RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 16/4680 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 15 maart 2017 in de zaak tussen [de man] , te Amsterdam, eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. N.I.S.A. Roelofs). Procesverloop Bij besluit van 15 december 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een vervangingsvergunning voor het vaartuig [met de naam] afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 6 juni 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 maart
- Eiser is verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen
- De rechtbank oordeelt ambtshalve dat eiser na afloopt van de beroepstermijn beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. Het bestreden besluit is bekend gemaakt op 6 juni
- Op die datum is het besluit (aangetekend) verzonden aan eiser. Artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat de beroepstermijn de dag na bekendmaking aanvangt. Dit betekent dus dat de termijn voor het instellen van beroep is aangevangen op 7 juni
- Omdat de termijn voor het instellen van beroep zes weken bedraagt (zie artikel 6:7 van de Awb) is de laatste dag van de termijn maandag 18 juli
- Het digitale beroepschrift is op 19 juli 2016 om 00:40 uur ingediend.
- Als een beroepschrift te laat is ingediend, moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat is slechts anders als de overschrijding van de termijn verschoonbaar kan worden geacht (zie artikel 6:11 van de Awb). Ter zitting heeft eiser toegelicht dat hij had ingelogd met zijn DigiD, maar dat hij automatisch bleek uitgelogd toen hij inactief was. Op het moment dat eiser zich realiseerde dat zijn account op inactief stond, heeft hij opnieuw ingelogd met zijn DigiD en zijn beroepschrift digitaal ingediend. De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding de termijnoverschrijding van het beroepschrift verschoonbaar te achten. Eiser had zijn beroepschrift ook eerder kunnen indienen. Deze uitspraak past in de lijn van de rechtspraak van de rechtbanken en de appelcolleges.
- Gelet op het voorgaande dient het beroep van eiser niet-ontvankelijk te worden verklaard. Voor een vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzitter, en mr. R.B. Kleiss en mr. J.C. Boeree, leden, in aanwezigheid van mr. R.J.R. van Broekhoven, griffier, op 15 maart
- griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.