beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/613518 /HARK 16-303 Beschikking van 15 december 2016 in de zaak van [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekster, advocaat mr. G. Beydals te Amsterdam, tegen de maatschap VERLOSKUNDIGEN [verweerster] , gevestigd te [vestigingsplaats] , [verweerders 1] , wonende te [woonplaats] , verweersters, advocaat mr. J.A. de Clerck te Utrecht. Verzoekster wordt hierna aangeduid met [verzoekster] en verweersters afzonderlijk met [verweerster] respectievelijk [verweerders 1] en gezamenlijk met [verweersters] c.s. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, binnengekomen ter griffie op 10 augustus 2016; - de tussenbeschikking van 29 september 2016 waarin ambtshalve een mondelinge behandeling is bepaald; - het verweerschrift met een productie, ingekomen ter griffie op 25 oktober 2016; - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van l november 2016 met de daarin genoemde stukken. 1.2. De beschikking is bepaald op heden. 1.3. 2De feiten 2.1. [verzoekster] heeft zich tijdens haar tweede zwangerschap voor de verloskundige zorg tot [verweersters] gewend. [verweerders 1] was waarnemend verloskundige bij [verweersters] . 2.2. [verzoekster] is op [geboortedag] 2013 rond 06:45 thuis bevallen (hierna: de bevalling) van haar dochter [minderjarige] . [verzoekster] was op dit moment alleen thuis met haar kind van twee jaar oud. 2.3. Enige tijd na de bevalling is [verweerders 1] gearriveerd bij het huis van [verzoekster] . [verweerders 1] heeft [verzoekster] begeleid bij de nageboorte en heeft voorts lichamelijk onderzoek verricht bij [verzoekster] en de pasgeboren baby. 2.4. Na de bevalling hebben [verweersters] c.s. nog drie bezoeken aan [verzoekster] gebracht. [verweersters] c.s. hebben naar aanleiding van deze bezoeken geen aanleiding gezien om [verzoekster] naar de huisarts of gynaecoloog te verwijzen. 2.5. Bij brief van 11 december 2014 heeft de gemachtigde van [verzoekster] [verweersters] c.s. aansprakelijk gesteld voor de gestelde door [verzoekster] geleden en nog te lijden schade. De verzekeraar van [verweersters] c.s. heeft elke aansprakelijkheid afgewezen. 3Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoekster] vraagt een verklaring voor recht dat [verweersters] en [verweerders 1] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [verzoekster] lijdt ten gevolge van het feit dat [verweerders 1] op [geboortedag] 2013 te laat bij [verzoekster] is gekomen ter begeleiding van de bevalling en het geven van adequate medische verloskundige zorg, namelijk nadat de bevalling reeds had plaatsgevonden, vaststelling van de kosten van het deelgeschil aan de zijde van [verzoekster] en [verweersters] en [verweerders 1] te veroordelen de kosten van dit deelgeschil aan haar te vergoeden. 3.2. [verweersters] c.s. voeren verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. [verzoekster] verwijt [verweerders 1] dat zij te laat was om haar bij te staan bij de bevalling waardoor zij zonder de deskundige hulp van [verweerders 1] haar kindje ter wereld heeft moeten brengen. Dit was - begrijpelijk - een nare ervaring. Voor aansprakelijkheid is dit evenwel niet voldoende. Voor aansprakelijkheid op grond van wanprestatie (artikel 6:74 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)) of onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW)- in het verzoekschrift wordt niet duidelijk gemaakt wat de juridische grondslag van de aansprakelijkheid zou zijn - is vereist dat sprake is van:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.