beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Privaatrecht EA nummer: EA 15-1140 en 1141 clusternummer 103345 Beschikking van: 29 januari 2016 F.no.: 246 Beslissing van de kantonrechter in de zaak van: De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PropertyNL B.V. gevestigd te Amsterdam verzoekster hierna PropertyNL te noemen gemachtigde: mr. M.A. Visser tegen: [verweerder] wonende te [woonplaats] verweerder hierna [verweerder] te noemen gemachtigde: mr. M.J. Hillen VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij verzoekschrift binnengekomen ter griffie op 27 oktober 2015 heeft PropertyNL ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst verzocht alsmede een verklaring voor recht dat PropertyNL heeft voldaan aan de inhoud van het kort geding vonnis dat tussen partijen is gewezen op 15 mei 2015. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend. Tevens heeft hij, voor het geval dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden, een aantal hieronder nader aan te duiden verzoeken ingediend. PropertyNL heeft tegen toewijzing van deze verzoeken een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld ter zitting van 14 december 2015. Voor PropertyNL is verschenen [naam] alsmede haar gemachtigde. [verweerder] is verschenen met zijn gemachtigde. Partijen zijn gehoord. [verweerder] heeft een pleitnota doen overleggen. Van het verhandelde op de terechtzitting zijn aantekeningen gemaakt. Vervolgens is beschikking bepaald op heden. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten [verweerder] is sedert [datum] in dienst van PropertyNL als systeem- en applicatiebeheerder. Zijn salaris bedraagt EUR 3746,16 c.a. bruto per maand. Zijn leeftijd is [leeftijd] jaar. PropertyNL is een uitgeverij op het gebied van commercieel vastgoed. Zij is onderdeel van een groep van drie maatschappijen, waarbij gezamenlijk 40 werknemers in dienst zijn of werkzaam zijn als extern zelfstandige. [verweerder] heeft voor alle drie de maatschappijen gewerkt. [verweerder] is in de periode van 18 februari 2014 tot en met 23 december 2014 arbeidsongeschikt geweest. In die periode is een derde-deskundige ingeschakeld voor het systeembeheer. Op 12 februari 2015 heeft PropertyNL voor [verweerder] een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV. Als grond voor het verzoek is aangevoerd dat een doelmatiger uitvoering van het systeembeheer mogelijk is door dit aan derden uit te besteden. Op 31 maart 2015 is [verweerder] op non-actief gesteld vanwege het zich toe-eigenen van financiële bescheiden. Bij vonnis van 15 mei 2015 heeft de kantonrechter alhier PropertyNL veroordeeld om binnen twee dagen na betekening van het vonnis [verweerder] toe te laten tot werkzaamheden als systeem- en applicatiebeheerder op straffe van een dwangsom. Het vonnis is op 22 mei 2015 aan PropertyNL betekend. Voor zover hier van belang heeft de kantonrechter overwogen enerzijds dat de grond voor de schorsing niet deugt en ieder geval niet of onvoldoende is onderbouwd zodat er geen reden bestaat om [verweerder] op non-actief te stellen; anderzijds heeft de kantonrechter PropertyNL niet gevolgd in haar stelling dat de functie van systeem- en applicatiebeheerder niet meer bestaat, welke stelling naar zijn oordeel niet kan afdoen aan het recht van [verweerder] de overeengekomen werkzaamheden te mogen verrichten; [verweerder] kan niet worden tegengeworpen dat PropertyNL haar organisatie reeds heeft aangepast hangende de ontslagprocedure. Op 18 mei 2015 heeft PropertyNL aan [verweerder] bericht dat zij aan het vonnis zal voldoen en gevraagd wanneer hij weer op kantoor komt. [verweerder] heeft laten weten dat hij op 21 mei 2015 weer zal komen. [verweerder] is op donderdag 21 mei 2015 om 8:30 op het kantoor verschenen. Diezelfde ochtend om 9:30 heeft hij het kantoor weer verlaten. Partijen hebben verder op 21 en 23 mei 2015 brieven aan elkaar geschreven. Op dinsdag 26 mei 2015 heeft werkoverleg tussen partijen plaatsgevonden. Daarvan is een gespreksverslag opgemaakt door PropertyNL. [verweerder] heeft dezelfde dag laten weten dat het gesprek niet goed is weergegeven en dat zijn advocaat erop zal reageren. Op 1 juni 2015 heeft wederom werkoverleg plaatsgevonden. De rest van de betreffende week heeft [verweerder] niet gewerkt. [verweerder] heeft zich op maandag 8 juni of dinsdag 9 juni 2015 ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft op 30 juni 2015 geconcludeerd dat er