vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/615369 / HA ZA 16-956 Vonnis van 30 augustus 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] gevestigd te [plaats] (gemeente [plaats] ), eiseres, advocaat: mr. drs. M. Buitelaar te Naaldwijk (gemeente Westland), tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] gevestigd te [plaats] (gemeente [plaats] ), gedaagde, advocaat: mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 13 september 2016, met producties; de conclusie van antwoord, met producties; het tussenvonnis van 28 december 2016, waarbij een comparitie van partijen is gelast; het proces-verbaal van comparitie gehouden op 27 februari 2017, met de daarin vermelde stukken; de brief van 15 maart 2017 van mr. Buitelaar, met opmerkingen betreffende de inhoud van het proces-verbaal; de brief van 16 maart 2017 van mr. Eijkelenboom, raadsvrouwe van [gedaagde] , met opmerkingen betreffende de inhoud van het proces-verbaal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiseres] exploiteert een rozenkwekerij van 20 hectare. [gedaagde] is een veredelaar, vermeerderaar en producent van plantmateriaal voor de rozenteelt en gerberateelt. [gedaagde] verkoopt ook patenten op rassen en licenties om de door haar zelf ontwikkelde rassen te kweken. 2.2. [eiseres] en [gedaagde] hebben op 13 januari 2015 met elkaar gesproken over het aanplanten van ongeveer vijf hectare van het rozenras “Red Naomi!” (hierna ook: het plantmateriaal). [gedaagde] heeft op 16 januari 2015 een samenvatting van het gesprek aan [eiseres] gezonden. De samenvatting van het gesprek vermeldde – voor zover hier van belang – de hoeveelheid planten, wanneer de planten zouden worden opgezet en uitgeleverd, de prijs van de planten en de betalingscondities. 2.3. [eiseres] en [gedaagde] hebben op 19 januari 2015, na eerder telefonisch overleg, opnieuw met elkaar gesproken over aanplanting van de Red Naomi! [gedaagde] heeft bij brief van 20 januari 2015 een samenvatting van dit gesprek aan [eiseres] gezonden. De samenvatting van het gesprek vermeldde – voor zover hier van belang – de hoeveelheid planten, wanneer de planten zouden worden opgezet en uitgeleverd, de prijs van de planten en de betalingscondities. 2.4. [eiseres] heeft op 21 januari 2015 de orderbevestiging voor levering van 393.120 Red Naomi! voor een prijs van € 212.940,00 getekend. De orderbevestiging vermeldt, onder de plek waar namens [eiseres] is ondertekend: “Op deze order zijn onze algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden van toepassing. Deze voorwaarden staan ook op onze website www. [gedaagde] .nl” 2.5. De door [gedaagde] gehanteerde algemene voorwaarden betreffen de “Algemene Voorwaarden Sierteelt en Voedingstuinbouw opkweek van Plantum” (hierna: de AV). De AV vermelden, voor zover hier van belang: “Artikel 8 Overmacht 1. Onder overmacht wordt verstaan: iedere omstandigheid vallende buiten de directe invloedssfeer van de verkoper, waardoor nakoming van de overeenkomst in redelijkheid niet meer kan worden verlangd. Hieronder vallen onder andere stakingen, brand, extreme weersomstandigheden of overheidsmaatregelen en ziekten en plagen enerzijds en gebreken in de aan verkoper toegeleverde materialen anderzijds. 2. Indien tengevolge van overmacht de overeenkomst door de verkoper niet kan worden nagekomen, dan moet de verkoper de koper zo spoedig mogelijk schriftelijk omtrent de omstandigheden informeren. 3. In geval van overmacht zullen partijen overleggen over een wijziging van de overeenkomst of over het geheel of gedeeltelijk ontbinden van de overeenkomst. 