vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/605644 / HA ZA 16-355 Vonnis van 24 mei 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] gevestigd te [plaats] , eiseres, advocaat mr. M. Bonefaas te Hoorn Nh, tegen de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. F.R.H. van der Leeuw te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiseres] en Abn Amro genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 29 maart 2016 van [eiseres] , met producties, de conclusie van antwoord van Abn Amro, met producties, het tussenvonnis van 15 juni 2016, het proces-verbaal van comparitie van 13 januari 2017, met de daarin genoemde processtukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiseres] is een holdingmaatschappij met deelnemingen in dochtermaatschappijen die zich bezig houden met het berederen en exploiteren van schepen ten behoeve van de aardolie-, aardgas- en baggerindustrie, het verlenen van diensten en voeren van activiteiten ten behoeve van de on- en offshore industrie en het exploiteren van onroerend goed. 2.2. In 2008 zijn [eiseres] en Abn Amro in gesprek geweest over de financiering van een tweetal schepen. In dat kader heeft [eiseres] op 4 november 2008 een Intake Treasury formulier voor gezien en akkoord getekend, waarin onder meer staat vermeld dat [eiseres] de brochure “Informatie Treasurydienstverlening ABN AMRO” heeft ontvangen. 2.3. In het onderdeel “Informatieblad Treasurydienstverlening ABN AMRO” van de brochure “Informatie Treasurydienstverlening ABN AMRO” staat onder punt 9 “Kosten van voortijdige beëindiging” het volgende vermeld: “Indien u – om welke reden dan ook – een derivatentransactie wilt of moet beëindigen voordat de looptijd is verstreken, kan dit aanzienlijke kosten met zich meebrengen. Een derivatentransactie is altijd gerelateerd aan een onderliggende waarde. De waarde van een derivatentransactie is dan ook afhankelijk van de fluctuaties in de prijs, dan wel de koers van de onderliggende waarde. Indien een transactie vervroegd moet worden beëindigd, wordt gekeken of die transactie op dat moment een positieve, dan wel een negatieve waarde heeft (waardering tegen marktwaarde). In geval van een positieve waarde zal ABN AMRO deze met u verrekenen. Bij beëindiging van een transactie met een negatieve waarde dient u een bedrag aan ABN AMRO te betalen.” 2.4. In de door [eiseres] op 4 november 2008 voor gezien en akkoord getekende Clientenprofiel Treasury vragenlijst staat het volgende vermeld, voor zover hier van belang: “(…) De marktwaarde van derivaten is afhankelijk van de ontwikkelingen op de geld-, kapitaal-, valuta-, energie-, klimaat- en grondstoffenmarkten en wisselt van moment tot moment. Dit brengt met zich mee dat de marktwaarde van derivaten de financiële positie van uw onderneming zowel positief als negatief kan beïnvloeden. Bij voortijdige sluiting van uw positie kan een negatieve marktwaarde voor uw onderneming leiden tot de verplichting aan de bank zekerheid te verstrekken of een bedrag aan de bank te betalen. De maximale omvang van deze potentiële betalingsverplichting is niet altijd te voorspellen. (…)” Bij de daaropvolgende vraag “Is uw onderneming bereid de kans op een dergelijke betalingsverplichting te aanvaarden?” is als antwoord “Ja” aangekruist. Bij de vraag “Met welke doelstelling gebruikt u derivaten of wilt u derivaten gebruiken?” is het antwoord “Het beheersen van financiële risico’s, d.w.z. het afdekken van posities (hedgen)” aangekruist. 2.5. Op 26 februari 2009 is tussen [eiseres] , Sea Mar Services B.V. en Sea Mar Shipping B.V. enerzijds en Abn Amro anderzijds een kredietovereenkomst tot stand gekomen, waarbij een kredietfaciliteit ter beschikking is gesteld van in totaal € 2.560.000,00 bestaande uit een rekening courant krediet van € 60.000,00 en twee leningen van € 2.000.000,00 en € 500.000,00, waarbij voor de leningen een vast rentetarief van 3,90% was overeengekomen die op 1 april 2010 zou worden herzien. Met deze kredietovereenkomst werd de aanschaf van een zeevaartuig, naderhand genaamd “Sea Mar Splendid”, door [eiseres] , althans één van haar dochtervennootschappen, gefinancierd. Dit vaartuig zou vervolgens worden verbouwd tot Multi Purpose Offshore Support Vessel en zou daarna worden verhuurd. 