sprake is van een arbeidsconflict en bemiddeling voorgesteld. Bij beschikking van 9 juni 2015 heeft het UWV geweigerd de gevraagde ontslagvergunning af te geven. Het UWV is niet overtuigd van de gestelde bedrijfseconomische noodzaak. Het UWV constateert dat, gelet op de financiële gegevens, er geen sprake is van een dusdanig slechte financiële situatie dat het gerechtvaardigd is een arbeidsplaats van een werknemer te laten vervallen. Het eigen vermogen biedt de mogelijkheid om het verlies van 2014 op te vangen terwijl daarnaast niet aannemelijk is geworden dat door het ontslag van [verweerder] de financiële toestand van de ondernemingen in 2015 veel positiever zal worden. Volgens het UWV heeft PropertyNL onvoldoende aannemelijk gemaakt dat met verschuiving van proactief naar reactief systeembeheer alle werkzaamheden van [verweerder] zijn komen te vervallen. Uit de functieomschrijving blijkt dat onder de functie van [verweerder] ook de ontwikkeling van nieuwe applicaties, zowel ten behoeve van bestaande projecten als ten behoeve van nieuwe projecten valt. [verweerder] heeft ook nieuwe software ontwikkeld. Het UWV is er niet van overtuigd dat de door PropertyNL ingeschakelde derde en de ingezette werkstudenten veelal andere werkzaamheden hebben verricht dan [verweerder] ; het wordt derhalve niet aannemelijk geacht dat een andere derde de werkzaamheden van [verweerder] zal overnemen. Aanwezigheid van meerdere zelfstandigen en werkstudenten roept nogal wat vragen op waaronder of hiermee wel een kostenbesparing wordt gerealiseerd. Daarom komt het UWV tot de conclusie dat het niet kan vaststellen dat het besluit om de werkzaamheden van werknemer uit te besteden wel overwogen en zorgvuldig tot stand is gekomen, aangezien dat uit de stukken onvoldoende blijkt. Ook is niet aannemelijk geworden dat het uitbesteden van werkzaamheden van [verweerder] aan meerdere zelfstandigen iets toevoegt aan een doelmatiger bedrijfsvoering en niet gebleken is dat hiermee een kostenbesparing kan worden gerealiseerd. Op 24 september 2015 hebben partijen getracht via bemiddeling hun geschil op te lossen, doch dat heeft niet tot resultaat geleid. Verzoeken van PropertyNL PropertyNL verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7: 669 lid 3 sub g BW en de einddatum te bepalen conform artikel 7: 671b lid 8 sub a BW. Voorts verzoekt PropertyNL om te verklaren voor recht dat zij heeft voldaan aan de inhoud van het vonnis van 15 mei 2015 van de kantonrechter alhier. Verweer van [verweerder] verweert zich tegen toewijzing van deze verzoeken. Verzoeken van [verweerder] verzoekt de kantonrechter te verklaren voor recht dat aan [verweerder] ten laste van PropertyNL een transitievergoeding wordt toegekend van EUR 21.114,00 alsmede dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van PropertyNL en hem ten laste van PropertyNL een billijke vergoeding wordt toegekend ad EUR 42.228,00; voorts verzoekt hij de kantonrechter bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met de geldende opzegtermijn van drie maanden zonder aftrek van de periode die is gelegen tussen de ontvangst van het verzoekschrift de datum van de dagtekening van de beschikking alsmede PropertyNL te veroordelen tot betaling aan [verweerder] van een schadevergoeding van EUR 15.000,00 wegens het schenden van de scholingsverplichting; ten slotte wordt verzocht PropertyNL te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de hiervoor genoemde vergoedingen vanaf de datum van opeisbaarheid tot de datum der algehele voldoening en over de dwangsommen vanaf 11 november 2015 tot de dag der algehele voldoening. Verweer van PropertyNL PropertyNL verzet zich tegen toewijzing van deze verzoeken. De stellingen van partijen PropertyNL heeft het volgende gesteld. In de periode dat [verweerder] ziek was is het PropertyNL gebleken dat het werk dat [verweerder] deed in 8 uur per week zou kunnen worden gedaan. Het systeem is van proactief naar reactief beheer gewijzigd. Lopende de procedure bij het UWV heeft [verweerder] zich ten onrechte financiële bescheiden toegeëigend. Hij had weliswaar toegang tot deze bescheiden maar geen recht om deze bescheiden te openen. Op 21 mei 2015, de dag waarop [verweerder] zijn werkzaamheden zou hervatten, dit op grond van het vonnis van de kantonrechter alhier, waren de werkplek en de PC van [verweerder] in gereedheid gebracht. Hij kon inloggen en was in staat om zijn werkzaamheden uit te voeren. De