vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer \ rolnummer: 5222691 / CV EXPL 16-21245 Uitspraak: 31 maart 2017 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, gemachtigde MS Legal, t e g e n 1 [gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats] , gedaagden, gemachtigde mr. S. Ettalhaoui. Partijen worden hierna als volgt aangeduid: eiser als [eiser] , gedaagden afzonderlijk als [gedaagde sub 1] respectievelijk [gedaagde sub 2] en gezamenlijk als [gedaagden gezamenlijk] 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 11 juli 2016, met producties, - de conclusie van antwoord, met producties, - het tussenvonnis van 23 augustus 2016 waarbij een bijeenkomst van partijen is bevolen, - het proces-verbaal van comparitie gehouden op 28 februari 2017, en de daarin genoemde stukken, - het faxbericht van 15 maart 2017 van mr. Ettalhaoui, met bijlage. 2De feiten 2.1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Pausa B.V. (hierna: Pausa) is eind 2012 opgericht. [gedaagde sub 2] en kort daarna ook [gedaagde sub 1] zijn aangetreden als bestuurders van Pausa. 2.2. Op 4 januari 2013 hebben [eiser] en Pausa een koopovereenkomst (hierna: de overeenkomst of koop) gesloten op grond waarvan [eiser] zijn eetcafé/ijssalon aan de [adres] aan Pausa heeft verkocht. 2.3. Tussen [eiser] en Pausa is vervolgens een geschil ontstaan over de hoogte van de overnameprijs, waarop [eiser] in februari 2013 een procedure tegen Pausa is gestart bij deze rechtbank (hierna: de procedure tegen Pausa). In deze procedure vorderde hij van Pausa een bedrag van € 10.500 (hierna: de vordering van [eiser] ). 2.4. In de procedure tegen Pausa heeft de kantonrechter bij vonnis van 24 april 2013 (hierna: het vonnis van de kantonrechter) de vordering van [eiser] toegewezen. Tegen dit vonnis heeft Pausa op 13 juni 2013 hoger beroep ingesteld. 2.5. In een door Pausa aanhangig gemaakte kortgedingprocedure heeft de voorzieningenrechter bij vonnis van 8 juli 2013 de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter geschorst totdat het gerechtshof hierover in hoger beroep bij eindarrest heeft beslist. 2.6. In de procedure tegen Pausa in hoger beroep heeft het gerechtshof bij tussenarrest van 28 januari 2014 (hierna: het tussenarrest) [eiser] toegelaten om zijn stellingen omtrent de hoogte van de overnameprijs te bewijzen (hierna: de bewijsopdracht). 2.7. In de procedure tegen Pausa zijn in het kader van de bewijsopdracht op 1 mei 2014 vier getuigen aan de zijde van [eiser] gehoord. Pausa heeft afgezien van contra-enquête. 2.8. In augustus 2014 zijn [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] enkele dagen na elkaar uitgetreden als bestuurder van Pausa. 2.9. [gedaagden gezamenlijk] zijn als bestuurders van Pausa opgevolgd door [naam 1] en [naam 2] . 2.10. [naam 2] is op 31 oktober 2014 uitgetreden als bestuurder. 2.11. In de procedure tegen Pausa heeft het gerechtshof bij arrest van 14 oktober 2014 (hierna: het eindarrest) na te hebben geoordeeld dat [eiser] is geslaagd in het hem opgedragen bewijs, het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. 2.12. Op 3 maart 2015 is [naam 1] uitgetreden als bestuurder en in die hoedanigheid opgevolgd door [naam 3] . 2.13. Op 16 maart 2015 is Pausa ontbonden. Op 1 april 2015 is geregistreerd dat Pausa bij gebrek aan baten is opgehouden te bestaan. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert dat [gedaagden gezamenlijk] , bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, hoofdelijk zullen worden veroordeeld tot betaling van: a. € 12.981,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2014; b. de proceskosten en nakosten. 3.2. [eiser] heeft zijn vordering, zo kan uit de dagvaarding worden afgeleid, als volgt gespecificeerd: - hoofdsom € 10.000,00 - proceskosten € 2.981,00 Saldo € 12.981,00 3.3. [eiser] stelt kort gezegd dat ten tijde van de uittreding van [gedaagden gezamenlijk] als bestuurders van Pausa het tussenarrest al was gewezen, waarin het gerechtshof de stellingen van [eiser] over de vordering van € 10.000 reeds aannemelijk had geoordeeld en hem ter zake een bewijsopdracht had gegeven. De eerste getuigenverhoren hadden vervolgens al in mei 2014 plaatsgevonden. Daarna zijn [gedaagden gezamenlijk] pas uitgetreden als bestuurder van Pausa. Daarnaast wijst [eiser] erop dat de hen opgevolgde bestuurders van Pausa vrij snel weer zijn uitgetreden en zijn opgevolgd door iemand die als bestuurder van acht verschillende BV’s geregistreerd staat en regelmatig wordt gebruikt als katvanger. Feit is dat Pausa niet aan de vordering heeft voldaan en, nu zij bij gebrek aan baten is opgehouden te bestaan, ook niet meer zal kunnen voldoen. Onder die omstandigheden is er sprake van betalingsonwil, en van een onrechtmatige daad jegens [eiser] , aldus steeds [eiser] . 3.4. [gedaagden gezamenlijk] voeren verweer. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, indien nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering. Ter zake van deze benadeling zal naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.