← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2017:3407

RECHTBANK AMSTERDAM VERKORT VONNIS Parketnummer: 13/728179-15 Datum uitspraak: 20 april 2017 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen en feitelijk verblijvend op het adres [GBA-adres] 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 april 2017. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.W.M. van der Linde, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.T.P. Koenis, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 30 januari 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto van het merk Volkswagen type Fox (voorzien van het kenteken [kenteken] ), immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen aldaar open vuur en/of een brandend voorwerp in aanraking gebracht met voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meerdere zich in de omgeving bevindende auto's en/of woningen en/of schuttingen en/of hekwerken en/of lantaarns, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in de directe omgeving bevindende en/of wonende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. De raadsman heeft verzocht verdachte integraal vrij te spreken, vanwege een gebrek aan bewijs van (rechtstreekse en zodanige) betrokkenheid van verdachte dat hij als medepleger zou kunnen worden aangemerkt. De raadsman acht de stemherkenning op basis van één zinnetje, dat is opgevangen in een getapt gesprek en waaruit zou blijken dat verdachte bij [medeverdachte 1] in de auto zat, daarvoor onvoldoende. Verder heeft de raadsman naar voren gebracht dat in ieder geval niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzet had op de brandstichting. De rechtbank ziet in het feit dat verdachte in getapte gesprekken heeft aangehoord en niet ontkracht dat hij – zo begrijpt de rechtbank – eerder iets met [medeverdachte 2] heeft gedaan, geen bewijs voor de ten laste gelegde brandstichting van de auto van [benadeelde] . Datzelfde geldt voor de verklaringen van anderen dat zij [medeverdachte 2] daarover hebben horen spreken. Ook de in het clubhuis opgenomen gesprekken, die kennelijk gaan over dat wat in de strafzaak tegen [medeverdachte 1] naar voren is gekomen, kunnen onvoldoende aan een bewezenverklaring bijdragen. Dan blijft over de (meervoudige) stemherkenning, waaruit zou blijken dat verdachte tijdens dat wat een voorverkenning lijkt te zijn geweest bij [medeverdachte 1] in de auto zat. Wat daar ook van zij, voor een bewezenverklaring van het medeplegen van de daadwerkelijke brandstichting is dit naar het oordeel van de rechtbank niet genoeg. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken. 5Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft zich als benadeelde partij gevoegd. Hij is echter niet ontvankelijk in zijn vordering in deze zaak, nu er – gelet op de vrijspraak – geen straf of maatregel aan verdachte wordt opgelegd. [benadeelde] kan zijn vordering desgewenst nog wel bij de burgerlijke rechter aanbrengen. 6Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde] , niet-ontvankelijk in de vordering. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Vaandrager, voorzitter, mrs. B. Vogel en M.RJ. van Wel, rechters, in tegenwoordigheid van mr E.R.E. Evans, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 april 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.