← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2017:574

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/669037-16 (Promis) Datum uitspraak: 25 januari 2017 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] (India), op [geboortedatum 1] 1964 (ter terechtzitting opgevende te zijn geboren op [geboortedatum 2] 1963), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de [detentie adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 januari

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.A.M. Brok en van wat verdachte en zijn raadsman mr. H.E. van Zijll naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 1 augustus 2014, althans op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2014 tot en met 4 augustus 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk (en met voorbedachten rade) [persoon 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet (en na kalm beraad en rustig overleg) die [persoon 1] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp in de hals en/of nek en/of schouder en/of rug gesneden en/of gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [persoon 1] is overleden. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Feiten en omstandigheden 4.1.1 De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. Op 4 augustus 2014 krijgt de politie een melding binnen dat er op de [adres] een persoon is overleden. Als de politie ter plaatse komt, ziet zij een persoon op zijn buik in een plas bloed op het balkon liggen. Deze persoon blijkt te zijn overleden. Volgens de schouwarts is sprake van een niet-natuurlijke dood. Het stoffelijk overschot is voor gerechtelijke sectie overgebracht naar het mortuarium van het VU Medisch Centrum, alwaar een dactyloscopisch signalement van het slachtoffer is vervaardigd. Onderzoek van de afdruk van de rechter wijsvinger in de databank van de Basis Voorziening Vreemdelingen heeft de afdruk geïndividualiseerd op een afdruk van de rechter wijsvinger, voorkomende op het op 3 oktober 2012 te Amsterdam vervaardigde dactyloscopische signalement ten name van [persoon 1] , geboren op [geboortedatum 3] 1978 te [geboorteplaats 2] in India. In de woning heeft een uitgebreid forensisch sporenonderzoek plaatsgevonden, omdat op meerdere plaatsen in de woning bloedsporen zijn aangetroffen. Hierbij zijn diverse dactyloscopische sporen aangetroffen en veiliggesteld. Ook zijn veel mogelijke sporendragers veiliggesteld en zijn diverse bloedsporen in de woning bemonsterd en in beslag genomen voor nader onderzoek. Uit het pathologisch onderzoek verricht op 6 augustus 2014 is gebleken dat links in de hals vijf bij leven opgelopen steek- en snijverwondingen zichtbaar waren, passend bij tenminste vijfmaal steken en/of snijden met een scherp en puntig voorwerp zoals een mes. In de steekkanalen waren aan beide zijden de grote halsvaten (slagaders en aders) doorgesneden en waren het strottenhoofd en de halswervelkolom gekliefd. Het overlijden wordt door het oplopen van de steek- en snijverwondingen aan de hals zonder meer verklaard als gevolg van het massale bloedverlies door weefselschade. 4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft in haar op schrift gestelde requisitoir – kort gezegd – gerekwireerd tot bewezenverklaring het feit, waarbij zij doodslag bewezen acht. 4.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit nu het feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. 