vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/636491 / HA ZA 17-1025 Vonnis van 1 november 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OTIUM HOLDING B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, advocaat mr. R.J.M. Lenstra te 's-Gravenhage, tegen
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AVERY INVESTMENT HOLDING B.V., gevestigd te Amsterdam,
- [gedaagde], wonende te [woonplaats] , gedaagden, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de gelijkluidende dagvaardingen, met producties, het tegen gedaagden verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- De gevorderde wettelijke (handels)rente over het bedrag van € 314.300,00 zal worden afgewezen nu op basis van de overeenkomst de gevorderde boeterente zal worden toegewezen. 2.
- Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.
- Eiseres vordert gedaagden te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 1.719,94 voor verschotten en € 2.000,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 2.000,00). Nu niet meer kan worden toegewezen dan gevorderd zal een bedrag van € 1.607,56 aan beslagkosten worden toegewezen. 2.
- Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op: - dagvaardingen € 168,72 - griffierecht 3.276,00 - salaris advocaat 2.000,00 (1,0 punt × tarief € 2.000,00) Totaal € 5.444,72 3De beslissing De rechtbank 3.
- veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen een bedrag van € 314.300,00 (driehonderdveertienduizenddriehonderd euro), vermeerderd met de tussen partijen overeengekomen boeterente van € 150,00 per dag over dit bedrag met ingang van 20 september 2017 tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen de buitengerechtelijke kosten van € 3.346,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 20 september 2017 tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.607,56, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 5.444,72, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.H. Broesterhuizen en in het openbaar uitgesproken op 1 november
- type: AAK coll: