ECLI:NL:RBAMS:2016:5088
RECHTBANK AMSTERDAM KORT GEDING rolnummer: KK16-828 11 augustus 2016 11 Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam op de vordering in kort geding in de zaak van:
De Vereniging van Homburg- en Geneba-gedupeerden gevestigd te Amersfoort eiseres gemachtigde: [gemachtigde] t e g e n de naamloze vennootschap Geneba Properties NV, gevestigd te Amsterdam gedaagde gemachtigde: mr.R.J.van Galen.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE De volgende processtukken zijn ingediend:
De mondelinge behandeling vond plaats op 28 juli 2016. Verschenen zijn partijen en hun gemachtigden. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities.
Vonnis is bepaald op heden.
GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Tot uitgangspunt dient het volgende:
1.1 Vanwege insolventie verkreeg het Homburg-concern in Canada desgevraagd op 9 september 2011 bescherming tegen haar crediteuren onder de (Canadese) Companies’ Creditors Arrangement Act.
1.2 In het kader van de afwikkeling van deze met een in Nederland met een faillissement vergelijkbare fase waarin het Homburg-concern verkeerde is een ‘’Reorganization Plan’’ aangeboden aan de schuldeisers waarbij met hypotheek belast onroerend goed, aangemerkt als kernbedrijfsmiddelen, van het Homburg-concern ter waarde van ca Eur 152.000.000,-, aan een nieuw op te richten vennootschap zou worden overgedragen waarin de schuldeisers aandelen zouden verkrijgen.
1.3 Het “Reorganization Plan” is in 2013 door de schuldeisers aangenomen. Het is vervolgens uitgevoerd. De onder 1.2 bedoelde vennootschap is in dat kader opgericht, te weten gedaagde, en de onder 1.2 bedoelde bedrijfsmiddelen zijn aan haar overgedragen.
Het geschil 2. Eiseres vordert primair, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, gedaagde te veroordelen om haar de volgende stukken te verstrekken, op straffe van een dwangsom: -een afschrift van de akte van inbreng met betrekking tot het uit het Homburg faillissement verkregen onroerend goed in de Nederlandse taal; -een afschrift van de notariële akte bedoeld in prod.7 bij dagvaarding inclusief de akte die met de monitor is opgemaakt naar aanleiding van zijn overdracht van de aandelen aan de NPEX alsmede alle bijlagen genoemd in de notariële akten die als prod. 6 t/m 9 door gedaagde zijn overgelegd (in het Nederlands).
Voorts vordert eiseres te bepalen dat alle aandeelhouders recht hebben op dezelfde informatie in de Nederlandse taal en dat de kosten voor eventuele vertaling voor rekening van gedaagde dienen te komen.
Subsidiair vordert eiseres om gedaagde te gelasten, op straffe van een dwangsom, een akte van inbreng te laten opmaken door een deskundige en deze akte inclusief de documenten waarop deze berust aan eiseres ter hand te stellen.
Beoordeling 4. Gedaagde heeft zich gerefereerd voor wat betreft de vraag of de kantonrechter bevoegd is deze zaak te behandelen of dat de zaak verwezen dient te worden naar de voorzieningenrechter. In dat verband is van belang dat het in deze zaak niet gaat om een z.g. aardvordering (bijv. een vordering inzake huur- of arbeidsrecht). In een dergelijk geval dient de kantonrechter te beoordelen of de waarde van de vordering de Eur 25.000,- niet te boven gaat. Eiseres stelt de waarde van de (oorspronkelijk ingestelde) vordering op ca Eur 250,- (tijd, papier, usb-stick, verpakking/portokosten). Hoewel de waarde van een stuk waarvan afgifte wordt gevorderd onder omstandigheden gerelateerd kan worden aan de waarde van het daarmee gediende belang is in dit geval het achterliggend belang dermate onduidelijk dat de benadering van eiseres acceptabel wordt geoordeeld. Voor de gewijzigde eis is dat wel anders komen te liggen (te bepalen dat alle aandeelhouders recht hebben op dezelfde informatie of –subsidiair- te gelasten om een akte op te maken). Om proceseconomische redenen wordt echter niet verwezen.
Door aldus de koopprijs en de stortingsverplichting op de aandelen te verrekenen met de schuldovername is de inbreng op de aandelen voldaan in geld. Dat betekent dat in artikel 2:94 BW geen grondslag is te vinden voor het opmaken van een akte van inbreng. Het verweer van gedaagde dat een dergelijke akte niet behoeft te worden afgegeven (primaire vordering) noch behoeft te worden opgemaakt (subsidiaire vordering) slaagt derhalve. De overige verweren betreffende deze afgifte behoeven thans geen bespreking meer.
BESLISSING De kantonrechter:
I weigert de gevorderde voorzieningen;
II veroordeelt eiseres in de kosten van het geding aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op EUR 400,-, voor zover verschuldigd inclusief BTW, aan salaris van haar gemachtigde;
III verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door C.von Meyenfeldt, als kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Rechtbank Amsterdam van 11 augustus 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter