Rechtbank Amsterdam – ECLI:NL:RBAMS:2016:5253
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 16/3013 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen in de zaak tussen: [de vrouw] , te Amsterdam, eiseres, (gemachtigde: mr. H. Loonstein), en de Hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam, verweerder.
Procesverloop De rechtbank heeft op 2 mei 2016 een beroepschrift ontvangen gericht tegen de beslissing op bezwaar van 21 maart 2016 (het bestreden besluit).
Overwegingen Procesverloop 1. Eiseres heeft bij brief van 12 november 2015 het Openbaar Ministerie (OM) verzocht om op grond van artikel 1:71a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bij de rechtbank een verzoek tot nietigverklaring te doen van het huwelijk van haar broer, de heer [de man] en diens vrouw [naam echtgenote] . Bij brief van 14 januari 2016 heeft de officier van justitie eiseres bericht dat het OM geen aanleiding heeft te veronderstellen dat sprake was van een zogenoemd schijnhuwelijk en om die reden geen verzoek bij de rechtbank zal indienen. Tegen dit besluit heeft mr. Loonstein namens eiseres bezwaar gemaakt.
Wettelijk kader 4. Ingevolge artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder een bestuursorgaan verstaan: a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of b. een ander persoon of college met enig openbaar gezag bekleed.
Standpunten 7. Verweerder heeft aangevoerd dat de stelling, dat de officier van justitie als een bestuursorgaan kan worden aangemerkt, niet automatisch betekent dat sprake is van een voor bezwaar vatbaar besluit. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de brief van 14 januari 2016 geen publiekrechtelijke rechtshandeling bevat die gericht is op rechtsgevolg. De brief van 14 januari 2016 bevat geen wijziging in een recht of plicht omdat aan de beslissing om wel of niet een verzoek tot nietigverklaring bij de rechtbank in te dienen geen rechtsgevolgen zijn verbonden.
Indien de rechter beslist tot nietigheid van het huwelijk tussen de heer [de man] en diens vrouw [naam echtgenote] dan heeft dat (erf)rechtelijke gevolgen voor eiseres.
Beoordeling 8. Niet in geschil is dat de officier van justitie en de hoofdofficier van justitie onder omstandigheden als bestuursorganen kunnen worden aangemerkt.
Voor zover eiseres heeft beoogd aan te voeren dat het door haar veronderstelde schijnhuwelijk van invloed kan zijn op een door [naam echtgenote] aangevraagde verblijfsvergunning, is de bestuursrechter van oordeel dat dit aspect thuishoort in een geschil over de verblijfsvergunning.
Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 18 augustus 2016 door mr. H.C. Naves, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga-Sanders, de griffier, en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
Coll: M.P.O.
D: B