RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751058-18 RK-nummer: 18/1098 Datum uitspraak: 29 maart 2018 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 januari 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 10 oktober 2017 door de Staatsanwaltschaft (Public Prosecutor’s Office) Berlin, Duitsland, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon 1] volgens het EAB ook bekend onder de volgende namen [alias 1] , [alias 2] , [alias 3] en [alias 4] geboren te [geboorteplaats] , Bosnië-Herzegovina , op [geboortedag 1] 1983, dan wel op [geboortedag 2] 1984, dan wel op [geboortedag 3] 2014 zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in het [plaats detentie] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 15 maart 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. H. Yilmaz, advocaat te Rotterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat hij is: [alias 2] , geboren te [geboorteplaats] , Bosnië, op [geboortedag 2] 1984 en dat hij de Bosnische nationaliteit heeft. De opgeëiste persoon heeft betoogd dat hij niet de door de Duitse autoriteiten gezochte persoon is en dat het EAB geen betrekking op hem heeft. Hij heeft aangevoerd dat hij een tweelingbroer heeft die niet alleen sprekend op hem lijkt maar dat zij ook dezelfde tatoeages hebben laten zetten. Deze tweelingbroer is het criminele pad opgegaan en het contact tussen de beide broers is verbroken. Deze broer is naar alle waarschijnlijkheid degene die de Duitse autoriteiten feitelijk zoeken, aldus de opgeëiste persoon. Voorts heeft hij zijn verbazing er over uitgesproken dat in het dossier een foto zit van een onbekende man. Standpunt raadsvrouw en verzoek aanhouding De raadsvrouw heeft de bewering van de opgeëiste persoon ondersteund. Zij heeft verklaard dat zij heeft verzocht om nader onderzoek van de in Duitsland aanwezige vingerafdrukken van haar cliënt, nu de ingestuurde vingerafdrukken niet afkomstig zijn uit de woning waar de inbraak heeft plaatsgevonden en om die reden niet overtuigen. Op dit verzoek is door het IRC afwijzend gereageerd.[De rechtbank stelt vast dat deze vraag van de raadsvrouw en het antwoord van het IRC niet zijn opgenomen in het overleveringsdossier, maar dat de officier van justitie niet bestrijdt dat er een e-mailwisseling tussen de raadsvrouw en het IRC heeft plaatsgevonden die door de officier van justitie niet aan het dossier is toegevoegd].De raadsvrouw heeft om aanhouding verzocht opdat kan worden nagegaan of er op de plaats van de inbraak vingerafdrukken zijn gevonden die overeenkomen met de vingerafdrukken van haar cliënt, de in het kader van de OWL aangehouden persoon. Standpunt officier van justitie Het is aan de Duitse autoriteiten om te beoordelen of er een redelijke verdenking bestaat jegens de opgeëiste persoon van betrokkenheid bij het in het EAB iomschreven feit. Dat onderzoek is niet aan het openbaar ministerie of aan de rechtbank. Daarom is het verzoek van de raadsvrouw door het Openbaar Ministerie afgewezen. De officier van justitie verzet zich daarom tegen inwilliging van het verzoek. Het zou er toe leiden dat in Nederland een deel van het onderzoek in de Duitse strafzaak wordt gedaan en dat is niet de bedoeling, aldus de officier van justitie. De opgeëiste persoon bedient zich al langere tijd van meerdere aliassen. In een dergelijk geval gaat het openbaar ministerie af op lichaamskenmerken en bepaalt aan de hand daarvan of dit de door de Duitse autoriteiten gezochte persoon is. Oordeel rechtbank De rechtbank moet beoordelen of de opgeëiste persoon degene is die de Duitse autoriteiten willen vervolgen voor de woninginbraak die in het EAB staat omschreven. Ter beoordeling ligt niet voor of de opgeëiste persoon daadwerkelijk bij die inbraak betrokken is. Dit laatste is een bewijsvraag en het antwoord daarop is voorbehouden aan de Duitse rechter die inhoudelijk over de strafzaak zal oordelen en het strafdossier tot zijn beschikking heeft.Vast staat dat de opgeëiste persoon onder vele aliassen geregistreerd staat. Om die reden is er een dactyloscopisch onderzoek gedaan om zijn identiteit vast te stellen. De vingerafdrukken die op 22 september 2016 in Duitsland zijn afgenomen van degene die met het EAB wordt opgeëist, zijn vergeleken met de vingerafdrukken van deze op grond van het EAB in Nederland aangehouden persoon. Het vergelijkend onderzoek heeft geleid tot herkenning en identificatie van de aangeboden vingerafdrukken van een persoon geregistreerd onder biometrienummer [nummer] . Onder dit laatste nummer is de aangehouden persoon bekend. De rechtbank concludeert dan ook dat de aangehouden persoon die ter zitting is gehoord de opgeëiste persoon is van wie de overlevering door de Duitse autoriteiten wordt verzocht. De vraag of hij ook de dader van die inbraak zal blijken te zijn, is ter beoordeling van de Duitse strafrechter. Er is geen aanleiding om hier verder onderzoek naar te doen. Het verzoek om aanhouding wordt daarom afgewezen. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB maakt melding van een aanhoudingsbevel, op vordering van the Public Prosecutor’s Office in Berlin afgegeven door the Tiergarten Local Court en gedateerd 12 september 2017.Zaaksnummer: 353 Gs 3795/17. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van Duitsland strafbaar feit. Dit feit is als volgt omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.