wet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 december 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB
Art. 479
§1 of the criminal procedure code (k.p.k.) the court decided to conduct the proceedings in the absence of the accused. On 16.10.2013, at the main trial,
Art.482§1 of k.p.k.
the court ordered that the accused should be served both a copy of the default judgment and legal instruction with. On 18.10.2013 an adult member of his household picked up the mail - containing the copy of the default judgment and the legal instruction – sent by the court to the accused. On 26.10.2013 the default judgment became final and legally valid. On 31.10.2013 the court ordered the execution of the default judgment. In een brief gedateerd 2 februari 2018 deelt the Head of the 2nd Criminal Division at the District Law Court in Kłodzko het volgende mee: In response to the letter concerning [opgeëiste persoon] the District Law Court of Kłodzko advises that we are not in possession of any information on whether the offical letters collected by the adult member of the househoid were actually handed over to [opgeëiste persoon] or not. According to Article 133 §2 of the criminal procedure code an officiel letter is considered to have been served on the addressee if in the situation where he is temporarily absent from home the said letter bas been collected by an adult member of his household who has agreed to hand it over to the addressee. The current regulations do not provide that the actual delivery of the letter to the adressee effected in this way has to be confirmed or acknowledged in any form. VI K 852/13: the person was served with the decision on the 13th of May 2014 and was expressly informed about the right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case, including fresh evidence, to be re-examined, and which may lead to the original decision being reversed or modified. The person did not request a retrial or appeal within the applicable time frame. Over de wijze waarop de dagvaarding/oproeping aan de opgeëiste persoon verzonden is bevat het EAB de volgende informatie: On 13.01.2014 the accused [opgeëiste persoon] was sent, by post, a summons to appear in court. The summons, in which he was informed of the scheduled date and place of the trial, was picked up by an adult member of his household on 15.01 .2014. On 13.02.2014, at the main trial, the court decided to adjourn the trial until 17.04.2014. The accused was sent, by post, a summons informing him of the new scheduled date of the trial - it was plcked up by an adult member of his household on 01.03.2014. On 17.04.2014, at the main trial,
Art479
§1 of the criminal procedure code (k.p.k.) the court decided to conduct the proceedings in the absence of the accused. On 17.04.2014, at the main trial,
Art.482§1 of k.p.k.
the court ordered that the accused should be served both a copy of the default judgment and legal instruction with. On 13.05.2014 an adult member of his household picked up the mail -. containing the copy of the default judgment and the legal instruction – sent by the court to the accused. On 21.05.2014 the default judgment became final and legally valîd. On 23.05.2014 the court ordered the execution of the default judgment. Op grond van artikel 12 sub d OLW mag de rechtbank in het geval dat de overlevering wordt gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een bij verstek gewezen vonnis, de overlevering alleen toestaan indien de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld (
- i)dat het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en (
- ii)hij wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel. Een dergelijke verklaring is niet verstrekt. Onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24 mei 2016, C-108/16 PPU (‘Dworzecki’), ECLI:EU:C:2016:346 zal de rechtbank de overlevering voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen, opgelegd bij de vonnissen VI KK 568/13 en VI K 852/13 moeten weigeren. 4Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist Gelet op haar beslissing zal de rechtbank alleen oordelen over de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de opgeëiste persoon bij vonnis van 23 november 2010 is veroordeeld, zaaksnummer VI KL 1080/10, doch uitsluitend voor zover dat ziet op het eerdere vonnis met kenmerk II K 401/06. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op: Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer personen.| Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer personen.| Poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer personen.Poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer personen.Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer personen.Poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.Poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak DiefstalDiefstal, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personenDiefstal, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen. 5Slotsom Nu ten aanzien van de feiten met betrekking tot vonnis II K 401/06, onderdeel van vonnis VI K 1080/10 waarvoor de overlevering wordt gevraagd, is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering voor slechts die feiten te worden toegestaan. Voor het overige moet de overlevering worden geweigerd. 6Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 45, 310 en 311Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 Overleveringswet. 7Beslissing VI K 1080/10, voor zover dat betrekking heeft op het vonnis II K 401/06: STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Law Court in Świdnica, 3rd Criminal Division, Polen, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. VI K 1080/10, voor zover dat betrekking heeft op de vonnissen VIII K 1118/06 en VIII K 1419/06: WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] voor zover het EAB betrekking heeft op de vrijheidsstraffen die zijn opgelegd bij de vonnissen onder registratienummers VIII K 1118/06 en VIII K 1419/06 VI K 568/13 en VI K 852/13: WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] voor zover het EAB betrekking heeft op de vrijheidsstraffen die zijn opgelegd bij de vonnissen onder registratienummers VI K 568/13 en VI K 852/13. Aldus gedaan door mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter, mrs. I. Verstraeten-Jochemsen en B. Poelert, rechters, in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 februari 2018. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.