vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Privaatrecht zaak- en rolnummer: 5025130 DX EXPL 16-85 vonnis van: 22 dcember 2016 f.no.: 466 Vonnis van de kantonrechter i n z a k e [eiser] , wonende te [plaats] , eiser, nader te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. G. van Dijk, t e g e n de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, nader te noemen Dexia, gemachtigde: mr. T.R. van Ginkel. De procedure De volgende processtukken zijn ingediend: de dagvaarding van 8 april 2016 van [eiser] , met producties; de conclusie van antwoord van Dexia, met producties. Bij tussenvonnis van 7 juli 2016 is bepaald dat schriftelijk zou worden voortgeprocedeerd. Ter uitvoering daarvan is vervolgens nog ingediend: - de conclusie van repliek van [eiser] , waarbij zij haar vordering wijzigt, met producties. Bij rolmededeling van 22 september 2016 is Dexia nog eenmaal in de gelegenheid gesteld om een conclusie van dupliek in te dienen. Vervolgens is ingediend: - de conclusie van dupliek van Dexia. Daarna is vonnis bepaald op heden. Gronden van de beslissing 1De feiten 1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast: 2.1. Dexia Bank Nederland N.V., de vennootschap die aanvankelijk procespartij was, is na een fusie met haar aandeelhoudster verdwenen als rechtspersoon. Dexia is haar rechtsopvolgster onder algemene titel. Dexia is tevens de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio-Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio-Lease). Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen. 2.2. Door een wettelijke vertegenwoordiger van [eiser] , is de volgende lease-overeenkomst (hierna: de lease-overeenkomst) ondertekend waarop de toen minderjarige zoon [eiser] ( [datum] ) als lessee stond vermeld, met als wederpartij Dexia: Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd [nummer] 30-12-1999 Profit Effect ƒ 53.947,94 120 mnd 2.3. Dexia heeft met betrekking tot de lease-overeenkomst een eindafrekening opgesteld, waarvan partijen het resultaat in deze procedure niet bekend hebben gemaakt en ook geen eindafrekening hebben overgelegd: Nr. Datum eindafrekening Resultaat Betaald I. nb nb nb 2.4. Ouder/wettelijke vertegenwoordiger van [eiser] had voorafgaand aan de totstandkoming van deze lease-overeenkomst geen toestemming van de kantonrechter gevraagd en verkregen, als bedoeld in artikel 1:345 BW. 2.5. Ter zake van de lease-overeenkomst is volgens [eiser] in totaal € 7.385,83 aan termijnen aan Dexia betaald. Er is geen bedrag aan dividenden dan wel ander voordeel door Dexia uitgekeerd. De restschuld is onbetaald gelaten. 2.6. Bij brief van 16 september 2015 heeft [eiser] de nietigheid van de lease-overeenkomst ingeroepen als bedoeld in artikel 1:347 BW. 3Vorderingen [eiser] 3.1. vordert – welke vordering is gewijzigd - (kort samengevat) dat bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht wordt verklaard dat de lease-overeenkomst buitengerechtelijk is vernietigd. Voorts vordert [eiser] om Dexia te veroordelen tot (terug)betaling van al hetgeen door en ten behoeve van [eiser] krachtens die lease-overeenkomst aan Dexia is betaald, vermeerderd met de wettelijke rente tot aan de dag van algehele terugbetaling. Tenslotte vordert [eiser] om Dexia te veroordelen in de buitengerechtelijke- en proceskosten. 4Standpunten [eiser] 4.1. stelt dat er in het onderhavige geval sprake was van een geldlening en dat zijn wettelijke vertegenwoordiger toestemming behoefde van de kantonrechter als bedoeld in artikel 1:345 BW voor het aangaan van die lease-overeenkomst Omdat zijn wettelijke vertegenwoordiger deze toestemming niet heeft gekregen, heeft hij de lease-overeenkomst rechtsgeldig kunnen vernietigen op grond van artikel 1:347 BW. [eiser] betwist dat er sprake is van verjaring. Volgens [eiser] is artikel 3:52 lid 1 onder d BW van toepassing. 4.2. Volgens [eiser] dient Dexia alle uit hoofde van de lease-overeenkomst betaalde bedragen terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente verschuldigd over alle betaalde bedragen ingaande de dag van betaling. 5Standpunten Dexia 5.1. Dexia betwist de vorderingen van [eiser] . Daartoe voert zij onder meer aan dat het beroep op vernietigbaarheid bij brief van 16 september 2015 van [eiser] op grond van artikel 1:347 BW niet slaagt, omdat dit beroep ten tijde van het verzenden van de vernietigingsbrief was verjaard. 6Beoordeling 6.1. Uit de lease-overeenkomst blijkt dat het gaat om een belegging door de minderjarige met een geleende som geld en dat hij aansprakelijk is voor betaling van de rente en de terugbetaling van de geleende hoofdsom. De lease-overeenkomst is derhalve afgesloten voor rekening en risico van de (toen) minderjarige [eiser] . 6.2. Artikel 1:345 lid 1 sub d BW is derhalve van toepassing zodat (namens) [eiser] een beroep op de vernietigingsgrond van artikel 1:347 BW toekwam. 6.3. Vervolgens is aan de orde de vraag of het door [eiser] op 16 september 2015 gedane beroep op de vernietigingsgrond van artikel 1:347 BW reeds was verjaard op het moment van ontvangst van de vernietigingsbrief. De verjaringstermijn voor dit beroep is in alle gevallen 3 jaar. Dexia stelt dat de verjaringstermijn van dit beroep wordt bepaald door artikel 3:52 lid 1 sub a BW. Genoemd artikel 3:52 lid 1 sub a BW heeft betrekking op handelingsonbekwaamheid. Deze bepaling zou van toepassing zijn in een situatie waarin de minderjarigen zelf handelend zouden zijn opgetreden bij het aangaan van de lease-overeenkomsten en deze zelf zouden hebben ondertekend. In het onderhavige geval wordt echter geen beroep gedaan op vernietiging wegens handelingsonbekwaamheid van de minderjarige, maar wordt een beroep gedaan op vernietiging wegens een wettelijke beperking van de handelingsbevoegdheid van de ouders [eiser] in hun hoedanigheid als bewindvoerend ouder. Er is derhalve sprake van een ‘andere vernietigingsgrond’ zoals bedoeld in artikel 3:52 lid 1 sub d BW. 6.4. Voorts stelt Dexia dat de verjaringstermijn een aanvang neemt op het moment dat de bevoegdheid tot vernietiging ten dienste staat aan hetzij de minderjarige, hetzij de wettelijke vertegenwoordiger. In het onderhavige geval leidt dat er volgens Dexia toe dat de wettelijke vertegenwoordigers (ouders [eiser] ) van aanvang aan op de hoogte waren van de lease-overeenkomst en met Dexia op 7 september 2005 zijn overeengekomen de onderhavige overeenkomst met gesloten beurzen te beëindigen, aldus het beroep op de vernietigingsgrond van artikel 1:347 BW reeds was verjaard op het moment van ontvangst van de vernietigingsbrief. Naar het oordeel van de kantonrechter miskent Dexia daarmee de strekking van artikel 1:345 BW. Dit artikel beoogt de minderjarige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.