← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2016:4794

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/606960 / FA RK 16-2780 (HHo KO) Beschikking van 8 juni 2016 betreffende vervangende toestemming voor de aanvraag van een paspoort / geschil ex artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) in de zaak van: [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. A.S. Bodha te Amsterdam, tegen [verweerder] , wonende te [woonplaats] , verwerende partij, hierna te noemen de man. 1De procedure 1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de ingekomen stukken. 1.2 De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 26 mei 2016, alwaar zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat. 1.3 De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen. 2De feiten 2.1 Partijen hebben een affectieve relatie gehad. 2.2 Partijen zijn de ouders van: - [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] . 2.3 Partijen zijn gezamenlijk met het gezag belast. 2.4 [minderjarige] heeft de Poolse nationaliteit. 3Het verzoek van de vrouw 3.1 De vrouw verzoekt de rechtbank aan haar vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van het reisdocument voor haar dochter. 3.2 De vrouw heeft aangevoerd dat zij met haar dochter al 9 jaar in Nederland woont en dat zij de man, die in Polen woonachtig is, heeft geprobeerd te bellen en hem schriftelijk heeft verzocht om toestemming, maar dat zij geen reactie krijgt van de man. De vrouw heeft het Poolse consulaat verzocht om een paspoort, maar dat is afgewezen omdat de man hiervoor toestemming dient te verlenen. 3.3 De man heeft geen verweer gevoerd. 4De beoordeling 4.1 Nu beide partijen en het kind de Poolse nationaliteit bezitten, draagt deze zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag moet worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt. 4.2 Het verzoek van de vrouw ziet niet op een Nederlands paspoort of reisdocument, maar dat staat er niet aan in de weg dat dit verzoek een geschil tussen twee gezagsouders betreft, waarvoor artikel 1:253a lid 1 BW in een voorziening voorziet. 4.3 Omdat het een geschil inzake de uitoefening van het gezamenlijk gezag betreft, valt dit als zodanig binnen het materiële toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Brussel II bis). Ingevolge artikel 8, eerste lid, Brussel II bis zijn ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. 4.4 [minderjarige] heeft haar gewone verblijfplaats in Nederland, zodat de Nederlandse rechter bevoegd is om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek. 4.5 Zoals de vrouw ter motivering van haar verzoek heeft aangevoerd dient [minderjarige] over een geldig paspoort te beschikken om een identiteitsbewijs te hebben, en ook voor een buitenlandse werkweek komend schooljaar. Het is de vrouw niet gelukt om een reactie van de man te krijgen op haar verzoek om toestemming voor het paspoort. 4.6 De man is niet ter zitting verschenen en heeft geen verweer gevoerd. 4.7 De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat zij over een paspoort beschikt. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen. Daarom wordt aldus beslist. 5De beslissing De rechtbank: - verleent toestemming aan de vrouw, welke toestemming die van de man vervangt, ten behoeve van de aanvraag van een Pools paspoort van de minderjarige: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] ; - verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door rechter mr. H.C. Hoogeveen, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. K. van Oirschot, griffier, op 8 juni 2016. Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).Het beroep moet worden ingesteld:- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.