4. Indien partijen het niet binnen 10 dagen na de schriftelijke mededeling van de bedoelde omstandigheden eens kunnen worden over wijziging of ontbinding, dan kan ieder van de partijen zich tot de op grond van artikel 14 bevoegde rechter wenden. (…) Artikel 10 Garanties en klachten 1. De verkoper waarborgt dat de producten, die op grond van de overeenkomst geleverd moeten worden, voldoen aan de eisen, gesteld in de van toepassing zijnde reglementen van Nederlandse keuringsinstanties, die van kracht zijn op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst. (…) 3. De verkoper staat niet in voor groei en bloei van de geleverde producten. (…) 10. Wanneer geleverde producten krachtens het bepaalde in dit artikel door de koper worden afgekeurd en de koper en de verkoper het niet dadelijk eens worden over een minnelijke regeling, dan moet de koper een beroep doen op een onafhankelijk officieel erkende deskundige, die een expertiserapport opmaakt. De kosten van het deskundigenrapport zijn, indien de afkeuring gerechtvaardigd is, voor rekening van de verkoper en als zij ongerechtvaardigd is, voor rekening van de koper. De betreffende kosten moeten in elk geval door de koper worden voorgeschoten. (…) Artikel 11 Aansprakelijkheid 1. De verkoper aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid, tenzij in één van de in dit artikel genoemde gevallen. In een dergelijk geval zal de aansprakelijkheid van de verkoper beperkt zijn tot maximaal de factuurwaarde. In geen enkel geval is de verkoper aansprakelijk voor enige vorm van gevolgschade, gederfde omzet of gederfde winst. 2. De verkoper is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door overmacht als bedoeld in artikel 8, lid 1. (…) 4. Schadevergoeding bij een klacht kan alleen plaatsvinden, indien de klacht conform artikel 10 is ingediend, terecht blijkt te zijn en er sprake is van verwijtbaarheid of bewuste nalatigheid van de verkoper. Bovendien zal de schadevergoeding beperkt zijn tot het gedeelte van het geleverde waarde klacht betrekking op heeft.” 2.6. [eiseres] en [gedaagde] hebben voor de Red Naomi! op 16 juli 2015 ook een licentieovereenkomst gesloten. [gedaagde] heeft [eiseres] voor de licenties € 391.888,00 gefactureerd en een bedrag van € 3.926,88 aan zogenoemde NAK-kosten doorbelast. [eiseres] heeft een bedrag van € 175.646,24 niet betaald. 2.7. [gedaagde] heeft in week 13 tot en met 17 2015 in totaal 391.888 rozenplantjes aan [eiseres] geleverd. 2.8. [eiseres] heeft vanaf eind april 2015 groeiproblemen geconstateerd bij het geleverde plantmateriaal. Vanaf eind mei 2015 constateerde [eiseres] steeds meer dode planten in het plantmateriaal. [eiseres] heeft aanvankelijk de dode planten vervangen door nieuwe planten. Zij is daarmee gestopt toen ook de nieuwe planten stierven en de uitval te groot werd. 2.9. [eiseres] heeft monsters van het plantmateriaal voor onderzoek aangeboden aan – onder meer – onderzoeksbureau Groen Agro Control. Groen Agro Control heeft [eiseres] op 7 september 2015 gerapporteerd dat in een door [eiseres] toegezonden monster Ralstonia Solanacearum (hierna: Ralstonia) was geconstateerd. Van de ontdekking van Ralstonia is melding gemaakt bij de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (hierna: de NVWA). 