4.4 Het oordeel van de rechtbank 4.4.1 pleegdatum Uit de verklaringen van [persoon 2] en [persoon 3] blijkt dat zij het slachtoffer op 1 augustus 2014 voor het laatst hebben gezien. [persoon 4] heeft het slachtoffer op 2 augustus 2014 geprobeerd te bellen, maar kreeg geen gehoor. [persoon 3] verklaart aanvankelijk dat het slachtoffer op 29 of 30 juli 2014 bij hem is geweest, maar later corrigeert hij dat naar vrijdag 1 augustus. Volgens [persoon 3] en getuige [persoon 5] was het slachtoffer op vrijdag 1 augustus tussen 19:30 en 20:30 bij hen in de woning. Het slachtoffer was stomdronken en onbeschoft. [persoon 5] dreigde de politie te bellen als het slachtoffer de woning niet zou verlaten. Het slachtoffer heeft vervolgens de woning verlaten rond 20:50 uur. [persoon 3] verklaart ook dat dat de avond was waarna hij het slachtoffer niet meer heeft gezien. Getuige [persoon 6] verklaart dat zij op 1 augustus 2014 tussen 21.20 en 22.00 uur op haar balkon stond en een knal hoorde. Hierna hoorde zij een persoon een beetje krijsen. Zij vroeg haar man te komen luisteren en die zei dat er volgens hem iemand was neergeschoten die zijn laatste adem uitblies. Na de knal was het doodstil. Zij verklaart voorts dat de buurvrouw van twee hoog ook kwam kijken. Zij heeft haar niet gesproken, maar ze hadden wel oogcontact. Haar echtgenoot [persoon 7] verklaart dat hij op 1 augustus, voordat de knal viel, twee personen hoorde praten vanuit perceel [nummer] . Voorts zegt hij dat hij een paar keer hoorde zuchten/kreunen en dat hij hierover zei dat er iemand ligt dood te gaan. De zoon, [persoon 8] , verklaart dat het op vrijdag was. De onderbuurvrouw [persoon 9] van perceel [nummer] , beschrijft dat zij geluid hoorde vanuit de keuken van de woning boven haar. Het klonk als ruzie. Hierna hoorde zij een hard geluid, alsof iemand viel. Zij keek uit het raam en zag de bovenbuurvrouw van de vierde verdieping op het balkon staan en maakte oogcontact met haar. Zij is het balkon op gegaan en daar hoorde zij een geluid alsof iemand aan het hijgen was, alsof iemand buiten adem was en moeite had met ademen. Het geluid werd stiller en stopte. Uit het sectierapport is gebleken dat er al vergaande postmortale veranderingen aanwezig waren in het lichaam. Dit beeld zou passen, gelet op het feit dat het hoogzomer was, bij een overlijden van minimaal enkele dagen geleden. Gelet hierop in samenhang bezien met voornoemde getuigenverklaringen van de buren, het feit dat het slachtoffer sinds 2 augustus 2014 niet meer op zijn afspraken verschijnt, zijn telefoon niet opneemt en dat hij op vrijdagavond rond 20:50 voor het laatst is gezien, kan naar het oordeel van de rechtbank gesteld worden dat het slachtoffer op 1 augustus 2014 om het leven is gebracht. 4.4.2 Is verdachte de dader? De vraag die vervolgens voorligt is of verdachte de dader is. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Identiteit verdachte Uit getuigenverklaringen is gebleken dat ene [persoon 10] op hetzelfde adres als het slachtoffer woonde en [naam 1] of [naam 2] zou heten. Uit onderzoek in het politiesysteem komt de naam [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1964, naar voren, die ook bekend is onder het pseudoniem [naam 1] , geboren op [geboortedatum 4]
  2. De foto van [verdachte] , afkomstig uit PSVH, een digitaal bestand waarin de personalia van vreemdelingen worden opgeslagen, werd op de Dappermarkt getoond aan de getuigen [persoon 3] en [persoon 11] . Onafhankelijk van elkaar herkenden zij de afgebeelde man voor 100% als [persoon 10]. Forensisch onderzoek In de woning waar het slachtoffer is aangetroffen, is forensisch onderzoek verricht. In de keuken zijn diverse contact- en veegsporen met bloed aangetroffen, waaronder een voetspoor gezet in bloed. Dit voetspoor is afkomstig van de linkervoet van verdachte. Uit een in 2008 gedaan onderzoek in een andere zaak naar de droogtijd van bloed volgt dat een zichtbare, volledige uitname van het papillairlijnenpatroon onder de in dat onderzoek omschreven omstandigheden niet meer mogelijk is na 1:00 minuut na het aanbrengen van een dunne vloeibare bloedveeg. De rechtbank stelt, gelet op voornoemd onderzoek, vast dat de voetafdruk van verdachte kort na het ontstaan van het bloedspoor moet zijn gezet. Op de keukenkraan (warm water) is een bloedspoor van het slachtoffer met DNA van een onbekende man A aangetroffen. In de slaapkamer van de woning is op het bed een beige broek aangetroffen. Op deze broek zaten bloedsporen en dragerssporen. De bloedsporen op de broek zijn afkomstig van het