RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751502-16 RK nummer: 16/5041 Datum uitspraak: 6 december 2016 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 20 juli 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 4 juli 2016 door the Debrecen District Court (Hongarije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1982, ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres: [adres] thans gedetineerd in [detentieadres], hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 20 september 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. C.J.M. Jansen, advocaat te Tilburg en door een tolk in de Hongaarse taal. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden in afwachting van de antwoorden van de in de vergelijkbare zaak, met nummer ECLI:NL:RBAMS:2016:5207, aan het Hof van Justitie gestelde prejudiciële vragen. Op 10 november 2016 heeft het Hof van Justitie in zaak C-453/16 PPU (Özçelik) bovenbedoelde prejudiciële vragen beantwoord. Nadien heeft de rechtbank de behandeling van de vordering hervat op de zitting van 6 december 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. C.J.M. Jansen, advocaat te Tilburg en door een tolk in de Hongaarse taal. De opgeschorte beslistermijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen is vanaf 10 november 2016, te weten de datum van het arrest van het Hof van Justitie, weer gaan lopen. Tevens heeft de rechtbank met terugwerkende kracht de bedoelde beslistermijn met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB 3.1. Grondslag EAB In deze zaak is het aan het EAB ten grondslag liggende nationale arrestatiebevel uitgevaardigd door the National Tax and Customs Administration’s (NTCA) Northern Great Plane Criminal Directorate, reviewed and approved op 29 juni 2016 door the Debrecen District and Investigating Prosecutor’s office. De zaak is op dit punt in grote mate gelijk aan de zaak met nummer ECLI:NL:RBAMS:2016:5207 waarin prejudiciële vragen zijn gesteld naar aanleiding van ECLI:EU:C:2016:385 (Bob-Dogi) over de uitleg van de uitdrukking ‘rechterlijke beslissing’ zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De rechtbank heeft de volgende prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie voorgelegd: 1. Is de uitdrukking ‘rechterlijke beslissing’ zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, Kaderbesluit 2002/584/JBZ een autonoom en uniform uit te leggen begrip van Unierecht? 2. Zo ja, welke betekenis heeft dit begrip? 3. Levert de bekrachtiging door een lid van het Openbaar Ministerie van een voordien door de politie uitgevaardigd nationaal aanhoudingsbevel zoals aan de orde in het onderhavige geval een dergelijke ‘rechterlijke beslissing’ op? Op 10 november 2016 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) in zaak C-453/16 PPU in antwoord op bovenstaande prejudiciële vragen onder meer het volgende overwogen: "36. Dienaangaande blijkt uit de informatie die de Hongaarse regering het Hof heeft verschaft dat bekrachtiging van het nationaal aanhoudingsbevel door het openbaar ministerie de uitvoerende rechterlijke autoriteit de garantie biedt dat het Europees aanhoudingsbevel gebaseerd is op een beslissing die rechterlijk is getoetst. Een dergelijke bekrachtiging rechtvaardigt bij gevolg de in het vorige punt van het onderhavige arrest genoemde hoge mate van vertrouwen tussen de lidstaten. 37. Daaruit volgt dat een beslissing van een openbaar ministerie als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, onder het begrip "rechterlijke beslissing” in de zin van artikel 8, lid 1, onder c), van het kaderbesluit valt. Het HvJ EU heeft voor recht verklaard: Artikel 8, lid 1, onder c), van kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, zoals gewijzigd bij kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009, moet aldus worden uitgelegd dat een bekrachtiging, zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, door het openbaar ministerie van een nationaal aanhoudingsbevel dat voordien door een politiedienst is uitgevaardigd met het oog op strafvervolging, een „rechterlijke beslissing” in de zin van die bepaling is. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak het nationaal arrestatiebevel weliswaar is uitgevaardigd door een uitvoerende macht maar dat deze beslissing later door het Hongaarse Openbaar Ministerie is bekrachtigd waardoor deze beslissing gelet op bovenstaande uitleg van het Hof van Justitie een rechterlijke beslissing in de zin van artikel 8, lid 1, onder c), van het kaderbesluit is. De rechtbank is op grond van al het voorgaande van oordeel dat het nationale arrestatiebevel voldoet aan de daartoe gestelde vereisten. 3.2 Inhoud EAB De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van Hongarije strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.