2.10. [eiseres] heeft [gedaagde] bij brief van 10 september 2015 aansprakelijk gesteld voor door haar geleden en te lijden schade als gevolg van de levering door [gedaagde] van besmet plantmateriaal. Zij heeft [gedaagde] uitgenodigd om bij [eiseres] de oorzaak en de omvang van de schade te onderzoeken. [eiseres] heeft [gedaagde] aangezegd dat zij zich genoodzaakt zag om op korte termijn over te gaan tot ruiming van de planten en tot ontsmetting van de kas. Ruiming stond gepland voor 17 september 2015. [eiseres] heeft [gedaagde] uitgenodigd voor die datum onderzoek te doen. 2.11. De NVWA heeft [eiseres] bij brieven van 21 september 2015 en 5 oktober 2015 medegedeeld dat zij een nader onderzoek uitvoerde naar de aanwezigheid van Ralstonia bij [eiseres] . De NVWA heeft bij genoemde brieven [eiseres] onder meer aangezegd dat, totdat de uitslag van het onderzoek aan [eiseres] was medegedeeld, het haar verboden was om de planten te verhandelen, te verplaatsen of te vernietigen. Het verbod gold niet indien voor de handelingen voorafgaande toestemming was gevraagd en verkregen van de inspecteur NVWA. 2.12. [eiseres] heeft met toestemming van de NVWA het in 2015 door [gedaagde] geleverde plantmateriaal op 22 september 2015 laten ruimen. 2.13. In de kas waarin de Red Naomi! stond, stond ook het ras “Penny Lane”. Bij dit ras is op 25 september 2015 Ralstonia geconstateerd. [eiseres] heeft de planten dezelfde dag laten verwijderen. 2.14. De NVWA heeft [eiseres] bij brief van 26 oktober 2015 laten weten dat bij [eiseres] Ralstonia is vastgesteld. De NVWA heeft [eiseres] diverse maatregelen opgelegd om verdere besmetting te voorkomen. 2.15. [eiseres] heeft [gedaagde] bij brief van 4 november 2015 aansprakelijk gesteld voor de schade die zij leed en zou lijden als gevolg van de ruiming van het ras Penny Lane. 2.16. Naktuinbouw is een zelfstandig bestuursorgaan dat belast is met het uitoefenen van algemeen toezicht op de productie en verhandeling van teeltmateriaal, door controle op de herkomst van dat materiaal en door het uitvoeren van keuringen tijdens de productie en bij aflevering. Naktuinbouw heeft [gedaagde] bij brief van 29 februari 2016 – voor zover hier van belang – het volgende geschreven: “Op 29 oktober 2015 ontvingen wij van uw afnemer, [eiseres] B.V. (…), een klacht over een Ralstonia solanacearum aantasting in de rozenteelt. (…) Naar aanleiding van de klacht over het teeltmateriaal bezocht Naktuinbouw op 5 november 2015 het bedrijf van [eiseres] B.V. (…) Op 17 november 2015 werd (…) een vervolgonderzoek op uw bedrijf ingesteld. Er werd gesproken met [gedaagde] . (…) (…) [gedaagde] acht het niet uitgesloten dat in de geleverde stekken of een deel ervan al Ralstonia solanacearum bacteriën aanwezig waren toen ze het bedrijf verlieten, al vertoonden de planten op dat moment geen enkel ziekteverschijnsel. Dit blijkt uit verschillende klachten van andere klanten en uit het feit dat er verschillende positieve uitslagen op Ralstonia solanacearum werden vastgesteld door de NVWA. In 1 drainwater monster en in 6 monsters van planten werd de bacterie aangetroffen. (…) Conclusie Op basis van de bevindingen concludeert Naktuinbouw dat de problemen, zoals die bij uw afnemer werden waargenomen, zijn veroorzaakt door een besmetting die aanwezig was in het door u afgeleverde plantmateriaal. Deze conclusie is gebaseerd op de hierna genoemde bevindingen; ● Uit de resultaten van de door de NVWA uitgevoerde onderzoeken aan relevant plantmateriaal en water op Ralstonia solanacearum blijkt dat het aannemelijk is dat er latente besmettingen aanwezig waren in het betreffende plantmateriaal. (…) Op grond van bovenstaande conclusie acht Naktuinbouw de klacht gegrond.” 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair 1. voor recht verklaart dat [gedaagde] tegenover [eiseres] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van leveringen van plantmateriaal dat besmet was met Ralstonia en dat [gedaagde] tegenover [eiseres] aansprakelijk is uit hoofde van deze toerekenbare tekortkoming; 2. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van € 5.116.730,22, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente over dit bedrag; subsidiair 3. voor recht verklaart dat de overeenkomst door [eiseres] rechtsgeldig bij dagvaarding is ontbonden, althans dat de rechtbank de koopovereenkomst per datum vonnis ontbindt; 4. [gedaagde] veroordeelt tot nakoming van de uit de ontbinding voortvloeiende ongedaanmakingsverplichtingen, bestaande uit terugbetaling van € 608.525,95, vermeerderd met wettelijke rente; zowel primair als subsidiair 5. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van € 5.000,00 ter zake van vermogensschade zoals bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente; 6. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met wettelijke rente en in de nakosten van deze procedure. 3.2. [eiseres] legt aan haar vordering – onder verwijzing naar de door haar gestelde feiten en in het geding gebrachte stukken – primair ten grondslag dat [gedaagde] tegenover [eiseres] toerekenbaar is tekortgeschoten in haar verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst, althans heeft zij tegenover [eiseres] onrechtmatig gehandeld, door met Ralstonia besmette planten te leveren. [gedaagde] is als gevolg daarvan aansprakelijk voor de door [eiseres] geleden schade, die zij begroot op € 5.116.730,22. [gedaagde] is hierover wettelijke rente verschuldigd vanaf 1 oktober 2015, de datum waarop de schade is geleden. Subsidiair stelt [eiseres] dat de koopovereenkomst dient te worden ontbonden. Als gevolg daarvan dient [gedaagde] de door [eiseres] aan haar betaalde factuurbedragen (€ 608.525,95) aan [eiseres] te restitueren. [eiseres] stelt tot slot dat zij kosten heeft moeten maken ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (6:96 lid 2 sub b Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)) en om voldoening buiten rechte te verkrijgen (6:96 lid 2 sub c BW). [eiseres] begroot haar schade ter zake van deze kosten op € 5.000,00. 3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, (nader) ingegaan. 4De beoordeling 4.1. In de kern gaat deze procedure over de vraag of [gedaagde] haar verplichtingen uit de gesloten overeenkomst niet is nagekomen en of zij als gevolg daarvan de door [eiseres] gestelde schade aan [eiseres] moet vergoeden. exoneratiebeding 4.2. Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] luidt dat het in de AV opgenomen exoneratiebeding aan aansprakelijkheid in de weg staat. [eiseres] heeft hiertegenover gesteld dat partijen de AV niet zijn overeengekomen. Voor zover de AV wel zijn overeengekomen, is het exoneratiebeding als onredelijk bezwarend beding vernietigbaar. [gedaagde] heeft de algemene voorwaarden namelijk niet ter hand gesteld, waardoor [eiseres] geen redelijke mogelijkheid is geboden om van de AV kennis te nemen, aldus [eiseres] . 4.2.1. In de orderbevestiging van 21 januari 2015 werd vermeld dat op de order de algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden van [gedaagde] van toepassing waren. [eiseres] heeft de orderbevestiging ondertekend. Zij heeft bij de ondertekening geen voorbehoud gemaakt ten aanzien van de toepasselijkheid van de AV. Dat lag wel op haar weg, indien zij daaraan niet gebonden wilde zijn. Op grond van artikel 6:232 BW is de wederpartij van de gebruiker van algemene voorwaarden namelijk ook dan aan de algemene voorwaarden gebonden, wanneer de gebruiker begreep of moest begrijpen dat de wederpartij de inhoud daarvan niet kende. [eiseres] is derhalve gebonden aan de AV. 4.3. Tegenover deze snelle binding aan de AV staat de wettelijke mogelijkheid tot vernietiging van (een beding
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.