slachtoffer. Deze sporen kunnen alleen zijn overgebracht door vloeibaar bloed. De dragerssporen aan de binnenzijde van de broeksband zijn afkomstig van een onbekende man A. Op camerabeelden, opgenomen van de camera op de Javastraat hoek Celebesstraat te Amsterdam op 1 augustus 2014 rond 20:30 uur is verdachte te zien met een soortgelijke beige broek aan. Verdachte heeft verklaard dat hij de persoon op de foto (A3) is. Uit een vergelijking van het DNA-profiel van verdachte met eerdere verkregen DNA-profielen in deze zaak blijkt dat het DNA-profiel van verdachte matcht met het DNA-profiel afkomstig van de onbekende man A. Dit betekent dat de kans dat het celmateriaal van de onbekende man A afkomstig kan zijn van een willekeurig gekozen man kleiner is dan één op één miljard. Onderzoek telefoon De getuigen [persoon 4] en [persoon 3] verklaren dat zij telefonisch contact hebben gehad met verdachte op 3 of 4 augustus en dat zij daarna geen contact meer met hem kregen. Uit de historische gegevens van de telefoon van verdachte blijkt dat op 1 augustus 2014 tot 16.12 uur regelmatig gebruik wordt gemaakt van zendmasten die onder meer de plaats delict bedienen. Op 1 augustus 2014 om 22.17 uur maakte het gsm-nummer gebruik van een zendmast in de Linneusstraat. Deze mast kan niet bereikt worden vanaf het plaats delict maar bedient wel een gebied dat grenst aan het plaats delict. Op 2 augustus 2014 om 08.58 uur straalt het nummer aan op een zendmast aan de Hoofdweg in Amsterdam West, ver van het plaats delict. Het gesprek op 1 augustus 2014 om 22.17 uur was met [persoon 12] . Die verklaarde dat verdachte (die de getuige op de foto herkent als [naam 3] die roti’s op de Dappermarkt verkocht) zei dat er ruzie was in het huis. De rechtbank leidt uit deze gegevens af dat verdachte op 1 augustus 2014 kort voor 22.17 uur de woning waarin hij met het slachtoffer woonde heeft verlaten om daar niet meer naar terug te keren, aangezien vanaf 5 augustus 2014 na 10.16 uur het telefoonnummer van verdachte niet meer actief is in Nederland. Op 5 augustus 2014 wordt de mobiele telefoon gebruikt in Frankrijk met een Franse simkaart; met deze telefoon was er vanuit Frankrijk contact met twee telefoonnummers in India. Met deze Indiase telefoonnummers was ook al contact geweest vanuit Nederland met dezelfde gsm. Via een rechtshulpverzoek aan Frankrijk is verzocht de telecommunicatie van verdachte op te nemen. Op 9 november 2015 wordt het volgende gesprek opgenomen tussen [naam 3] en NN-man. In dit gesprek zegt [naam 3] onder meer: “men vindt hem niet, mij ook niet, niemand weet waar ik ben. Ik blijf ook niet op één plek; In Holland heb ik een klootzak laten huilen/janken, ja in Holland was die klootzak naakt aan het dansen. Ik heb hem keihard dood laten vallen/aangepakt. Ik had in mijn leven nooit iemand gedood. Elke dag mij lastig vallen/pesten. Keer op keer. Als ik aan het koken was, ik bezig met koken en hij danste naakt. Zijn ballen laten bewegen. Ik heb daar een einde aan gemaakt ”. Uit de transcriptie van dit gesprek valt niet op te maken welk telefoonnummer door verdachte is gebruikt. Dat het verdachte is die dit gesprek heeft gevoerd maakt de rechtbank op uit het feit dat verdachte in het telefoongesprek [naam 3] wordt genoemd, dat zijn vrouw [persoon 13] heet en dat hij wordt lastig gevallen tijdens het koken. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat zijn roepnaam [naam 3] is en dat zijn vrouw [persoon 13] heet. Uit de verklaring van [persoon 3] blijkt dat verdachte er regelmatig over klaagt dat hij door het slachtoffer wordt lastig gevallen als hij aan het koken is. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat er een tweede persoon is die zich [naam 3] noemt en een vrouw heeft met dezelfde naam, die lastig werd gevallen tijdens het koken en die naar Frankrijk is gegaan en niet terug durft. De rechtbank acht dan ook bewezen dat dit gesprek door verdachte is gevoerd. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.4.
