ECLI:NL:RBAMS:2016:6256
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: 4726515 CV EXPL 16-928 Uitspraak: 7 oktober 2016 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiseres] wonende te [plaats] , eiseres, gemachtigde mr. D. Tap, tegen 1. [gedaagde 1] gerechtsdeurwaarder), 2. De besloten vennootschap GGN NOORD-WEST NEDERLAND B.V. beiden gevestigd te [plaats] , gedaagden, gemachtigde mr. E.H. J. Slager.
Partijen zullen hierna [eiseres] en GGN worden genoemd. Gedaagden zullen ieder voor zich [gedaagde 1] en GGNB.V. worden genoemd.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE De volgende processtukken zijn ingediend: de dagvaarding van 1 december 2015, met producties, de conclusie van antwoord van GGN, Ingevolge tussenvonnis van 18 maart 2016 heeft op 11 juli 2016 een bijeenkomst van partijen plaatsgevonden. Daarna is vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten en omstandigheden 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:
1.1. [eiseres] is enige tijd gehuwd geweest in gemeenschap van goederen. Na het vertrek van haar echtgenoot in 2009 hebben verschillende schuldeisers zich bij [eiseres] gemeld. Tot en met 2012 hebben in totaal 17 crediteuren een executoriale titel verkregen op [eiseres] en beslag gelegd op haar loon.
1.2.
Het eerste beslag vond plaats op 29 december 2009. Dit beslag werd gelegd door [gedaagde 1] , gerechtsdeurwaarder bij GGN B.V. Daarna volgden de andere beslagen. GGN heeft als deurwaarder die het oudste beslag had gelegd voor de gezamenlijke beslagleggers ten laste van [eiseres] geïnd en de betalingen verdeeld.
1.3.
Bij brief van 5 april 2013 heeft [eiseres] GGN verzocht om een overzicht van de vorderingen en de reeds verrichte betalingen. Bij brief van 15 april 2013 heeft [eiseres] van GGN een overzicht ontvangen, waarin vermeld werd dat er in totaal nog een schuld van € 43.331,42 resteerde.
1.4.
Op 5 juli 2013 heeft [eiseres] bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam een klacht ingediend, waarin zij zich er over beklaagt dat [gedaagde 1] haar dossiers en verzoeken om informatie onzorgvuldig heeft afgehandeld, dat de uit loonbeslag ontvangen gelden inadequaat worden beheerd en dat GGN aanmatigend en misleidend heeft gecommuniceerd. De klacht wordt bij beschikking van 29 oktober 2013 als kennelijk ongegrond afgewezen.
1.5.
Op 30 juli 2014 bericht GGN aan de werkgever van [eiseres] het volgende voor zover hier van belang: “(…) Onderwerp: Beslag opheffen / [naam 1] – [eiseres] (…) In bovengenoemd dossier hebben wij onder u executoriaal derdenbeslag gelegd op alle gelden welke u verschuldigd bent aan [eiseres] (…) Hierbij verzoeken wij u vriendelijk de inhoudingen ten behoeve van bovengenoemd dossier te staken en het beslag als opgeheven te beschouwen. (…)”
1.6.
In vervolg op dit bericht heeft de werkgever de inhoudingen ten behoeve van GGN gestaakt en is zij overgegaan tot het uitbetalen van het salaris aan [eiseres] . Kort daarop deelde GGN mee dat alleen het beslag van [naam 1] was opgeheven en niet van de andere crediteuren, zodat de werkgever ten onrechte was gestopt met doorbetalen van het loonbeslag aan GGN en dit derhalve weer moest hervatten.
1.7.
Op 11 augustus 2014 heeft GGN wederom een overzicht van de vorderingen en de reeds verrichte betalingen aan [eiseres] toegezonden, waarin als totaal nog verschuldigde som een bedrag van € 19.693,23 vermeld werd.
1.8.
