RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.751.240-17 RK-nummer: 17/1754 Datum uitspraak: 8 juni 2017 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 maart 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 14 maart 2017 door the Public Prosecutor’s Office (Vienna) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedatum] 1972, verblijvend op het adres [adres] , thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats p.i] , alias [naam alias] , geboren te [geboorteplaats Alias] (Nigeria) op [geboortedatum Alias] 1972, hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 4 mei 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. J.P.W. Temminck Tuinstra, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Engelse taal. Op voornoemde datum is de behandeling van de vordering voor onbepaalde tijd aangehouden teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om een vraag over de identiteit van de opgeëiste persoon aan de Oostenrijkse justitiële autoriteit te stellen. De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 1 juni 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. A. Oswald. De opgeëiste persoon heeft zich wederom doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. J.P.W. Temminck Tuinstra, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Engelse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon 2.1 Inleiding De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft zijn ter zitting van 4 mei 2017 afgelegde verklaring dat hij is genaamd [opgeëiste persoon] en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft, herhaald. Ter zitting van 4 mei 2017 is de behandeling van de zaak aangehouden teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de Oostenrijkse justitiële autoriteit om een bevestiging te vragen dat Oostenrijk de overlevering wenst van de persoon die naar aanleiding van het EAB in overleveringsdetentie is genomen en zich legitimeert als [opgeëiste persoon] . Bij e-mail van 9 mei 2017 is door het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) het volgende gemaild aan de Oostenrijkse justitiële autoriteit: “(…) With reference to the European Arrest Warrant (EAW) issued on the 14th of March 2017, on the name of [naam alias] , born on the [geboortedatum Alias] 1972, I would like to request you to provide me with some additional information. Based on your Mutual Legal Assistance Request issued on the 7th March 2017 the Dutch police searched the flat located in [adres] on the 14th of March 2017. During this search a man, who can be seen on the attached photograph has been arrested by the Dutch police. Since his arrest this man remains in custody in the detention facility in [plaats p.i] . This person is known by us under three names, NN “ [nr] ”, [naam alias] , born on the [geboortedatum Alias] 1972 in [geboorteplaats Alias] (Nigeria) and [opgeëiste persoon] , born on the [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] (Nigeria). Please find attached a photo of the man that has been arrested during the search. Could you please confirm whether or not this is the man you are looking for? (…)” Bij e-mail van 10 mei 2017 heeft de Oostenrijkse justitiële autoriteit meegedeeld: “(…) Me and my policeman checked everything once again and me and my policeman [verbalisant 1] und [verbalisant 2] can definitely confirm that the person on the picture is the person we are looking for. (…)” 2.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter zitting van 1 juni 2017 aangevoerd dat in de e-mail van de Oostenrijkse justitiële autoriteit wordt bevestigd dat de persoon die ter zitting aanwezig is en zich [opgeëiste persoon] noemt, ook de persoon is op wie het EAB ziet. Het was van meet af aan duidelijk dat de Oostenrijkse justitiële autoriteit de man die gebruik maakte van de telefoon die werd getapt, wilden hebben en nu hebben ze bevestigd dat de man die ter zitting aanwezig is en [opgeëiste persoon] heet, de persoon is die zij willen hebben. Tevens staat vast dat de opgeëiste persoon in Nederland meerdere aliassen heeft gebruikt . Voorts heeft de officier van justitie ter toelichting meegedeeld dat de opgeëiste persoon bij de doorzoeking die in de [adres] heeft plaatsgevonden alleen thuis was en dat de telefoon die werd getapt naast hem is aangetroffen. Uit het onderzoek is gebleken dat telkens als de opgeëiste persoon bewoog, de telefoon meebewoog en als de opgeëiste persoon belde dat dan tegelijkertijd een gesprek werd getapt. Dit duidt er eveneens op dat de opgeëiste persoon de persoon is die de Oostenrijkse justitiële autoriteit willen hebben. 2.3 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw handhaaft haar standpunt dat het EAB niet op haar cliënt, [opgeëiste persoon] , ziet. De nieuwe informatie is niet toereikend om tot een ander oordeel te komen. In de e-mail stelt de Oostenrijkse justitiële autoriteit dat de persoon op de foto ( [opgeëiste persoon] ) de persoon is die zij zoeken maar in het EAB staat een verkeerde naam en geboortedatum genoemd en dat is niet aangepast. Voorts blijft staan dat er geen dactyloscopisch onderzoek is verricht en er sowieso geen vingerafdrukken zijn. Er is alleen een onscherpe foto en daarom is het van belang om meer te weten te komen uit het proces-verbaal van de doorzoeking die in Nederland. 2.4 Het oordeel van de rechtbank Uit het proces-verbaal ‘identiteit verdachte’ blijkt het volgende: Aan de hand van een Oostenrijks rechtshulpverzoek is de identiteitsvaststelling van de gebruiker van [telefoonnummer] verzocht. Uit opsporingsonderzoek bleek dat deze persoon verbleef op het adres [adres] en dat hij daar verbleef met een vrouw en een jong kind. Geen van deze drie personen stonden ingeschreven op dit adres. Op 14 maart 2017 werd de persoon aangehouden en hij verklaarde te zijn: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] in Nigeria. Uit de politiesystemen bleek dat hij in het verleden gebruik heeft gemaakt van meerdere aliassen. Vervolgens heeft op verzoek van de Oostenrijkse justitiële autoriteit een doorzoeking in de woning gelegen aan de [adres] plaatsgevonden. In de woning werd een, naar later bleek vals, Italiaans identiteitsbewijs aangetroffen met de naam: [naam alias] geboren op [geboortedatum Alias] 1972 te [geboorteplaats Alias] in Nigeria. Abusievelijk is door de Nederlandse autoriteiten aangenomen dat de aangehouden persoon hiermee was geïdentificeerd, waarna de Oostenrijkse collega’s dit in het rechtshulpverzoek hebben verbaliseerd. De telefoon met [telefoonnummer] lag naast de persoon die is aangehouden. De informatie uit voornoemde proces-verbaal, in samenhang gezien met hetgeen de officier van justitie ter zitting van 1 juni 2017 naar voren heeft gebracht, brengt de rechtbank tot het oordeel dat [opgeëiste persoon] de opgeëiste persoon is waarop het EAB ziet. Bij de rechtbank bestaat derhalve geen twijfel over de vraag of [opgeëiste persoon] de persoon is wiens overlevering door de Oostenrijkse justitiële autoriteit wordt verzocht. 3. Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een judicially granted detention order issued by the Public Prosecutor’s office Vienna from 14.03.2017 related to case number 702 St 179/15y. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan twee naar het recht van Oostenrijk strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.