2.6. Op 9 maart 2009 schrijft [naam 1] , adviseur van [eiseres] , aan Abn Amro het volgende, voor zover hier van belang: “(…) De rente voor 5 en 6 jarige lening is gesteld op 3,9%. Op zich een aanvaardbaar percentage. Er is echter de voorwaarde aan verbonden dat deze steeds op jaarbasis zal worden herzien en opnieuw wordt vastgesteld. Wij hebben, om rede van duidelijkheid, er behoefte aan te weten wat de opbouw is van deze rente en welke parameters worden gehanteerd bij een eventuele herziening. Onze voorkeur blijft Euribor + toeslag.(…)” 2.7. Naar aanleiding van het verzoek van [eiseres] is op 17 maart 2009 een vervangende kredietovereenkomst gesloten voor dezelfde faciliteit, waarbij het vaste rentetarief voor de twee leningen is gewijzigd in eenmaands Euribor vermeerderd met een individuele opslag van 2,00%. 2.8. Op 17 maart 2009 schrijft Abn Amro aan [eiseres] het volgende, voor zover hier van belang: “(…) Hierbij mail ik je het leningen overzicht conform de vandaag getekende kredietovereenkomst van [eiseres] Om de leningen tot einde looptijd vast te zetten betaal je nu 2,66% + 2.00% individuele kredietopslag = 4.66% Dit percentage schommelt natuurlijk constant en is daarom indicatief, het definitieve tarief wordt altijd telefonisch gemeld. Om van dit lage percentage gebruik te kunnen maken maar ook een stukje variabel te blijven om bij eventuele extra aflossingen niet met een boeterente te worden geconfronteerd (…) kun je ervoor kiezen om bijvoorbeeld 50% of 75% vast te zetten. Ik denk wel dat het verstandig is om in ieder geval iets te doen met je rente! (…)” 2.9. Op 16 april 2009 is tussen partijen een renteswap gesloten voor een hoofdsom van € 1.500.000,00 tegen een vaste rente van 2,42% voor de periode van 1 mei 2009 tot 1 december 2014. 2.10. Op 22 juli 2009 is tussen partijen een renteswap gesloten voor een hoofdsom van € 500.000,00 tegen een vaste rente van 3,15% voor de periode van 24 juli 2009 tot 1 april 2015. 2.11. Op 3 april 2012 is tussen [eiseres] , Bally Vastgoed B.V. en Sea Mar Shipping B.V. enerzijds en Abn Amro anderzijds een kredietovereenkomst gesloten, ter wijziging van de bestaande kredietovereenkomst, waarbij een kredietfaciliteit van in totaal € 11.659.989,00 ter beschikking is gesteld, bestaande uit de reeds eerder verstrekte rekening courant en leningen en twee nieuwe leningen van € 8.000.000,00 en € 2.000.000,00. Voor de nieuwe leningen was een rentetarief overeengekomen van respectievelijk driemaands Euribor vermeerderd met een opslag van 3,3% en eenmaands Euribor vermeerderd met een opslag van 2,6%. In deze kredietovereenkomst is opgenomen dat de kredietnemer wordt geadviseerd zorg te dragen voor een minimale hedgeverplichting van 60% door middel van een swap of IRS. 2.12. In een notitie d.d. 8 maart 2012 van een gesprek tussen [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] van Abn Amro en [eiseres] en [naam 1] van de zijde van [eiseres] staat het volgende vermeld, voor zover hier van belang: “(…)Het betreft een bestaande klant in de off shore business die zijn vloot gaat uitbreiden met een nieuw schip. [eiseres] is inmiddels een trouwe klant van AAB en de RTD en het was dan ook weer een prima gesprek waarin wat dieper op de ovk en de markt is ingegaan. De hedge verplichting van EUR 6 mio was geen probleem, klant gaf zelfs aan liever de volledige EIB lening ad EUR 8 MIO te hedgen. (…)” 2.13. Op 29 januari 2013 is tussen [eiseres] , Bally Vastgoed B.V. en Sea Mar Shipping B.V. enerzijds en Abn Amro anderzijds een kredietovereenkomst gesloten, ter wijziging van de bestaande kredietovereenkomst, waarbij een kredietfaciliteit van in totaal € 12.326.659,00 ter beschikking is gesteld, bestaande uit de reeds eerder verstrekte rekening courant en leningen en waarbij de twee als laatst verstrekte leningen worden gewijzigd. Alle rentetarieven zijn, zoals voordien, gebaseerd op de Euribor vermeerderd met een individuele opslag. Abn Amro heeft hierbij als voorwaarde gesteld dat [eiseres] zal zorgdragen voor een minimale hedgeverplichting van 60% door middel van een Swap of IRS, uiterlijk ingaande 1 april 2014 tot 1 april 2023 . 2.14. Op 30 januari 2013 heeft Abn Amro aan [eiseres] een presentatie gegeven over rentemanagement. In de getoonde spreadsheets is onder meer het volgende opgenomen: “(…) Euriborlening plus Rente Swap voordelen Bescherming tegen stijgende variabele rente (rente is vastgezet voor de gekozen periode). (…) Geen Premie investering (…) Rente Swap krijgt positieve waarde indien het verschil tussen de contractrente en de marktrente voor de nog openstaande looptijd stijgt. Euriborlening plus Rente Swap nadelen Er kan niet geprofiteerd worden van een rentedaling (rente is vastgezet voor de gekozen periode). Rente Swap krijgt negatieve waarde indien de marktrente voor de nog openstaande looptijd daalt. (…)” 2.15. In een notitie d.d. 7 februari 2013 van Abn Amro van diverse gesprekken tussen [naam 5] , [naam 6] en [naam 2] van Abn Amro en [eiseres] van [eiseres] is het volgende opgenomen, voor zover hier van belang: “(…) Verschillende gesprekken gehad met [eiseres] . Oa op 28 september 2012 en 30 januari 2013. Al geruime tijd loopt er een financieringstraject voor de nieuwbouw van een offshore gerelateerd schip. De hoofdsom van de financiering bedraagt 11 mio, opgedeeld in 8mio EIB lening tegen 3 m Euribor en 3 mio tegen 1 m Euribor. Het schip zal worden gebouwd bij een NL werf en het is de bedoeling dat het verhuurd wordt aan een derde partij. (…) Tijdens de gesprekken hebben we uitgebreid gesproken over de kredietvoorwaarden en uiteraard ook over de mogelijkheden met betrekking tot het vastzetten van de rente. Naast de presentatie de wij hebben gehouden zijn er ook per mail verschillende voorstellen richting [eiseres] gegaan. Onderdeel van de voorstellen is steeds de grote lening ad 8 mio geweest (…) Wij hebben zowel een volledige hedge tot 1 januari 23 besproken als ook de mogelijkheid om een deel van de 8 mio met een kortere looptijd te doen, zodat er wat meer spreiding in zou komen. Uiteindelijk wilde [eiseres] zich toch focussen op een hedge voor de looptijd tot 1 jan 23. (…) Vanaf donderdag 14 maart heb ik dagelijks uitvoerig telefonisch contact gehad met [eiseres] en iedere dag een prijsupdate gegeven. (…) Dinsdag 19 maart was de dag van de onderhandelingen. In de middag zocht [eiseres] nog contact met ons voor een laatste update. (…) De volgende ochtend had ik om 10 over 8 weer direct weer contact met [eiseres] . Het contract is rond gekomen (…) Nog deze week gaat er een aanbetaling naar de werf ad 1.4 mio en [eiseres] wilde ook direct doorpakken in de hedge. De structuur nogmaals doorgesproken en de prijs van 1,75% afgegeven, waarmee [eiseres] heeft ingestemd. (…)” 2.16. Op 20 maart 2013 is tussen partijen een renteswap gesloten voor een hoofdsom van € 8.000.000,00 tegen een vaste rente van 1,75% voor de periode van 1 april 2014 tot 1 januari 2023. 2.17. Op 15 mei 2013 is tussen [eiseres] , Sea Mar Shipping B.V., Bally Vastgoed B.V., Diexel Holding B.V. en Sea Mar Subsea B.V. enerzijds en Abn Amro anderzijds een kredietovereenkomst gesloten, ter wijziging van de bestaande kredietovereenkomst, waarbij een kredietfaciliteit van in totaal € 14.093.327,00 ter beschikking is gesteld, bestaande uit de reeds eerder verstrekte rekening courant en leningen en een nieuwe lening van € 1.900.000,00. Alle rentetarieven zijn, zoals voordien, gebaseerd op de Euribor vermeerderd met een individuele opslag. Abn Amro heeft hierbij geen hedgeverplichting door middel van een Swap of IRS gesteld. 2.18. Op 17 mei 2013 is tussen partijen een renteswap gesloten voor een hoofdsom van € 1.900.000,00 tegen een vaste rente van 1,1% voor de periode van 1 januari 2014 tot 1 januari 2022. 2.19. Bij brief van 16 februari 2016 aan Abn Amro klaagt [eiseres] – kort gezegd – dat het advies tot het sluiten van de renteswaps een onjuist advies is geweest en zij beroept zich in dit kader op bedrog, dwaling en schending van de (bijzondere) zorgplicht. 