vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/602306 / KG ZA 16-136 CB/LO Vonnis in kort geding van 21 maart 2016 in de zaak van [eiser] , wonende te Amsterdam, eiser bij dagvaarding van 11 februari 2016, advocaat mr. S.M. Bartman te Baambrugge, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CRI RESIDENCE AMSTELVEEN B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. J.W.A. Meddens te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiser] en CRI worden genoemd. 1De procedure Ter terechtzitting van 7 maart 2016 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. CRI heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Ter zitting waren aanwezig: [eiser] met mr. Bartman en aan de zijde van CRI [directeur] , [medewerker] , [architect 2] (hierna: [architect 2] ), architect, en [medewerker] met mr. Meddens. 2De feiten 2.1. Het kantorenpark ‘De Bovenlanden’ te Amstelveen is ontwikkeld door/in opdracht van de inmiddels ontbonden vennootschap Ingenieursbureau Planontwikkeling Jonk De Rooij B.V. (hierna: Jonk De Rooij). Jonk De Rooij heeft in eerste instantie gewerkt met architectenbureau Klunder. In dit stadium is kort gezegd het casco van het gebouwencomplex bepaald: de placering van de gebouwen op het terrein, de parkeergarage als fundament voor het complex, de plaatsing en het formaat van de ramen, de plaats van de ingangen en de liften en de kettingstructuur van de gebouwen. 2.2. Jonk De Rooij was niet tevreden met het gevelontwerp van Klunder en heeft in 1988 de opdracht gegeven aan Architectenbureau [bureau] [eiser] B.V., dat sinds 2014 is opgegaan in [bureau] [eiser] [bureau] voor het ontwerp van de gevel en het interieur. [architect 2] was op dat moment in dienst bij [bureau] . [bureau] heeft het hieronder volgende ontwerp gemaakt, passend in de stijl van de zogenoemde organische architectuur, en heeft dat ontwerp verder uitgewerkt, zoals eveneens hieronder. 2.3. In 1990 is [bureau] in financiële problemen gekomen voordat de opdracht voor Jonk De Rooij was afgerond. Jonk De Rooij heeft toen het personeel van [bureau] overgenomen en heeft [architect 2] gevraagd het ontwerp van de gevel en het interieur af te maken. [architect 2] heeft dat ook gedaan, eerst in dienst van Jonk De Rooij en later als zelfstandig projectarchitect. 2.4. Na oplevering in 1991 is in De Bovenlanden het hoofdkantoor van KPMG gevestigd. Het complex ziet er uit als volgt. 2.5. CRI heeft op enig moment het complex gekocht. In 2010 is KPMG uit het complex vertrokken en sindsdien heeft het grotendeels leeggestaan. In 2015 is een (klein) deel van het complex verhuurd aan ATOS. Pogingen om in het complex een hotel, studentenwoningen of een zorgresidentie te vestigen zijn gestrand. 2.6. CRI is voornemens het complex een woonbestemming te geven en heeft daarvoor (zonder voorafgaand overleg met [eiser] ) een ingrijpende transformatie gepland. Onderdeel van de plannen is dat de thans geschakelde bouwblokken worden losgekoppeld, zoals hieronder afgebeeld. 2.7. Onderstaande impressies, ontworpen door [architect 2] , maken deel uit van de bouwplannen. 2.8. Bij brief van 16 januari 2016 heeft de advocaat van [eiser] aan (onder meer) CRI bericht dat hij zich op grond van zijn persoonlijkheidsrechten als bedoeld in artikel 25 lid 1 onder c en d van de Auteurswet (Aw) verzet tegen realisatie van de onder 2.6 en 2.7 bedoelde plannen, en heeft hij verzocht hem uit te nodigen voor een bespreking met als inzet betrokkenheid van [bureau] bij de vormgeving van de voorgenomen transformatie. In de brief staat onder meer het volgende. (…) Het persbericht is geïllustreerd met kennelijk door Architectenbureau [architect 2] geproduceerde, reeds zeer gedetailleerde schetsen van het aangezicht van het pand na de transformatie. Deze laten zien dat de transformatie een uiterst radicaal karakter heeft. Van de baksteenkleurige buitenkant en de kenmerkende, organische bouwstijlelementen van het huidige pand zal niets overblijven. Daarvoor in de plaats komt een wit, neoclassicistisch aandoend bouwwerk met uitsluitend rechte hoeken en ramen, derhalve gedomineerd door horizontale en verticale lijnen en vlakken. Het contrast met de bestaande vormgeving had niet sterker kunnen zijn. De architectonische “handtekening” van [bureau] [eiser] op het pand zal hiermee, indien