RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751320-17 RK nummer: 17/3548 Datum uitspraak: 19 april 2018 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 1 juni 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 22 december 2016 door de Comarco de Aveiro (Judicial District of Aveiro), Portugal, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] , Portugal, op [geboortedag] 1975, met ingang van 6 oktober 2017 niet meer ingeschreven in de Basisregistratie personen en geregistreerd als Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW), hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 oktober 2017 in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon is, ondanks dat hij daartoe op grond van de schorsingsvoorwaarden verplicht was, niet verschenen. De raadsman van de opgeëiste persoon, mr. T. van Assendelft, advocaat te ’s-Hertogenbosch en waarnemende voor mr. F.L.C. Schoolderman, is verschenen en heeft verklaard niet door de opgeëiste persoon uitdrukkelijk gemachtigd te zijn namens hem verweer te voeren tegen de vordering. De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst in afwachting van de beantwoording van de in de zaak Ardic aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vragen (zaaksnummer C571-17 PPU). Het Hof van Justitie heeft op 22 december 2017 arrest gewezen (C-571-17 PPU, ECLI:EU:C:2017:1026). De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 19 april 2018 in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is wederom niet verschenen. De raadsman van de opgeëiste persoon, mr. T. van Assendelft, advocaat te ’s-Hertogenbosch en waarnemende voor mr. F.L.C. Schoolderman, is verschenen en heeft verklaard niet uitdrukkelijk door de opgeëiste persoon gemachtigd te zijn namens hem verweer te voeren tegen de vordering. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er vanwege de aanhouding niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft op 26 oktober 2017 de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de opgeëiste persoon de Portugese nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis, te weten een enforcable ruling van 29 juni 2005, onherroepelijk geworden op 14 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.