vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/626536 / HA ZA 17-341 Vonnis in incident van 23 augustus 2017 in de zaak van de stichting STICHTING TOT EXPLOITATIE VAN KABELTELEVISIERECHTEN OP AUDIO-VISUEEL MATERIAAL, gevestigd te Amsterdam, eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident ex artikel 223 Rv, verweerster in het bevoegdheidsincident, advocaat: mr. R.S. Le Poole te Haarlem, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht ASSOCIATION DE GESTION INTERNATIONALE COLLECTIVE DES OEUVRES AUDIO-VISUELLES (AGICOA), gevestigd te Genève (Zwitserland), gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident ex artikel 223 Rv, eiseres in het bevoegdheidsincident, advocaat: mr. S.C. van Loon te Amsterdam. Partijen zullen hierna Sekam en Agicoa worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 27 maart 2017; de akte overleggen producties bij dagvaarding van 5 april 2017, met producties; de akte eisvermeerdering en vordering tot het treffen van een provisionele voorziening ex artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van 3 mei 2017, met producties; de akte van (gedeeltelijke) onbevoegdheid in de hoofdzaak en in het incident, tevens conclusie van antwoord in het incident aan de zijde van Agicoa van 17 mei 2017, met producties; de akte houdende overlegging producties aan de zijde van Agicoa van 31 mei 2017, met één productie; de antwoordakte in het incident aan de zijde van Sekam van 31 mei 2017; de akte van gedeeltelijke onbevoegdheid aan de zijde van Agicoa van 14 juni 2017, met producties; de antwoordakte in het incident aan de zijde van Sekam van 28 juni 2017. 1.2. Sekam heeft haar vordering tot het verkrijgen van een voorlopige voorziening (artikel 223 Rv) ingetrokken. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald in het bevoegdheidsincident. 2De feiten in het incident 2.1. Sekam en Agicoa zijn collectieve beheersorganisaties. Sekam behartigt de belangen van Nederlandse producenten van filmwerken in de zin van artikel 45a Auteurswet. Zij doet dit met name door de inning en verdeling van de gelden die verschuldigd zijn voor de openbaarmaking van de betreffende filmwerken via de kabel. 2.2. Ter zake van de incasso van door derden verschuldigde gelden bestonden tussen Sekam en Agicoa opeenvolgende samenwerkingsovereenkomsten. Onderdeel van de samenwerking was dat Agicoa ten behoeve van Sekam gelden inde en aan Sekam uitkeerde. Agicoa inde onder meer bij Videma (een collectieve beheersorganisatie die voor onder andere Sekam en Agicoa de vergoeding int voor het vertonen van televisiebeelden in een zakelijke omgeving). 2.3. Lira, Vevam en Pictoright (collectieve beheersorganisaties, hierna gezamenlijk in vrouwelijk enkelvoud: LVP) hebben zich bij brief van 24 september 2010 tegenover Videma op het standpunt gesteld dat zij aanspraak maakten op een deel van de door Videma geïnde royalty’s. Videma is hierover met LVP in onderhandeling getreden. 2.4. Sekam heeft de meest recente samenwerkingsovereenkomst met Agicoa opgezegd per 1 april 2012. Sekam en Agicoa hebben de financiële afwikkeling van hun samenwerking vastgelegd in een vaststellingovereenkomst (hierna: de Vaststellingsovereenkomst) van 30 augustus 2012. De Vaststellingsovereenkomst vermeldt in artikel 2.5, voor zover hier van belang: AGICOA acknowledges that SEKAM has terminated its agreement with Stichting Videma [rechtbank: Videma] as from 1 October 2012. AGICOA shall collect on behalf of SEKAM and settle its obligations vis á vis SEKAM with respect to Videma royalties regarding the period up to and including the broadcast date of 30 September 2012 on the usual basis according to the AGICOA distribution rules. AGICOA shall notify Videma hereof timely in writing. Artikel 3 Vaststellingsovereenkomst vermeldt, voor zover hier van belang: Apart from their rights and obligations under this Agreement, the Parties grant each other an irrevocable and unconditional final discharge of all claims that they have against each other in relation to royalty payments regarding the retransmission of communication of audiovisual works of Dutch rights holders in the Netherlands in the period up to and including 30 September 2012 (…) and 31 December 2012 (…) as well as regarding the dispute between the Parties in relation to the issues as referred to in the Recitals of this Agreement under B (…). Artikel 7 Vaststellingsovereenkomst vermeldt, voor zover hier van belang: 7.1. This agreement shall be governed by and construed in accordance with the laws of the Netherlands. 