← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2016:252

RECHTBANK AMSTERDAM Beslissing op het op 18 november 2015 ingekomen en onder rekestnummer HA RK 349.2015 ingeschreven verzoek van: [verzoekster] , verzoekster wonende te [woonplaats] , procederend in persoon, welk verzoek strekt tot (voorwaardelijke) wraking van mr. A.J. Bongers-Scheijde, in haar hoedanigheid van bestuursrechter, belast met de behandeling van bestuursrechtelijke zaken in de rechtbank Amsterdam, hierna ook: de rechter. Verloop van de procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken: een (fax)brief van verzoekster van 27 oktober 2015, ter griffie binnengekomen op 2 november 2015, in de zaak met nummer [ ], waarin verzoekster de rechter verzoekt om aanhouding van een in die zaak op 20 november 2015 bepaalde zitting; een (fax)brief van verzoekster van 16 november 2015, ter griffie binnengekomen op 18 november 2015 waarin verzoekster de rechter heeft gewraakt voor zover de zitting van 20 november 2015 doorgang vindt; een ongedateerde schriftelijke reactie van de rechter waaruit blijkt dat zij niet in de wraking berust. Het verzoek is vervolgens behandeld ter openbare terechtzitting van 6 januari

  1. Verzoekster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen. De rechter heeft voorafgaand aan de zitting schriftelijk meegedeeld niet in staat te zijn ter zitting te verschijnen. De uitspraak is ten slotte bepaald op 20 januari
  2. De beoordeling van het verzoek Verzoekster heeft in de procedure voor de rechter, waarbij zij als partij is betrokken, tweemaal schriftelijk om aanhouding van de zitting gevraagd. In de onderliggende zaak was de zitting bepaald op 20 november
  3. Beide verzoeken zijn afgewezen. Verzoekster heeft vervolgens bij brief van 16 november 2015 de rechter gewraakt voorgeval de zitting van 20 november 2015 doorgang zou vinden. De zitting van 20 november 2015 heeft géén doorgang gevonden. Verzoekster heeft desgevraagd aan de algemeen secretaris van de wrakingskamer te kennen gegeven dat zij haar wrakingsverzoek toch handhaaft. Nu de voorwaarde waaronder het wrakingsverzoek is ingesteld echter niet is vervuld, is verzoekster niet-ontvankelijk en zal het verzoek worden afgewezen. Verder wordt overwogen dat het wrakingsinstrument uitsluitend is bedoeld om de (on)partijdigheid van een rechter te laten toetsen. Geconstateerd wordt dat het wrakingsverzoek kennelijk is ingesteld met geen ander doel dan om uitstel van de zitting van 20 november 2015 te bewerkstelligen. Daarmee heeft verzoekster misbruik gemaakt van het haar toekomende recht om de rechter te wraken. Om die reden zal worden bepaald dat een volgend verzoek van verzoekster tot wraking in de onderliggende zaak niet in behandeling zal worden genomen. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. BESLISSING: De rechtbank: wijst het verzoek tot wraking af; bepaalt dat de zaak wordt voortgezet in de stand waarin de procedure zich bevond ten tijde van indiening van het verzoek; bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking in de onderliggende zaak van verzoekster niet meer in behandeling zal worden genomen. Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, en mrs. A.J. Dondorp en M.J.M. Langeveld, rechters, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2016 in tegenwoordigheid van mr. M.R.S. Bacon, griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.