vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/624065 / HA ZA 17-177 Vonnis in incident van 31 mei 2017 in de zaak van [eiser] , wonende te [plaats] , eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat mr. P.L.M.F. Roosendaal te Oss, tegen [gedaagde] , wonende te [plaats] (gemeente [plaats] ), gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident, advocaat mr. M. de Birk te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding 10 februari 2017, met producties, de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring, tevens de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties, de incidentele conclusie van antwoord. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De feiten in het incident 2.1. In het kader van dit incident gaat de rechtbank van het volgende uit. 2.2. In een geschil (hierna: het geschil) tussen (onder meer) [eiser] en (onder meer) Renault Nissan (Nederland) N.V. (hierna: Renault) is een vaststellingsovereenkomst gesloten. Die vaststellingsovereenkomst houdt – voor zover hier van belang – het volgende in: “i. […] De verhouding tussen Renault enerzijds en […] [eiser] anderzijds is ernstig verstoord geraakt […]. Publiciteit en geheimhouding […] 15. Renault en [een aan [eiser] gelieerde vennootschap, rechtbank] zullen in onderling overleg een verklaring opstellen omtrent de definitieve beëindiging van hun relatie […]. 16. Met uitzondering van het in artikel 15 bepaalde, is het géén van Partijen toegestaan om na ondertekening van deze Overeenkomst Vertrouwelijke Informatie te verstrekken aan de pers […] en andere derden, de betrokken banken en accountants uitgesloten. Onder Vertrouwelijke Informatie wordt in ieder geval, doch niet uitsluitend, verstaan: […] b. de inhoud van de koopovereenkomsten tussen HUB en Autobedrijf Bochane en tussen HUB en Stern Groep, alsmede de totstandkoming daarvan en de documenten die daarop betrekking hebben; […] 17. Partijen verbinden zich om de in artikel 16 opgenomen geheimhoudingsverplichting onder dezelfde voorwaarden op te leggen aan een ieder (waaronder werknemers en ex-werknemers) die kennis draagt van de in artikel 16 genoemde Vertrouwelijke Informatie […]. 18. […] Om deze reden komen Partijen overeen dat in geval van niet-naleving door een van de Partijen van een in de artikelen 16 en/of 17 van deze overeenkomst omschreven verplichtingen, de overtredende partij een direct opeisbare boete verbeurt aan de partij(
- en)jegens wie de geschonden verplichting diende te worden nagekomen, van EURO 100.000,-- […]. Derden 19. […] en [eiser] zullen zich onthouden van verdere aansprakelijkstellingen of andere (juridische) acties jegens Renault […] alsmede de personen die bij die vennootschappen werkzaam zijn, of zijn geweest […]. 20. Ingeval van niet-naleving van de in artikelen 19 van deze overeenkomst omschreven verplichting verbeurt de overtredende Partij een direct opeisbare boete van EURO 50.000,-- […] te betalen aan de Partij(
- en)jegens wie die verplichting niet wordt nagekomen […] 21. Partijen verlenen ieder van de in artikel 19 bedoelde derden onherroepelijk een zelfstandig recht jegens […] [eiser] om nakoming van de verplichtingen uit de artikelen 19 en 20 van deze Overeenkomst te vorderen (derdenbeding). […] Slotbepalingen 31. […] Alle geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van deze overeenkomst […] zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Amsterdam.” 2.3. [gedaagde] was destijds een werknemer van Renault en heeft een schriftelijke verklaring afgegeven waarin staat dat “hij zich jegens Renault […] heeft verplicht tot geheimhouding omtrent de vertrouwelijke informatie als bedoeld in artikel 16 van de vaststellingsovereenkomst”. 2.4. Op 3 juni 2016 is in een artikel in het tijdschrift Automotive Management [gedaagde] geciteerd over het verkleinen van het dealer-netwerk van Renault, wat heeft geleid tot het geschil tussen [eiser] en Renault. 3Het geschil in de hoofdzaak 3.1. In de hoofdzaak vordert [eiser] – kort gezegd – een verklaring voor recht dat [gedaagde] de geheimhoudingsplicht in de vaststellingsovereenkomst heeft geschonden en hem te veroordelen tot betaling van de op grond van artikel 18 van de vaststellingsovereenkomst verbeurde boete van € 100.000,00. [gedaagde] voert verweer en vordert in reconventie – kort gezegd – betaling door [eiser] van de boete van € 50.000,00 wegens niet-naleving van artikel 19 van de vaststellingsovereenkomst. 4Het geschil en de beoordeling in het incident 4.1. [gedaagde] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Hij stelt dat hij geen partij is bij de vaststellingsovereenkomst en daarom niet gebonden is aan de forumkeuze voor de rechtbank Amsterdam. [eiser] voert als verweer dat uit de eigen verklaring van [gedaagde] (zie onder 2.3) en uit het feit dat [gedaagde] zich in reconventie ook zelf beroept op artikelen uit de vaststellingsovereenkomst volgt dat [gedaagde] partij is geworden bij de vaststellingsovereenkomst. [gedaagde] heeft in ieder geval de bepalingen van de geheimhoudingsclausule aanvaard en daarmee ook de forumkeuze , aldus steeds [eiser] . 4.2. De rechtbank overweegt als volgt. [gedaagde] heeft het derdenbeding uit artikel 21 van de vaststellingsovereenkomst aanvaard. Hij vordert in reconventie op grond van dit beding zelf de boete van artikelen 19 en 20 van de vaststellingsovereenkomst. Uit de wet volgt dat [gedaagde] , nadat hij dit derdenbeding heeft aanvaard, als partij geldt bij de hele overeenkomst (artikel 6:254 BW, zie ook: ECLI:NL:GHARL:2014:5856). Dat wil zeggen dat [gedaagde] gebonden is aan de in de overeenkomst opgenomen forumkeuze. 4.3. De rechtbank Amsterdam is daarom relatief bevoegd om kennis te nemen van het geschil. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. 5De beslissing De rechtbank in het incident 5.1. wijst het gevorderde af, 5.2. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 452,00, 5.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, in de hoofdzaak 5.4. verwijst de zaak naar de rol van 14 juni 2017 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een comparitie. Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, bijgestaan door de griffier, mr. E.J. van Veelen, en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2017. type: EJvV coll: