← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2016:250

RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beschikking op het op 2 december 2015 schriftelijk gedane en onder rekestnummer C/15/598341/HA RK 362.2015 ingeschreven verzoek van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, welk verzoek strekt tot wraking van mr. E.R.S.M. Marres, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter. 1Verloop van de procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken: - het schriftelijke wrakingsverzoek d.d. 2 december 2015; - de schriftelijke aanvulling van het wrakingsverzoek d.d. 3 december 2015; - een fax van verzoeker d.d. 14 december 2015; - een fax van verzoeker d.d. 18 december

  1. De rechter heeft meegedeeld niet in de wraking te berusten. Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 december
  2. Verzoeker en de rechter zijn verschenen. De rechter heeft op het verzoek gereageerd en verzoeker heeft zijn verzoek nader toegelicht. De behandeling is vervolgens gesloten. Van de behandeling is geen proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is bepaald op 8 januari
  3. 2De feiten Verzoeker is gedaagde in een bij de rechtbank aanhangige en onder zaaknummer [ ] geregistreerde zaak. 3Het verzoek en de gronden daarvan Verzoeker heeft aangevoerd dat: - de rechter zich op onaanvaardbare wijze heeft gemengd in zijn processuele mogelijkheden door te oordelen dat de door verzoeker ingediende concept-kortgedingdagvaarding niet voldeed aan de eisen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; - zijn woning viermaal onder water is gelopen en dat dit te wijten is aan de kantonrechter mr. Ulrici, maar dat gerechtsdeurwaarder [ ], die door de rechter wordt gesteund, verzoeker daarvoor aansprakelijk wil stellen; - de rechter geweigerd heeft om gerechtsdeurwaarder [ ] de opdracht te geven om de ingediende repliek, die zoals alle geschriften van [ ] benedenmaats is, te herschrijven; - de rechter niet op zijn verzoek tot uitstel op medische gronden heeft gereageerd. 4De reactie van de rechter De rechter heeft, samengevat, aangevoerd dat hij tot nu toe niet feitelijk bij de behandeling van het onderhavige dossier was betrokken. De rechter stelt dat hij pas kennis van het dossier heeft genomen nadat het wrakingsverzoek door verzoeker was ingediend. Wat betreft de afwijzing van de concept-kortgedingdagvaarding stelt de rechter dat hij hier onbekend mee is. De rechter heeft erkend dat nog op het verzoek tot uitstel van klager gereageerd moet worden, maar stelt dat de beslissing op dat verzoek is aangehouden vanwege het ingediende wrakingsverzoek. 5De beoordeling van het verzoek 5.1 Op grond van het bepaalde in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), dient in een wrakingprocedure te worden onderzocht of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 5.2 Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij partijdig is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid moet objectief gerechtvaardigd zijn. 5.3 Vast is komen te staan dat de rechter geen betrokkenheid heeft gehad bij de gebeurtenissen die verzoeker aan de eerste drie door hem gemaakte verwijten ten grondslag legt. Dat de rechter nog niet op het verzoek tot uitstel (het vierde verwijt) heeft gereageerd komt omdat het onderhavige wrakingsverzoek is ingediend en levert dus ook geen grond voor wraking op. Het wrakingsverzoek bevat dan ook geen gronden waaruit vooringenomenheid van de rechter, of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, valt af te leiden. 5.4 Omdat door verzoeker het middel van wraking lichtvaardig, zonder kenbare grondslag is ingezet, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van misbruik van recht. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek van klager tot wraking in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. 5.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. BESLISSING De rechtbank: - wijst het verzoek tot wraking af; - bepaalt dat een volgend verzoek van verzoeker tot wraking in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen; - bepaalt dat de procedure wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek. Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mrs. S.P. Pompe en A.P. Schoonbrood-Wessels, leden, in tegenwoordigheid van de griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari
  4. Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, vijfde lid, Rv, geen voorziening open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.