Omdat [eiseres] van mening was dat GGN hierin diverse fouten had gemaakt en GGN ondanks diverse verzoeken daartoe geen overzicht wilde toezenden aan de hand waarvan zij kon nagaan hoe de verdeling van de betalingen had plaatsgevonden, heeft zij eind augustus 2014 haar advocaat mr. D. Tap (hierna mr. Tap) ingeschakeld. Mr. Tap heeft GGN vervolgens verzocht een juiste berekening van de openstaande bedragen te verstrekken.
1.9.
In zijn brief van 16 oktober 2014 aan GGN schrijft mr. Tap het volgende, voor zover hier van belang: “(…) In vervolg op mijn brief van 17 september 2014 bericht ik u als volgt.
Aangezien ik uit de door u gemaakte berekening niet kan opmaken hoe de hoofdsom is berekend en hoe de betalingen zijn verwerkt, heb ik zelf een berekening gemaakt van de vorderingen zoals deze uit de vonnissen blijken, verminderd met de verrichte betalingen. Om de berekening enigszins begrijpelijk te maken, zal ik u via deze brief stapsgewijs uitleggen hoe ik te werk ben gegaan. (…) Bij de 15 renteoverzichten ziet u op de eerste pagina steeds vet gedrukt staan hoeveel er nog uit het dossier is te ontvangen of hoeveel er te veel is betaald. Deze totalen heb ik op een rij gezet op de derde pagina van mijn overzicht. Uit deze pagina blijkt dat er per saldo nog een bedrag van € 1.910,88 te betalen is door cliënte.
Dat is ongeveer 1/10 van hetgeen u heeft berekend.
Hoewel ik niet goed kan zien waar het verschil nu precies in zit, blijkt u in ieder geval in uw overzicht uit te gaan van hoofdsommen die niet in de vonnissen staan. Mogelijk heeft u de betalingen ook niet verwerkt naar datum van afdracht en heeft u een andere rentevoet gehanteerd.
Graag verneem ik uw visie op deze berekening. (…) Cliënte heeft via het loonbeslag vanaf 2010 meer dan € 80.000 betaald aan diverse crediteuren. (…) Met de betalingen die zijn verricht zijn alle hoofdsommen inclusief rente- en proceskosten ruim voldaan. (…)”
1.10.
Op 28 oktober 2014 schrijft [gedaagde 1] aan mr. Tap het volgende, voor zover hier van belang: “(…) Geachte heer Tap, Uw mail heb ik ontvangen. Deze heb ik doorgestuurd naar de afdeling derdenbeslagen te Rotterdam, welke afdeling de dossiers in behandeling heeft. De daarvoor verantwoordelijke deurwaarder/vestigingsmanager is [naam 2] .
Met vriendelijke groet, [gedaagde 1] (…)”
1.11.
Op 12 november 2014 schrijft [naam 4] van GGN B.V. aan de werkgever van [eiseres] , het volgende, voor zover hier van belang: “(…) Inzake: [naam 3] / [eiseres] (…) In (onder andere) bovengenoemde zaak hebben wij de inhouding krachtens het beslag op het salaris/uitkering van [eiseres] (…) over de afgelopen periode niet ontvangen.
Wij verzoeken u alsnog voor betaling zorg te dragen. (…)”
1.12.
Op 12 november 2014 schrijft mr. Tap aan GGN het volgende, voor zover hier van belang: “(…) Ik heb voorts geen reactie gekregen op de overige berekeningen in mijn brief van 16 oktober 2014. Er is uitsluitend één brief gekomen inzake één van de vorderingen waaruit een ander bedrag blijkt. Daaruit blijkt echter geenszins hoe de betalingen zijn verwerkt, welke rente is gehanteerd en vanaf welke datum. Ik verzoek u derhalve zo spoedig mogelijk inhoudelijk te reageren op de brief van 16 oktober 2014 (…)”
1.13.
Op 18 november 2014 stuurt [naam 5] van GGN B.V. aan de werkgever van [eiseres] een opgave van de vorderingen en de reeds verrichte betalingen, die qua opbouw en posten overeenkomstig de eerdere overzichten is.
1.14.
