← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2017:10397

RECHTBANK AMSTERDAM VERKORT VONNIS Parketnummer: 13/730002-17 Datum uitspraak: 10 mei 2017 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting ‘ [naam PI] ’, locatie ‘ [locatie] ’, te [plaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting 1.1. Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 april 2017. 1.2. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H.H. Boersma, en van wat de raadsman van verdachte, mr. D.E. Wiersum, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat 1. hij op of omstreeks 14 januari 2017 te Amsterdam en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een Glock, model 26 en/of een Zastava M83/91, en/of munitie van categorie III, te weten 10 patronen (9

  1. mm)en/of 12 patronen (kaliber .38), voorhanden heeft gehad; 2. hij op of omstreeks 15 januari 2017 te Utrecht, in elk geval in Nederland, opzettelijk een radiozendapparaat, te weten: een draagbare jammer, een radiozendapparaat dat is gebouwd en ontworpen om GSM-, DCS- en UMTS verkeer te storen of onmogelijk te maken door het uitzenden van breedbandige radiosignalen in daarvoor gebruikte frequentiebanden heeft aangelegd en/of geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik aan de houder van dat radiozendapparaat op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend; en/of hij op of omstreeks 15 januari 2017 te Utrecht, in elk geval in Nederland, een draagbare jammer, een radiozendapparaat dat is gebouwd en ontworpen om GSM- DCS en UMT verkeer te storen of onmogelijk te maken door het uitzenden van breedbandige radiosignalen in daarvoor gebruikte frequentiebanden, althans een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt en/of ontworpen tot het plegen van het misdrijf genoemd in artikel 350c Wetboek van Strafrecht, het opzettelijk enig geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken en/of een stoornis veroorzaken van de werking van zodanig werk, tengevolge waarvan de wederrechtelijke verhindering en/of bemoeilijking van de opslag en/of verwerking van gegevens ten algemene nutte en/of stoornis in een openbaar telecommunicatienetwerk en/of in de uitvoering van een openbare telecommunicatiedienst is ontstaan (sub
  2. a)en/of terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of voor de verlening van diensten te duchten is (sub b); heeft verworven en/of met dat oogmerk voorhanden heeft gehad. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs De rechtbank acht bewezen dat verdachte Ten aanzien van feit 1 op of omstreeks 14 januari 2017 te Amsterdam en/of Utrecht, wapens van categorie III, te weten een Glock, model 26 en een Zastava M83/91, en munitie van categorie III, te weten 10 patronen (9
  3. mm)en 12 patronen (kaliber .38), voorhanden heeft gehad; Ten aanzien van feit 2 op 15 januari 2017 te Utrecht, opzettelijk een radiozendapparaat, te weten: een draagbare jammer, een radiozendapparaat dat is gebouwd en ontworpen om GSM-, DCS- en UMTS verkeer te storen of onmogelijk te maken door het uitzenden van breedbandige radiosignalen in daarvoor gebruikte frequentiebanden geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad, terwijl voor het gebruik aan de houder van dat radiozendapparaat op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend; en op 15 januari 2017 te Utrecht een draagbare jammer, een radiozendapparaat dat is gebouwd en ontworpen om GSM- DCS en UMTS verkeer te storen of onmogelijk te maken door het uitzenden van breedbandige radiosignalen in daarvoor gebruikte frequentiebanden, met dat oogmerk voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 5Het bewijs De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht. 6De strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, met aftrek van voorarrest. 8.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht om aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Gelet daarop verzoekt de raadsman voor het aanwezig hebben van de twee vuurwapens een gevangenisstraf van zes maanden aan verdachte op te leggen. 8.3. Het oordeel van de rechtbank Verdachte droeg op straat een vuurwapen bij zich en had verder munitie bij zich die geschikt was voor dat vuurwapen. Tijdens een doorzoeking van de woning van verdachte bleek dat hij daar nog een vuurwapen, met geschikte munitie had, en een zogenoemde jammer. Het voorhanden hebben van een vuurwapen is een ernstig strafbaar feit, omdat vuurwapenbezit de gevoelens van onveiligheid in de samenleving vergroot. De rechtbank kijkt bij het bepalen van de strafmaat ook naar het strafblad van verdachte van 30 maart 2017. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een misdrijf is veroordeeld. De rechtbank kijkt daarnaast ook naar de straffen die in vergelijkbare zaken door rechters zijn opgelegd. Daarvoor zijn in het bijzonder de oriëntatiepunten van het LOVS van belang. Die noemen voor het voorhanden hebben van één pistool of revolver een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. Daarbij is ten aanzien van de Glock sprake van strafverzwarende omstandigheden, doordat verdachte dit op straat droeg en hij ook bijpassende munitie bij zich had. Het vuurwapen was weliswaar niet ‘geladen’ omdat de munitie nog niet in het wapen zat, maar het wapen was wel zeer snel gereed te maken om te schieten. Deze strafverzwarende omstandigheden maken dat niet volstaan kan worden met een gevangenisstraf van zes maanden, zoals door de raadsman van verdachte is verzocht. Omdat de oriëntatiepunten van de rechters sterk afwijken van de richtlijnen van het Openbaar Ministerie die de officier van justitie aan zijn strafeis ten grondslag heeft gelegd, zal de rechtbank wel een lagere straf opleggen dan is geëist. Alles bij elkaar vindt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden passend en geboden en de rechtbank zal die straf dan ook aan verdachte opleggen. 9Beslag De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een pistool en een revolver, dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot die voorwerpen feit 1 is begaan en die voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 57 en 350d van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten. 11Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van feit 1 - handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en - handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd; Ten aanzien van feit 2 - overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet, opzettelijk begaan en - met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf voorhanden hebben. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Verklaart onttrokken aan het verkeer: 1. STK pistool 5321174 2 1.00 STK revolver 5321383 Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Wieland, voorzitter, mrs. J. Knol en J.M.L.I. van Hommerich, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Wolswinkel, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 mei 2017. De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.