vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 5664768 KK EXPL 17-62 vonnis van: 23 februari 2017 fno.: 452 vonnis van de kantonrechterkort geding I n z a k e [eiseres] wonende te [woonplaats] eiseres nader te noemen: [eiseres] gemachtigde: [gemachtigde] ( [bedrijf] B.V.) t e g e n de stichting Stichting Adviesman gevestigd te Amsterdam gedaagde nader te noemen: Stichting Adviesman niet verschenen VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij dagvaarding van 26 januari 2017 met producties heeft [eiseres] een voorziening gevorderd. Ter terechtzitting van 9 februari 2017 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens [eiseres] is haar gemachtigde verschenen. Stichting Adviesman is, ondanks dat zij behoorlijk is opgeroepen, niet verschenen. De kantonrechter heeft tegen Adviesman verstek verleend. [eiseres] heeft ter zitting gepersisteerd bij haar vorderingen. Daarop is een datum voor vonnis bepaald. De griffier heeft aantekeningen gemaakt die aan het dossier zijn toegevoegd. GRONDEN VAN DE BESLISSING Beoordeling
- In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
- Nu Stichting Adviesman niet is verschenen en de vorderingen de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen, worden deze, behoudens het hierna vermelde, toegewezen.
- De wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW wordt beperkt tot 25%. De dwangsommen worden gemaximeerd.
- Gelet op de afloop van de procedure wordt Stichting Adviesman veroordeeld in de kosten gevallen aan de zijde van [eiseres] . De kantonrechter begroot daarbij het bedrag aan salaris gemachtigde overeenkomstig het liquidatietarief op een bedrag van € 400,00 inclusief btw. BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt Stichting Adviesman om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de met [eiseres] overeengekomen mondelinge arbeidsovereenkomst schriftelijk vast te leggen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Stichting Adviesman hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 2.000,00; veroordeelt Stichting Adviesman om [eiseres] binnen twee dagen na betekening van het vonnis toe te laten en in staat te stellen haar werkzaamheden uit hoofde van de overeengekomen functie als schuldhulpverlener op basis van 40 uren per week op het kantoor van Stichting Adviesman, locatie [locatie] , met alle faciliteiten en bevoegdheden die aan haar uit hoofde van deze functie toekomen, te hervatten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor elke dag of gedeelte daarvan dat Stichting Adviesman hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 2.000,00; veroordeelt Stichting Adviesman tot betaling aan [eiseres] van het bruto maandloon van € 3.000,00 vanaf 9 november 2016 totdat een rechtsgeldig einde komt aan de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met de tot 25% beperkte wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, alsmede vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de loonbetalingen, een en ander verminderd met het op 13 januari 2017 aan [eiseres] betaalde bedrag van € 1.450,00; veroordeelt Stichting Adviesman in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op:exploot € 103,10salaris € 400,00griffierecht € 78,00 -------------------totaal € 581,10voor zover van toepassing, inclusief btw; veroordeelt Stichting Adviesman tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Stichting Adviesman niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw; verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Aldus gewezen door mr. A. Sissing, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.