RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/994016-17 (Promis) Datum uitspraak: 18 april 2018 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, wonende te [woonplaats] , [adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 april
(6)zakken levende jonge vissen. Een geschrift van het Douane Laboratorium, inhoudende de uitslag van een monsteronderzoek, d.d. 21 april 2017, opgemaakt door mw. [naam wetenschappelijk medewerker] , wetenschappelijk medewerker. Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven: Onderzocht product: Glasaal Voor het DNA onderzoek zijn twee glasaaltjes bemonsterd die dezelfde resultaten hebben opgeleverd. Het monster is geïdentificeerd als Europese paling. Europese paling staat genoemd in bijlage B van de Verordening (EG) 338/97 als Anguilla anguilla. Het betreft hier een beschermde diersoort waar een handelsverbod voor geldt. Het is verboden om (producten van) beschermde dieren en planten in-, uit-, of door te voeren zonder de vereiste (CITES) documenten. Een proces-verbaal verhoor verdachte met nummer 2050/20170417/01 van 17 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam opsporingsambtenaar] en [naam opsporingsambtenaar] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verdachte [verdachte], zakelijk weergegeven: Ik ben op 12 april (de rechtbank begrijpt: 2017) vertrokken uit China naar Rome. Daarna ben ik naar Bologna gegaan en gisteren naar Frankfurt en van Frankfurt naar Portugal. Ik moest meehelpen met transport van spullen. Ik ken [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte] ) via wederzijdse vrienden. Ik ben gevraagd om samen met hem terug te reizen naar China en om mee te helpen met de spullen. Ik heb de koffers van [medeverdachte] gekregen. Ik heb ze niet ingepakt, wel zelf ingecheckt. Ik heb de koffers gekregen op de luchthaven bij vertrek in Portugal. Ik heb [medeverdachte] ontmoet op de luchthaven van Bologna. Daarna naar Frankfurt en van Frankfurt naar Lissabon. U vraagt of ik uitvoerdocumenten heb voor deze glasaal. Ik heb geen documenten. Een proces-verbaal verhoor verdachte met nummer 2050/20170417/02 van 17 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam opsporingsambtenaar] en [naam opsporingsambtenaar] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [medeverdachte], zakelijk weergegeven: Ik kom uit Lissabon, van Lissabon naar Amsterdam. Ik ben van Bologna naar Frankfurt naar Porto gevlogen. Daarna zouden we naar China gaan. Ik reisde samen met dat meisje. Ik ken haar vanaf de luchthaven van Bologna. In Lissabon kreeg ik bagage op mijn naam. De opdracht was om die naar China te vervoeren. Ik kreeg daarvoor gratis tickets. In Lissabon heb ik een contactpersoon die heet [naam] . [naam] heeft verteld dat er vis in de koffers zat. De tickets zijn voor mij geboekt. Van Porto zijn we naar Lissabon gebracht door [naam] . Daar hebben we de koffers gekregen. Ik heb bij het inchecken gezegd dat het mijn koffers zijn. U vraagt of ik uitvoerdocumenten (CITES) voor deze glasaal heb. Nee. Een proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming nummer KVI2050/20170417/2 ten aanzien van verdachte [verdachte] , opgemaakt op 18 april 2017 door [naam opsporingsambtenaar] , inspecteur Landbouw en Natuur NVWA. Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verbalisant: Ik heb de volgende voorwerpen in beslag genomen: 3 koffers met daarin 18 zakken met glasaal (Anguilla). Een proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming nummer KVI2050/20170417/1 ten aanzien van verdachte [medeverdachte] , opgemaakt op 18 april 2017 door [naam opsporingsambtenaar] , inspecteur Landbouw en Natuur NVWA. Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verbalisant: Ik heb de volgende voorwerpen in beslag genomen: 3 koffers met daarin 18 zakken met glasaal (Anguilla). Ten aanzien van feit 3 en 4: Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 103031 van 6 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven: Van de bewaarder, belast met de opvang van de inbeslaggenomen glasaal hoorde ik: “Voorop gesteld is het vervoer op deze manier niet goed. Er zaten geen stickers op en niemand wist dat er levende dieren in zaten.” Een geschrift van 6 juli 2017, inhoudende een diergeneeskundige verklaring, opgemaakt door drs. [naam dierenarts] , dierenarts bij de NVWA. Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven: Door [naam opsporingsambtenaar] werd mij medegedeeld dat door de douane op Schiphol zes koffers zijn aangetroffen met daarin vermoedelijk jonge levende Europese paling. De koffers waren op doorreis van Portugal via Nederland naar China. Het betrof zes koffers met een zachte buitenkant. Op de koffers stond geen vermelding dat er levende dieren in zaken en ontbrak er een sticker met “this site up”. Ik hoorde dat in de koffer levende glasalen waren aangetroffen. Aan de hand van de door [naam opsporingsambtenaar] verstrekte informatie stel ik dat de levende glasalen verzonden waren in koffers met zachte buitenkant dat op de koffers aanduidingen ontbraken dat de inhoud levende dieren betrof en ook de pijlen welke de bovenkant van het pakket aangeven ontbraken dat door het ontbreken van de vermelding levende dieren niet kan worden gegarandeerd dat er voorzichtig mee is omgegaan dat de dieren in het ruim van een vliegtuig zijn vervoerd waar geen goede regulatie van de temperatuur mogelijk is dat derhalve deze wijze van vervoer niet geschikt is voor het transport van levend dieren. Conclusie: Door het op deze wijze verzenden van levende glasalen is aan de dieren onnodig lijden toegebracht, waardoor de gezondheid en het welzijn van de dieren is geschaad. Daarnaast is door deze handelwijze de nodige zorg aan de dieren onthouden. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.2 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