de voorgenomen plannen worden gerealiseerd, volledig en voorgoed zijn uitgewist. Het ongenoegen van cliënte wordt niet zozeer veroorzaakt door het gegeven van het pand een andere bestemming zal krijgen en daartoe aanpassing behoeft, maar door het feit dat zij op geen enkele wijze, noch door eigenaar CRI, noch door de Gemeente of de aangetrokken architect van deze transformatieplannen op de hoogte is gesteld en uitgenodigd om hierover mee te denken. Dat is spijtig. Naar het inzicht van cliënte zou de doelstelling van het transformatieplan immers zeer wel kunnen worden bereikt met handhaving van de bestaande architectonische signatuur van het pand (…) 2.9. Op 25 januari 2016 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen CRI en [eiser] . [eiser] heeft verklaard bereid te zijn om het ontwerp van het gebouw zodanig aan te passen dat, met behoud van de ‘ziel’ van het huidige gebouw, het geschikt zal zijn voor bewoning. CRI heeft medegedeeld zich op dat voorstel intern te willen beraden. 2.10. Bij brief van 4 februari 2016 heeft de advocaat van CRI aan (de advocaat van) [eiser] – kort gezegd – laten weten dat CRI de (persoonlijkheids)rechten van [eiser] betwist, maar dat zij bereid is van de wensen van [eiser] kennis te nemen en daar waar mogelijk aan te voldoen. [eiser] heeft daarop de dagvaarding in het onderhavige geding uitgebracht. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert – samengevat – CRI te verbieden om uitvoering te geven aan haar onder 2.6 en 2.7 bedoelde plan tot transformatie van De Bovenlanden te Amstelveen; CRI te verbieden om zonder voorafgaand overleg en toestemming van [eiser] uitvoering te geven aan elke andere transformatie van het gebouw De Bovenlanden te Amstelveen; een en ander op straffe van een dwangsom; met veroordeling van CRI in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv. 3.2. CRI voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. In dit geding is aan de orde de vraag of [eiser] persoonlijkheidsrechten toekomen op het gebouw De Bovenlanden, en voorts de vraag of hij zich met een beroep op deze persoonlijkheidsrechten kan verzetten tegen de door CRI voorgenomen transformatie van het gebouw. 4.2. CRI heeft betwist dat [eiser] persoonlijkheidsrechten toekomen. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. CRI heeft niet, althans onvoldoende betwist dat [eiser] zoals hij heeft gesteld (in nauwe samenwerking met [architect 3] ) de onder 2.2 bedoelde schetsen en ontwerpen voor de gevels heeft gemaakt. Zijn handgeschreven aantekeningen zijn te zien op de eerste afbeelding. Daarmee is het makerschap van [eiser] van de gevel van het gebouw voldoende aannemelijk. Dat [architect 2] het ontwerp mogelijk verder heeft uitgewerkt met alle details en technische aspecten in het Definitief Ontwerp doet daar niet aan af. De maker van een werk is immers de schepper van het werk, de geestelijk vader. Uit de eerste afbeelding onder 2.2 blijkt voldoende dat [eiser] als de geestelijk vader van de gevel kan worden beschouwd. Met betrekking tot het interieur kan niet hetzelfde worden geconcludeerd. Daarvan heeft [eiser] geen schetsen of ontwerpen overgelegd, en [eiser] heeft bovendien erkend dat hij in dat stadium niet meer bij het ontwerp betrokken was en dat [architect 2] het heeft afgemaakt. Dat het interieur van het gebouw in dezelfde stijl is ontworpen als het exterieur van het gebouw is onvoldoende om [eiser] als maker daarvan aan te merken. [eiser] heeft erkend dat bij aanvang van de opdracht het grondplan en de kettingstructuur reeds waren ontworpen, zodat hij ook daarvan niet de maker is. De voorzieningenrechter is met [eiser] van oordeel dat de aanduiding van het aandeel van [eiser] in het ontwerp als ‘slechts een jasje’, zoals CRI stelt, afbreuk doet aan zijn werk en de invloed daarvan op het totaalbeeld van het complex. Desalniettemin blijft het makerschap van [eiser] , en daarmee zijn persoonlijkheidsrechten, beperkt tot de gevels van het complex. 4.3. Vervolgens is de vraag aan de orde of [eiser] zich met een beroep op deze persoonlijkheidsrechten kan verzetten tegen de plannen van CRI. Artikel 25 lid 1 aanhef en onder c en d Auteurswet (Aw) geeft de maker van een werk het recht zich te verzetten tegen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.