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert samengevat - voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis dat de rechtbank primair: verklaart voor recht dat de renteswapovereenkomsten door [eiseres] zijn vernietigd op grond van bedrog en/of dwaling met veroordeling van Abn Amro tot terugbetaling van de uit dien hoofde aan haar betaalde bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente; subsidiair: verklaart voor recht dat Abn Amro toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en verklaart voor recht dat de renteswapovereenkomsten, dan wel de adviesovereenkomst, op 16 februari 2016 zijn ontbonden met veroordeling van Abn Amro tot terugbetaling van de uit dien hoofde aan haar betaalde bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente; meer subsidiair: verklaart voor recht dat Abn Amro onrechtmatig heeft gehandeld met veroordeling van Abn Amro tot betaling van de geleden schade, zijnde de uit hoofde van de renteswapovereenkomsten aan Abn Amro betaalde bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente; met in alle gevallen veroordeling van Abn Amro in de buitengerechtelijke kosten en proceskosten. 3.2. [eiseres] legt aan haar vordering – kort gezegd – ten grondslag dat Abn Amro haar meermalen een renteswap heeft geadviseerd, terwijl die gezien de eigen rentevisie van Abn Amro en de renteontwikkeling volstrekt overbodig waren. Dit product was niet alleen overbodig, maar ook ongewenst, omdat [eiseres] , zoals bij Abn Amro bekend, een financiering op basis van een variabele Euribor rente wenste. Daarnaast heeft Abn Amro haar niet voorafgaand aan het sluiten van de renteswaps geïnformeerd over de aard, de werking en de risico’s van de renteswap. Indien Abn Amro haar juist en volledig zou hebben geïnformeerd, zou [eiseres] de renteswaps nimmer hebben afgesloten. 3.3. Abn Amro voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling bedrog 4.1. [eiseres] verwijt Abn Amro – kort gezegd – dat Abn Amro zich schuldig heeft gemaakt aan bedrog door [eiseres] in 2009 voor te houden dat de rente zou gaan stijgen en dat [eiseres] om die reden haar renterisico moest afdekken, terwijl het tegendeel zich voordeed en het advies ook haaks stond op de rentevisie van Abn Amro van destijds. [eiseres] beroept zich in dit kader op een tweetal rapportages van adviesbureau Atrivé van februari en maart 2009, waaruit volgens [eiseres] blijkt dat de grootbanken, waaronder Abn Amro, destijds verwachtten dat de op dat moment geldende driemaands Euriborrente zou dalen. 4.2. Abn Amro heeft gemotiveerd betwist dat zij [eiseres] voorafgaand aan het sluiten van de renteswaps in 2009 een andere rentevisie heeft voorgehouden dan zij werkelijk had. Zij beroept zich in dit kader op de door haar overgelegde rentevisies van april en juli 2009, waarin volgens haar te lezen is dat zij op de korte termijn weliswaar een geringe daling van de Euribor en de lange rente verwachtte, maar op de langere termijn een stijging. Daarnaast voert zij aan dat dergelijke rentevisies een beperkte reikwijdte hebben en niet toepasbaar zijn op de lange termijn. Indien een klant toekomstige onvoorzienbare invloeden die de rentelast negatief kunnen beïnvloeden wil elimineren, zoals [eiseres] wilde, is een dergelijke rentevisie niet relevant. Aldus steeds Abn Amro. 4.3. De rechtbank oordeelt als volgt. [eiseres] heeft haar betoog dat Abn Amro wist dat de Euribor ging dalen slechts onderbouwd met de rapporten van Atrivé die, naar Abn Amro onweersproken heeft gesteld, niet in opdracht van Abn Amro zijn gemaakt. Abn Amro heeft de juistheid van de inhoud daarvan, bij gebrek aan wetenschap, betwist. Gezien het gemotiveerde en onderbouwde verweer van Abn Amro had het op de weg van [eiseres] gelegen nadere concrete feiten en omstandigheden te stellen waaruit zou moeten blijken dat Abn Amro wist of had moeten weten dat de Euribor stelselmatig zou gaan dalen. Dit heeft zij nagelaten. Nog daargelaten of een dergelijke rentevisie relevant is bij de beslissing om onvoorzienbare risico’s op de lange(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.