← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2017:4498

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751138-16 RK nummer: 15/1827 Datum uitspraak: 23 mei 2017 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 10 maart 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 8 februari 2016 door the District Court in Wrocław III Penal Department, Polen, en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] , Polen, op [geboortedatum] 1984, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans uit anderen hoofde gedetineerd in de [naam detentieplaats] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 14 april

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. A. Oswald. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door haar raadsman, mr. J.F. van der Brugge, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst in afwachting van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op de in het kader van de beoordeling van artikel 12 OLW gestelde prejudiciële vragen (tussenuitspraak van 24 februari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:868). De vordering is voortgezet op de openbare zitting van 23 mei
  2. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door haar raadsman mr. Van der Brugge. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat zij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis (final default judgment) van the Regional Court for Wrocław-Śródmieście van 15 juni 2009, met kenmerk: V K 209-/
  3. Uit het EAB blijkt dat de bij dit vonnis opgelegde vrijheidsstraf voor de duur van één jaar aanvankelijk voorwaardelijk is opgelegd. Op 22 september 2011 heeft the Regional Court for Wrocław-Fabryczna de tenuitvoerlegging van deze straf bevolen, omdat de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden had gehouden, met name niet aan de voorwaarde om zich onder toezicht te blijven stellen van de probation officer. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Het vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. 4Weigeringsgrond artikel 12 OLW Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit het EAB en de aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten niet kan worden afgeleid dat de opgeëiste persoon de informatie over de datum en de plaats van de behandeling ter terechtzitting daadwerkelijk heeft ontvangen, noch dat zij het vonnis destijds heeft ontvangen en zij uitdrukkelijk is geïnformeerd over haar recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep. Het vonnis is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12 sub a tot en met c OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank ook van oordeel dat geen verzetgarantie zoals bedoeld in artikel 12 onder d OLW is verstrekt. Dit leidt ertoe dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. 5Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan de eisen van artikel 12 OLW dient de overlevering te worden geweigerd. 6Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5, 7 en 12 Overleveringswet. 7Beslissing WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Wrocław III Penal Department (Polen). HEFT OP de overleveringsdetentie. Aldus gedaan door mr. A.J. Dondorp, voorzitter, mrs. A.K. Glerum en A. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 mei
  4. De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.