Op 19 november 2014 schrijft mr. Tap aan GGN het volgende, voor zover hier van belang: “(…) Voorts treft u bijgaand afschriften aan van mijn brieven van 12 november en 16 oktober jl. aan uw kantoor. Er is nog altijd geen inhoudelijke reactie opgekomen. Dit terwijl uit de door mij gemaakte berekening een aanzienlijk lager bedrag verschuldigd lijkt dan waar uw kantoor vanuit gaat en mij nog geen enkel argument tegen mijn berekening bekend is. (…)”
1.15.
Op 4 december 2014 schrijft GGN aan mr. Tap het volgende, voor zover hier van belang: “(…) Bijgaand zenden wij u een specificatie van alle openstaande zaken (behalve het dossier inzake [naam 1] waar geen derdenbeslag in ligt), met daarbij een rente-specificatie waar u per dossier precies kunt zien wat er in mindering is gebracht en hoe het restant-saldo tot stand is gekomen. (…) Conform onze berekeningen zijn de saldo’s zoals deze worden genoemd in bijgaande specificaties correct.
Wij bieden hierbij nogmaals onze excuses aan voor hoe bepaalde dingen zijn gelopen. Wij houden echter wel vast aan hetgeen thans volgens onze gegevens nog verschuldigd is. (…) Totaal openstaande vorderingen: € 18.339,83 (…)”
1.16.
Op 11 december 2014 schrijft mr. Tap aan GGN het volgende, voor zover hier van belang: “(…) Uiteraard wordt het kort geding niet gestaakt want u heeft nog steeds geen berekening laten zien die controleerbaar is. Ik probeerde net zelf dan maar het werk van de deurwaarder te doen door een berekening te maken van de verdeling per ontvangen bedrag. Dat kan pas wanneer er duidelijkheid is over de beslagdatum van [naam 6] . Dat betekent dat ik nog steeds geen definitieve berekening kan maken. (…) Als wij het eens kunnen worden over de wijze van berekenen, dan kan een kort geding mogelijk nog worden voorkomen. Vooralsnog heeft uw kantoor de afgelopen twee maanden geen blijk gegeven hier serieus naar te willen kijken, zodat de rechter daar maar een oordeel over moet geven. Ik heb ook nog niet vernomen waarom u het niet eens bent met de door mij in de brief van 16 oktober gehanteerde methode, terwijl uit uw handelingen blijkt dat u kennelijk een ander standpunt inneemt. (…)”
1.17.
Op 22 december 2014 heeft een kort geding tussen [eiseres] en GGN plaatsgevonden. Bij vonnis in kort geding is GGN onder meer veroordeeld tot het maken van een berekening van de per crediteur nog openstaande bedragen en de wijze waarop de afdrachten via het loonbeslag zijn toegerekend, binnen 4 weken na betekening van het vonnis.
1.18.
Bij dagvaarding van 17 februari 2015 heeft [eiseres] GGN opnieuw gedagvaard in kort geding, waarbij zij zich op het standpunt stelt dat GGN niet aan het vonnis van 22 december 2014 heeft voldaan.
1.19.
Op 19 februari 2015 heeft [naam 2] van GGN aan mr. Tap een e-mail gestuurd met de volgende inhoud, voor zover hier van belang: “(…) Bijgaand de oorspronkelijke berekeningen, met daaraan toegevoegd de herberekeningen (…) In deze mappen zijn door de aanmeldende collega soms 2 zaken samengevoegd, hetgeen reden tot verwarring heeft gegeven. (…) Wij hebben onze mappen ingevoerd als hoofdsom (…) Dit bedrag bij collega bestaat dus uit de oorspronkelijke netto-hoofdsom (…), verhoogd met proces- en executiekosten + rente tot moment van overdracht aan ons, verminderd met bij collega ontvangen gelden. (…) Wij menen met het bovenstaande genoegzaam uw vragen uit uw mail 18 februari 2015 aangaande de rente berekening te hebben beantwoord. (…)”
1.20.
In de Verordening KBvG (Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders) Normen voor kwaliteit is het volgende bepaald, voor zover hier van belang: “(…) Artikel 7. (Informatieverstrekking) De gerechtsdeurwaarder draagt zorg voor eenduidige, volledige en juiste informatieverstrekking aan de justitiabele. Hij verstrekt de justitiabele tevens ter zake doende informatie over zijn rechtspositionele mogelijkheden.
Artikel 8. (Integriteit) De gerechtsdeurwaarder handelt te allen tijde binnen zijn verkregen bevoegdheid. Hij is daarbij consistent en weegt de belangen van opdrachtgever en justitiabelen op gelijkwaardige wijze.
De gerechtsdeurwaarder draagt binnen het realiseren van zijn opdracht zorg voor minimalisatie van kosten voor de justitiabele.
Artikel 9. (Toegankelijkheid en communicatie) De gerechtsdeurwaarde streeft naar optimale transparantie en duidelijkheid richting opdrachtgevers en justitiabelen.
De gerechtsdeurwaarder is eenvoudig bereikbaar, toegankelijk en benaderbaar voor justitiabelen. (…) Artikel 13 (Klachtenbehandeling) De gerechtsdeurwaarder garandeert een zorgvuldige en adequate behandeling van klachten aangaande zijn dienstverlening, integriteit en onafhankelijkheid of anderszins. (…)”
Vordering en verweer 2. [eiseres] vordert dat de rechtbank, zo mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, I. verklaart voor recht dat GGN tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen volgend uit artikel 478 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) en verder en derhalve aansprakelijk is voor de dientengevolge door [eiseres] geleden schade; en voorts gedaagden ieder hoofdelijk voor het geheel te veroordelen om terzake deze schade te betalen aan [eiseres] :
II. een bedrag ad € 20.010,78 incl. BTW terzake buitengerechtelijke kosten ex artikel 6:96 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), te vermeerderen met wettelijke rente;
III. een bedrag terzake onterecht gerekende verdelingskosten primair ad € 3.747,98, subs ad € 2.747,98, te vermeerderen met wettelijke rente;
IV. een bedrag terzake immateriële schadevergoeding ad € 1.000,00, te vermeerderen met wettelijke rente; met dien verstande dat de vorderingen onder II, III, en IV worden gemaximeerd tot een gezamenlijk bedrag van € 25.000,00 aan hoofdsom en rente, berekend tot aan de datum van dagvaarding, te vermeerderen met de proceskosten.
Beoordeling 5. [eiseres] heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat GGN onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld het volgende aangevoerd. Vanaf 2012 heeft [eiseres] getracht inzicht te krijgen in de stand van zaken van de schulden en heeft zij GGN om informatie gevraagd. Uit het door GGN d.d. 15 april 2013 toegezonden overzicht kon zij niet opmaken welke verdeelsleutels en welke rente GGN had gehanteerd. Ook bleken bedragen te zijn afgeboekt voor een vordering waarvoor geen beslag was gelegd, zouden volgens het overzicht betalingen zijn verricht aan een bepaalde crediteur terwijl die zelf verklaarde niets te hebben ontvangen, bleek een deurwaarder die geen bedragen meer open had staan ten onrechte gelden van GGN te ontvangen en ontving een andere deurwaarder, die loonbeslag had gelegd en nog wel bedragen open had staan, juist geen betalingen.
Zowel [eiseres] als haar werkgever hebben getracht meer informatie en duidelijkheid te krijgen, maar zij werden door GGN telkens afgesnauwd en weggezet als klagers. Toen haar werkgever het bericht van 30 juli 2014 ontving, op dat moment was er via de werkgever in totaal reeds € 82.583,41 aan GGN betaald, gingen zowel [eiseres] als haar werkgever er van uit dat alle schulden waren afbetaald. Echter korte tijd daarna kwam het bericht dat de werkgever onterecht de inhouding op het loon zou hebben gestaakt, omdat slechts het beslag van één crediteur, te weten [naam 1] , was opgeheven. Omdat er voor [naam 1] nooit loonbeslag was gelegd en kennelijk ook dit fout was gegaan, heeft [eiseres] ten einde raad haar advocaat mr.