7.2. Any dispute arising out or in connection with this Agreement shall be submitted to the competent court in Amsterdam, the Netherlands, which shall have exclusive jurisdiction. 2.5. Sekam en Agicoa hebben het bepaalde uit artikel 2.5 Vaststellingsovereenkomst uitgewerkt in een nadere vaststellingsovereenkomst (hierna: de Videma VSO) van april 2015. Sekam en Agicoa zijn overeengekomen – voor zover hier van belang – dat de door Agicoa van Videma tot 1 oktober 2012 ontvangen royalty’s in de verhouding 30% (Sekam) – 70% (Agicoa) moesten worden verdeeld. Zij zijn verder overeengekomen dat Agicoa met inachtneming van voormelde verdeelsleutel een bedrag van € 266.768,00 aan Sekam diende te voldoen. Sekam en Agicoa zijn tot slot overeengekomen dat, met de ondertekening van de Videma VSO en na ontvangst door Sekam van de betaling, Agicoa aan al haar verplichtingen uit artikel 2.5 Vaststellingsovereenkomst zou hebben voldaan. 2.6. Tussen Videma en LVP is in 2015 een schikking bereikt met betrekking tot LVP’s claim. Omdat de schikking een lager bedrag betrof dan het bedrag dat daarvoor (door onder meer Agicoa) was gereserveerd (hierna: LVP-reservering) is een bedrag vrijgevallen. Voor Agicoa betekende dit een vrijval van een bedrag van € 428.941,86 (hierna: de Videma-gelden). Videma heeft het bedrag aan Agicoa betaald. 2.7. Agicoa heeft het in de Videma VSO overeengekomen bedrag op 21 april 2017 aan Sekam betaald. De betaling is omstreeks 27 april 2017 door Sekam ontvangen. 3Het geschil in de hoofdzaak 3.1. Sekam vordert ten aanzien van de Videma-gelden – voor zover voor het incident van belang – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: a. primair voor recht verklaart dat Agicoa wanprestatie pleegt door in strijd met de Vaststellingsovereenkomst niet de vrijgevallen LVP-reservering voor 30% aan Sekam uit te keren; b. subsidiair voor recht verklaart dat partijen met betrekking tot de Videma VSO wederzijds hebben gedwaald, op grond waarvan de Videma VSO voor wat betreft de finale kwijting dient te worden vernietigd; c. Agicoa veroordeelt tot betaling van € 71.804,06, vermeerderd met wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 augustus 2016, althans vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van betaling. in het bevoegdheidsincident 3.2. Agicoa vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart met betrekking de Videma vorderingen [rechtbank: de hiervoor onder 3.1 weergegeven vorderingen] en Sekam veroordeelt in de kosten van dit incident. 3.3. Agicoa legt – onder verwijzing naar de door haar gestelde feiten en in het geding gebrachte stukken – aan haar vordering ten grondslag dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt, omdat Agicoa in Zwitserland is gevestigd. Op grond van artikel 2 lid 1 van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (verdrag van 30 oktober 2007, PbEU 2009, L 147, hierna: EVEX II), is de Zwitserse rechter bevoegd. Weliswaar zijn partijen in de Vaststellingsovereenkomst een forumkeuze overeengekomen, die tevens van toepassing is op de Videma VSO, maar die forumkeuze mist in dit geval om meerdere redenen toepassing. Aldus Agicoa. 3.4. Sekam voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, (nader) ingegaan. in het incident ex artikel 223 Rv 3.5. Sekam heeft bij wege van incident een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv gevraagd. Agicoa heeft in het incident geantwoord en heeft daarbij ook de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in dat incident betwist. Sekam heeft het incident ingetrokken. Agicoa heeft geen medewerking verleend aan het intrekken van het incident door Sekam en heeft verzocht om te beslissen over de proceskosten in het incident. 4De beoordeling in het bevoegdheidsincident 4.1. Sekam is gevestigd in Nederland, Agicoa is gevestigd in Zwitserland. De hoofdzaak heeft daarmee een internationaal karakter. In beginsel wordt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in burgerlijke zaken bepaald aan de hand van Verordening Nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I bis-Vo.). Zwitserland is geen lidstaat van de Europese Unie. Artikel 6 lid 1 Brussel I bis-Vo bepaalt echter, voor zover van belang: Indien de verweerder geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, wordt de bevoegdheid in elke lidstaat geregeld door de wetgeving van die lidstaat, onverminderd artikel 18, lid 1, artikel 21, lid 2, en de artikelen 24 en 25. Artikel 25 lid 1 Brussel I bis-Vo bepaalt, voor zover van belang: Indien de partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.