  3. is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die het slachtoffer om het leven heeft gebracht. Het forensisch bewijs in samenhang met het onderzoek naar de telefoon en dan met name het getapte telefoongesprek op 9 november 2015, wijzen onmiskenbaar in die richting. 4.4.3 voorbedachte raad Ten aanzien van de vraag of verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld, is de rechtbank is van oordeel dat, nu er niets bekend is over de precieze gemoedstoestand en handelingen van verdachte voor of op 1 augustus 2014, niet bewezen kan worden dat verdachte het feit met voorbedachte raad heeft begaan, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. 4.4.4 opzet De rechtbank is voorts van oordeel dat, gelet op de vele snijverwondingen in met name de halsstreek en de diepte van deze verwondingen waarbij het strottenhoofd en de halswervelkolom gekliefd waren, het niet anders kan zijn dan dat verdachte wist wat het onmiddellijke gevolg van zijn handelen zou zijn, namelijk de dood van het slachtoffer. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte de verwondingen opzettelijk heeft toegebracht. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek
  4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 1 augustus 2014 te Amsterdam, opzettelijk [persoon 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet die [persoon 1] meermalen met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp in de hals en nek en schouder gesneden en/of gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [persoon 1] is overleden. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.
  5. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar, met aftrek van voorarrest. De in beslaggenomen voorwerpen, opgenomen in de als bijlage bij dit vonnis opgenomen beslaglijst onder nummers 30, 31, 32, 33, 34, 54 en 55, kunnen worden geretourneerd aan [persoon 14] . De items onder nummer 56 en 59 kunnen worden geretourneerd aan [persoon 5] en item onder nummer 39 dient te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende. De overige inbeslaggenomen voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, met dien verstande dat het beslag dient te worden gehandhaafd totdat onherroepelijk op de zaak is beslist. 8.
  6. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Mocht de rechtbank het feit toch bewezen achten, dan verzoekt de raadsman in de strafmaat rekening te houden met de persoon en het karakter van het slachtoffer, in het bijzonder dat uit het forensisch psychologisch onderzoek naar voren komt dat verdachte lijdende is aan een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van lichte tot matige zwakzinnigheid. 8.