werkzaamheden bestonden op dat moment uit het maken van een handleiding voor het beheer van de website van PropertyNL. Over de verdere invulling van de werkzaamheden zou overleg moeten plaatsvinden op 21 mei 2015. Die dag heeft [verweerder] echter het kantoor verlaten zonder iets te zeggen tegen de receptioniste zoals gebruikelijk. Op een uitnodiging van PropertyNL om terug te komen voor overleg heeft hij gereageerd met de mededeling dat hij dat niet zou doen. Tijdens werkoverleg op 26 mei 2015 is gesproken over de werkzaamheden die [verweerder] zou gaan doen. Op het verslag van die bijeenkomst heeft [verweerder] geen commentaar willen geven doch volstaan met de mededeling dat hij het er niet mee eens was en dat zijn advocaat inhoudelijk zou reageren. Vervolgens heeft overleg plaatsgevonden op 1 juni 2015 waarin [verweerder] nog steeds niet inhoudelijk heeft willen reageren; op de mededeling dat voor de uitoefening van de functie normale communicatie mogelijk moet zijn, heeft hij volstaan met de mededeling dat zijn advocaat zal reageren. Van de advocaat van [verweerder] is nooit een inhoudelijke reactie ontvangen. De bemiddeling heeft niet tot resultaat kunnen leiden omdat de bemiddelaar constateerde dat een oplossing middels bemiddeling niet mogelijk was; hij heeft partijen geadviseerd om over een beëindiging in overleg te treden. PropertyNL heeft gehoor gegeven aan het vonnis; [verweerder] echter blijft de hakken in het zand zetten. Omdat [verweerder] alleen maar naar zijn advocaat verwijst als PropertyNL om een inhoudelijke reactie vraagt is een normale voortzetting van de werkzaamheden niet mogelijk. Er is dus sprake van een verstoorde arbeidsverhouding. [verweerder] maakt aanspraak op dwangsommen tot een bedrag van EUR 50.000,00. Daarop bestaat naar de mening van PropertyNL geen recht, nu zij hem in staat gesteld heeft zijn werkzaamheden te hervatten. Om verdere geschillen te voorkomen verzoekt zij de kantonrechter een en ander in een verklaring voor recht vast te leggen. [verweerder] heeft het volgende gesteld. [verweerder] heeft zich direct nadat de kantonrechter PropertyNL had bevolen hem weer te werk te stellen, gemeld bij zijn werkgever en zich bereid verklaard zijn werkzaamheden te hervatten. Hem werd evenwel toegang tot de systemen geweigerd. De bevestiging door PropertyNL per e-mail van 26 mei 2015 dat partijen zouden zijn overeengekomen dat [verweerder] een advies betrekkelijk de wijze waarop andere bedrijven gegevens beveiligen en hoe PropertyNL dat kan implementeren, gaat voorbereiden, geeft de uitkomst van het gesprek niet juist weer. Hij is evenmin akkoord gegaan met het schrijven van een handleiding. PropertyNL heeft hem geen toegang tot de systemen verleend en evenmin werkzaamheden in het kader van de functie opgedragen. Op 28 mei 2015 heeft PropertyNL geschreven dat zij van [verweerder] wilde vernemen wat niet juist was weergegeven met betrekking tot de werkafspraken. Op 1 juni 2015 zijn weer niet gemaakte afspraken bevestigd. Ook tijdens dit gesprek heeft [verweerder] laten weten dat hij toegang tot de bestanden wenste plus zinnige werkzaamheden. Op 13 augustus 2015 heeft [verweerder] andermaal om een overzicht van zijn werkzaamheden gevraagd alsmede om een gesprek met de advocaten en een bemiddelaar. Op 19 augustus 2015 heeft hij daaraan een verzoek om een plan van aanpak toegevoegd. Ook op 20 augustus 2015 heeft hij om een overzicht van zijn werkzaamheden gevraagd. De werkzaamheden die partijen contractueel zijn overeengekomen, zijn te vinden in artikel 1.2 van het arbeidscontract waar te lezen valt: "In deze functie is de werknemer verantwoordelijk voor systeembeheer, applicatiebeheer en websitebeheer. Daarnaast wordt van de werknemer een bijdrage verwacht aan de ICT ontwikkelingen en -projecten binnen PropertyNL.". Hij wijst er verder op dat op 10 maart 2015 PropertyNL een nieuw project is gestart dat tot de functie van [verweerder] behoort, namelijk het opschonen van gegevens. In de eerste week van juni 2015 was [verweerder] alleen op kantoor, omdat de meeste werknemers een beurs bezochten. Ook toen had hij niks te doen en daarom heeft hij zich ziek gemeld. Er is geen sprake van een verstoorde verhouding. Ook normale communicatie is mogelijk. Verwijzing naar zijn advocaat staat de uitvoering van de werkzaamheden niet in de weg. De stelling van PropertyNL dat het werk van [verweerder] in 8 uur per week kan worden verricht, is uitvoerig in de