RECHTBANK AMSTERDAM VERKORT VONNIS Parketnummers: 13/684422-17, 13/702171-17 (tul), 06/087727-12 (tul) en 05/072961-15 (tul) Datum uitspraak: 18 januari 2018 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , thans verblijvende in het Justitieel Complex “ [naam Justiteel Complex] ” te [plaats] . 1Het onderzoek op de zitting Dit verkort vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 4 januari 2018, waarbij verdachte aanwezig was. De rechtbank heeft gehoord de vordering van de officier van justitie, mr. A.M. Ruijs, en wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.M.R. Slaghekke, naar voren hebben gebracht. 2De beschuldiging Verdachte wordt er – kort gezegd – van beschuldigd dat hij op of omstreeks 30 september 2017 in Amsterdam alleen of met iemand anders een fiets heeft gestolen door middel van braak of verbreking van het fietsslot. Dat is ook in de beschuldiging opgenomen als een poging om die fiets te stelen. De volledige tekst van de beschuldiging is opgenomen in een bijlage die achter dit vonnis is gevoegd. 3Waardering van het bewijs 3.1 Inleiding Op 30 september 2017 stond getuige [naam getuige] op de hoek van het Stationsplein in Amsterdam. Hij zag dat er een man (blank, zwart haar, witte jas, blauwe broek, zwarte tas en zwarte pet) met vermoedelijk gereedschap in zijn handen voorovergebogen stond bij een zwarte fiets en een hoefijzerslot verwijderde. De man liep daarna weg richting het Ibis hotel en daar kwam er een tweede man bij. Hierna zag hij dat “voornoemd persoon” (de rechtbank begrijpt: de tweede man) een rondje fietste op de fiets. [naam getuige] heeft de politie gebeld en hoorde dat er iemand was aangehouden (verdachte). Op het politiebureau heeft [naam getuige] op een scherm gekeken naar de aangehouden verdachte. Hij herkende hem als de man die vermoedelijk de fiets wilde stelen. Later heeft [naam getuige] aan de politie aangewezen waar de fiets geparkeerd stond. Hij herkende de fiets aan een rode sticker die onder aan het frame zat. Er zat nu door het voorwiel een zwart hangslot, dat er eerst nog niet zat. De politie zag dat er ‘verse schade’ aan de velg van de fiets zat. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij op zijn eigen fiets kwam aanfietsen bij het Centraal Station, omdat hij daar met zijn vriend [naam vriend] had afgesproken. Verdachte heeft daar zijn slot van de fiets geschroefd. Het slot stond open maar was niet meer te gebruiken, omdat hij het sleuteltje kwijt was. Omdat hij toch op [naam vriend] moest wachten, heeft hij voor het Centraal Station een rondje gefietst op de fiets. 3.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vindt dat de diefstal van de fiets niet kan worden bewezen, omdat uit het dossier niet blijkt dat de fiets is verplaatst. Wel kan worden bewezen dat verdachte geprobeerd heeft om de fiets te stelen. Verdachte heeft bekend dat hij het slot van de fiets heeft gehaald en de getuige heeft dit ook gezien. De verklaring van verdachte dat het zijn eigen fiets was, is ongeloofwaardig, aldus de officier. 3.3 Het standpunt van de raadsvrouw van verdachte De raadsvrouw van verdachte vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken. De verklaring van verdachte past bij wat de getuige heeft gezien. Bovendien heeft niemand aangifte gedaan van diefstal van deze fiets. Verder heeft verdachte de fiets afgesloten met een slot en vlakbij het Centraal Station laten staan. Dit doe je niet als je die fiets daar net hebt gestolen, zegt de raadsvrouw. 3.4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat verdachte de fiets heeft gestolen en zal uitleggen waarom. Verdachte heeft bekend dat hij in de buurt van het Centraal Station in Amsterdam een hoefijzerslot van een fiets heeft verwijderd. De getuige [naam getuige] heeft dit ook gezien. De rechtbank vindt de verklaring van [naam getuige] betrouwbaar. Die verklaring wordt namelijk versterkt door de verklaring van verdachte dat hij inderdaad dat slot heeft verwijderd. Daarnaast weet [naam getuige] zich ook de kleine dingen nog te herinneren, zoals dat er een rode sticker op het frame van de fiets zat. Politieagenten hebben opgeschreven dat zij verse schade zagen op de velg van het wiel. Die schade is te zien op de foto’s op pagina 6 en 8 van het dossier. Deze schade past niet bij de verklaring van verdachte dat hij een los slot aan zijn fiets had hangen. Dan zou je niet verwachten dat er schade op de velg te zien is, die past bij wrikken met een schroevendraaier. Een openstaand hoefijzerslot is eenvoudig en zonder schade aan de velg van een fiets te verwijderen. Om deze redenen vindt de rechtbank de verklaring van verdachte ongeloofwaardig. Dan blijft er, kijkend naar wat er is gebeurd, maar één conclusie over, namelijk dat verdachte het slot van de fiets heeft opengebroken om de fiets van iemand anders te stelen. Het is een voltooide diefstal, want verdachte heeft iemand anders een rondje met de fiets laten rijden en die heeft er een ander slot op gezet. