← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2017:3024

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.751.000-17 RK-nummer: 17/107 Datum uitspraak: 26 april 2017 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 2 januari 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 10 november 2016 door de Onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout (België) en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1981, niet ingeschreven in de Basisregistratie personen, maar verblijvend op het adres [GBA-adres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 februari 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam. De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen na te gaan of de opgeëiste persoon bij verstek is veroordeeld en, zo ja, of aan de voorwaarden van artikel 12 OLW is voldaan. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. De rechtbank heeft op 13 april 2017 het onderzoek voortgezet in aanwezigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel. De opgeëiste persoon en zijn raadsman zijn gehoord. De opgeëiste persoon heeft verklaard zich niet te verzetten tegen de verzochte overlevering. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft opnieuw de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsmandaat bij verstek d.d. 10 november 2016 afgeleverd door de Onderzoeksrechter. Op 11 april 2017 is een bericht ontvangen van mevrouw I. Delissen, eerste Substituut procureur des Konings, Antwerpen, afdeling Turnhout, waarin zij meedeelt dat de opgeëiste persoon op 6 maart 2017 bij verstek is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden en een geldboete van € 1.000,-. Uit de informatie verstrekt door de Eerste substituut procureur des Konings te Antwerpen (afdeling Turnhout) volgt voorts dat tegen het na het uitvaardigen van het EAB gewezen vonnis van 6 maart 2017 voor de opgeëiste persoon nog een rechtsmiddel openstaat. Met de advocaat en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is, nu sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 12 onder d OLW. Dit feit is als volgt omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB: Het onderzoek is gestart op basis van concrete info over het verhandelen van cocaïne door [persoon] en [opgeëiste persoon] onder meer op verschillende openbare plaatsen te [plaats] . Op verschillende nummers [persoon] en [opgeëiste persoon] werden (sedert augustus 2016) tapmaatregelen gestart waarbij onmiddellijk relevante gesprekken werden gecapteerd op basis waarvan en kort nadien ook een tapmaatregel werd gestart op nummers van vermoedelijke medeverdachten. Er werden op korte tijd een hele hoop relevante gesprekken onderschept die schijnbaar handelden over het dealen van cocaïne en cannabis. Op 8 oktober 2016 werden er een aantal huiszoekingen uitgevoerd. Er werden hoeveelheden cannabis en cocaïne aangetroffen, o.m. 80 gram cocaïne bij [opgeëiste persoon] . Verschillende verdachten werden aangehouden. [opgeëiste persoon] kon niet worden aangetroffen. 4Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Volgens de in rubriek
  2. c)van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van het feit waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. De procureur des Konings Antwerpen – Afdeling Turnhout heeft op 10 januari 2017 de volgende garantie gegeven: Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit dd. 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u over te leveren Nederlandse onderdaan of ingezetene, in casu de Nederlandse onderdaan [opgeëiste persoon] . Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om deze straf of maatregel aldaar te ondergaan. De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (2008/909/JBZ). Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien het feit ook naar Nederlands recht een strafbaar feit oplevert. De rechtbank stelt vast dat aan deze voorwaarde is voldaan, nu het onder 4 bedoelde feit naar Nederlands recht strafbaar is en kan worden gekwalificeerd als: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 10, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod. Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsartikelen Artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 2, 5, 6, 7 en 12 van de Overleveringswet. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Aldus gedaan door mr. A.K. Glerum, voorzitter, mrs. J. Edgar en B. Poelert, rechters, in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 april 2017. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.