procedure besproken bij het UWV en door het UWV onjuist bevonden. [verweerder] heeft in het kader van de UWV procedure inderdaad financiële bestanden van PropertyNL geraadpleegd, omdat laatstgenoemde aantoonbaar onjuiste gegevens aan het UWV had verstrekt. Als er al sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie, dan is deze geheel aan PropertyNL te wijten. Laatstgenoemde heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. Er is een transitievergoeding verschuldigd die [verweerder] stelt op EUR 21.114,00. Vanwege ernstig verwijtbaar handelen van PropertyNL maakt hij voorts aanspraak op een billijke vergoeding. PropertyNL is haar verplichtingen jegens [verweerder] niet nagekomen en heeft hem gewoon weggetreiterd. Verder verzoekt hij om een schadevergoeding, omdat PropertyNL haar verplichting tot scholing niet zou zijn nagekomen waardoor zijn kansen op het vinden van ander werk geringer zijn dan wanneer PropertyNL haar verplichtingen ter zake wel zou zijn nagekomen. Betwist wordt dat PropertyNL het vonnis van 15 mei 2015 van de kantonrechter alhier naar behoren heeft uitgevoerd. Getoetst dient te worden de inhoud van het vonnis zoals dat door uitleg moet worden vastgesteld waarbij doel en strekking van de veroordeling tot richtsnoer moeten worden genomen, aldus dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee het beoogde doel. [verweerder] heeft eer recht op toegelaten te worden tot het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden zoals blijkt uit de overwegingen onder 12 van het genoemde vonnis. Hij kon zijn werk niet doen omdat de toegang tot het computernetwerk (grotendeels) was geblokkeerd. Nader heeft PropertyNL het volgende gesteld. Volgens PropertyNL bedraagt de transitievergoeding EUR 18.543,00. Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen aan haar kant. Voldaan is aan het kortgedingvonnis en [verweerder] is zeker niet weggetreiterd. Tijdens de ziekte van [verweerder] was gebleken dat er geen behoorlijke handleiding bestond van de (website)systemen binnen PropertyNL en dat moest natuurlijk verholpen worden. Deze werkzaamheden passen bij de functie van [verweerder] . Daar was [verweerder] al mee begonnen tijdens zijn re-integratie en het werk moest nog worden afgemaakt. [verweerder] heeft werkoverleg onmogelijk gemaakt door te stellen dat de communicatie via de advocaat moet verlopen. PropertyNL heeft het recht om als werkgever te bepalen welke werkzaamheden door de werknemer moeten worden verricht. Zelfs als zij dat niet zou hebben gedaan is dat niet ernstig verwijtbaar. [verweerder] heeft nooit een verzoek tot scholing gedaan. Tenslotte doet zij voor zover nodig een beroep op matiging van de vergoeding vanwege haar financiële toestand. De stellingen van partijen zijn voor het overige bekend uit hun schrifturen en worden als hier ingelast beschouwd. De kantonrechter zal zo nodig op deze stellingen hieronder nader ingaan. Beoordeling In de zaak EA 15-1140 1. Gelet op de vastgestelde feiten en de hieronder nader aan te duiden verklaringen ter terechtzitting, aan de juistheid waarvan de kantonrechter geen twijfel heeft, oordeelt de kantonrechter als volgt. 2. [verweerder] heeft tot zijn ziekte in 2014 naar behoren en tevredenheid als systeembeheerder gefunctioneerd. Niet is gebleken dat PropertyNL in al die jaren ooit eraan heeft getwijfeld of [verweerder] zijn tijd wel met nuttige werk kon volmaken. De kantonrechter moet er vanuit gaan dat in ieder geval [naam] voornoemd geen exact beeld had van de omvang en de inhoud van die werkzaamheden, gelet op hetgeen hij ter zitting daaromtrent kon verklaren. Of anderen, buiten [verweerder] zelf, dat wel hadden is ter zitting niet duidelijk geworden. 3. Toen [verweerder] zich in het voorjaar van 2014 ziek had gemeld en er kennelijk vervanging nodig was, omdat spoedig herstel niet was te verwachten, zijn zijn werkzaamheden uitbesteed aan (een) derde partij(en). Volgens [verweerder] zijn ook een aantal werkzaamheden onder collega's verdeeld. PropertyNL heeft dat ontkend. Op enig moment is bij PropertyNL de gedachte opgekomen in het kader van noodzakelijke besparingen - de zaken gingen in 2014 financieel volgens haar verklaring niet meer voor de wind - om de arbeidsplaats van [verweerder] weg te bezuinigen; de bedoeling was om het werk, voor zover dat binnenshuis niet meer kon worden gedaan, voor het vervolg blijvend aan derde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.