RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/997016-16 (Promis) Datum uitspraak: 20 december 2017 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1978, ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] te [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 20 en 21 november en 7 december 2017. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.G. Louman en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R.B. Schmidt naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan opzetheling van een Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 1] , in de periode van 27 januari 2016 tot en met 31 januari 2016 te Haarlem; opzetheling van een Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 2] , in de periode van 29 januari 2016 tot en met 2 februari 2016 te Amsterdam en/of Lijnden en/of Helmond; medeplichtigheid aan het valselijk aanbrengen van een chassisnummer in de periode van 26 februari 2016 tot en met 5 maart 2016 te Amsterdam; deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven als strafbaar gesteld in de artikelen 311, 416 en 225, van het Wetboek van Strafrecht in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 januari 2016 te Amsterdam en/of Haarlem en/of Lijnden en/of Helmond en/of Drunen, althans in Nederland en/of België ; het aanwezig hebben van 7.79 gram MDMA op 7 juni 2016 te Amsterdam. De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Waardering van het bewijs 3.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht de onder 1., 2., 3., 4. en 5. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Hij heeft hiertoe, aan de hand van zijn op schrift gestelde requisitoir, de relevante bewijsmiddelen opgesomd. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van alle ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Hij heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Ten aanzien van het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde kan niet worden vastgesteld dat verdachte enige strafbare betrokkenheid heeft gehad. Het onder 1. en 2. ten laste gelegde is ook niet bewijsbaar in de zin van medeplegen, nu uit het dossier geen opzettelijke bijdrage van voldoende gewicht kan worden afgeleid. Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde kan verder niet worden vastgesteld dat verdachte het sms-bericht met het chassisnummer heeft verzonden. Voorts ontbreekt bij verdachte het opzet op het gronddelict, hetgeen is vereist voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid. Bovendien is de strafzaak tegen [naam 1] , degene aan wie het sms-bericht zou zijn verstuurd en die het chassisnummer zou hebben geplaatst, geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde zou de betrokkenheid van verdachte uitsluitend kunnen blijken uit de onder 1. en 2. ten laste gelegde gevallen van heling. Mochten deze feiten al bewezen worden verklaard, dan nog kan hieruit niet volgen dat verdachte opzettelijk heeft deelgenomen aan een gestructureerde organisatie, waarbij hij bovendien het oogmerk zou hebben gehad om een bijdrage te leveren aan de kernactiviteiten van deze organisatie. Ten aanzien van het onder 5. ten laste gelegde kan niet worden bewezen dat verdachte wist dat de pillen zich in zijn huis bevonden of dat deze aan hem toebehoorden. Zo zijn de pillen aangetroffen op een niet-kenbare plek en ook iemand anders zou deze pillen daar hebben kunnen achtergelaten. In zijn laatste woord heeft verdachte verklaard dat hij niet wist dat de pillen in de spaarpot zaten en dat deze spaarpot was meeverhuisd uit zijn vorige, gemeubileerd gehuurde, woning. 3.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat verdachte zich zowel bij de politie en de rechter-commissaris, als gedurende het onderzoek ter terechtzitting, steeds heeft beroepen op zijn zwijgrecht. Hij heeft, ondanks de vele kansen daartoe, elke mogelijkheid onbenut gelaten een verklaring af te leggen over zijn reisbewegingen, (de inhoud van) zijn (telefonische) contacten of hetgeen onder hem in beslag is genomen. De rechtbank heeft dan ook, zonder een verklaring van verdachte daarbij te kunnen betrekken, de inhoud van het procesdossier gewogen. Daarbij heeft zij de feiten en omstandigheden zoals daarvan ten aanzien van de verschillende zaaksdossiers is gebleken, telkens uitdrukkelijk ook in onderling verband en samenhang bezien. Ten aanzien van de verschillende zaakdossiers gaat de rechtbank, op grond van de wettige bewijsmiddelen, van de volgende feiten en omstandigheden uit. 3.3.1 Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde (ZD 11) In de nacht van 27 op 28 januari 2016 is aan het [adres 2] in Haarlem een Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken 1] gestolen. Verdachte is op 28 januari 2016, de dag na de diefstal, kort bij deze auto gezien. Vervolgens heeft hij telefonisch contact met [medeverdachte 1] . De rechtbank acht duidelijk dat daarbij is gepraat over een mogelijke verkoop van de auto, maar wat de feitelijke rol van verdachte bij dit alles geweest is kan niet worden vastgesteld, laat staan of, en zo ja in hoeverre, dit een strafbare rol zou zijn. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 1. ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 3.3.2 Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde (ZD 13) In de nacht van 28 op 29 januari 2016 wordt een Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken 2] weggenomen. De volgende ochtend belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] en verdachte, waarbij in kennelijk versluierd taalgebruik wordt gesproken over de specificaties van de auto en wat deze zou moeten opleveren. Op 30 januari 2016 verplaatst de auto zich naar een garagebox aan de [adres 3] te Lijnden, waarbij de telefoon van verdachte meebeweegt. Op 2 februari 2016, rijdt de auto, die inmiddels is voorzien van valse kentekenplaten [kenteken 3], naar Helmond. Vervolgens rijdt de auto richting België, waar de auto door de Belgische autoriteiten is onderschept en [medeverdachte 3] als bestuurder van de auto is aangehouden. Op 4 februari 2016 wordt [medeverdachte 1] door verdachte gebeld met de boodschap dat [medeverdachte 4] , die kort voor de diefstal in de auto is geweest, wordt achtervolgd door “die blauwe” (…) “Hij is naar België gegaan weet je “ze” zijn van alle kanten gekomen”. Uit onderzoek is niet alleen gebleken dat de auto waarin [medeverdachte 3] is aangehouden daadwerkelijk de weggenomen Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken 2] betreft, maar ook dat vijf (in plaats van twee) sleutels zijn geregistreerd om de auto te starten, dat de communicatie met het instrumentenpaneel en de startblokkering onderbroken is geweest, dat de kilometerstand is gemanipuleerd en dat de auto is voorzien van een vals Voertuig Identificatie Nummer (hierna: VIN). Dit valse VIN blijkt te horen bij een Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken 3] , die niet is gestolen. Deze auto is in onderhoud bij [naam bedrijf] Amsterdam Zuidoost, waar verdachte destijds werkzaam was. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. Het onder 2. ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen. 3.3.3 Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde (ZD 15) Op 15 februari 2016 is een grijze BMW, type 118D, vijfdeurs met kenteken [kenteken 4] weggenomen in Zeist. Op 25 februari 2016 belt een onbekend persoon naar verdachte met de vraag of hij ook BMW’s doet. De onbekende persoon is op zoek naar een ‘118 automaat’, ‘118 D’, ‘5-deurs’ uit ‘12’, ‘grijs anders zilver’. Verdachte antwoordt dat hij hiervoor wel iemand kan benaderen. Op 26 februari 2016 vindt er een ontmoeting plaats tussen verdachte, de onbekende persoon en een derde persoon, die bij BMW zou werken. Hierna wordt vanaf de telefoon van verdachte een sms-bericht verzonden met de tekst: [VIN 1] . Dit is een Voertuig Identificatie Nummer (VIN) dat hoort bij een voertuig van het merk BMW, type 118D, grijs van kleur en voorzien van kenteken [kenteken 5] . Het kenteken is per 16-02-2016 opgenomen in de bedrijfsvoorraad van een garagebedrijf in Berlicum. Het kenteken [kenteken 5] wordt opgenomen in de Automatic Number Plate Recognition (ANPR) en op 5 maart 2016 wordt het voertuig gesignaleerd en de bestuurder, [naam 1] , wordt aangehouden. Niet alleen blijken de kentekenplaten vals, tevens blijkt dat over het originele VIN een plaatje is aangebracht met het VIN [VIN 1] , hetgeen niet door de fabrikant is aangebracht. Het originele VIN betreft [VIN 2] en behoort toe aan een BMW 118D met kenteken [kenteken 4] , gestolen in Zeist. Nadat verdachte op 7 juni 2016 is aangehouden, wordt bij hem een formulier in beslag genomen waarop de gegevens van een voertuig met eerder genoemd VIN [VIN 1] zijn vermeld, uitgedraaid op 26 februari 2016. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte medeplichtig is geweest aan het valselijk plaatsen van een chassisnummer. Het onder 3. ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen. 3.3.4 Ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde (ZD 18) Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. De rechtbank zal moeten vaststellen of bewezen kan worden dat sprake was van een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Hiervoor is vereist dat wordt vastgesteld dat twee of meer personen een samenwerkingsverband hadden, met een zekere duurzaamheid en structuur, welk samenwerkingsverband het oogmerk had bepaalde misdrijven te plegen. Daarnaast zal de rechtbank de vraag moeten beantwoorden of bewezen kan worden dat verdachte heeft deelgenomen aan deze organisatie. Daartoe moet worden beoordeeld of hij zich ervan bewust is geweest dat hij met ten minste één ander persoon structureel, overeenkomstig een wederzijds bestaande verwachting, samenwerkte en of hij op de hoogte was van het oogmerk van de organisatie om de in de tenlastelegging bedoelde misdrijven te plegen. Daarbij merkt de rechtbank op, dat niet vereist is dat verdachte zelf op een of andere manier heeft deelgenomen aan de misdrijven die door de organisatie werden gepleegd. Ook wanneer dit niet het geval is, kan er sprake zijn van deelneming door het verrichten van ondersteunende gedragingen die verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Conclusie ten aanzien van de criminele organisatie en de deelname van verdachte Uit het dossier blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake was van een criminele organisatie die zich bezig hield met de diefstal van auto’s. Daarbij vond over het algemeen eerst een voorverkenning plaats, waarna een valse sleutel werd gemaakt en met behulp van deze sleutel de auto daadwerkelijk werd weggenomen. De auto werd hierop “koud” gezet, van valse kentekenplaten en een chassisnummer van een identieke auto voorzien, en tenslotte verkocht dan wel geëxporteerd. Uit enkele zaaksdossiers blijkt van betrokkenheid van verdachte bij deze organisatie. Hij is gezien bij een gestolen auto nadat deze is koudgezet (ZD 11) en heeft een gestolen auto voorhanden gehad, die daarna is omgekat (ZD 13). Ook zijn aanwijzingen in het dossier te vinden dat verdachte misbruik heeft gemaakt van zijn positie bij [naam bedrijf] , door informatie te verschaffen aan de organisatie om gestolen auto’s te kunnen omkatten. Niet is echter gebleken dat deze informatieverschaffing op meer dan incidentele basis gebeurde, of structureel van aard was. Bovendien leek de organisatie vaker op incidentele wijze gebruik te maken van personen die de organisatie van goederen of informatie konden voorzien. De rechtbank wijst hierbij op [naam 2] en [naam 3] , die klapsleutels konden leveren, waarmee autosleutels werden nagemaakt. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, gelet op zijn incidentele en ondergeschikte rol en de korte periode waarin hij een bijdrage heeft geleverd aan de organisatie, geen onderdeel heeft uitgemaakt van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. De deelname aan de criminele organisatie is ten aanzien van verdachte dan ook niet bewezen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 4. ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 3.3.5 Ten aanzien van het onder 5. ten laste gelegde (ZD 25) Op 7 juni 2016 is verdachte aangehouden in zijn woning aan de [adres 1] te Amsterdam. Tijdens de doorzoeking in deze woning is een spaarpotje aangetroffen, waarin zich een leeg gripzakje, een zakje gevuld met 23 gele pillen, 1 groene pil en een aluminium papiertje met 4 gele pillen bevonden. Uit onderzoek van het NFI blijkt dat de groene pil (0,31 gram) en de 27 oranje tabletten (7,48 gram) MDMA bevatten. De stelling van de verdediging dat de pillen niet aan verdachte toebehoren en dat hij niet bekend was met de aanwezigheid daarvan, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Verdachte woont op dat adres met zijn vrouw en drie kleine kinderen en er is geen aanleiding om een van hen of een buitenstaander te verdenken van het voorhanden hebben van een dergelijke hoeveelheid drugs in de woning. Voorts heeft verdachte, die tot het moment van de zitting heeft gezwegen, geen nader onderbouwde of verifieerbare verklaring voor de aanwezigheid van de drugs in zijn woning gegeven. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van harddrugs. Het onder 5. ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie – het onder 1. en 4. ten laste gelegde niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde: in de periode van 29 januari 2016 tot en met 2 februari 2016 te Amsterdam en Lijnden, tezamen en in vereniging met een ander, een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 2] , kleur grijs) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wisten dat het een door diefstal verkregen goed betrof; Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde: een of meer onbekend gebleven perso(o)n(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.