- op 17 april 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, heeft gehandeld in strijd met een bij de Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift van een EU-verordening, te weten artikel 5 lid 4 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97 door opzettelijk specimens van een de in bijlage B bij deze verordening genoemde soorten, te weten een grote hoeveelheid glasaal (Anguilla anguilla) uit de Gemeenschap uit te voeren, terwijl de nodige controles niet waren verricht en niet vooraf bij het douanekantoor, waar de uitvoerformaliteiten vervuld werden, een uitvoervergunning was voorgelegd die werd afgegeven door een administratieve instantie van de Lidstaat waar de specimens zich bevonden;
- op 17 april 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een grote hoeveelheid glasaal (Anguilla anguilla), zijnde een dier van de soorten genoemd in bijlage B bij de CITES-basisverordening, onder zich heeft gehad;
- op 17 april 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, zonder redelijk doel, bij een grote hoeveelheid glasaal de gezondheid en het welzijn van die dieren heeft benadeeld, immers hebben zij, verdachte en haar mededaders, die dieren in zes koffers vervoerd, terwijl daarop geen aanduiding was aangebracht dat zich daarin levende dieren bevonden en die koffers daarom als standaard ruimbagage werden behandeld;
- op 17 april 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, als houder van een grote hoeveelheid glasaal, aan die dieren de nodige verzorging heeft onthouden, immers hebben zij, verdachte en haar mededaders, die dieren in zes koffers vervoerd, terwijl daarop geen aanduiding was aangebracht dat zich daarin levende dieren bevonden en die koffers daarom als standaard ruimbagage werden behandeld. Nadere bewijsoverweging Eendaadse samenloop De rechtbank is van oordeel dat de onder 1 en 2 bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt kan worden gemaakt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van eendaadse samenloop. Hetzelfde geldt ten aanzien van de feiten 3 en
- 6De strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.
- De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden. 8.
- Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het zonder vergunning en daarmee in strijd met Europese en nationale regelgeving, uitvoeren en in bezit hebben van een grote hoeveelheid glasaal (Anguilla anguilla). De Anguilla anguilla, Europese paling, staat op bijlage B van de Basisverordening 338/97 en is een beschermde diersoort. Het is verboden de glasaal naar China uit te voeren. Verdachte heeft deze glasaal op de luchthaven Lissabon ingecheckt met het doel deze via Nederland naar China te vervoeren. Glasaal is in China een gewild product en heeft een grote financiële waarde. Verdachte heeft hierbij uitsluitend oog gehad op financieel gewin nu zij voor het vervoer (in ieder geval) een gratis vliegticket kreeg. Daarnaast heeft verdachte door de glasaal in zakken in koffers te vervoeren, zonder aan te geven dat de koffers levende dieren bevatte, zich schuldig gemaakt aan dierenmishandeling door het welzijn van de dieren te veronachtzamen. Tevens heeft zij de dieren de nodige zorg onthouden, nu niet bekend was dat deze dieren in de koffers werden vervoerd. Uit het strafblad van verdachte van 15 maart 2018 blijkt dat verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld voor strafbare feiten. De genoemde strafbare feiten zijn ernstige feiten en laten naar het oordeel van de rechtbank geen andere strafmodaliteit open dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor deze feiten zijn geen oriëntatiepunten beschikbaar. Gelet op de grote economische waarde en gelet op de milieuschade die handel in bedreigde diersoorten met zich brengt, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Deze straf heeft niet alleen vergelding als doel, maar dient ook ter afschrikking van anderen. De rechtbank zal echter afwijken van de eis van de officier van justitie, omdat zij de geëiste straf te hoog vindt. De rechtbank zal aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden opleggen met aftrek van voorarrest. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de volgende artikelen: 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, 3.37 en 3.38 van de Wet natuurbescherming, 3.14 van de Regeling natuurbescherming, 3.24 van het Besluit natuurbescherming, 2.1, 2.2, 8.11 en 8.12 van de Wet dieren. Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte. 10Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van feit 1 en 2 Eendaadse samenloop van medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 3.37 van de Wet Natuurbescherming, opzettelijk begaan en medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.38 van de Wet Natuurbescherming, opzettelijk begaan; Ten aanzien van feit 3 en 4 Eendaadse samenloop van medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2.1 van de Wet dieren en medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2.2 van de Wet dieren Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. van Dijk, voorzitter, mrs. A. Eichperger en G. Demmink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M.M. van Leuven, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 april
- De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. CITES staat voor Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna. Het doel van het CITES-verdrag is het uitsterven van dier- plantensoorten als gevolg van de handel in de soorten te voorkomen. Op Europees niveau is het verdrag vertaald in onder meer de Cites-basisverordening 338/97.