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak. 3.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 30 september 2017 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, toebehorend aan een ander dan aan hem, verdachte, waarbij hij, verdachte, die weg te nemen fiets onder zijn bereik heeft gebracht door braak. 4De bewijsmiddelen De rechtbank zal de bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring is gebaseerd uitwerken als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld. 5De strafbaarheid van het feit en van de verdachte Het bewezen verklaarde is een strafbaar feit en verdachte is daarvoor ook strafbaar. 6Motivering van de maatregel 6.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van voorarrest. 6.2 Het standpunt van de raadsvrouw van verdachte De raadsvrouw van verdachte heeft verzocht geen ISD-maatregel op te leggen, maar om verdachte eerst het traject dat met een rechterlijke machtiging loopt (BOPZ-traject) af te laten maken. Voor het geval de rechtbank hierin niet meegaat heeft zij verzocht de ISD-maatregel voorwaardelijk op te leggen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal aan verdachte de ISD-maatregel opleggen voor de duur van twee jaren en zal uitleggen waarom. In het dossier zit een flink aantal rapporten en adviezen. Hieronder worden de delen opgenomen die de rechtbank het belangrijkst vindt. De rechtbank heeft het reclasseringsadvies van Inforsa van 21 december 2017 gelezen, geschreven door R. Kaatman. De reclassering adviseert een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. In dit advies staat onder meer het volgende: Verdachte pleegt doorgaans delicten om in zijn verslaving te voorzien. Hij kreeg in 2010 de ISD-maatregel opgelegd en voldoet inmiddels opnieuw aan de criteria voor het opleggen van de ISD-maatregel. In de klinische behandeling is tot op heden ingezet op primair behandelen van de verslavingsproblematiek, hetgeen niet heeft geleid tot positief resultaat. Andere toezichten zijn eveneens misgelopen. De Piet Roorda kliniek heeft gerapporteerd dat verdachte groepsongeschikt is. Ook is verdachte op 17 augustus 2017 met een rechterlijke machtiging opgenomen in de Jellinek aan de Vlaardingenlaan. Verdachte had echter een ongemotiveerde houding en had moeite zich aan te passen aan de regels binnen de kliniek. Hij is daarom op 19 september 2017 met voorwaardelijk ontslag gestuurd. Vooralsnog is de verslavingsproblematiek dusdanig ernstig dat er telkenmale na (klinische) interventies sprake is van terugval in middelengebruik en daaraan te relateren delictgedrag. Er bestaat wel enig inzicht in de problematiek. Uit het dossier komt het beeld naar voren van een die zich frequent asociaal en ook (verbaal) agressief kan gedragen. In het gesprek met rapporteur komt meer een beeld naar voren van iemand die zijn toekomstdromen nog niet heeft verloren. Anderzijds wanhoopt hij deze voor hem wel haalbaar zijn en heeft hij de neiging tot zelfdestructief gedrag bij momenten dat hij de hoop heeft verloren. Een kader waarin de bewegingsvrijheid ruimte laat om toe te geven aan trek, is niet alleen risicovol voor de kans op herhaling van delictgedrag, maar ook voor betrokkene zelf. Een dwangkader is noodzakelijk om betrokkene en de maatschappij te beveiligen en te beschermen. Een ISD-maatregel is daarom het meest passend. Indien verdachte in de extramurale fase van de ISD-maatregel geen weerstand kan bieden aan zijn zucht naar middelen en zich daarmee onttrekt aan de voorwaarden draagt de terugplaatsgarantie van de ISD-maatregel bij aan het behoud van eventueel bereikte behandelresultaten. Op de zitting heeft R. Kaatman, reclasseringswerker, als deskundige het rapport toegelicht. Hij heeft verklaard dat er al veel met verdachte geprobeerd is, maar dat hij vooral een ongemotiveerde houding bij verdachte ziet. Verdachte heeft bijvoorbeeld verklaard dat hij graag gecontroleerd cocaïne zou willen blijven gebruiken. Volgens de deskundige is dat niet mogelijk als je verslaafd bent of bent geweest. Verdachte moet in een kliniek worden behandeld voor zijn verslaving en persoonlijkheidsstoornissen. De deskundige heeft met de medewerkers van de Jellinek aan de Vlaardingenlaan gesproken. Verdachte heeft hier in het kader van een rechterlijke machtiging korte tijd verbleven. Zij willen hem vanwege zijn gedrag niet terug. Er zijn momenteel geen andere mogelijkheden. De rechterlijke machtiging eindigt op 18 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.