RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751850-17 (EAB 3) RK-nummer: 17/5997 Datum uitspraak: 12 oktober 2017 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 19 september 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 20 april 2017 door de Office of the Prosecutor of the Republic attached to the Court of Imperia (Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Italië) op [geboortedatum] 1976, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans uit anderen hoofde gedetineerd in het [P.I.], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 september
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. C.J.J. Visser, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Italiaanse taal. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst en voor bepaalde tijd aangehouden tot 12 oktober 2017 om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de vragen die ter zitting zijn opgeworpen voor te leggen aan de Italiaanse autoriteiten en de antwoorden op de reeds gestelde vragen af te wachten. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. De behandeling van de vordering is voortgezet op 12 oktober 2017 in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. C.J.J. Visser, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Italiaanse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Italiaanse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een judgment of the 20th of October 2014 issued by the Court of Agrigento, confirmed by the Court of appeal of Palermo on the 28th of September 2015 and irrevocable on the 13th of November 2015 (reference number N. 2850/2013 Registro Generale GIP). Bij deze beslissing is aan de opgeëiste persoon een vrijheidsstraf voor de duur van 10 maanden opgelegd, door de opgeëiste person te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De officier van justitie van Imperia heeft op 20 januari 2017 besloten deze vrijheidsstraf te voegen met andere openstaande (vrijheids)straffen van de opgeëiste persoon. De voegingsbeslissing (provvedimento di cumolo ) bepaalt dat de resterende vrijheidsstraf 17 jaar, 6 maanden en 6 dagen bedraagt. De referentie van de beslissing is nr. 421/2016 SIEP. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de in deze voegingsbeslissing bepaalde vrijheidsstraf. 4Strafbaarheid, feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan niet is voldaan. De overlevering wordt verzocht voor het niet naleven van de door de rechtbank van Agrigento aan de opgeëiste persoon opgelegde voorzorgsmaatregel (precautionary measure) van huisarrest. Dit feit is naar Nederlands recht niet op grond van enig wetsartikel strafbaar gesteld. 5Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan de eisen van artikel 7 van de OLW, dient de overlevering te worden geweigerd. De rechtbank kan niet beoordelen welk gedeelte van de vrijheidsstraf geacht moet worden te zijn opgelegd voor het feit waarvoor de overlevering moet worden geweigerd. Een en ander staat ter beoordeling van de bevoegde autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat, die gehouden zijn om, na de feitelijke overlevering, de tenuitvoerlegging van de straf van het hiervoor bedoelde gedeelte uit te sluiten. 6Toepasselijke wetsbepalingen Artikel 7 van de van de OLW. 7Beslissing WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Office of the Prosecutor of the Republic attached to the Court of Imperia (Italië) voor de tenuitvoerlegging van het onderhavige deel van de vrijheidsstraf wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Aldus gedaan door mr. C. Klomp, voorzitter, mrs. A.K. Glerum en I. Verstraeten-Jochemsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 12 oktober
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.