Tap ingeschakeld. Mr. Tap heeft GGN gevraagd om een juiste berekening, maar GGN volhardde in haar standpunt dat haar eerdere overzichten klopten. Omdat mr. Tap de wijze van berekening van de openstaande bedragen zoals weergegeven in de overzichten van GGN evenmin kon volgen, heeft hij een overzicht gemaakt op basis van de hem bekende gegevens. In deze berekening kwam hij tot een openstaande som van € 1.910,88 terwijl volgens GGN op 11 augustus 2014 nog een bedrag van € 19.693,23 openstond. In de maanden daarop weigerde GGN inhoudelijk op deze berekening in te gaan. Zij wilde geen openheid van zaken geven over de door haar gehanteerde wijze van berekenen en de daarbij gehanteerde bedragen en zij bleef verwijzen naar de door haar opgestelde overzichten.
Voor [eiseres] was de gevraagde informatie van groot belang, omdat zij met hulp van haar werkgever tot een akkoord wilde komen met alle schuldeisers en omdat zij met die informatie kon beslissen om enkele kleine schuldeisers ineens te betalen, zodat daar niet iedere maand kosten voor zouden worden gemaakt. Hiervan was GGN op de hoogte. Vanwege de structurele weigering van GGN de benodigde informatie te verschaffen, heeft [eiseres] een kort geding procedure gestart. In deze procedure is GGN veroordeeld tot het maken van een nieuwe berekening met de door [eiseres] gevraagde informatie. Toen GGN niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn aan het vonnis voldeed, heeft [eiseres] de tweede kort geding dagvaarding uitgebracht, waarna uiteindelijk op 19 februari 2015 een definitieve en controleerbare berekening van GGN is ontvangen.
Uit dit overzicht bleek dat de voorgaande overzichten onjuist waren, omdat het totaal openstaande bedrag € 13.918,24 was, terwijl dit volgens de eerdere opgave van 11 augustus 2014 nog € 19.693,23 bedroeg en er tussentijds geen betalingen hadden plaatsgevonden. Ook bleek uit dit overzicht dat alle vorderingen van alle crediteuren in de voorgaande overzichten van GGN onjuist waren weergegeven en dat de verdeling daardoor nooit op de juiste manier had plaatsgevonden. Door aldus te handelen heeft GGN haar verplichtingen terzake de verdeling van de gelden en informatieverstrekking geschonden, hetgeen onrechtmatig is jegens [eiseres] . Aldus steeds [eiseres] .
Mr. Tap heeft op 16 oktober 2014 zelfs een compleet nieuwe berekening gemaakt en ondanks alle aanwijzingen dat GGN fouten zou hebben gemaakt, heeft zij geen inzicht willen geven in de door haar gehanteerde wijze van berekenen en verdelen. Door zo langdurig en hardnekkig te weigeren informatie en helderheid te verschaffen heeft GGN de geldende zorgvuldigheidsnormen dat een deurwaarder eenduidige, volledige en juiste informatie dient te verstrekken aan de justitiabele, dat hij transparant en duidelijk dient te zijn, eenvoudig bereikbaar, toegankelijk en benaderbaar en klachten zorgvuldig en adequaat dient af te handelen overschreden. Zoals reeds overwogen strekken deze normen ter bescherming van de justitiabele, zodat de overschrijding van deze normen als onrechtmatig handelen jegens [eiseres] kwalificeert.
BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde 1] en GGN B.V. hoofdelijk tot betaling aan [eiseres] van:€ 7.065,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de rente vanaf 1 december 2015 tot aan de voldoening; veroordeelt [gedaagde 1] en GGN B.V. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.065,19, griffierecht € 471,00 explootkosten € 94,19salaris gemachtigde € 500,00 (2 x tarief VII € 250,00)totaal € 1.065,19inclusief eventueel verschuldigde btw, veroordeelt [gedaagde 1] en GGN B.V. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis is voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af.
Aldus gewezen door mr. Q.R.M. Falger, kantonrechter, bijgestaan door mr. S.A.M. Groot, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter