RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751384-17 RK-nummer: 17/2928 Datum uitspraak: 6 juli 2017 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 8 mei 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 11 oktober 2016 door Staatsanwaltschaft Augsburg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeeïste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 1996, alias [alias opgeeïste persoon] , geboren te ‘onbekend’ op [alias geboortedag] 1996, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [detentieplaats] , hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 22 juni 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. K. Bruns, advocaat te Maastricht, en door een tolk in de Arabische taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting de volgende personalia opgegeven: [opgeeïste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996 “burger van [plaats] ”. De rechtbank stelt, mede op grond van de resultaten van het dactyloscopische onderzoek, vast dat de opgeëiste persoon de persoon is op wie het EAB betrekking heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van het Amtsgericht Augsburg van 23 september 2016 (referentie: 31 Gs 1339/16 jug). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan 8 naar het recht van Duitsland strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.