenkomst. De Overeenkomst is van rechtswege beëindigd, althans is door Vevam rechtsgeldig beëindigd. in de hoofdzaak in reconventie 4.5. Vevam vordert – samengevat – een verklaring voor recht dat de Overeenkomst tussen Vevam en Tick is geëindigd per 1 januari 2010, althans 31 december 2010 onder veroordeling van Tick tot het terugbetalen van de onverschuldigd betaalde afkoopsom in 2010 en 2011, subsidiair een veroordeling van Tick om een schadevergoeding te betalen, meer subsidiair een wijziging van de Overeenkomst op grond van onvoorziene omstandigheden en meest subsidiair een verklaring voor recht dat de Overeenkomst per 1 oktober 2012 dan wel per de datum van de conclusie van antwoord is geëindigd, alles met veroordeling van Tick in de kosten van het geding. 4.6. Tick voert verweer. De Overeenkomst is niet geëindigd en de vordering tot terugbetaling over 2010 is verjaard, aldus Tick. in de vrijwaringszaak 4.7. Vevam vordert – samengevat – dat Agicoa wordt veroordeeld om aan Vevam te betalen al hetgeen waartoe Vevam in de hoofdzaak wordt veroordeeld, inclusief de proceskosten van de hoofdzaak en dat Agicoa wordt veroordeeld tot vergoeding wat Vevam vanaf 2012 aan Tick heeft betaald en nog zal betalen, met veroordeling van Agicoa in de kosten van de vrijwaring. 4.8. Agicoa voert verweer. 4.9. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5De beoordeling in de hoofdzaak in conventie 5.1. Tick vordert nakoming van de betalingsverplichting uit hoofde van de Overeenkomst. Vevam en Agicoa beroepen zich op het einde van de Overeenkomst. 5.2. Naar het oordeel van de rechtbank dient de Overeenkomst te worden gekwalificeerd als een overeenkomst voor onbepaalde tijd omdat de jaarlijkse betalingsverplichting niet eindigt door enkel tijdsverloop. Voor zover Tick stelt dat het hier gaat om een overeenkomst voor bepaalde tijd, die echter niet of slechts met wederzijdse instemming kan eindigen, is dat standpunt innerlijk tegenstrijdig en wordt zij daarom niet gevolgd. 5.3. Artikel 5 Overeenkomst houdt, anders dan door Tick gesteld, niet in dat de Overeenkomst uitdrukkelijk niet door opzegging, maar alleen met wederzijds goedvinden zou kunnen eindigen en artikel 12 Overeenkomst ziet niet op opzegging. Dat wil zeggen dat de Overeenkomst niet voorziet in een regeling van de opzegging. Het is vaste jurisprudentie (zie ECLI:NL:HR:2013:BZ4163) dat een duurovereenkomst, zoals deze Overeenkomst, dan in beginsel opzegbaar is. 5.4. Voor zover Tick betoogt dat de Overeenkomst een vaststellingsovereenkomst betreft en daarom niet opzegbaar is volgt de rechtbank Tick daarin niet. De rechtbank overweegt dat de Overeenkomst feitelijk bestaat uit twee onderdelen: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.