← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2017:9367

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751522-17 RK nummer: 17/3711 Datum uitspraak: 30 november 2017 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 8 juni 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 31 mei 2016 door het Parket van de Procureur des Konings te Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde (België) en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres: [BRP-adres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 11 oktober

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht. De rechtbank heeft op 11 oktober 2017 de termijn verlengd waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in zou slagen binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. Op 25 oktober 2017 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gedaan. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de OLW op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft, desgevraagd door de officier van justitie, bij e-mail bericht van 16 november 2017 vorenbedoelde garantie verstrekt. De behandeling van vordering is vervolgens hervat op de openbare zitting van 30 november
  2. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. U.EA. Weitzel. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman. De raadsman heeft geen verweer gevoerd en de officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering toelaatbaar is. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Tussenuitspraak van 25 oktober 2017 herhaald en ingelast De tussenuitspraak van 25 oktober 2017 is als bijlage bij deze uitspraak gevoegd. Wat is vermeld in de rubrieken 3 ‘Grondslag en inhoud van het EAB’ en 4 ‘Strafbaarheid’ moet hier als herhaald en ingelast worden beschouwd. 4De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft, desgevraagd door de officier van justitie, bij e-mail bericht van 16 november 2017 de volgende garantie gegeven: “In antwoord op uw vraag inzake [opgeëiste persoon] , kan ik u meedelen dat mijn ambt wel degelijk de garantie biedt voor de terugkeer naar Nederland van de door u overgeleverde Nederlandse onderdaan of ingezetene. Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om deze straf of maatregel daar te ondergaan.” Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbare feiten opleveren. Aan deze voorwaarde is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op: A 1 tot en met 6: - diefstal; B: - deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; C: - poging tot diefstal. Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. 5Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12 onder d van de OLW en een garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW, en er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 6Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 45, 140 en 310 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7, van de Overleveringswet. 7Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Parket van de Procureur des Konings te Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde (België) ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek in verband met het nog niet onherroepelijke vonnis wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Aldus gedaan door mr. A.J. Dondorp, voorzitter, mrs. R.A.J. Hübel en M.J. Alink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 november
  3. Mr. M.J. Alink is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.