← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2017:9581

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/997085-16 (Promis) Datum uitspraak: 20 december 2017 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] te [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 20, 21 en 23 november en 7 december

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.G. Louman. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van 11,5 kilogram hennep en 310 gram hasjiesj op 7 juni 2016 te Amsterdam, subsidiair de medeplichtigheid daaraan. De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Waardering van het bewijs 3.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Hij heeft hiertoe, aan de hand van zijn op schrift gestelde requisitoir, de relevante bewijsmiddelen opgesomd. 3.2 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. In de woning van verdachte, waar hij destijds samen met zijn moeder en zijn zus stond ingeschreven, is op 7 juni 2016 11,5 kilogram hennep en 310 gram hasjiesj aangetroffen. Dat verdachte deze softdrugs daar opzettelijk aanwezig heeft gehad kan naar het oordeel van de rechtbank echter niet worden vastgesteld. Evenmin kan worden vastgesteld dat hij hieraan medeplichtig is geweest. De omstandigheid dat in de woning handschoenen zijn aangetroffen met daarop zowel DNA van verdachte als sporen van cocaïne en heroïne maakt dit niet anders. Niet alleen gaat het hier om andere drugs dan de hennep en hasjiesj die ten laste zijn gelegd, maar verder is ook niet gebleken dat er een verband bestaat tussen de aanwezigheid van het DNA van verdachte en de drugs op de handschoenen. Dat het DNA van verdachte wordt aangetroffen op een handschoen die zich in zijn woning bevindt roept op zichzelf geen vragen op. Ook uit de omstandigheid dat verdachte samen met anderen op 19 mei 2016 enkele dozen heeft vervoerd vanuit de woning naar een auto kan nog geen betrokkenheid van verdachte bij het bezit van de hennep en hasjiesj worden afgeleid. Het Openbaar Ministerie vermoedt weliswaar dat in deze dozen softdrugs heeft gezeten, maar dit is niet komen vast te staan, of anderszins aannemelijk gemaakt. Daarbij komt dat meerdere personen, die wél concreter in verband met (soft)drugs kunnen worden gebracht, toegang tot de woning hadden en dat uit een telefoongesprek tussen de zus van verdachte, [naam zus] , en haar vriend [naam vriend] blijkt dat juist verdachte niets mocht weten omdat ze bang waren dat hij iets zou doorvertellen. Nu uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte wist van de aangetroffen drugs, kan zijn opzet op het aanwezig hebben niet bewezen worden en is ook voor de voor medeplichtigheid vereiste dubbele opzet onvoldoende bewijs aanwezig. De rechtbank acht het ten laste gelegde dan ook niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. B. Vogel, voorzitter, mrs. S.P. Pompe en A.K. Glerum, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.B.P. Terwindt, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 december
  2. Bijlage Tenlastelegging [verdachte] Aan verdachte is ten laste gelegd dat ZD24 hij op of omstreeks 7 juni 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen in een woning (op het adres [adres 2] te Amsterdam) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 11,5 kilogram hennep en/of 310 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Subsidiair: [naam] op 7 juni 2016 te Amsterdam, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad in een woning (op de [adres 2] te Amsterdam) een hoeveelheid van ongeveer 11,5 kilogram hennep en/of 310 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 11 februari tot en met 7 juni 2016, te Amsterdam, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door eerdergenoemde woning ter beschikking te stellen;

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.