  7. Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het dood maken van een persoon. Doodslag is één van de ernstigste delicten die de Nederlandse strafwetgeving kent. Het recht op leven behoort tot de fundamenteelste rechten die in onze rechtsorde dienen te worden beschermd. De verdachte heeft het leven van het slachtoffer op zeer brute wijze beëindigd en hem daarmee dat recht ontnomen. Dat de verdachte lijdende is aan zwakzinnigheid, is voor de rechtbank geen reden om daarmee rekening te houden in de strafmaat aangezien in voornoemd rapport geen verband kan worden gelegd tussen de zwakzinnigheid en het delict omdat verdachte ontkent. Bovendien constateert de rechtbank dat verdachte na het begaan van het strafbaar feit kennelijk zodanig besef daarvan heeft gehad dat hij vrijwel direct is gevlucht naar het buitenland en zich kennelijk onvindbaar heeft willen maken door om de drie maanden van telefoonnummer te wisselen. De rechtbank heeft bij het vaststellen van de strafmaat verder rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Tevens heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat verdachte, gelet op het uittreksel justitiële documentatie van 29 november 2016, niet eerder voor misdrijven met politie en justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht. 10Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Doodslag Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) jaren. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Gelast de teruggave aan [persoon 14] van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: 30 1.00 STK Broek Kl: Bruin 4807858 31 1.00 STK Vest Kl: Rood Fleece 4807860 32 1.00 STK Vest Kl: Groen Fleece 4807863 33 1.00 STK Shirt Kl: Blauw 4807866 34 2.00 STK Schoenen Kl: Bruin VANS 4807869 54 2.00 STK Sok Kl: Zwart 4807872 55 1.00 STK Riem Kl: Bruin Cole Haan 4807878 Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van: 39 Geld Euro 4811285 Bepaalt dat het beslag op de overige voorwerpen van de als bijlage bijgevoegde beslaglijst blijft voortduren tot aan het moment dat in de strafzaak onherroepelijk is beslist, waarna de voorwerpen zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eichperger, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en A.B.M. Wijnveldt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M.M. van Leuven, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 januari
  8. Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal van bevindingen, pag. A01 Proces-verbaal van bevindingen, pag. A04 Verslag betreffende een niet-natuurlijke dood en schouwverslag, pag. A09 e.v. Proces-verbaal van bevindingen, pag. C 175 en uitslag van het ingestelde dactyloscopisch onderzoek, pag. C 176-
  9. Proces-verbaal sporenonderzoek, pag. C 01 e.v. NFI rapport Pathologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijke niet natuurlijke dood, d.d. 15 augustus 2014, pag. C 259-271 Proces-verbaal verhoor getuige [persoon 4] , pag. B 180 e.v. Proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 5] pag. B 314 e.v. Proces-verbaal van bevindingen 112 gesprek A86-A89 Proces-verbaal verhoor getuige [persoon 3] , pag. B 193 e.v. Proces-verbaal verhoor getuige [persoon 6] , pag. B 19 e.v. Proces-verbaal verhoor getuige [persoon 7] , pag. B 17 e.v. Proces-verbaal verhoor getuige [persoon 8] , pag. B 31 e.v. Proces-verbaal verhoor getuige [persoon 9] , pag. B 22 e.v. NFI rapport pathologie D00-D017 (D009). Proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 4] , pag. B180-183 en proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 3] pag. B 193-
  10. Proces-verbaal van bevindingen, pag. A
  11. Proces-verbaal herkenning afbeelding [persoon 10] pag. A98 Proces-verbaal sporenonderzoek, pag. C 01 e.v. Proces-verbaal uitslag sporenonderzoek, pag. C 405 e.v. Proces-verbaal, pag. C 424 e.v. NFI-rapport dd. 25 november 2014, pag. D 054 e.v. NFI rapport dd. 22 september 2014, pag. D 33 e.v. Proces-verbaal sporenonderzoek, pag. C 01 e.v. NFI-rapport dd. 8 september 2014, pag. D 29 e.v. idem Proces-verbaal uitkijken camerabeelden, pag. A73 e.v. Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 138 e.v. (m.n. pag. A152) NFI-rapport dd. 24 februari 2016, pag. D 73 e.v. Proces-verbaal verhoor getuige [persoon 3] , pag. B 289 ev. en proces-verbaal verhoor getuige [persoon 4] , pag. B 180 e.v. Proces-verbaal bevindingen, pag. A.86 e.v. Proces-verbaal verhoor getuige [persoon 12] , pag. B 341 e.v. Proces-verbaal bevindingen, pag. A 90 e.v. Een vertaling van een Frans proces-verbaal, pag. G 036 e.v. Proces-verbaal bevindingen, pag. A 92 e.v. Een geschrift, zijnde een vertaling van een telefoongesprek van 9 november 2015, pag. A217 e.v. Proces-verbaal van verhoor verdachte, pag. A 127 e.v. Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. A 131 e.v. Proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 3] , pag. B 208 e.v. (m.n. pag. B 210) en pag. B 289 e.v. (m.n. pag. 295 en 297)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.